
WandelMagazijn > Een Achterhoekse Wandeling: van Gendringen naar Anholt
De tocht
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
1 april 2007. Na onze tocht naar het Zwillbrocker Venn uit het boekje Achterhoekse Wandelingen hebben we de smaak te pakken. Een week na onze tocht naar de grootste kokmeeuwenkolonie van West-Europa halen we het routeboekje al weer tevoorschijn. Gendringen-Anholt wordt het deze keer.
De zondag doet zijn naam eer aan; het is prachtig voorjaarsweer. Met de auto - want via het openbaar vervoer is Gendringen lastig bereikbaar - rijden we naar het startpunt van onze wandeling.
Gendringen ligt bij de Duitse grens, ten zuiden van Doetinchem. We parkeren op het plein tussen de twee kerken die het stadje rijk is. Een optocht van kinderen met Palmpasen-takken komt ons tegemoet. Het is al gauw 45 jaar geleden dat ik dat voor het laatst zag. De takken lijken met de tijd wel een heel stuk kleiner te zijn geworden.
Door buitenwijken wandelen we Gendringen uit. Een praatje met een tuinder bij de volkstuinen en dan zijn we 'buiten'. Over een rustige asfaltweg wandelen we de zon tegemoet.
Langs net geploegde akkers van vette rivierklei. Langs weilanden waarin de koeien zich koesteren in de warme voorjaarszon. Hier en daar schiet een bosje in het landschap omhoog. Verder is het vlak. We kijken tot aan de horizon.
Een eind verderop verandert het landschap. We komen op het terrein van het landgoed Landfort. Een mooi eeuwenoud landgoed met bomenlanen, bosgebieden, vijvers en rhododendronstruiken, in de jaren negentig mooi gerestaureerd. We wandelen langs de gracht rond het fraaie landhuis.
Er staat een - ja, wat is het eigenlijk? - een soort theekoepeltje met de islamitische halve maan op het torentje. Zou het landhuis bewoond worden door een moslim? Of zou, in vroeger tijden, de eigenaar het ornament 'uit den vreemde' hebben meegenomen? De vraag intrigeert ons. De informatieborden op het landgoed geven geen antwoord maar de fraaie website van het landgoed wél: Het blijkt om een in 1825 gebouwde duiventoren te gaan. "Deze duiventoren, 'een zierlijken agtkantigen toorn, tot den menageriebouw beneffens met rasterwerk', is een voor Nederland uniek voorbeeld van een tuinsieraad in oosterse stijl, met enkele gotische en Chinese elementen. Het ontwerp kent pagodebelletjes aan daken, bekroond door een uietorentje met de Turkse halve maan en was oorspronkelijk bedoeld als uitkijktoren."
Op de muur van het landhuis is een treffende dichtregel van A.C.W. Staring te lezen:
voor de vreugd geschapen
is ongedeeld
een woestenij.
Het landgoed wordt nog particulier bewoond, maar de tuinen en bosgebieden zijn - in de geest van de dichter - voor een ieder toegankelijk.
Aan de achterzijde van het huis steken we de grens met Duitsland over. De grens bestaat uit een drooggevallen greppel vol met dode takken en braamstruiken. Geen indrukwekkende grensovergang, maar wel passend in deze nog met rust gelaten streken aan de rand van het land, waar - dat zagen we ook in de omgeving van Zwillbrock - nog zo veel oude smokkelpaden bestaan.
Over een karrespoor door het weiland lopen we op Anholt aan. Maar voor het zover is, maken we nog een slinger door dennenbossen, langs een café-boerderij (waar we natuurlijk even neerstrijken voor koffie en appeltaart) en visvijvers met zwarte zwanen. We lopen een stukje verkeerd over een golfbaan, waar een groen bemost bord ons waarschuwt voor Fliegende GolfBälle.
Het kasteel Wasserburg voor Anholt laten we rechts liggen. Het lijkt ons nogal toeristisch. Dat klopt ook; in het routeboekje lezen we dat het kasteel tegenwoordig een restaurant en conferentiecentrum is. Wij hebben er dus weinig te zoeken. Anholt is ontegenzeglijk een oud stadje - alleen, er is niet zo veel meer van over. Het oude raadhuis, een kerkje. Daarmee is de oude kern wel beschreven. Het stadje is in de tweede wereldoorlog gebombardeerd. Vandaar.
We verlaten Anholt langs een drukke weg die overgaat in een - gelukkig veel rustiger - dijkje, de Kapellendeich. Aan het eind daarvan ligt, niet onverwacht, een kapelletje, de Fürstliche Grüftkapelle uit 1670.
We slaan hier af, een zandpad in, omzoomd met oude eiken. Langs het pad stroomt een smalle beek, de Regniet, die hier de grens tussen Duitsland en Nederland vormt. Een bankje biedt ons een ideale lunchplek. Na enige kilometers over dit rustige pad steken we een houten bruggetje over en komen weer in eigen land. We wandelen weer op asfalt. Het is wel jammer dat het grootste deel van de route uit asfalt bestaat; je zou verwachten dat dat in een grensgebied wel anders zou kunnen. Maar goed, misschien ook niet - wij kennen de streek verder niet.
Veel vervelender dan het harde asfalt is het drukke verkeer. De glooiende weilanden bieden weliswaar een prachtig uitzicht op de omgeving maar het is voortdurend oppassen voor langsrazende auto's. Het stuk langs de autoweg is niet langer dan een kilometer, maar toch slaken we een zucht van verlichting als we via een smal bospad weer de stilte in wandelen.
Langs een kleine dierentuin in het bos wandelen we naar een karakteristieke houten brug over de Oude IJssel. Langs de oevers van deze rivier wandelen we terug naar ons uitgangspunt Gendringen.
Gendringen-Anholt is een aardige maar niet bijzondere route door een overwegend rustig grensgebied. Wij hadden er eerlijk gezegd meer van verwacht. Aan de andere kant: met het fraaie voorjaarsweer van vandaag is het eigenlijk overal mooi wandelen. En met die gedachte rijden we in de late namiddag terug naar Apeldoorn.
HetMagazijn