
WandelMagazijn > Door de Voorster en Nijenbeker Klei
De tocht
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
27 april 2008. Alweer zo'n mooie lentedag! We wandelen vandaag dicht bij huis. Met de trein reizen we naar het nieuwe station Voorst-Empe voor - ook al - een nieuwe wandeling van On Track die van de routemaker de fraaie titel Langs water lopen meekreeg.
De wandeling begint meteen al in een prachtig gebied. Over een smalle asfaltweg wandelen we evenwijdig aan de Hoendernesterbeek. De Hoendernesterbeek is een oude arm van de Oude IJssel, die weer een zijrivier van de IJssel is.
De beek wordt vaak ten onrechte aangeduid als de Oude IJssel, maar die naam geldt alleen voor het stuk zuidelijk van de spoorbrug bij Empe. Die Oude IJssel is trouwens geen klein onbeduidend riviertje, als u dat misschien zou denken. Ze ontspringt in Duitsland onder de naam Issel en loopt daarna door de gemeenten Oude IJsselstreek, Doetinchem en Bronckhorst en mondt tenslotte bij Doesburg uit in de IJssel. In de loop van de tijd is het stroomgebied behoorlijk veranderd. In het Nedersaksisch heet de rivier de Olde Iessel.
De Hoendernesterbeek is tegenwoordig een natuurgebied, stilletjes weggestopt in de uiterwaarden van de IJssel. Ooit wandelden wij over de lange bomenlaan die wij in het land achter de beek zien opdoemen, maar dit fraaie gebied langs de beek kenden we nog niet. Tussen de takken door zien we de torens van de oude Hanzestad Zutphen. Langs de oevers van de beek is een ruig gebied met riet en wilgenbomen. Van alle kanten klinken vogelgeluiden. Op de landweg worden we een enkele maal door een auto gepasseerd. Verder is er in de wijde omgeving geen mens te zien.
In een klein uur tijd wandelen we door dit mooie gebied naar de IJsseldijk. Een prachtig begin van de tocht! Mijn dag kan al niet meer stuk. Langs boerderijen, akkers en weiden met uitgelaten veulens wandelen we voort.
Het eerste stuk IJsseldijk is een heel contrast met het bijna ydillische landschap waar we zojuist door kwamen. We lopen hier recht tegenover de Marshaven en daarachter het grijze industriegebied van Zutphen. Op het smalle pad op de IJsseldijk is het een gedrang van fietsers, motorrijders en wandelaars.
Gelukkig verandert de route na enige kilometers van weg in wandelpad en de omgeving van industrie in natuur. Na het passeren van het hoge hek dat het begin van het voetpad markeert, kijken we uit over het land van de Voorster Klei en het water van de IJssel met daarachter het uitgestrekte natuurgebied Rammelwaard met zijn slenken, wilgenbossen en strandjes. In de Rammelwaard wemelt het van de eenden en ganzen.
Op het voetpad is het rustig. Slechts enkele wandelaars komen ons tegemoet; een verdwaalde fietser komt ons achterop. Het pad loopt over de brede IJsseldijk, omzoomd met weiden die volop in bloei staan. We wandelen langs een weelderig groen tapijt doorspikkeld met het geel van paardebloemen, het roze van de pinksterbloem en het wit van de madelieven.
Na een goed uur wandelen komen we bij het gemaal Baron Van der Feltz. Hier eindigt het voetpad en gaat weer over in een weg die ook voor fietsers en motorrijders open is. Het is er dan ook direct een stuk drukker.
Wij verlaten hier de dijk, dalen het taluud af naar de Voorsterbeek, die we een stuk volgen over een smal graspad langs de oever. Na enige tijd komen beek en dijk weer bij elkaar. Via een overstap klimmen we op de dijk die we vervolgen langs twee boerderijen, verscholen tussen hoog geboomte. Een echt coulissenlandschap zien we hier. Kleine akkers liggen tussen hoog opgaande rijen populieren en eiken. Het landschap is boeiend omdat met iedere stap het perspectief verandert.
Even verderop bereiken we de Bomendijk. De Bomendijk is onderdeel van de Veluwsche Bandijk, die van Voorst naar Wilp loopt. De Bandijk is een oeroude waterkering uit de twaalfde eeuw, die nog steeds een rol vervult in de bescherming tegen het water van de IJssel.
Het is bijna onvoorstelbaar dat de dijk het in het Nederlandse cultuurlandschap dat ontelbare keren op de schop is geweest al zo lang uithoudt. De IJssel is een rivier die in de loop van haar bestaan haar koers vele malen heeft verandert. Nu is zij vanaf de Bomendijk niet eens meer zichtbaar. Zij stroomt zes kilometer verderop. Maar 800 jaar geleden, toen de streek werd geteisterd door de Sint-Julianavloed, stond het water tot aan de stuwwallen van de Veluwe en overstroomde het dorpen en steden in de hele IJsselvallei.
Die Sint-Julianavloed, die plaatsvond op 16-17 februari 1164, trof vooral Groningen, Friesland en Noord-Duitsland, maar had ook zijn uitwerking op de zuidelijker gelegen gebieden zoals de IJsselvallei. De overstromingsramp bracht grote schade en kostte 'meer dan honderdduizend mensenlevens'. In die tijd stond het getal honderdduizend voor 'heel veel'.
Op de website van Trouw Natuurtochten lezen we in de beschrijving van een wandeling over de Bandijk over de ontstaansgeschiedenis. Een citaat: Het werd "Hoog tijd voor dijken dus: zomerdijken langs de rivier en een winterdijk in het achterland - in dit geval de Veluwsche Bandijk.
Van deltahoogte had men toen nog niet gehoord, van kansberekeningen nog geen kaas gegeten. Er werden bergjes opgegooid en als ze niet waterbestendig genoeg bleken, kwam er een laag grond bovenop. Waar een dijk brak, werd er een nieuw stuk voor- (of achter-)gebouwd - om het kolkgat heen.
Uit de kronkels die de Bandijk maakt is af te lezen dat de IJssel het vaak op haar heupen moet hebben gehad: om de haverklap maakt de dijk een bocht en wijzen de waterwielen op een angstig moment in het verleden. Als goedmakertje zijn die monumentjes van vroeger nu paradijselijke stukjes natuur geworden."
Waaraan de Bomendijk z'n naam ontleent, zal iedereen meteen duidelijk zijn. Dat zijn de ruim 11.000 bomen die op en langs de dijk staan. We zien vele soorten, van peer tot kastanje, appelbomen, populieren, van eik tot walnoot. De dijk kronkelt alle kanten op en wij, wandelend over het smalle pad over de kruin, kronkelen mee. Marjan ziet in het stille bos een ree wegschieten. In de oksels van de dijk zien we het ene kolkgat na het andere. En het klopt wat bij Trouw Natuurtochten geschreven staat: de stille watertjes, veelal omgeven door dicht struikgewas en in deze vroege lentemaand overdekt met een lichtgroen waas van nieuw blad, zijn paradijselijke stukjes natuur.
Het lijkt alsof de eeuwenoude dijk in geen tijden is aangeraakt door mensenhanden. Maar schijn bedriegt. De dijken langs de grote rivieren worden vanwege de overstromingen in het laatste decennium door de klimaatverandering aangepast. Hogere dijken, bredere dijken en vooral ook dijken die niet verzwakt worden door boomwortels. Dat leidde in het geval van de Bomendijk tot jarenlange discussies. Aan de ene kant was er het veiligheidsaspect, maar aan de andere kant wilde men ook graag dit waardevolle natuurmonument, al acht eeuwen lang markant aanwezig in de IJsselvallei, behouden.
Uiteindelijk is er, zoals te lezen staat in de uitstekende routebeschrijving van On Track, gekozen voor een unieke oplossing. In de kruin van de dijk is een stalen damwand ingebracht - 'ingedrukt', moet ik eigenlijk schrijven, want zo is het gegaan. Het Waterschap Veluwe koos niet voor heien, omdat voor de daarbij benodigde kranen geen plaats op de dijk was. In plaats daarvan koos men voor het indrukken van de wanden volgens de silent piler methode. Over de damwanden loopt een smal drukmiddel, dat de reactiekracht ontleent aan de al ingebrachte planken. De eerste planken moeten dus altijd worden ingeheid, maar dit kon op een niet met bomen begroeide plaats gebeuren.
Er was op de Bomendijk weinig ruimte om zo'n damwand te plaatsen, maar omdat er voor de gebruikte methode slechts een strook van twee meter hoefde worden vrijgemaakt van bomen en overhangende takken, is het toch gelukt. In 2001-2002 is zo vier kilometer dijk van damwanden voorzien. Van de 1900 bomen op dit traject hoefden er slechts negentien te worden verwijderd.
Na enige tijd wordt de Bomendijk doorsneden door een landweg. Door de vele bomen hebben we op de dijk geen uitzicht op de omliggende landerijen. Eigenlijk loop je er gewoon door een bos. Door de opening die de landweg in het geboomte maakt, kunnen we voor het eerst een blik werpen op de Nijenbeker Klei.
Een landschap van vettige weilanden ontvouwt zich, omzoomd door lage meidoornhagen met her en der bosjes eikenhakhout en wilgen. Het groene gras is versierd met uitbundig gekleurde velden lichtroze pinksterbloemen. Felgele paardenbloemen geven het zonovergoten landschap nog eens een extra feestelijk tintje. Vanaf de dijk kijken we verrast naar dit prachtige landschap, zo dicht bij huis en tegelijk zo onbekend. Het is één van die momenten van groot genieten, die het wandelen zo de moeite waard maken.
We gaan even terug naar de schrijver van het stukje in Trouw Natuurtochten: "Het bewijst weer dat een bos op z'n mooist is op het moment dat je er uitkomt en de wereld opengaat. En die wereld is hier, vanaf de dijk, waar het woord idylle voor bedacht is." Beter had ik het zelf niet kunnen omschrijven.
Over de landweg wandelen we temidden van de weilanden. Ten noorden van ons ligt in de verte Huize de Poll; het gebied waar wij nu wandelen, behoort tot het landgoed. De landweg gaat langzamerhand over in een graspad tussen meidoornhagen. Zig zag loopt het pad in de richting van de IJsseldijk. Koeien en schapen kijken verbaasd op naar die verdwaalde wandelaars in hun domein. Het gebied ziet er niet naar uit dat er veel mensen komen. Misschien is het juist daarom nog zo fraai!
Over de dijk vervolgen we onze route naar slot Nijenbeek. We zagen de ruïne al vaak tijdens fietstochten vanuit de verte. Vanaf het gemaal Baron Van der Feltz is het slot bijvoorbeeld goed zichtbaar, tussen de appelbomen door. Maar nog nooit eerder waren we er zo dichtbij geweest - eerlijk gezegd, wisten wij ook niet dat dat mogelijk was. Een verharde weg leidt langs een fraaie boerderij naar het oude slot.
Van veraf vonden wij het slot altijd al intrigerend en imposant; van dichtbij is dat niet anders. Lopend langs de weg ligt de slotruïne verscholen achter een grote boom en een wat vervallen maar zo te zien nog wel bewoond huisje. We mogen de ruïne niet in. Overal staan borden waarop voor instortingsgevaar wordt gewaarschuwd. Niet ten onrechte, want het slot ziet er brokkelig uit. Een trap en bijgebouw naast de toren zijn helemaal ingestort; door de muren lopen grote scheuren. Het slot, deels in het water van de IJssel, staat er niet goed bij.
In het Digitaal Informatiecentrum Nijenbeek lezen we het volgende over de geschiedenis van het kasteel. "Hoewel de naam pas in 1266 voor het eerst opduikt in de geschriften, was de Nijenbeek waarschijnlijk reeds rond 1230 aan de oevers van de IJssel gebouwd. Het kasteel, dat in zijn beginjaren nog aan alle zijden door de rivier omsloten werd, was in deze tijd nog in het bezit van ene Theodericus (Dirk), ridder en heer van de Nijenbeek. Het bestond toen nog slechts uit de woontoren en van enige aanbouwen was nog geen sprake. Spoedig daarna kwam het echter in het bezit van de graven van Gelre, die er honderden jaren lang hun greep op zouden behouden. Vanaf het einde van de veertiende eeuw, werd het kasteel als leen in handen gegeven van het geslacht Van Steenbergen, dat het tot in de achttiende eeuw zou beheren. Gedurende deze eeuwen doorstond het slot vele woelige tijden.
Waarom de Nijenbeek op de genoemde locatie aan de IJssel gebouwd werd, laat zich makkelijk raden: De ligging aan de rivier verzekerde controle over het waterverkeer, terwijl het slot tegelijkertijd op een strategisch punt lag, op de grens van drie gebieden: De Veluwe, een achterleen van de Hertog van Brabant; het graafschap van Zutphen en Overijssel, dat onder de bisschop van Utrecht viel.
Het bekendste hoofdstuk uit de geschiedenis van de Nijenbeek wordt gevormd door de gevangenschap van de Dikke Hertog. In 1343 volgde Reinald III zijn vader op als hertog van Gelre. Enkele jaren na zijn aantreden gebeurde het dat een van Reinalds raadslieden, Gijsbert van Bronckhorst, in conflict kwam met de bisschop van Utrecht. Reinald zag zich gedwongen de zijde van zijn Gijsbert te kiezen, waarop de bisschop van Utrecht steun zocht bij de vijanden van de Bronckhorsten, de Heekerens.
Kort daarop echter liep Reinald over naar de zijde van de Heekerens, waarop de Bronkhorsten hun steun zochten bij Reinald's broer Eduard. De strijd duurde enige jaren met tussenpozen voort, totdat Reinald bij de slag bij Tiel beslissend werd verslagen en door zijn broer gevangen werd genomen.
Hoewel Reinald enige jaren nabij Arnhem gevangen zat, werd hij rond 1365 naar de Nijenbeek overgebracht, waar hij tot aan de dood van zijn broer in 1371 verbleef. Volgens de overlevering liet Reinald zich de culinaire geneugten des levens goed smaken, waardoor hij dusdanig in omvang toenam, dat men bij zijn uiteindelijke vrijlating een stuk uit de muren moest breken om de hertog zijn vrijheid te kunnen geven."
Ook in later eeuwen kende het slot een woelige geschiedenis en vele verbouwingen. U leest er meer over bij het Digitaal Informatiecentrum Nijenbeek; beslist een bezoekje waard.
Lang leek het erop dat de Nijenbeek ongeschonden het geweld van de tweede wereldoorlog zou doorstaan. Maar het liep anders. Begin april 1945 werd het monumentale gebouw door de geallieërden zwaar beschoten, om zo de op de Nijenbeek gelegerde Duitsers te verjagen. Het kasteel werd ernstig beschadigd. De zestiende-eeuwse aanbouw werd volkomen vernietigd, enenvals het negentiende-eeuwse piramidedak. De donjon zelf incasseerde talloze granaattreffers.
In afwachting van restauratie werd een houten nooddak aangebracht. In de loop der jaren is dit dat echter verrot en uiteindelijk ingestort, zodat de elementen vrij spel hebben en het bouwwerk steeds verder wordt aangetast. Op de bovenkant van de toren groeit zelfs een boom, waardoor het muurwerk wordt losgewrikt.
De Werkgroep tot behoud van Kasteel Nijenbeek organiseerde in april 2007 in het kader van het Museumweekend een Nijenbeek manifestatie om de aandacht vestigen op het naderende einde van het slot als er niets gebeurt. De werkgroep is in januari 2006 opgericht met als doel de restauratie van Nijenbeek te bespoedigen. Het is te hopen dat de Werkgroep - in samenwerking met de eigenaresse van de burcht - succesvol is in haar streven en dat dit markante slot voor de toekomst behouden kan blijven.
Van het oude slot met z'n gedenkwaardige geschiedenis wandelen we de polders in. In vette kluiten ligt de omgespitte klei op de akkers te wachten op zaaigoed. Over een lange landweg komen we tenslotte weer uit bij de IJsseldijk en het gemaal. We volgen nu de Voorsterbeek in zuidelijke richting.
Door de Voorster Klei, om boerderij Welgelegen heen. De in reacties van wandelaars op de website van On Track genoemde vervaarlijke boerderijhond is in geen velden of wegen te bekennen. Na de boerderij vergissen we ons in de route. Over de weg dan maar naar Voorst, op een steenworp afstand. Op een bankje onder een reusachtige boom eten we onze laatste boterhammen op.
Bij de kerk van Voorst begint het buitengewoon fraaie kerkepad door de weilanden, dat we al kennen van een eerdere wandeling in deze omgeving. Zo vroeg in het voorjaar oogt het pad toch weer heel anders dan in de nazomer. Nu kaal, pas gemaaid en gesnoeid, toen weelderig en dicht begroeid. Uiteindelijk bereiken we de weg langs de Hoendernesterbeek, die ons terugvoert naar station Voorst, waar we de trein net voor onze neus zien wegrijden.
Aan ons humeur doet dat niets af - deze wandeling was zonder twijfel de fraaiste die wij ooit in onze eigen omgeving maakten. We lopen deze route vandaag zeker niet voor het laatst!
De informatie over de Oude IJssel is afkomstig uit de Wikipedia. De informatie over de silent piler methode is ontleend aan Raadsinformatiebrief nr. 21 (2007) van de gemeente Amersfoort, waar een soortgelijk project heeft plaatsgevonden.
HetMagazijn