Het Lingepad: van Leerdam naar Ochten, 29 april-1 mei 2006

WandelMagazijn > Het Lingepad: van Leerdam naar Ochten

De tocht

Eerste pagina van deze tocht | De foto's

Marjan heeft de knoop doorgehakt. Na een jarenlang abonnement op de Wandelpool waarbij we ons verlustigden aan mooie wandelinitiatieven, heeft ze nu zelf een wandeling georganiseerd en in het blad laten plaatsen. Naast de advertentie in de Wandelpool heeft ze ook nog reisgenoten van een eerdere reis naar de Lofoten aangeschreven. Twee ervan reageren, samen met zeven Wandelpoolsters. Zo beginnen we dan zaterdagochtend met negen man en vrouw vanaf station Leerdam aan de eerste etappe van het Lingepad.

In de wandelgids lezen we een (iets aangepaste) introductie van de wandelroute: "Het Lingepad voert de wandelaar door de Neder-Betuwe, de Over-Betuwe en het Rijk van Nijmegen. Grofweg drie gebieden met een eigen karakter. In de Neder-Betuwe volgen we voor een groot deel het riviertje de Linge. Het karakter van de rivier is hier in belangrijke mate bewaard gebleven, al neemt dat naar het oosten toe af. Dit gebied is met name interessant vanwege de boomgaarden met hun bloesen in het voorjaar, de uiterwaarden, de wielen, de rietlanden, de watervogels en de grienden.

Vanaf Tiel tot het Pannerdens Kanaal is de Linge grotendeels aangelegd door mensen. In dit gebied, de Over-Betuwe, komen we de Linge nog maar even tegen. We wandelen veelal over de dijken van de veel grotere rivier de Waal. Een drukke scheepvaart en oude steenfabrieken zijn kenmerkend. De stuwen in de Waal zorgen ervoor dat de rivier goeddeels getemd wordt en de uiterwaarden het grootste deel van het jaar kunnen worden gebruikt als hooi- en grasland.

Als het Lingepad bij Lent de Waal oversteekt, verandert het landschap abrupt. Van het vlakke land komt de wandelaar in het heuvelachtige gebied van het Rijk van Nijmegen. Dit heuvelland is eigenlijk één lange, slingerende heuvelrug die gevorm werd door een ijskap uit het noorden. Het is een dichtbebost gebied met af en toe een uitzicht op lager gelegen weide- en akkerlanden." Als we het gidsje mogen geloven, wordt het dus een afwisselende tocht.

29 april 2006. We worstelen ons door Leerdam. Het is Koninginnedag en in de krappe straatjes van het centrum wordt vrijmarkt gehouden. Voetje voor voetje schuifelen we door de menigte, langs tweedehands pluche beren en konijnen, kinderboeken, oude vazen 'en wat dies meer zij', zou Willem Duys zeggen. De Koninginnedag valt dit jaar op een zondag en wordt op een zaterdag gevierd. Wat is Nederland soms toch een eigenaardig landje!

Eenmaal bij de haven van Leerdam wordt het rustiger. Langs het oude havenbolwerk wandelen we over een brug naar de kronkelige Oude Zuiderlingedijk, omzoomd met bloeiende bermen en fruitbomen met roze en witte bloesems.

Het belooft een onstuimig dagje te worden - "met félle buien", zegt weervrouw Marjon de Hond in haar weerbericht op vrijdagavond. Die buien blijven nog even uit, maar omhoog kijkend zien we wel een indrukwekkende wolkenlucht. Enorme wit-grijze cumulus wisselt in rap tempo af met diep donkerblauwe wolken, vol regen en hagel. Daar tussendoor schijnt de zon. De combinatie zorgt voor werkelijk prachtige lichteffecten. Met dit weer komen de mooiste foto's als vanzelf in het flashgeheugen terecht.

Over de dijk bereiken we naar enige tijd het mooie dorpje Asperen. Over oude dijkwegen lang prachtig gerestaureerde huizen wandelen we naar het fort. Fort Asperen, eens een belangrijk bolwerk in de Hollandse waterlinie, is nu een monument annex restaurant. Koffie, chocola en taart dus. De pauze komt op een gunstig moment, want net terwijl wij aanschuiven op het buitenterras barst de eerste regenbui van vandaag los. Snel naar binnen. Als drank en gebak op zijn, is het ook weer droog. De buien mogen dan fel zijn, ze duren gelukkig niet lang.

We vervolgen onze wandeltocht, over dijken en rustige weggetjes langs pittoreske huizen en bloeiende boomgaarden naar het plaatsje Acqnoy. Niet alleen in Pisa staat een scheve toren. Ook dit schilderachtige dorpje aan de Linge heeft er een. Opmerkelijk is dat op het kerkhof de echtgenote van een vroegere predikant begraven ligt die van haar meisjesnaam Pisa heette. Het blijft een vreemd gezicht, die stompe toren uit de vijftiende eeuw die meer dan een meter uit het lood hangt, temidden van keurige 'rechte' gebouwen.

Voorbij Acqnoy valt er een regenbuitje. Maar voordat we de paraplu's goed en wel te voorschijn hebben gehaald, is het al weer droog. Ik loop een stuk gelijk op met Mieke en luister naar haar verhalen over de voettocht naar Rome, waar zij al enkele jaren in etappes mee bezig is. We wandelen hier een stuk langs de snelweg, er is weinig te zien, een prima moment dus om eens een gesprekje aan te knopen met wandelgenoten.

We passeren het dorpje Rhenoy en wandelen over de Molendijk, die de grote bocht die de Linge hier maakt, volgt. Aan de molendijk, te midden van boomgaarden en akkerland, houden we op een zonnig moment onze lunchpauze.

Tijdens een van de regenbuien onderweg gaat mijn paraplu stuk. Het benzinestation langs de weg nabij Rumpt zal ze wel verkopen, denk ik. Maar helaas, dat is verkeerd gedacht - automobilisten hebben natuurlijk geen paraplu nodig! Andere winkels in het volgende dorp, Beesd, zijn allemaal gesloten. Wat wel open is, is een klein alternatief eethuisje. Een mooi moment voor thee & taart. Of voor Cola, zoals in mijn geval.

Voorbij Beesd gaat de tocht door het oude landgoed Mariënwaerdt en over de Appeldijk. Helaas zijn wij niet de enigen die dat vinden; de Appeldijk is een beruchte tour-route voor motoren en automobilisten. Wat dat betreft boffen we eigenlijk nog, omdat het weer vandaag niet uitnodigt tot tochtjes met auto of motor. Maar hier op de Appeldijk is het toch al behoorlijk druk - té druk, naar mijn smaak.

Ondanks de auto's op de weg houden we oog voor het landschap. De Linge is hier op z'n mooist. De rivier, met de vele ernaast gelegen wielen, is hier nog vrij ongerept. Langs de oevers veel grienden. Het landschap langs dit deel van de Linge is vrijwel onbebouwd en grootschalig van structuur. Landgoederen, zoals Mariënwaerdt, met statige lanen, beplante dijken en uitzichten over grote oppervlakten boomgaard en grasland bepalen het beeld.

Over de dijk langs de Linge bereiken we tenslotte Tricht. Langs de weg staat voor één van de eerste huizenvan het dorp een tafeltje met Oranjebitter, door bewoners aangeboden 'ter gelegenheid van Koninginnedag'. Een oude traditie hier, die echter nog maar door weinigen in ere wordt gehouden. Wat een aardig idee en wat laten we het ons goed smaken!

Van de doorgaande weg door Tricht buigt een pad langs de spoorbaan naar station Geldermalsen. Daar nemen we afscheid van onze wandelgenoten en gaan met Mieke Geldermalsen in. Mieke heeft hier een overnachting geregeld, in een interieurwinkel. Bottesteyn Interieurs. Het blijkt een heus landgoed te zijn, midden in het dorp, waar in een grote winkel meubels, hebbedingetjes en designartikelen worden verkocht. Boven de winkel zijn sinds kort kamers, waar Mieke er één van heeft. Je komt toch af en toe op bijzondere plekken terecht!

Na een zoektocht naar een eetgelegenheid door het stadje kiezen we toch maar voor de Chinees. Het restaurant ligt aan de rand van het centrum, lekker rustig want in het dorp is het een lawaai van jewelste vanwege de ruige Koninginnedag-disco's. Het is voor het eerst sinds de start van de wandeling in Leerdam dat we weer iets van dat evenement merken. Aan het eind van de maaltijd wordt ons een fles wijn aangeboden. Tot onze verbazing, want zoveel hebben we niet verteerd. Een aardige klantenbinder is het wel, al is dat aan ons niet besteed. De kans dat wij wandelaars hier nog eens terugkomen, is natuurlijk erg klein.

We nemen afscheid van Mieke die naar haar interieur-onderdak gaat en gaan op weg naar ons eigen overnachtingsadres in Tiel. Marjan heeft al vele malen geprobeerd te bellen, omdat we door het eten wat later zijn. Ze krijgt echter geen contact. Onder het eten komt er wel een voicemailbericht van onze gastvrouw, 'waar we blijven'. Het is een beetje een raadsel waarom de telefoon er niet wordt opgenomen.

Na een korte treinreis arriveren we in Tiel. Ons overnachtingsadres ligt aan de andere kant van het spoor in een nieuwbouwwijk. In twintig minuten wandelen we erheen. De deur zwaait open. "Daar zijn jullie dan toch", roept onze gastvrouw, een vriendelijke oudere dame. Wij doen ons verhaal over het getelefoneer. Het blijkt dat er een schakelaar van een huiscentrale verkeerd staat. "We hebben de laatste dagen inderdaad geen telefoon gehad. We dachten al, wat is het stil", is de laconieke reactie.

We brengen een gezellig uurtje door met het echtpaar, dat dit jaar z'n 160ste verjaardag hoopt te vieren. Het zijn aardige en opgewekte mensen en de tijd vliegt. Voor we er erg in hebben is het tijd om te gaan slapen. Niets is lekkerder dan een goeie nachtrust na een flinke wandeling.

30 april 2006. Er is minder regen voorspeld dan gisteren, en dat klopt. Het is droog. Zonder jas de deur uit en met de trein naar Geldermalsen waar we met de Wandelpoolers bij het station hebben afgesproken. Dankzij een treinvertraging hebben we ruim de tijd voor koffie. Als de groep compleet is, wandelen we langs het spoor terug naar Tricht en pakken daar onze route weer op.

We lopen langs een prachtig herenhuis met een ouderwetse oranje-krans, ter ere van Koninginnedag. Al spoedig laten we Tricht achter ons. Er volgt een mooie etappe langs fruitboerderijen. De appel- en perenbomen staan stram in het gelid. Vanochtend was het nog wat fris maar inmiddels schijnt de zon uitbundig. Jassen en truien kunnen uit.

Na het plaatsje Buurmalsen volgt een mooi traject door uitgestrekte weilanden. Het is er prachtig op dit moment van het jaar, met paardebloemen en pinksterbloemen uitbundig in bloei. Wandelend langs een bosstrook horen we geritsel. Herten! Even later zien we er één door het weiland vluchten, weg van het lawaai dat wij kennelijk maakten. Nog lang zien we het witte plekje aan de achterkant van het dier in de weilanden op en neer wippen. Over een landweg door de weilanden met de merkwaardige naam Hoge Maatsteeg - wat doet een steeg in zo'n weids landschap? - komen we op de weg naar Buren.

Langs weilanden met koeien, schapen en ... varkens wandelen we naar het oude en mooi gerestaureerde stadje. We bereiken de stad via een prachtig bospark. Met dit groeizame weer vliegen de bladeren de knoppen uit. Het is een mooi gezicht, het gefilterde zonlicht op het prille groen.

Tijd voor koffie en koek in één van de vele restaurants. "Het is mijn eerste dag", vertelt het meisje als onze bestellingen haar wat te ingewikkeld worden. Ze vergeet wat, en verwisselt wat, maar in het algemeen brengt ze het er goed van af. Met een vriendelijke lach op je gezicht wordt je veel vergeven.

Dwars door Buren wandelen we naar de oude verdedigingswallen en langs het mooie en rijk uitziende Koninklijk Weeshuis uit 1613, één van de mooiste voorbeelden van de Hollandse Renaissancestijl.

Daarna gaat de route weer het platteland op, over een fietspad aan weerszijden omzoomd met hoge, nog bladloze bomen. Het is hier even goed oppassen, omdat ons pad door meerdere wandelroutes wordt gekruisd. Met de wandelgids in de hand blijven we op de goede route.

We passeren het fruitdorp Erichem, dat op een steenworp afstand van onze route ligt. Het gebied hier is een en al fruitboomgaard; nu in de bloesemtijd natuurlijk een prachtig gezicht. Een uur later stappen we weer eens een stukje de geschiedenis in. We wandelen door landgoed Soelen, een zeventiende-eeuws landgoed met hoge oude bomen, weilanden en een combinatie van de Franse en Engelse landschapsstijl. Bij het kasteel, gebouw in 1640 en omringd door een brede slotgracht, houden we een korte pauze.

Van landgoed Soelen is het nog maar een klein stukje naar Tiel. Tiel is het centrum van de Neder-Betuwe. Al eeuwen geleden had deze plaats, dankzij de ligging aan de Waal, een belangrijke functie. De rivier was in de Middeleeuwen al een belangrijke handelsroute en Tiel profiteerde als lid van de Hanze van de groeiende welvaart.

Het is wel even zoeken naar de route die hier, door de verwoesting die de nieuwe Betuwelijn in het landschap heeft aangericht, niet zo makkelijk meer vindbaar is. Een provinciale weg gaat met een brug over de spoorlijn heen. Die brug nemen we dan maar. Eenmaal in de bebouwde kom van Tiel is het niet moeilijk om de weg naar het station te vinden. Daar nemen we afscheid van de reisgenoten, met uitzondering van Renske, die met ons uit eten gaat. Een restaurant in het centrum lokt ons met een Early Bird diner voor twintig euro. En het is nog lekker ook. Tegen achten scheiden onze wegen zich. Renske wandelt naar haar overnachtingsadres en wij - na een bezichtiging van het beroemde beeld van Flipje - naar het onze.

1 mei 2006. Deze maandag is een regendag. Het begint met dreigende wolken en af en toe een druppel, maar vanaf een uur of twaalf zet de regen door. Het minder mooie weer gaat ook nog eens gepaard aan een minder mooie route. Het eerste uur lopen we door Tiel om een groot industriegebied ten noorden van de stad te ontwijken. Ik weet eigenlijk niet wat er treuriger uitziet. Die oude verwaarloosde wijken met uitgewoonde - soms uitgebrande - huizen, of die lelijke industriecomplexen.

Door de Betuwelijn moeten we een omweg maken om aan de noordoostelijke kant van de stad via een brug het Lingepad te kunnen vervolgen. Het is een verademing om na drukke wegen en industrie weer 'buiten' te zijn. Het landschap is heel anders dan de voorgaande dagen. We laten de Linge ten noorden van ons en wandelen door de Willemspolder, in de uiterwaarden van de Waal. De Waal is hier een rivier die omzoomd wordt door industrie. Van mooie uitzichten is geen sprake en de miezerige regen en koude harde wind draagt ook al niet bij aan een goed gevoel.

Door weidegebied met koeien en steenfabrieken lopen we naar het stadje Erlicum en vandaar over de dijk verder naar IJzendoorn en Ochten, bekend van de bijna-overstromingen van enkele jaren terug. In beide plaatsjes is de horeca gesloten. Terwijl de regen allengs harder begint te stromen, zoeken wij in Ochten de bushalte op. Niemand heeft nog zin om in dit weer het tweede deel van de route naar Dodewaard en Opheusden te gaan lopen. We nemen afscheid van de reisgenoten, die allen terugreizen via Tiel en nemen de bus naar Kesteren.

Daar mogen we drie kwartier wachten op de trein. Een aanfluiting van een aansluiting. In Kesteren in de regen is weinig te beleven. Een klein winkeltje bij een benzinestation biedt warme chocola en gehaktballen. Een bijzondere combinatie die Marjan en ik maar even laten voor wat het is. Wij houden het maar bij de warme chocola. Met trein en bus reizen we via Arnhem terug naar Apeldoorn. Onderweg zijn we het over een ding eens: ons eerste Wandelpool-experiment is geslaagd.

Enkele delen van deze tekst zijn in aangepaste vorm ontleend aan de LAW wandelgids Het Lingepad. Amersfoort, 2002.