Zevenwoudenpad, 2005-2007

WandelMagazijn > Het Zevenwoudenpad

De tocht

Het Zevenwoudenpad
1, Van Lauwersoog naar Holwerd | 2, Van Holwerd naar Veenwouden | 3, Van Kuikhorne naar Opeinde
4, Van Opeinde naar Donkerbroek | 5, Van Donkerbroek naar Hoornsterzwaag
6, Van de Bûtewei naar Hoornsterzwaag | 7, Van Hoornsterzwaag naar Vledder
8, Van Vledder naar Steenwijk

Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Het Zevenwoudenpad, 8 - Van Vledder naar Steenwijk

8 juli 2007. Ingebed in een lange reeks regenachtige dagen is 8 juli een zondag die z'n naam eer aandoet. Prachtig weer!

We reizen met de trein naar Steenwijk en wachten voor het station op onze gereserveerde regiotaxi. Er zijn meerdere wachtenden en dat is duidelijk teveel voor de centrale, die de 'drukte' zo te horen niet helemaal aankan. Aardige mensen, maar een waardeloos systeem. Geef ons maar gewoon de bus!

De regiotaxi is wel heel wat goedkoper dan een gewone taxi. Voor tweemaal 6,60 euro staan we een twintig minuten later in het centrum van Vledder.

Daar is een accordeonconcours aan de gang. Oubollig misschien, maar wat ziet het er gezellig uit op en om het terras waar het muziekfeest zich afspeelt. We drinken en luisteren er wat, voordat we aan onze tocht van vandaag - de laatste etappe van het Zevenwoudenpad - gaan beginnen.

We wandelen Vledder uit. Aan de rand van het dorp nemen we een zandweg het bos in. Na enige tijd verandert het bospad in een schelpenpad. We laten de bossen achter ons en lopen door een weide- en akkergebied. De zon straalt, we genieten van de frisse wind om onze hoofden en de prachtige wolkenluchten. Het is gewoon ideaal wandelweer, en dat in juli. Meestal is het in deze maand eigenlijk te warm om lekker te lopen.

Afwisselend door bossen en langs akkers en weiden wandelen we door het zogenaamde esdorpenlandschap. In het routeboekje is daar veel interessants over te lezen: "De eerste pogingen om de zandgronden in te richten, dateren van 3000 v.C. toen de eerste hunebedbouwers in het huidige Drente hier en daar wat akkertjes aanlegden tussen de bossne. Na 2000 v.C. vestigden zich hier ook mensen die vee hielden. Dit vee vrat het land kaal, waardoor de natuurlijke oerbossen op den duur in heidevelden veranderden. Vaanaf ongeveer 600 v. C. werd dit roofbouwsysteem vervangen door meer systematisch grondgebruik: kleine vierkante akkertjes, de Celtic Fields. Van deze periode is ook bekend dat de akkers door vee werden bemest.

Pas in de Middeleeuwen ontwikkelde zich een gesloten landbouwsysteem in nauwe relatie met het natuurlijke milieu, zoals de hooggelegen heidevelden en de laaggelegen vochtige beekdalen. Boerderijen en brinkdorpen werden gebouwd op het overgangsgebied tussen hoog en laag, boven het beekdal. Om de dorpen heen lagen de akkers, de essen, die door groepen boeren gemeenschappelijk werden ontgonnen en gebruikt.

Essentieel in dit systeem waren de schapen die de mest leverden voor de akkers. Ze graasden op de hoger gelegen heide en werden 's avonds bijeen gedreven naar de potstal op de brink. Hierin lagen heideplaggen die doordrenkt werden met hun mest. Fijngetrappeld door de schapepoten werd dit mengsel later weer uitgestrooid over de akkers. In de beekdalen weidde men het rundvee terwijl de laagst gelegen delen, de maden, als hooiland werden gebruikt. Deze lager gelegen gronden werden niet bemest, waardoor zich daar een rijke flora kon ontwikkelen.

Deze esdorpen met hun op zichzelf staande, gesloten landbouwsysteem waren ingesteld op zelfvoorziening en hebben zich als zodanig eeuwenlang kunnen handhaven. Dit werd nog versterkt door de geïsoleerde ligging tussen lang onbegaanbare venen en moerassen. Ook de markenorganisaties, die alle gemeenschappelijke zaken in en om het dorp regelden, en die gevormd werden door de boeren uit het dorp zelf, droegen bij tot de instandhouding van het systeem. Hieraan kwam een abrupt einde met de komst van de kunstmest aan het eind van de negentiende eeuw. De moeizame manier van mest verzamelen werd overbodig en de schapen verdwenen. De traditionele samehang tussen akkers, grasland en woeste grond verviel en dat opende de weg voor een grootschalige ontginning van de heidevelden.

In 1886 werden de marken ontbonden en de essen verdeeld onder de boeren. In de afgelopen eeuw veranderde er veel. Kleine stukjes akkers vlakbij het dorp werden verkaveld en veranderd in nieuwe rechte bouwlanden; houtwallen verdwenen, evenals de strubben, de aarden wal die vroeger de es beschermde. Door waterbeheersing werden de weilanden intensiever gebruikt en droger, dus de flora verdween. Op kleine overgebleven stukjes woeste grond werden bossen geplant.

Tot dit laatste heeft ook de Maatschappij van Weldadigheid bijgedragen, die met behulp van geld van welgestelde Hollanders in de omgeving van Vledder grote oppervlakten land aankocht en liet ontginnen. De bedoeling was om geselecteerde paupers uit de grote steden in het westen van het landin deze kolonien een nieuw bestaan te laten opbouwen. Dit was niet zo'n succes: de nieuwbakken plattelanders bleken vaak ongeschikt voor het boerenbedrijf. De meeste nederzettingen in de omgeving van Vledder hebben echter hun ontstaan aan deze maatschappij te danken. De kleine witte huisjes van de kolonisten zijn nog in het landschap terug te vinden evenals de door de maatschappij opgerichte hogere tuinbouwschool tussen Vledder en Frederiksoord.

Ook werd de omgeving van Vledder gedeeltelijk bebost, als onderdeel van een werkverschaffingsproject in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Omdat het landbouwsysteem van de esdorpen zo lang bewaard is gebleven, zijn vele elementen hiervan nog in het huidige landschap terug te vinden in de omgeving van Vledder, dat zelf ook een esdorp was en al van ver voor onze jaartelling bewoond."

Leuk, zo'n stukje achtergrondinformatie. We merken inderdaad dat de omgeving rond Vledder uitgestrekte bosgebieden heeft. En een enkele keer zien we nog zo'n wit kolonistenhuisje. Verder is, zoals meestal eigenlijk, 'de geschiedenis toch vooral geschiedenis' en passanten zoals wij moeten toch echt heel goed opletten om nog iets daarvan in het landschap terug te zien.

We passeren een boerderij met de fraaie naam Prinses Marianne, waarbij we natuurlijk direct aan onze wandelvriendin moeten denken! Even voorbij de boerderij begint het landgoed De Eese. Op de hoogtes op de grens van Drente en Overijssel ontstonden in de dertiende eeuw landgoedachtige nederzettingen, waarvan De Eese er %eacute;én is. Het is een oude heerlijkheid; dat wil zeggen dat de eigenaar zelf rechtspraak mocht uitoefenen. Vroeger was dit gebied woeste grond, maar in de negentiende eeuw is het in cultuur gebracht en zijn er bossen aangelegd. Sinds 1923 wordt het bos- en landbouwbedrijf beheerd door de huidige eigenaar, de familie Van Karnebeek.

De route over De Eese is niet bewegwijzerd, dus het is hier even goed opletten geblazen. Langs een boerderij wandelen we langs nieuwe aanplant en akkers met graan het uitgestrekte landgoed in. Tijd voor een korte lunchpauze aan een bosrand.

We wandelen over een brede weg temidden van graslanden vol met bloemen. De natte zomer heeft ervoor gezorgd dat het landschap nog steeds groen en fris is. En ook dat er nog steeds heel veel bloemen bloeien.

Aan het eind van de weg slaan we af en omcirkelen een klein heideveld. Het gebied is klein, maar herbergt alle elementen van een heide: de heide zelf natuurlijk, maar er groeien ook jeneverbessen en vliegdennen, een vennetje en we zien zelfs een miniatuur-zandverstuivingkje. Ondanks het mooie weer komen we in De Eese geen mens tegen. Ook hoor je in dit uitgestrekte landgoed geen verkeerslawaai. Het is heerlijk wandelen in de stilte van de natuur.

In de bossen is de route soms maar moeilijk te traceren. Af en toe - zoals nu! - wreekt het zich dat we met zo'n oud routeboekje lopen. Onze editie van het Zevenwoudenpad dateert uit 1994 ... Gelukkig zien we sommige lastige trajecten inmiddels toch zijn bewegwijzerd. Het zal in het verleden wel te vaak mis zijn gegaan, lijkt ons.

In het centrum van het landgoed bevindt zich het Huis Eese, nog steeds bewoond door de familie Van Karnebeek en dus priv%eacute;bezit. Strikt privé staat er op de vele bordjes bij oprijlanen en paden van en naar het huis en de omliggende gebouwen. Gelukkig staan er ook andere bordjes, die wandelaars en fietsers de goede weg wijzen. De familie heeft het met een goede en uitgebreide bewegwijzering handig aangepakt. Op privéterrein 'verdwalen' is zo bijna uitgesloten.

Kenmerkend voor de gebouwen die bij De Eese horen, is de houtskeletbouw en de kleur rood waarin de gebouwen zijn geverfd.

Over een lang pad wandelen we door het heuvelachtige zuidelijke deel van het landgoed. De Eese is een oud gebied. We wandelen langs een veld met grafheuvels uit de tijd van de Hunebedbouwers. Ook hier is het weer lastig oriënteren. Er is hier wel bewegwijzering, maar heel erg duidelijk is die niet. Pas als we na enige tijd het karakteristiek gebouw de Koepel zien, dat ook op een foto in het routeboekje is afgebeeld, weten we weer zeker dat we op de goede weg zijn. Het doorkruisen van de Eese van noord naar zuid duurt te voet meer dan twee uur. Daarmee is De Eese toch wel een landgoed van on-Nederlandse proporties.

Bij het bungalowpark, waar wij in juni 2000 met onze wandelgroep de IJslanders overnachtten tijdens een (nat) wandelweekend, gaan we even van de route af voor een drankje en een appelpunt.

We beklimmen de Woldberg over een pad dat meer op een drooggevallen rivierbedding lijkt. De vele regen van de afgelopen tijd heeft hier z'n stroomsporen nagelaten. Een pad van bijna twee kilometer evenwijdig aan de A28 leidt ons naar de grens van Steenwijk. We slaan af, de tunnel onder de autoweg door, en wandelen naar het station, dat er nog even verlaten bijligt als bij aankomst eerder deze dag.

Het eind van de etappe en het eind van het Zevenwoudenpad. Met een voldaan gevoel stappen we op de trein naar huis. Het Zevenwoudenpad begon prachtig, in het lege noorden van Friesland, waar we genoten van de Waddenzee en de weilanden. Uitgestrekte landschappen waar we konden kijken zo ver het oog reikte. Voorbij Drachten vonden we het landschap wel erg 'verrommeld'. Iedere dagetappe had wel een paar mooie stukken, maar andere trajecten waren saai of domweg lelijk, door nieuwbouwwijken of industrieterreinen. Toch hebben we op deze manier een stuk Nederland leren kennen, waar we geen van beiden eerder waren geweest, op het gebied van het Westfriese Woud na. Een aardig pad, zo is onze conclusie, en hoewel we de route met veel plezier liepen, is het niet toch meer dan dat. Maar misschien zijn we wel wat verwend met het prachtige Floris V pad en het Hanzestedenpad, andere lange-afstandsroutes die we de afgelopen jaren wandelden.

Op naar het volgende wandelpad! Oorspronkelijk dachten we aan het Noaberpad, maar de nieuwe druk van dat pad ligt nog niet in de winkel. Tijdens het Deventer op Stelten-festival zie ik in een boekwinkel het Overijsselpad liggen. Aantrekkelijk aan dat pad is dat de trajecten zo makkelijk met openbaar vervoer zijn te bereiken, iets dat ons (en onze bejaarde poes) op dit moment goed uit komt.

In dit reisverhaal zijn een aantal (bewerkte) citaten gebruikt uit: Het Zevenwoudenpad / Stichting LAW, 1994.