Zevenwoudenpad, 2005-2007

WandelMagazijn > Het Zevenwoudenpad

De tocht

Het Zevenwoudenpad
1, Van Lauwersoog naar Holwerd | 2, Van Holwerd naar Veenwouden | 3, Van Kuikhorne naar Opeinde
4, Van Opeinde naar Donkerbroek | 5, Van Donkerbroek naar Hoornsterzwaag
6, Van de Bûtewei naar Hoornsterzwaag | 7, Van Hoornsterzwaag naar Vledder
8, Van Vledder naar Steenwijk

Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Het Zevenwoudenpad, 6 - Van de Bûtewei naar Hoornsterzwaag

3 juni 2007. Een prachtig weekend, niets in de agenda; een mooie gelegenheid dus om onze wandeltocht over het Zevenwoudenpad, die inmiddels al weer zo'n drie jaar duurt, te vervolgen. We waren in 2005 gekomen tot Hoornsterzwaag, eindpunt van de Oostroute. Het Zevenwoudenpad splitst zich op de Bûtewei (Buitenweg) bij Ureterp, even ten zuiden van Drachten, in een Oost- en een Westroute. De Oostroute, door de Duurswouderheide en gelijknamige bossen hebben we al voltooid. Vandaag beginnen we dus opnieuw op de Bûtewei, een smalle straat ten westen van het plaatsje Ureterp waar de route zich splitst, aan de Westroute die ons door bossen en veen zal voeren.

Zoekend met de routeplanner merken we dat het openbaar vervoer op het Friese platteland er de afgelopen twee jaar niet beter op is geworden. In het weekend rijden er alleen nog maar regiotaxi's (voor minimaal drie personen) of belbussen die een uur van te voren moeten worden besproken. Voor een dagwandeling geen optie. We nemen na wat overleg de auto naar het eindpunt van de wandeling en vandaar een taxi naar het beginpunt.

Op een rustige zaterdagochtend rijden we naar Hoornsterzwaag. Marjan wil parkeren bij de kerk die ze op de plattegrond in het routeboekje zag, maar helaas, de kerk ligt midden in het weiland. Er is geen weg heen, laat staan dat er een parkeerplek is. Een stukje verderop loopt een pad langs een boerderij de velden in. Het Tjerkepaad heet het. We parkeren voorbij de boerderij aan het begin van een bosrand en bellen de taxi. Die belooft met een half uurtje te komen. We hebben dus nog ruimschoots tijd voor de thermoskan koffie die Marjan heeft meegenomen. In de berm van het Tjerkepaad drinken we een dagverse bak, terwijl aan de overkant van het weiland een waakhond zich vreselijk druk maakt over die vreemde lui die zo maar langs de weg op de grond - zijn grond - gaan zitten.

De taxi komt keurig op tijd aanrijden. De chauffeur weet precies waar de Bûtewei is en snapt na enig heen en weer praten de bedoeling. Wandelen is weliswaar populair, maar dat betekent nog niet dat iedereen weet wat dat inhoudt. En al helemaal bijzonder wordt het, als mensen er nog een dure taxirit voor over hebben ook! Ruim een kwartier later en dertig euro lichter zijn we dan eindelijk op de Bûtewei en zetten we onze eerste stappen op de Westroute van het Zevenwoudenpad: zuidwaarts door de bossen van Beesterzwaag en de veengebieden.

Voorlopig zijn die bossen nog ver weg. Om ons heen liggen uitgestrekte weilanden. Aan de noordelijke horizon zie we de hoge flats van Drachten. De wegbermen staan volop in bloei. Het geel van de boterbloemen en het wit van het fluitekruid geven het begin van de wandelroute een vrolijk randje. De zon schijnt, er waait een frisse wind. Een mooier begin van onze tocht kunnen we ons niet indenken. Op de Bûtewei is het aardig druk met verkeer. Gelukkig laten we de weg spoedig achter ons en lopen over een graskade langs weilanden en stroken bos. Van het graspad komen we via een houten bruggetje over het Koningsdiep op een fietspad, dat ons naar het gehucht Heidehuizen brengt.

Een stukje verderop komen we bij een wit hek, waarachter het landgoed Lauswolt begint. Volgens ons routeboekje (we wandelen nog steeds met de editie uit 1994) begint achter het hek een bospad. Dat pad is nog wel vaag te herkennen, maar het is volgestort met takken en boomstronken en dus niet meer begaanbaar. We volgen een naastgelegen fietspad en ontdekken na enkele honderden meters weer een rood-wit merktekentje. De route lijkt een stuk naar het noorden verlegd. Dankzij de goede bewegwijzering is het pad door het bos goed te volgen. We steken een verkeersweg over en brengen een bezoek aan de karakteristieke Hippolytuskerk uit de vijftiende eeuw in het boerderijdorp Olterterp. Voorbij Olterterp komen we in het bos weer op een wei (Fries voor weg). Over de Achterwei wandelen we naar Beetsterzwaag.

Ook hier is de route verlegd. Volgens ons routeboekje loopt de wandeling buiten het dorp om, maar de merktekens volgend, worden we het centrum van Beetsterzwaag ingeleid. Erg is dat niet, want Beetsterzwaag blijkt een mooi welvarend dorp met statige oude huizen en een gezellige winkelstraat. Er is zelfs nog een park met een mooie tropische kas, die helaas op het moment dat wij langslopen, gesloten is.

Door stille buitenwijken lopen we het Wallebosch in. Hier bevindt zich een langgerekte golfbaan aan weerszijden van de weg, parallel aan lange stroken bosgebied. Zo hebben we steeds wisselende doorkijkjes, dan weer op dennenbomen, dan weer op golfers met ruitjesbroeken aan en oranje petjes op.

Eigenlijk zijn wij nu pas in de streek die haar naam aan de wandelroute heeft gegeven. In het routeboekje lezen we: "De naam Zevenwoudenpad is ontleend aan de historische naam Sanwalden, zoals de zuidoost-hoek van Friesland werd genoemd. De naam heeft geen betrekking op de grote bosgebieden die heden ten dage in deze streek voorkomen; deze werden immers pas in de negentiende eeuw aangelegd. De Sanwalden waren vroeger een staatsrechtelijke eenheid, ontstaan in de vijftiende eeuw, met steeds wisselende grenzen. Waarschijnlijk heeft de naam wald betrekking op de dichte moerasbossen die vroeger in dit gebied voorkwamen (wald betekent: ondoordringbaar moeras).

De bossen waar we nu doorheen wandelen, waren vroeger eigendom van de heren die ook het veengebied ten zuiden van Beetsterzwaag bezaten. We zagen zonet de kapitale landhuizen die zij intertijd bouwden: Lyndensteyn, het Lycklama Huis en even voor het dorp de Harinxmastate. Oude Friese namen, die ook nu nog een bekende klank zijn.

Ten zuiden van de bossen van Beetsterzwaag komen we op de Lippenhuisterheide, een van de weinige onontgonnen stukken land in deze streek. Na de heide wandelen we door de oude veengebieden.

Het gebied kent een lange, interessante en woelige geschiedenis. In het routeboekje lezen we er dit over: "De sterke bevolkingsgroei in de middeleeuwen en de daarmee gepaard gaande vraag naar voedsel hadden tot gevolg dat er werd gezocht naar uitbreidingsmogelijkheden voor de landbouw. Dit werd gevonden in de moerassige veengebieden in zuidoost Friesland. Hier strekten zich een aantal zandruggen uit: lange smalle droge stroken grond, evenwijdig aan de beekdalen van Tjonger en Linde en daarvan gescheiden door moerassige vlakten.

Langs de zandgronden ontstonden vrij systematisch opgezette nederzettingen en daar vanuit werd de ontginning ter hand genomen. De grondverdeling gebeurde hier volgens het systeem van de opstrekkende heerden. De perceelscheidingen werden loodrecht op de ontsluitingswegen uitgezet, tot ze dood liepen op het veen of in de beekdalen. Bijna alle wouddorpen waar het Zevenwoudenpad langs loopt, zoals Hoornsterzwaag en Boyl, zijn zo ingericht.

Het sluitstuk van deze ontwikkeling was de grootschalige ontwatering en afgraving van de uitgestrekte hoogveengebieden ten zuiden van Drachten. Invloedrijke Friezen richtten in de zestiende eeuw samen met Hollandse geldschieters compagnieën op, die het recht op vervening in een bepaald gebied kochten. Ontsluiting gebeurde door het graven van langgerekte kanalen (de Opsterlandse, Schoterlandse en Drachtster Compagnonsvaart) met loodrecht daarop de wijken.

De vaarten en wijken waren nodig voor het vervoer van de afgegraven turf. Net als op de hiervoor genoemde zandruggen, ontstonden ook langs de kanalen langgerekte streekdorpen (Lippenhuizen, Hemrik, Jubbega). Het werken in het veen was zwaar en de sociale omstandigheden waren slecht. Waar het veen was afgegraven, was het landschap woest en ledig en raakte buiten de dorpen begroeid met de spreekwoordelijke 'arme Friese heide'.

Het duurde enige tijd voordat geld beschikbaar was om deze woestenij te ontginnen. Intussen leefde de arbeiders in het veen van stroperij in de uitgestrekte bossen van Beetsterzwaag, die eigendom waren van dezelfde hoge heren die ook het veen bezaten. Dit veranderde met de komst van de kunstmest in de negentiende eeuw. De heide werd ontgonnen en veranderde in betrekkelijk vruchtbaar grasland met nieuwe boerderijen. Daartussen bleven nog kleine stukjes onontgonnen terrein, zoals de Lippenhuisterheide en kleine boscomplexen tussen de diverse compagnonsvaarten in."

We wandelen over landwegen door de voormalige ontginningen, nu grasland met hier en daar een strook bos of struikgewas. Een lang fietspad met bermen vol fluitekruid en grassen brengt ons bij de Compagnonsfeart. Hier voeren in vroeger tijden dus de turfschepen af en aan. Tijd voor een korte pauze om de laatste boterhammen op te eten. Het is rustig langs het water. Aan de overkant loopt een smalle asfaltweg langs wijd uiteen staande huizen. Aan onze kant loopt een zandpad. Wat verderop is een steiger met enkele plezierjachten en daarachter zien we in de verte de brug bij Hemrikerverlaat.

Die moeten we over. Net als we de brug naderen, wordt deze opgehesen om enkele boten te laten passeren. Ik maak van de gelegenheid gebruik om het gebeuren te fotograferen. Alles gaat op een kalme bedaarde manier. De brugwachter slentert naar de overkant en sluit de bomen, slentert terug naar z'n bedieningspaneel en laat de klapbrug omhoog komen. Met een brede armzwaai geeft hij het sein aan de voorste boot dat er gevaren kan worden. Langzaam en voorzichtig glijden drie schepen onder de schuin opstaande brug door. Even bedaard gaat de brug omlaag en even later de slagbomen omhoog.

Aan de overkant van de vaart lopen we een stuk terug langs het water en slaan dan opnieuw een lang fietspad in met aan de ene kant een houtsingel en aan de andere een vaart of beter gezegd, een wijk, van het pad gescheiden door een weelderig begroeide oever. Op de weilanden aan de overkant grazen tientallen zwart-witte koeien. Een enkele kijkt ons met een lodderig oog nieuwsgierig aan; de meesten kijken niet op of om maar bepalen zich tot wat belangrijk is: eten.

Na enkele kilometers fietspad volgt een stukje asfaltweg en, over een dammetje, een zandweg. We naderen nu het punt waar de Oost- en de Westroute van het Zevenwoudenpad samenkomen en waar wij van de route afwijken om de kortste weg naar de auto te nemen. Enkele honderden meters verderop zien we hem al staan in de berm van het Tsjerkepaad - lekker in de schaduw, dus het is binnen niet zo warm.

In de grasberm drinken we de laatste koffie op. Dagvers, ik schreef het al. De waakhond aan de overkant is ook weer meteen present. En ook deze keer heeft zijn afschrikwekkend geblaf weer het gewenste effect: de vreemde snoeshanen stappen na enige tijd in hun auto en rijden weg. De hond draait zich tevreden om en wandelt terug naar zijn schaduwplekje naast het huis. Z'n taak is weer volbracht.

Over rustige wegen rijden we via Jubbega richting snelweg. Onderweg nog even tanken - "bij het duurste tankstation in de buurt", zegt Marjan - en dan over de autoweg naar huis, waar we na een uur en een kwartier aankomen. Lees verder ...