
WandelMagazijn > Naar Slot Nijenbeek
De tocht
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Zondag 24 mei 2009. Een stralende voorjaarsdag als deze is echt een uitnodiging om er op uit te trekken. Dus de fietsen uit de schuur, de banden opgepompt, de fotocamera klaar voor gebruik en op pad. We rijden vandaag geen geijkte route, maar zwerven kriskras rond door het uitgestrekte gebied tussen Veluwe en IJssel.
Langs het Apeldoorns Kanaal - hoe fraai is dat toch, zónder enig toeristisch vertier - rijden we in de richting van Lieren. Langs de waterkant drijft een nest van een waterhoentje in het riet. Moeder en kinderen zitten in het nest, vader zwemt waakzaam rondjes. Ook zo laat in het voorjaar blijft het een mooi gezicht.
Het riet langs de waterkant is op veel plaatsen doorvlochten met felgele irissen die, als kleine zonnestraaltjes, het rustige groene beeld van het kanaal met rietkraag en imposante bomenrijen opvrolijken.
Onder het tweede viaduct door slaan we af en rijden in de richting van het Beekbergerwoud. De stammetjes achter het geel-paarse bordje van Natuurmonumenten zijn bij ieder bezoek dikker en dikker. Het begint al een echt bos te worden. Even verderop loopt het fietspad langs de Beekbergense Beek. Vroeger een rustig pad, nu door vele dagjesfietsers ontdekt. Oppassen voor tegenliggers dus, die vaak wat bozig kijkend passeren. Het is toch echt niet onze schuld dat het pad zo smal is ... Maar ja, eenrichtingsverkeer instellen op een fietspad in het buitengebied, dat is ook zo wat.
Langs het fietspad grenzen een aantal tuinen. Her en der staat een parasol, met daaronder een tafeltje met zelfgemaakte of zelfgeteelde waar. Bij één van de tafeltjes ligt een briefje met het verzoek, het geldbusje weer terug te brengen ... Het is toch wel ontzettend kinderachtig om zoiets weg te nemen. Bah!
We volgen de beek over de autoweg die tussen Klarenbeek en Eerbeek loopt. Hier een wat rustiger gedeelte. Bij een van de kikkervijvers houden we een korte pauze. De waterlelies staan volop in bloei. Een fraai gezicht, die grote begonia-achtige witte en gele bloemen die op een bed van blad op het water drijven. De kikkers springen van schrik in het water, terwijl ik voorzichtig vanaf de oever een foto probeer te maken.
In het gebied is tegenwoordig een fietsknooppunten-netwerk aangelegd. We laten ons verleiden een stukje van knooppunt naar knooppunt te rijden. Zo komen we op onvermoede plekken, zoals het gemoedelijke terras van het Voorste Huis, waar we een drankje drinken en een gezellig praatje maken met de eigenaar-vol-plannen. Verderop rijden we door het gehucht Klein Amsterdam. Voor de verandering hier eens geen kerk, maar wel een poezenpension!
In dit gebied staan verschillende ooievaarsnesten. Ik heb nooit geweten dat die ook hier nestelden - in de omgeving heet immers het ooievaarsdorp ten noorden van Zutphen hét centrum voor deze dieren te zijn. Maar hier voelen ze zich kennelijk ook op hun gemak. Op verschillende palen zien we nesten met jongen.
Van het ooievaarsnest naar De Hommel is maar een kleine stap. De Hommel is een theeschenkerij, gelegen in een fraaie tuin achter een oude boerderij. "Een heerlijke plek voor een kopje koffie met gebak of een zalig broodje uit eigen keuken. Lekker even ontspannen in onze sfeervolle boerderij of op het terras" - zo staat op hun website te lezen. En dat is niet zomaar reclame; zo hebben we het ook ervaren!
Van De Hommel willen we naar de IJsseloever. Alleen, we rijden de verkeerde kant op ... Geeft niet, in dit rustige buitengebied is het overal mooi! Vlak voor Hall - zover zijn we afgezakt - keren we om en rijden, nu in de goede richting, naar de rivier. Over de dijk, hier stil en rustig want motorrijders mogen hier niet komen, fietsen en wandelen we met aan de ene hand de Voorster Klei en aan de andere de drukbevaren rivier met de stroming mee in noordelijke richting.
Prachtige bermen zien we hier. Zo laat in het voorjaar nog zo veel bloemen, het is een onverwacht kadootje! Goudgele boterbloemen en dieppaarse klaver, vrolijke koekoeksbloemen en witte velden met fluitekruid. Een ooievaar klapwiekt zoekend naar eten laag over de uiterwaarden. Op verschillende plekken is, waar we ook kijken, geen spoor van menselijke bebouwing te zien. Een zeldzaamheid in Nederland.
Bij het gemaal aan het begin van de Nijenbeker Klei zien we de geheimzinnige slotruïne van Nijenbeek opdoemen. De geschiedenis van dit slot heb ik bij een eerdere tocht door de Voorster en Nijenbeker Klei al eens uit de doeken gedaan. Het is even zoeken naar de juiste weg naar het slot. Ook deze keer zijn we aanvankelijk de enigen op deze bijzondere plek. Het verbodsbord van Natuurmonumenten wordt nu kracht bijgezet met een bordje "Pas op voor de stier!". Verder lijkt er weinig veranderd. De vogels die hun nesten bovenin de slottoren hebben, vliegen af en aan. In het water glijdt een paartje zwanen langs. Een rustmoment bij een rust-monument: het oude slot Nijenbeek is zelfs in deze wat afzonderlijk gelegen streek een oase van stilte.
De zon begint alweer naar de horizon te zakken. Tijd om eens te zoeken naar een fraaie terugweg. Via Bussloo en het dorpje Posterenk, in de schaduw en het lawaai van de snelweg, rijden we door Twello de laatste kilometers terug naar huis, nagenietend van een prachtige fietstocht.
HetMagazijn