
WandelMagazijn > Het Overijssels Havezatenpad
De tocht
Het Overijssels Havezatenpad | Eerste etappe, van Oldenzaal naar Drienerlo |
Tweede etappe, van Drienerlo naar Delden |
Derde etappe, van Delden naar Goor |
Vierde etappe, van Goor naar Rijssen |
Vijfde etappe, van Rijssen naar Nijverdal |
Zesde etappe, van Nijverdal naar Ommen |
Zevende etappe, van Ommen naar Dalfsen |
Achtste etappe, van Dalfsen naar Zwolle |
Negende etappe, van Zwolle naar Zwartsluis |
Tiende etappe, van Zwartsluis naar Giethoorn |
Rondwandeling Vollenhove
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Rondwandeling Vollenhove
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Tweede etappe, van Drienerlo naar Delden
19 augustus 2007. We stappen in de trein die ons naar Almelo zal brengen. Het belooft een mooie dag te worden. Zonlicht speelt over de oranje banken van de bijna lege intercitytrein.
Als we over de IJsselbrug rijden, zien we een waterrijk landschap. Het is hoogwater. De oevers van de rivier zijn overstroomd, grasvlakten zijn verdwenen, landwegen eindigen doelloos in het water.
De overstap naar ons einddoel, Drienerlo, wordt er één met hindernissen. In Almelo blijkt er zondagsochtend geen overstapmogelijkheid te zijn; in Hengelo idem. Dus we rijden maar door naar Enschede. Gelukkig kunnen we iedere keer na het raadplegen van de routeborden weer op tijd aan boord springen - anders zouden we ook nog twee keer een half uur op een volgende trein moeten wachten.
In Enschede staat de bus naar Drienerlo al klaar. Geen koffie dus maar snel instappen. De bus rijdt meteen weg. Ach, zo zien we ook eens een (ons)onbekend stukje Enschede. Tien minuten later draait de bus de parkeercirkel bij het station op.
We wandelen door de tunnel onder het station en pikken daar de route op. Langs het verlaten Arke Stadion van FC Twente. Er is geen mens te zien. We nemen even een kijkje bij het stadion met zijn vrolijke gekleurde stoeltjes en de meer dan levensgrote herinneringsteksten aan oud-spelers tegen de muren van het stadion.
Tegenover de voetbaltempel ligt een groot winkelcentrum met een megabioscoop. De bioscoop blijkt de hele dag geopend - de hele familie kan zich hier van 's morgens vroeg tot 's avonds laat vermaken. We maken van de gelegenheid gebruik voor een sanitaire stop en koffie. Eigenlijk mogen we er niet in zonder kaartje, maar men ziet wel aan onze rugzakken dat we vandaag andere plannen hebben dan stiekem een gratis bioscoopje te pikken.
De wandeling begint, de stad uit, door een gebied met het onbestemde karakter dat eigen lijkt te zijn aan een stadsrand.
We wandelen over de Twekkelerbrug over het Twentekanaal. Studenten zijn aan het roeien. Achter de boten waarmee zij hun roeirecords proberen te verbeteren, waaieren v-vormige golven uit over het verder rimpelloze water. Naar de andere zijde draait het kanaal in een grote bocht naar het westen. Aan de oevers staat een onafzienbare rij hengelaars stil aan het water, met paraplu, standaard voor de hengel(s), schepnetten, en wat er verder nog aan visparafernalia voorhanden is. De onafscheidelijke auto staat scheef geparkeerd in de berm tussen de bomen die het kanaal omzomen.
Na de hoge Twekkelerbrug slingert de weg omlaag langs maisvelden. We slaan af, een heel smal paadje in, aan weerszijden hoog begroeid met riet en brandnetels. Het is er doodstil, we horen alleen de vogels. Marjan maakt wat foto's van onze voorzichtige tocht - na een eerste kennismaking kwamen we erachter dat de brandnetels hier behoorlijk jeuken.
We wandelen over een zogeheten Stiewelpad, aangelegd door de Vereniging Behoud Twekkelo, die zich sterk maakt voor het behoud van het landschapsschoon in de regio. Een stiewel is het Twentse woord voor een stevige laars of hoge schoen. We steken een slootje over met behulp van een vlonder en vervolgen onze weg over een paadje tussen een maisveld en weiland.
Wat verderop aan de rand van een weiland staat een groep koeien bij elkaar. Als we dichterbij komen, zien we dat één van de dieren een miskraam heeft gehad. Een tragisch gezicht. We lopen om het weiland heen over een zandpad naar de boerderij om even te waarschuwen. De boerin komt ons al tegemoet; ze hebben het al gezien. "Is het niet uitzonderlijk dat een koe in augustus nog kalfjes krijgt?", vraagt Marjan. De boerin lacht even. "Dat was vroeger zo, maar tegenwoordig gaat dat het hele jaar door." Ze heeft een andere zorg. "De kans bestaat", zo vertelt ze, "dat de koe melkziekte heeft en daardoor niet meer zelf op kan staan". Dat kan wel kloppen, want het dier ligt hulpeloos op de grond.
Terwijl wij met de boerin teruglopen, maakt de boer het hek open en rijdt met tractor en aanhanger naar de koeien toe. "Er staat ook een stier in de wei", vertelt de boerin, "daarom loop ik zelf maar even om over het pad." De koeien lijken te begrijpen wat er staat te gebeuren. Ze verspreiden zich langzaam over het weiland, terwijl de boer het dode kalf optilt en in de aanhanger legt. Langzaam hobbelt de trekker met z'n trieste last terug naar de boerderij.
We nemen afscheid van de boerin, die naar de zieke koe gaat kijken. Af en toe nog eens omkijkend naar het weiland waarin het drama zich afspeelde, wandelen we verder.
We lopen over smalle paden, met aan de ene kant vaak prikkeldraad met daarachter maisvelden en weilanden, aan de andere kant sloten en beken, omzoomd met oude bomen. Hoog opgeschoten brandnetels. Af en toe vallen er een paar druppels regen, maar doorzetten doet het gelukkig niet. Een prachtig en avontuurlijk pad door een prachtig en stil coulissenlandschap.
Na een zo groot aantal haakse bochten dat we zelf niet meer weten of we naar het noorden, zuiden, oosten of westen lopen, verlaten we dit mooie gebied en passeren het dorpje Twekkelo, een handvol huizen en een kleine dorpskerk met gebrandschilderde ramen.
Langs de weg zien we op regelmatige afstand merkwaardige groene houten huisjes. Zouthuisjes, zo lezen we in het routeboekje. In deze streek wordt nog steeds zout gewonnen. Na enkele graspaden komen we op een brede zandweg, omzoomd met bramenstruiken. Ze zijn rijp en heerlijk, zo constateren we al plukkend en kauwend.
Door de bossen van landgoed Het Stroot komen we in een open stuk bos. Omgekapte dennenbomen liggen langs het pad. Het is al een tijdje geleden gebeurd, zien we aan de planten die her en der tussen de stompen groeien. Struikachtige planten met een dicht dek van grote heldergroene bladeren groeien er. Ik ken de naam niet. Het is alsof er een bladerkroon zó uit de grond omhoog komt.
Over de autoweg en door bossen en langs enkele boerderijtjes lopen we het zoutdorp Boekelo in. We blijven ons verbazen over de creativiteit bij het bedenken van straatnamen van onze gemeenteambtenaren. Doolhof, lezen we op een naambordje in een nieuwbouwwijk. "Je zult maar in de Doolhof wonen en Onvindbaar heten", grap ik naar Marjan. Op een terrasje in het centrum - of beter gezegd, op de plek waar de uitvalswegen samenkomen - genieten we van een drankje en een lekker stukje taart.
Even buiten Boekelo. We horen in de verte de fluit van een van de laatste stoomtreinen van Nederland, die hier in de buurt rondrijdt. Vroeger was de lijn van belang voor aanvoer van steenkool uit het Ruhrgebied, lezen we in het routeboekje. Vervlogen tijden.
Verder is het stil en rustig om ons heen. We vertellen net tegen elkaar dat de route nu toch wel een beetje saai begint te worden. We strijken neer op een bankje langs een zandpad aan de rand van het bos. Er komt een auto'tje langsrijden. Valkerij Sanders, roofvogeldemonstraties, lezen we in grote gele letters. Er stapt een man uit. Hij fluit naar alle windrichtingen. Waar is hij mee bezig?!
Dat wordt al snel duidelijk: hij zoekt één van zijn valken. Zonder succes, want het beest laat zich in geen velden of wegen zien. Hij haalt een grote richtantenne uit de auto en zwaait ermee in het rond. Ook dat levert, zo te zien, geen enkel resultaat op. Marjan en ik zitten op ons bankje, eerste rang, belangstellend te kijken naar het schouwspel. Het lijkt erop dat de valk in een weilandje in de buurt moet zitten. Maar waar? "Er zijn hier een heleboel kleine weilandjes", merkt Marjan op. En dat is zo. De valkenier stapt in en rijdt onverrichterzake verder. Grappig - dan denk je, er gebeurt niks en de tocht wordt een beetje saai. En dan opeens zit je midden in een roofvogeljacht.
Na een lange zandweg van zo'n anderhalve kilometer bereiken we de grens van landgoed Twickel - waar het verboden voor paarden is. Dat staat tenminste te lezen op een van de vele verbodsbordjes die de grens van het landgoed sieren.
Over een bochtig asfaltweggetje door bossen over het landgoed. We komen over het erf van twee mooie Twentse pachtboerderijen. De route op Twickel is goed aangegeven. Dat moet ook wel, want het landgoed is gedeeltelijk nog particulier bewoond. Heel duidelijke bordjes laten precies weten waar wij wandelaars welkom zijn en waar niet. Verder over een zandweg langs bos, mais en weiland.
Marjan loopt voorop, het routeboekje in de hand. Kaartlezen gaat haar, zoals altijd, verbazend goed af. Dat komt goed uit hier, want de bewegwijzering laat het op dit traject een beetje afweten. Ze heeft - in vergelijking met mij - een bijna feilloos richtingsgevoel. "Ik zou al wel tien keer de verkeerde kant zijn opgegaan", denk ik stilletjes bij mezelf.
We zijn nu weer in een rustig stuk van Twickel aangeland. Doodstil is het om ons heen; behalve het zoemen van insecten en het fluiten van een vogel is er geen geluid. Ongemerkt is het weer wat veranderd. Er komen meer wolken, maar blijft droog.
Langs een wat drukkere straatweg lopen we het dorpje Beckum binnen. Beckum ligt temidden van de landerijen van Twickel, met 4000 hectare één van de grootste landgoederen van de regio - misschien wel van het land. Een korte stop bij café-restaurant Halfweg. Door Beckum wandelen we verder. Vrijstaande huizen en wat twee onder een kappers. Enkele oude boerderijen. Her en der spelen kinderen, er wordt wat geklust aan huis of in tuin. Een rustige zondagmiddag in het Twentse.
We lopen over het zes kilometer lange kerkepad van Beckum naar Delden. Het Kerkevelder Voetpad begint achter het Proggiehuis - Twents voor parochiehuis, met een witgepleisterde negentiende-eeuwse gevel. Het is een mooi pad, maar er rijden wel veel fietsers. Het is eigenlijk meer fietspad dan kerkepad! Langs hei, berken, eikebossen, maisvelden, weilanden, boerengolfvelden een een oud Joods kerkhof lopen we op Delden aan.
Na een ijsje in het centrum van Delden lopen we naar het station voor de terugreis naar huis. De lucht betrekt maar het blijft - zoals we al eerder vandaag zagen - droog. In de trein praten we na over de mooie wandeling en neuzen wat in het routeboekje, nieuwsgierig als wij zijn naar de etappes die nog komen gaan. Lees verder ...
Teksten over Overijssel zijn enigszins aangepaste citaten uit: Overijssels Havezatenpad / NIVON, 2006.
HetMagazijn