
WandelMagazijn > Het Overijssels Havezatenpad
De tocht
Het Overijssels Havezatenpad | Eerste etappe, van Oldenzaal naar Drienerlo |
Tweede etappe, van Drienerlo naar Delden |
Derde etappe, van Delden naar Goor |
Vierde etappe, van Goor naar Rijssen |
Vijfde etappe, van Rijssen naar Nijverdal |
Zesde etappe, van Nijverdal naar Ommen |
Zevende etappe, van Ommen naar Dalfsen |
Achtste etappe, van Dalfsen naar Zwolle |
Negende etappe, van Zwolle naar Zwartsluis |
Tiende etappe, van Zwartsluis naar Giethoorn |
Rondwandeling Vollenhove
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Rondwandeling Vollenhove
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Vierde etappe, van Goor naar Rijssen
Zaterdag 27 september 2008. Het laatste mooie weekend van september. Met Marianne wandelen we dit weekend de NS-wandelroute Markelose Berg, onderdeel van het Overijssels Havezatenpad. De route begint waar we onze laatste etappe van het Havezatenpad eindigden, in Goor.
We wandelen Goor uit, door de villawijk waar we vorige keer lang in rond dwaalden. Nu zien we duidelijke markeringen en duurt de wandeling een stuk korter. Langs fraaie huizen en een grote vijver waar we geadviseerd worden het water niet te belopen - hoe verzin je zo'n bordje - wandelen we naar het Twentekanaal. Trapje op, brug over, een steil talud naar beneden en we bevinden ons meteen weer in het fraaie buitengebied van het Hof van Twente.
Al bij de eerste boerderij langs het kanaal raken we de route kwijt. Geen goed begin! We wandelen over het erf een graspad op. Achter ons hard geblaf. Het is de boerderijhond, die de route beter kent dan wij. En dat niet alleen - hij wil helpen. "Jullie lopen verkeerd!", blaft hij. Hij springt heen en weer bij een hek dat in een andere richting wijst. Marjan tuurt nog eens goed op de kaart. "Die hond heeft gelijk", concludeert ze. Terug dus, naar het andere pad en langs de hond, die ons tevreden aankijkt. "He he, eindelijk begrijpen jullie het", hijgt hij met de tong uit de bek. Het is hard werken voor zo'n dier langs een onduidelijk aangegeven wandelpad, maar ja - je bent waakhond of niet.
Langs een kronkelige bosrand wandelen we naar Kasteel Weldam, een voormalige havezate uit de zeventiende eeuw. Op het landgoed, waartoe kennelijk ook de boerderij van zonet behoort, mogen geen markeringen worden aangebracht. Gelukkig dat er wel honden mogen zijn ...
Weldam roept een vraag op: wat is het verschil tussen een havezate en een kasteel? Het routeboekje geeft antwoord: "Een havezate is een versterkt huis omgeven door grachten. Het is de behuizing van een voornaam persoon, die niet van adellijke afstamming behoefde te zijn, maar die zich op grond van zijn bezit en verdiensten tot edelman had opgewerkt, lid was van de ridderschap en daardoor stemrecht en zeggenschap kreeg in de provinciale staten. Een kasteel is een van begin af aan zwaar gebouwd, verdedigbaar adellijk huis met poorten, torens en een gracht, bedoeld om de vijand buiten de deur te houden.
Tussen de veertiende en de zeventiende eeuw verrezen de havezaten van de kleine adel; eigenlijk niet meer dan betrekkelijk bescheiden stenen huizen waarvan de bewoners net als de boeren leefden van de landbouw. Het verschil was dat de adellijke agrariërs beschikten over de betere gronden. Bovendien genoten ze een aantal privileges zoals het jacht- en visrecht en het recht in hun gebied belastingen te heffen."
Kasteel Weldam voldoet eigenlijk aan geen van de definities, concluderen we. Het was oorspronkelijk een havezate die in de zeventiende en later in de negentiende eeuw is verbouwd tot kasteel.
Over een klinkerweg wandelen we naar het Achter Nijenhuizerveld, waar aan de overkant van een vers geoogst maisveld het Nijenhuis opdoemt, alweer een oude havezate die nu kasteel genoemd wordt. We steken de Diepenheimse Molenbeek over en wandelen door het mooie besloten coulissenlandschap naar het stadje Diepenheim.
Diepenheim is een mooi rustig Twents stadje. We wandelen over een gezellig plein naar een zonovergoten terras. Koffie met appelgebak. "U kunt het nog best hebben meneer", schat de serveerster in na mijn eerste - caloriëngestuurde - weigering. Kijk, iemand die er verstand van heeft. Mijn dag is weer goed!
In het Plumershuuske, waar tegenwoordig de VVV in zit, horen we dat er dit weekend schuttersfeest is. Het uitrukken van de Schutterij is aanstaande, vertelt de dame achter de balie; de optocht zal over een half uurtje langs trekken. Een goede reden om nog wat langer in Diepenheim te blijven.
Het Plumershuuske is een voormalig daglonerswoninkje, genoemd naar de bouwer, Herman Plumers, die het rond 1850 liet neerzetten. Tot 1937 heeft het huisje, dat als één van de laatste karakteristieke pandjes in het centrum van Diepenheim bewaard is gebleven, als woonhuis dienst gedaan. Daarna is het onbewoonbaar verklaard, maar niet gesloopt. Nu is het mooi gerestaureerd en vormt het, zoals gezegd, een goed onderdak voor het toeristenbureau. De voorkamer geeft een goede indruk van de omstandigheden waaronder de bewoners in de tweede helft van de negentiende eeuw hebben gewoond, gewerkt en geleefd. Ik neem even plaats op een wat wankele, met biezen beklede stoel naast de tafel voor een foto die Marjan van de fraaie ruimte maakt.
De aardige winkeltjes langs de hoofdstraat maken dat de tijd omvliegt. Een paar klompen, kandelaars en een glazen pot rijker (en de rugzakken enkele kilo's zwaarder) lopen we naar het verblindend witte gemeentehuis waar de rode loper uit ligt, de bevolking zich verzamelt en de burgemeester klaar staat om de schutterskoning en -koningin te ontvangen.
In de verte klinkt al het tromgeroffel van de Harmonie Diepenheim. Met paard en wagen rijden de schutterskoning en -koningin voor. De burgemeester heet ze hartelijk welkom en opent het Schuttersfeest. De omstanders klappen, de harmonie speelt, de zon straalt. Bloemen voor het koningspaar, kinderen dansen op klompen, vaders en moeders, opa's en oma's kijken trots toe terwijl de lokale omroep het hele spektakel vastlegt. Wat een aardig feest! Diepenheim laat zien wat ik altijd al vond: dat een leuk volksfestijn helemaal geen grootschaligheid nodig heeft.
De Diepenheimse Schutterij heeft geen wortels in een ver verleden maar, zo lees ik op de website, is in 1923 opgericht met als voornaamste doel het organiseren van een kermis en van volksspelen. Nou, daar zijn ze in ieder geval dit jaar goed in geslaagd.
We laten de feestgangers achter ons en vervolgen onze route. Langs Huize Diepenheim lopen we over paden en wegen door het Twentse land naar de Schipbeek, in de vijftiende eeuw in opdracht van de Deventer schepenen gegraven om een betere verbinding met Twente en Duitsland te krijgen. De Schipbeek diende onder meer voor het transport van hout voor de bouw van schepen van de Verenigde Oostindische Compagnie.
Even voorbij havezate Westerflier wandelen we verkeerd. Op de kaart lijkt het alsof we hier vlak langs de Schipbeek moeten lopen. Maar een goed pad vinden we niet. Over mesthopen en prikkeldraad - alweer een winkelhaak in m'n broek - zoeken we onze weg, die vervolgens het struikgewas in leidt en een eind verder uitkomt in een tuin. De bewoners, die rustig zitten te zonnen, schrikken zich rot als er opeens drie vreemde mensen voor hun neus staan. Maar onze excuses worden aanvaard en de weg naar de juiste route is snel gewezen.
Door bos en langs maisakkers wandelen we naar restaurant De Viersprong. Tijd voor een drankje en de laatste boterhammen. Voorbij De Viersprong steken we een provinciale weg over. Aan de overzijde ligt een boerderij waar, zo als op zoveel boerderijen in dit gebied, streekproducten te koop worden aangeboden. We hebben vandaag al ontelbare stalletjes en tafeltjes met pompoenen, appels en zelfgemaakte jam en sauzen gezien. Marjan wil toch nog wel een potje jam meenemen.
De boerin komt net aanlopen en maakt een praatje met ons. "Waar overnachten jullie?", vraagt ze nieuwsgierig. Wij moeten even in de rugzak grabbelen naar het papier met de naam. "Ach, da's een vriendin van mij!", reageert ze op ons antwoord. Hier kent iedereen elkaar nog. "Doe haar maar de hartelijke groeten". Na het uitwisselen van ervaringen met de plattelandsvrouwenvereniging en een smakelijk recept voor rozebotteljam wandelen we verder.
Over de brug over het kanaal vervolgen we even later onze route opnieuw langs de Schipbeek. Een lang traject langs een dijk met populieren - voor zover ze niet gekapt zijn, want er is hier op sommige stukken flink huisgehouden.
Aan de overzijde van het water kijken we uit op een verstild landschap met akkers, weiden en boerderijen. Even wordt de rust verstoord door een meisje op een paard dat aan de overkant voorbij gallopeert. Een grote hond holt voor mens en dier uit. Een vrolijk gezicht. Even verderop koelt de langharige hond zichzelf af in het water van de Schipbeek en halen we ze weer in. Een zwaai, en daar gaan ze weer, in omgekeerde richting.
Voor Markelo wacht ons een verrassing: de Markelose Berg, waarna de wandelroute is genoemd. Van de kant van waar wij aan komen wandelen is het een lage, deels beboste heuvel. Eenmaal boven echter biedt de berg naar het oosten een on-Nederlands uitzicht op het dorp Markelo en de markante stellingmolen De Hoop, in de diepte gelegen op de grens van es en bos.
Bovenop de heuvel zien we nog iets bijzonders: een wijngaard. De Roosenburg is een kleine hobby-wijngaard, ontstaan in 1993. Er zijn ongeveer 250 druivenstokken aangeplant op de warme zuidoostkant van de Markelose Berg op een bodem van leem en kiezel. Steeds vaker zien we deze jaren de tekenen van klimaatverandering in het landschap om ons heen.
We dalen af over een holle weg naar het kruispunt van wegen, waar we afslaan naar ons b&b voor vanavond. We worden er vriendelijk welkom geheten en als we eenmaal de groeten van de bevriende boerin hebben overgebracht, is het ijs helemaal snel gebroken. Een gezellige en smakelijke maaltijd in het Wapen van Markelo besluit onze wandeldag.
Zondag 28 september 2008. De mist hangt laag over de velden; een waterig zonnetje werpt een aarzelend licht op de landerijen. De weergoden staan op de grens van zomer en herfst en aarzelen wat het zal gaan worden. Wij kennen de voorspelling en weten het dus al: dit is voor de komende tijd de laatste mooie dag. Laten we ervan profiteren!
Een oud hondje koestert zich langs de muur van een schuur in de zonnestralen. Hij vindt het heerlijk om even geaaid te worden en draait zich stram rond onze benen. Ook voor hem is het zo een prettig begin van de dag. Over landwegen door de stille Achterhoek. De mist ligt als een dunne deken over het landschap. We genieten van de verstilde uitzichten op mais- en bietenvelden, weilanden met slaperige koeien en prachtige boerenhoeven.
We komen langs het schuurtje van de familie Overmeen - "Heet u welkom, consumptie niet verkrijgbaar" staat er op een bordje - waar we van de aardig aangeboden zitgelegenheid gebruik maken om een boterhammetje te eten.
Na enige kilometers verandert het landschap totaal, maar het wordt er zeker niet minder op. We komen in De Borkeld. Dit natuurreservaat van Staatsbosbeheer is eigenlijk een uitloper van de Sallandse Heuvelrug, met de Friezenberg (40 meter) als hoogste punt. Op de flanken van deze stuwwal uit de IJstijd liggen grote heidevelden, afgewisseld door naaldbossen. De begroeiing is er fraai en gevarieerd. Op de heide zien we ook eiken en berken en verschillende jeneverbessen.
We staan eigenlijk verbaasd te kijken van dit mooie natuurgebied, dat we geen van drieën kenden. De streek tussen Markelo en Rijssen, tussen Sallandse Heuvelrug en Twente, is voor ons een onbekend gebied. Ten onrechte, zo blijkt nu, want het is er prachtig.
We wandelen over bospaden langs de rand van de heide. In de schaduw van de bosrand wemelt het van de kabouterdekentjes. Bedauwde spinnenwebben weven ragfijne kleedjes tussen takken en heidestruiken. Het is een sprookjesachtig gezicht.
Het is vroeg en dus nog rustig in het gebied. We verrassen een kleine veldmuis, die ons niet zo snel in de gaten heeft. Snel trekt hij zich terug onder een heidetak. Muisstil - hoe kan het ook anders - houdt hij zich, hopend dat we maar snel doorlopen.
Dat doen we, langs de bosrand en even later over een zandpad dwars door de heide. Aan de overkant komt een einde aan de stilte. Daar raast, onzichtbaar achter een smalle bosstrook, het verkeer over de A-zoveel, evenwijdig aan het pad.
Na enige tijd steken we de autoweg over en door uitgestrekte bossen bereiken we Rijssen. Door het bos maken we een omtrekkende beweging, waarbij we op het zogeheten Rijssens Leemspoor stuiten.
Al eeuwenlang worden er in en om Rijssen stenen gebakken van de leem die hier in de IJstijd is afgezet. Aanvankelijk gebeurde dat dichtbij de vindplaatsen van leem; later moest deze grondstof over steeds grotere afstanden worden vervoerd naar steeds grotere steenfabrieken.
In het begin ging dat met paard en wagen, maar vanaf 1907 werd er een smalspoor aangelegd dat na een voorzichtig begin uitgroeide tot een enkelsporig net van zo'n twaalf kilometer lengte. De dienstregeling was heel simpel: volle treinen hadden voorrang op lege treinen. Als ze elkaar tegenkwamen, reed de lege trein achteruit tot een wisselplaats.
Tegenwoordig wordt er geen steen meer gebakken maar het Rijssens Leemspoor rijdt nog steeds. Nu niet meer met leem maar met mensen, als museumspoorweg.
Over het fraaie landgoed Oosterhof wandelen we Rijssen in. Een oorspronkelijk oud centrum kunnen we niet ontdekken; de weinige oudere huizen lijken verdwaald tussen de jaren zeventig-nieuwbouw. In café Dorus drinken we koffie - met pinda's. De doppen worden hier als zand over de vloer gestrooid; een apart maar niet ongezellig gezicht.
Het is nog maar een korte wandeling naar het spoor van waar we met de stoptrein tevreden terugkeren naar huis. Met de wandeling lijkt ook het mooie weer te eindigen. De lucht betrekt en we zijn net thuis als de eerste regendruppels vallen. Terwijl het weerbericht regen en storm voorspelt, maken wij al weer plannen voor een volgende etappe van het mooie Havezatenpad - bij de eerstvolgende nazomerse gelegenheid! Lees verder ...
Informatie over bezienswaardigheden onderweg is afkomstig uit het routeboekje Overijssels Havezatenpad (NIVON, 2006) en de beschrijving van de NS-wandeling Markelose Berg.
HetMagazijn