
WandelMagazijn > Zeezicht in de Ardennen
De tocht
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Vrijdag 10 maart 2006. We gaan weer eens met de IJslanders op pad - voor het vijftiende jaar alweer, zo rekende Liesbeth uit.
Deze keer reizen we naar de Ardennen, naar het plaatsje Heyd, waar zich wandelherberg Zeezicht bevindt. Zeezicht wordt gerund door Herman van reisbureau Voettochten. Margje, die dit weekend organiseerde, kent hem al jaren en geeft hoog van hem op. Marjan en ik ontmoetten Herman een paar jaar geleden met Kerst in de Gaume en willen graag de kennismaking hernieuwen.
Daarnaast waren we ook nieuwsgierig naar de wandelherberg waar we al veel over hoorden van Margje.
Marjan reist via Leuven naar de Ardennen, ik vanaf huis. In Utrecht kom ik Margje en Ton al tegen in de trein. Alle protesten van Ton (die nu eenmaal erg op z'n rust gesteld is) negerend, reizen we samen verder. Na een lange treinreis die vooral vanaf Luik erg mooi is, arriveren we in Bomal. Daar staat Marjan al op ons te wachten.

Aankomst in Bomal.
Via het café in Bomal wandelen we op de route die we van het internet plukten naar Heyd. Even buiten Bomal pikken we de wit-rode GR-route op in zuidelijke richting. Over een smal pad door struikgewas gaat het omhoog, de berg op. We zullen weten dat we in de Ardennen zijn!
Eenmaal boven genieten we van het mooie uitzicht op de vallei van de Ourthe, waar Bomal in ligt. Zonder al te veel stijgen of dalen gaat de route verder door mooie bosgebieden. De paden zijn verschrikkelijk modderig. Het heeft hier al weken aaneen geregend en gesneeuwd en die nattigheid heeft zijn sporen achtergelaten in de vorm van paden die soms meer op riviertjes dan op wandelroutes lijken. Al spoedig zit ik tot mijn middel onder de modderspatten. De anderen brengen het er iets beter vanaf - "Moet je maar niet zo slordig lopen", zegt Margje.
In de routebeschrijving staat een uitvoerige aankondiging van een stel badkuipen ter hoogte waarvan een belangrijke afslag is. Het is voor het eerst dat ik tijdens een (lange en glibberige) boswandeling uitkijk naar badkuipen. Zo brengt iedere tocht weer wat nieuws met zich mee. De badkuipen worden gevonden en na een laatste modderige landweg lopen we over asfalt - Margje weet de weg - naar Heyd. Via de kortste route, want het is inmiddels flink gaan regenen.
Op weg naar Heyd.Eenmaal in de wandelherberg is bij een kop warme thee of koffie het leed snel geleden. De tijd vliegt bij de begroeting met oude bekenden en voor we het weten is het etenstijd. Herman heeft zichzelf weer eens overtroffen. Knap werk hoor, in je eentje koken voor vijf en twintig mensen, en dat in een keuken die niet meer helemaal tiptop is.
Zaterdag 11 maart 2006. Het weer is nog net zo druilerig als gisteren. Toch maar er op uit. Het plan is een flinke rondwandeling te maken - met "twee café's er in", zoals Herman wervend aankondigt. We wandelen door Heyd en verder over redelijk droge paden het bos in. Daar gaat het al snel verkeerd.
Ton, die vandaag kaart leest, vergist zich in de route. Zo komen we halverwege de dag en na enig zoeken al aan in Wéris. We hebben meer dan de helft van de route afgestoken. In het café in Wéris treffen we Piet, Arja en Liesbeth, die vandaag niet meewandelden. Niemand vindt het heel erg dat we verkeerd liepen. Na een droge start vanochtend is het al spoedig gaan regenen en die regen gaat vlak voor Wéris over in natte sneeuw. Een mooi moment dus voor warme chocolademelk, al dan niet met slagroom of rum.
De echte diehards, Ton, Margje en Jos, wandelen alsnog de oorspronkelijke route. Marjan, Wilma en ik wandelen met Liesbeth via een korte route over het plateau terug naar Heyd, terwijl de rest naar Herman belt voor een lift met het busje. Over modderwegen door open weiland. Regen, hagel en sneeuw striemt ons in het gezicht. Er is een harde, koude wind opgestoken. Ondanks het mooie landschap en het monumentale hunebed dat we onderweg tegenkomen, is de terugtocht naar Heyd geen pretje. Gelukkig duurt de wandeling maar een uur of twee waarna we in de herberg met wijn, thee en koffie weer helemaal op temperatuur komen.
Vanuit de zitkamer hebben we een mooi uitzicht op de vallei en de omliggende dorpjes. Terwijl de duisternis invalt, zien we de natte sneeuw overgaan in 'droge'. Langzaam maar zeker wordt het landschap wit.
Zondag 12 maart 2006. Het is het droog en de zon schijnt. Een hele verandering, en niet alleen daarom: het heeft vanacht flink doorgesneeuwd. De landerijen en bomen zijn bedekt met een flinke witte laag. Ik verheug me al op de wandeling. Het is ons nog niet vaak gebeurd, een mooie dagwandeling in de sneeuw en al helemaal niet in het mooie Ardense landschap. Dat wordt wandelen in een Kerstkaart!
We maken een tocht van Heyd naar Bomal en vervolgens door naar de stadjes Durbuy en Barvaux. Het wandelen in de sneeuw is een feestje. De modder van de eerste dagen is bevroren en overdekt met een witte laag - soms wel verraderlijk glad, maar met een beetje opletten gaat het prima. Over de open vlakte ten zuiden van Heyd met velden waar de maisstoppels in lange rijen als zwarte stipjes boven de witte sneeuw uitkomen wandelen we naar Tours.
Daar gaan we de bossen in. Alhoewel er maar weinig sneeuw op de takken ligt, heerst er toch een sprookjesachtige sfeer. Vooral in het dennenbos met een ondergroei van bramen en bosbessen ziet het er door het laagje sneeuw prachtig uit.
Aan het eind van het pad zien we dan de eerste huizen van Bomal. Het is druk in het stadje. Er is markt en verschillende winkels zijn open. De heerlijke geuren die ons vanuit de winkel van een warme bakker tegemoet komen, kunnen we natuurlijk niet weerstaan. "Je kunt hier best je eigen vlaai eten in het café", zegt Margje. Dat zal misschien zo zijn, maar we komen langs nóg een warme bakker - één met tafeltjes en warme dranken. 't Ziet er daar veel gezelliger uit dan in het café, waar we bij aankomst al wat dronken. De vlaai bewaren we nu maar voor onderweg, want het product van de ene bakker in de zaak van de andere opeten - zelfs Ton gaat dat te ver!
We verlaten Bomal via de brug over de Ourthe. Langs het station lopen we de weg omhoog, om dan na een halve kilometer weer af te slaan, het bos in, de heuvel op. Na het passeren van het hellingbos komen we op een heuvelrug met uitgestrekte weiden en akkers. Prachtig uitzicht rondom. Hoe je in zo'n open en overzichtelijk landschap kunt verdwalen, weet ik niet. Maar wij presteren het. Gelukkig is het maar een klein stukje langs een drukke asfaltweg naar het punt waar we de route weer kunnen oppikken.
Over een aflopend pad wandelen we naar een riviertje, dat we oversteken via enkele stapstenen. De steile oever aan de overkant is behoorlijk glad, maar iedereen weet zonder ongelukken naar boven te klauteren. Een smal bospad voert steil omhoog naar een voorstadje van Durbuy, een stil gehucht waar we geen mens op straat zien. Langs een kapelletje dalen we af naar de Ourthe. Een laatste stukje langs de asfaltweg en dan zijn we in Durbuy.
We nemen afscheid van Liesbeth en Jos, die zich laten ophalen door Herman. Zij reizen vanmiddag al weer terug naar Nederland. Piet gaat met hen mee; Margje, Ton, Wilma, Marjan en ik lopen nog een stuk door.
Het toeristische stadje wordt gedomineerd door een groot kasteel. Daarachter ligt in een oude bedding van de Ourthe een groot plein, omzoomd met café's en restaurants. Durbuy wordt deels omgeven door een hoge steile rotswand. Daar moeten wij over om in het volgende plaatsje, Barvaux, te komen. Er zijn twee wegen, waarvan er volgens onze routebeschrijving "één het hele jaar door begaanbaar is". Laten we die dan maar nemen. Via een caravanpark gaat het pad in een grote boog om de rotswand heen en aan de achterzijde daarvan geleidelijk omhoog door een bos. Boven op het plateau staan enkele boerderijen. Over een lange weg met fraai uitzicht wandelen we naar de andere kant van het plateau. In de diepte kunnen we Barvaux al zien liggen. Een steil aflopend asfaltweggetje brengt ons beneden.
In het stadje is het druk. En wat ligt er toch overal op de grond? Confetti? Het is carnaval in Barvaux, en dat wordt gevierd met bier, optochten, verkleedpartijen en muziek. En niet te vergeten onvoorstelbare hoeveelheden confetti. Het spul ligt centimeters dik op het dorpsplein. We krijgen natuurlijk ook een portie over ons heengestrooid, om de feestvreugde te vergroten. Het gaat er allemaal erg vrolijk en gezellig aan toe. Later horen we dat het hier een hele tijd lang elk weekend carnaval is, steeds in een ander dorp. Iedereen trekt daar dan heen. Zo is het ook voor de plaatselijke middenstand tenminste eenmaal per jaar feest.
Na een tijdje laten we het feestgedruis achter ons en wandelen naar het station. Daar komt Herman ons ophalen. Alleen Margje maakt het hele rondje; zij loopt in haar eentje door naar Heyd. Terug in de herberg is het nagenieten van de prachtige dag met een goed glas wijn.
De volgende ochtend na het ontbijt rijdt Herman ons naar het station in Barvaux. Daar pakken we de trein naar Luik en verder terug naar Nederland. Na een lange reisdag komen we laat in de middag aan in Apeldoorn, waar Pjuh al op ons zit te wachten. Vonden we de eerste wandelingen wat saai vanwege het grijze en natte weer, de combinatie sneeuw en zon maakte veel goed. De vijftiende jaargang tochtjes met de IJslanders is goed begonnen.
HetMagazijn