Het Overijssels Havezatenpad, 2007-2010

WandelMagazijn > Het Overijssels Havezatenpad

De tocht

Het Overijssels Havezatenpad | Eerste etappe, van Oldenzaal naar Drienerlo | Tweede etappe, van Drienerlo naar Delden | Derde etappe, van Delden naar Goor | Vierde etappe, van Goor naar Rijssen | Vijfde etappe, van Rijssen naar Nijverdal | Zesde etappe, van Nijverdal naar Ommen | Zevende etappe, van Ommen naar Dalfsen | Achtste etappe, van Dalfsen naar Zwolle | Negende etappe, van Zwolle naar Zwartsluis | Tiende etappe, van Zwartsluis naar Giethoorn |
Rondwandeling Vollenhove

Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Het Overijssels Havezatenpad

Aan de rand van Hollands gouwen
Over brede IJsselstroom
Ligt daar, lieflijk om t'aanschouwen
Overijssel,'fier en vroom.
Waar de Vecht en Regge kronk'len
Door de heuv'len in't verschiet
Waar de Dinkelgolfjes fonk'len
Ligt het land, dat 'k stil bespied.

Zo begint het Overijssels volkslied van Johannes Polman. Overijssel, een prachtige (en rustige) provincie. Het gebied staat bekend als de tuin van Nederland vanwege het afwisselende en vaak kleinschalige landschap. Vooral het grote aantal landgoederen geeft de provincie een groen aanzien.

Het Overijssels Havezatenpad - genoemd naar de versterkte huizen van de oude Overijsselse landadel - illustreert dit in optima forma. De 272 kilometer lange wandelroute slingert dwars door de provincie van Oldenzaal naar Steenwijk. Van Twente via het dal van de Regge, de Vecht en het Zwarte Water naar de Wieden en de Weerribben. Onderweg weelderige landgoederen, kronkelende rivieren, glooiende heuvels en bolle essen. Maar ook weerbarstige veenmoerassen en intieme hooilanden met houtwallen en singels. De vele historische stadjes en dorpen maken de afwisseling compleet.

Dankzij de goede aansluiting op het openbaar vervoer wordt het Overijssels Havezatenpad ons volgende lange afstands wandelpad. Als we in de boekhandel in Zutphen samen de etappe-suggesties bekijken en zien hoe goed de verschillende routes met trein en bus te bereiken zijn, is de keuze gauw gemaakt.

Eerste etappe, van Oldenzaal naar Drienerlo

Op 11 augustus 2007 beginnen we aan de eerste etappe, van Oldenzaal naar Drienerlo bij Enschede. Met de trein reizen we naar het Lonnekerland, genoemd naar de vroegere marke tussen Oldenzaal en Enschede - de oude en de nieuwe 'hoofdstad' van Twente. Oldenzaal was in het verleden de belangrijkste stad van Twente. Het was de enige stad met een stenen stadsmuur en een belangrijk kerkelijk centrum. De stad vormde tevens een schakel in de handelsroutes van Zwolle en Deventer richting Osnabruck en Munster. De stad speelde tijdens de tachtigjarige oorlog een belangrijke rol en was wisselend in Spaanse en Staatse handen. Na de definitieve herovering van Oldenzaal op de Spanjaarden in 1626 verloor de stad zijn glans en werd de havenstad Almelo langzaam maar zeker de nieuwe hoofdstad van Twente totdat in de twintigste eeuw Enschede deze rol overnam op basis van inwonertal en aanwezige voorzieningen.

Koffie! Dat is snel geroepen, maar in en om station Oldenzaal niet te krijgen. Het stationsgebouw zelf is gesloten vanwege een verbouwing en het stationsplein is uitgestorven. Het lijkt alsof er in Oldenzaal niets te beleven is, maar schijn bedriegt. Oldenzaal blijkt een - vanaf het station onzichtbaar - levendig centrum te hebben, met mooie oude gebouwen en gezellige winkelstraten. Er is een kinderkermis, een culturele markt, gezellige terrasjes. Met een beetje rondkijken, koffie en koek zijn we ongemerkt zo een uur verder. "Hoog tijd om aan de wandeling te beginnen", zeggen we tegen elkaar. We waren al later dan gewoonlijk vertrokken en de klok loopt al in de richting van een uur.

Vanaf het station lopen we door een lommerrijke laan langs oude sjieke villa's op enorme lappen grond - kleine landgoederen eigenlijk. Na nog geen half uur lopen staan we voor de eerste havezate op dit langeafstandswandelpad. Het is huis De Haer, een kapitaal landhuis uit 1881 in een grote parkachtige tuin volgens Engels ontwerp met een mooie vijver vol lisdodden.

We slaan af. De rand van Oldenzaal is groen. Over smalle paden langs weiland en bospartijen verlaten we de stad en komen we in de rust van het platteland. We kruisen de spoorbaan en wandelen, eerst over een weg in aanleg, later over verharde paden door het landgoed Boerskotten. We genieten er van prachtige lanen met loofbomen, kleine weilanden met houtwallen, mooie authentieke (of in oude stijl gerestaureerde) boerderijen en akkertjes met kruiden en wilde bloemen.

Sommige bossen zien er wat kaal uit. Op de website van Natuurmonumenten, dat het landgoed beheert, lezen we: "Natuurmonumenten streeft in Boerskotten naar natuurlijke bossen met inheemse boomsoorten. Enkele naaldbossen zijn uitgedund. In een loofbos is de soortenrijkdom groter. Door in te grijpen kunnen eik, beuk en lijsterbes toenemen. Natuurlijk beheer betekent ook dat dode bomen blijven liggen, zodat er paddenstoelen, mossen en planten op groeien. In het loof broeden zangvogels als de tjiftjaf, zanglijster en appelvink. De zeldzame zwarte specht hakt met zijn snavel ovale nestholten in oude bomen." In de vogelwereld zijn we niet goed thuis, maar dat ze hier goed gedijen, is zelfs voor ons leken overduidelijk hoorbaar.

We steken de A-zoveel over. Wat een lawaai toch. Het landgoed wordt door de autosnelweg doormidden gesneden. Net als bij de aanleg van de A28 bij Amelisweerd, jaren geleden, was er hier in het begin van de jaren tachtig het nodige protest tegen de weg. In het routeboekje lezen we hoe het afliep. De weg kwam er en aanplant van bomen elders werd uiteindelijk als 'goedmaker' geaccepteerd. Een schrale troost lijkt ons, terwijl we ons over de brug naar de overkant van de weg haasten. Gauw weg uit deze lawaaiige drukte!

Het geraas van het autoverkeer wordt al snel gedempt door dichte bossen. We wandelen hier door De Snippert, een voormalig heideveld dat ruim honderd jaar geleden door de Heidemij is ontgonnen, zo lezen we in het routeboekje. Dit gebeurde in opdracht van Albert Jan Blijdenstein - grondlegger van de Heidemij - die de grond had aangekocht om er een landgoed te stichten. Er werden lanen aangelegd en landbouwgronden ingericht. Ten behoeve van de wildstand en voor houtproductie verrezen er bossen met douglas, lariks, grove den en eik. Door dit mooie rustige gebied wandelen we naar de Judithhoeve, genoemd naar één van de dochters Blijdenstein.

Voorbij de Judithoeve komen we in een volgend landgoed, Het Haagse Bos. Het Haagse Bos bestaat voornamelijk uit loofbos. We lopen over de flanken van de Lonnekerberg. Althans, volgens de kaart, want in het bosrijke landschap valt de 'berg' van 56 meter niet op.

We lopen langs de Roolvink-es. Eens moet de Roolvink-es de plek zijn geweest waar een groepje Neanderthalers ruim 60.000 jaar geleden zijn kampement had opgeslagen. Het leverde de oudste sporen van bewoning in de regio op.

Over een eeuwenoud kerkepad gaan we naar Lonneker. Tijd voor een hapje, in één van de restaurants aan het dorps- en kerkplein.

Lonneker is de naam van de marke die zich eens uitstrekte in een halve cirkel rond het stadje Enschede. Later, onder Napoleon, werd deze marke de gemeente Lonneker, die op zijn beurt in 1934 werd ingelijfd door Enschede.

In Lonneker is het even zoeken naar het vervolg van de wandelroute. In de bebouwde kom gaat het vaak mis met de bewegwijzering. Na een kwartiertje dolen hebben we de juiste weg weer gevonden.

Verder gaat het, door een stil, besloten coulissenlandschap. Het is inmiddels laat in de middag en de laagstaande zon zet alles in een warme gloed. We kunnen ons bijna niet voorstellen dat we hier slechts een paar honderd meter van huizen van Enschede zijn verwijderd. Toch is het zo, want even later wandelen we een stukje door een nieuwbouwwijk.

We komen nu in een gebied met uitgestrekte spaarbekkens voor de waterwinning. Hier aangelegd vanwege de goede kwaliteit van het water, lezen we in het routeboekje. De bekkens werden na 1936 voor een belangrijk deel gevuld met water afkomstig uit het Twentekanaal. Een grote brand in 2003 vervuilde het kanaal waardoor de inname van oppervlaktewater moest worden gestopt. In 2006 was de waterkwaliteit nog steeds zodanig dat Vitens de oude situatie nog niet heeft kunnen herstellen.

De zandweg langs de spaarbekkens is lang. Erg lang, vinden we op een gegeven moment. We zijn veel te ver doorgelopen. Stukje terug dus. Via de grote campus van de Universiteit Twente. De campus lijkt uitgestorven; we zien geen mens. Wel heel veel restaurants en café's. En sportvelden. Kunst is er ook te zien: het verzonken torentje van Drienerlo van Wim T. Schippers.

Als je niet beter wist, zou je denken over een recreatieterrein te lopen. Langs een bospad evenwijdig aan een drukke weg lopen we in de richting van station Drienerlo, verscholen tussen grote kantoren en het Arke Stadion van FC Twente. Het is er hardstikke druk. Er wordt vanavond gevoetbald en grote stromen supporters wandelen langs het treinstation naar de voetbaltempel. Marjan en ik nemen de trap aan de zijkant en staan meteen op het goede perron. In de laatste zonnestralen wachten we op het boemeltje naar Hengelo. Lees verder ...

Teksten over Overijssel zijn enigszins aangepaste citaten uit: Overijssels Havezatenpad / NIVON, 2006.