Een zomerweekend op Ameland, 30-31 augustus 2008

WandelMagazijn > Een zomerweekend op Ameland

De tocht

Eerste pagina van deze tocht | De foto's

Zaterdag 30 augustus 2008. De (meteorologische) zomer eindigt dit jaar met een prachtig weekend. Na een verregende vakantie op de Aran Eilanden in Ierland een nieuwe kans om het échte eilandgevoel op te pakken! Met trein, bus en boot reizen we af naar Ameland. De tent gaat mee, want er was geen pension meer te krijgen.

Als je naar Ameland reist, verlaat je het vasteland eigenlijk al voordat je op de boot stapt. De weg door de buitendijkse polders naar de veerhaven is zeker een halve kilometer lang. Langzaam, bijna bedachtzaam en omzichtig, door bochtige geulen, vaart De Oerd naar het eiland. In drie kwartier tijd zien we het eiland naderbij komen.

Op de lange pier van Nes, het belangrijkste stadje op Ameland, staan de bussen en taxi's al klaar. Wij nemen de benenwagen en wandelen buiten Nes om naar de kampeerplaats. Een prachtige beschut terrein, waar maar weinig mensen staan. Een natuurcamping koos Marjan uit, dus geen plek voor lawaaizoekers. We vinden een stil plekje aan de rand van het terrein, grenzend aan een drassige weide met koeien.

We hebben al enige tijd niet meer gekampeerd, maar desondanks staat de tent in een wip. Een kop koffie en dan op pad.

Natuurlijk is onze eerste gang naar het strand, slechts een paar honderd meter van onze camping. Het is er bijna stil. Slechts een enkeling ligt in de luwte van de duinenrij te zonnen. Zwemmers zijn er niet, behalve dan enkele mannen die, tot hun knieën in het water staand, met een stok langzaam heen en weer lopen. Wat zouden ze aan het doen zijn? Nieuwsgierig lopen we er op af. Het blijken garnalenvissers en ze hebben vandaag een goede dag. Op een zeiltje op het strand ligt al een flinke hoop schaaldieren klaar voor de pellers.

Langs het strand wandelend, zien we al snel waarom er nauwelijks mensen in zee zijn. De kwalliteit van het water is eenvoudig te hoog. In de vloedlijn liggen hele reeksen weekdieren en op het harde natte zand hebben de golven de kwallen-jongen achtergelaten als kleine vormloze, doorzichtige druppels. Zo liggen ze daar op het zand, als tranen van de zee.

Bij één van de spaarzame strandpaviljoens strijken we neer voor een hapje. Zee maakt hongerig. Het feit dat er zo weinig strandtenten langs het strand staan, zorgt voor rust en ruimte voor mens en dier. Zo zou het eigenlijk langs de hele kust moeten zijn ...

We wandelen over de Strandweg naar Nes, een knus en gezellig stadje met veel oude huizen. Door het mooie weer puilen de terrassen uit. Maar bijna nergens klinkt een wanklank. De vakantiegangers en dagjesmensen zitten on-Nederlands rustig te genieten van de fraaie laatste zomerdagen van het jaar.

We eten een hapje bij De Jong en wandelen terug naar de tent. Daar is het stil en rustig - ondanks dat er ook twee groepen jongeren kamperen. Ameland is inderdaad on-Nederlands rustig - een ware verademing!

Zondag 31 augustus 2008. Koffie op bed in de tent, terwijl de zon achter de bosrand vandaan komt. Het begin van opnieuw een stralende dag. We wandelen door het bos naar de Mochdijk. Van daar komen we in een kleurrijk duingebied. We zien het oranjegeel van de duinroos, het felle rood van de lijsterbes, de violetpaarse vlierbes en braam. Er is geen mens te zien. In deze duinen graast een kleine kudde paarden. Als ze ons zien, lopen ze naar het pad. Ze zijn wandelaars gewend en misschien ook wel een beetje de boterhammen die deze vaak bij zich hebben ...

Bij het fietspad langs de duinenrij steken we door naar het strand over een smal paadje. Langs fraaie met hoog helmgras begroeide duintoppen bereiken we het strand, dat we hier helemaal voor ons alleen hebben; een luxe die we ongetwijfeld niet delen met de dagjesmensen die de Noord- of Zuidhollandse kust aandoen. Daar zal op deze mooie dag vast wel weer een bezoekersrecord worden gebroken.

We maken een rustige strandwandeling in oostelijke richting tot de hoogte van Buren, waar een vliegerfestival plaatsvindt. Prachtig gekleurde vliegers in alle vormen en maten wervelen door de lucht, een vrolijkmakend gezicht. De vliegeraars hebben uitgelezen weer getroffen. Er staat, behalve een stralende zon, een lekker fris windje, precies genoeg om het vliegeren tot een uitdaging te maken. We zien vliegeraars die bijna door de wind worden meegesleept - wie vliegert er nu met wie, vragen we ons af.

Opvallend op onze tocht zijn behalve de vliegers de ontelbare scheermessen op het strand. Op sommige plaatsen liggen de langgerekte schelpen als hopen op het strand. Ik heb er nog niet eerder zoveel bij elkaar gezien.

Op ons gemak wandelen we in de namiddag terug naar de camping, waar we de boel opbreken en daarna de lange reis naar huis aanvangen.

Op de boot is het druk. Ik maak me nog zorgen of er wel genoeg plaats is in de bus naar Leeuwarden. Marjan merkt op, dat de meeste passagiers met de auto zullen zijn en ze krijgt - zoals gewoonlijk - gelijk. Nog niet één procent blijkt bij aankomst in Holwerd van de bus gebruik te maken.

Die aankomst in Holwerd heeft trouwens nog wel wat voeten in de aarde, of beter gezegd, in het Waddenzeezand. Het is extreem laag water als we terugvaren naar de vaste wal. In plaats van een zee van water zien we om ons heen een fijnmazige delta van geulen en slikken, van zandbanken en zandplaten. Een prachtig gezicht, die onafzienbare met riviertjes doorsneden droogvallende vlakte die ligt te blinken in het licht van de laagstaande zon. Vogels vliegen langs de rand van de geul met ons mee, azend op voedsel dat de boeggolf van De Oerd op de net drooggevallen oevers werpt. Uitgerekend nu is de batterij van m'n camera leeg - dat zul je altijd zien!

De vaargeul is af en toe angstig smal. Boven het lawaai van de motoren klinkt het gepiep van de dieptemeter. Langs de boot kolken grote hoeveelheden bruingeel zand omhoog en af het toe schokt het even, als we de bodem raken. De boot vaart langzamer en langzamer.

"Als alles goed gaat, zijn we om zes uur in Holwerd", klinkt het door de luidsprekers, terwijl de eerste mensen zich al bij de uitgang posteren. Nog een uur dus ... We beklimmen maar weer de trap naar het buitendek, om nog even te genieten van de schitterende omgeving. Nog nooit heb ik het water zó laag zien staan op het Wad. De laatste paar honderd meter naar de pier in Holwerd gaan stapvoets. Zullen we in het zicht van de haven stranden?

Gelukkig gaat alles goed, al schraapt de kiel van de veerboot wel herhaaldelijk over de bodem. Maar uiteindelijk meren we precies op de onderweg aangekondigde tijd af. De bus in, naar Leeuwarden waar de trein naar het zuiden al voor ons klaar staat. Na een lange treinreis arriveren we in het donker in onze woonplaats. Einde van een kort maar aangenaam zomerweekend op Ameland.