
WandelMagazijn > Sinterklaasvakantie in Harlingen
De tocht
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Sinterklaasvakantie in Harlingen
Vrijdag 3 december 2004. Nu eens niet naar de Wadden, maar naar een van die typische doorgangssteden die we in Nederland kennen: Harlingen. We overnachten in het pension van de zus van de eigenaar van Voettochten, waarmee we twee jaar geleden een wandelreis naar de Belgisch-Franse Gaume maakten.
De Botervloot heet het pension. In de eerste plaats omdat onze gastvrouw botervlootjes verzamelt, maar ook omdat in Harlingen - pal voor het huis aan de Noorderhaven - de handelsvloot afmeerde. Ongetwijfeld zal die vloot ook boter hebben vervoerd.
Op een mistige vrijdagochtend reizen we af naar het noorden. De weersverwachting klopt precies: Voorbij Heerenveen trekt de mist op en breekt de zon door. Het wordt prachtig weer. In Leeuwarden stappen we over op het boemeltje van NoordNed naar Harlingen-Haven. Bijna stappen we een halte te vroeg uit. Dankzij Marjan die zo slim was even te vragen en een vriendelijke conducteur kunnen we nog net voor vertrek weer aan boord van de trein springen. Het station Harlingen-Haven ligt vlak naast de veerboothaven. De Waddentoeristen zouden zo kunnen doorlopen maar het is winter; ze zijn er niet.
Marjan en ik wandelen naar de Noorderhaven, een brede binnenhaven die ook nu nog vol schepen ligt, al zijn de handelsschepen van weleer inmiddels wel vervangen door pleziervaartuigen. Het is een mooi plaatje, het brede water, de honderden boten en de prachtige gevels aan weerszijden. 'Frieslands welvaren'. Via een caféetje - we zijn wat vroeg - wandelen we naar De Botervloot, waar we vriendelijk worden ontvangen. Een mooie rustige kamer op de derde verdieping, onder het dak.
We maken een uitgebreide stadswandeling, die ik van de Trouw Natuurtochten-website heb gedownload. Als ik me niet vergis, is dit de eerste keer dat we een gedownloade wandeling maken - een historisch moment!
Harlingen is een stadje dat beslist de moeite waard is. Dat zien we al terwijl we naar De Botervloot wandelen. De Noorderhaven is een prachtige binnenhaven. Een breed water, met kades en vooral veel schepen. Langs de kades mooie zeventiende-eeuwse huizen, stuk voor stuk gerestaureerd. Niet zo hoog en groot als in Amsterdam, maar het is duidelijk te zien dat het Harlingen in die tijd voor de wind ging. Dit gebied is dan ook niet voor niets een beschermd stadsgezicht.
Harlingen heeft een interessante geschiedenis. De stad groeide in de zestiende eeuw uit tot een belangrijke haven-, industrie- en vissersplaats. Kort na 1500 kreeg de stad via de Harlinger Trekvaart een rechtstreekse verbinding met de steden Franeker en Leeuwarden. De komst van Vlaamse vluchtelingen betekende een stimulans voor de handel. De vele patriciërshuizen in de stad zijn hiervan de stille getuigen. Rond de Zoutsloot vestigden zich omstreeks 1600 zoutziederijen, weverijen en fijnkeramische industrieën. De wateren in en rond de stad raakten omzoomd door talloze steen- en pannenbakkerijen, kalkbranderijen en industriemolens. Harlingen groeide in de zeventiende eeuw uit tot het grootste industriecentrum van Friesland.
Van de Noorderhaven wandelen we naar het centrum met drukke en levendige winkelstraten, vandaag natuurlijk geheel in Sinterklaassfeer. Hier veel 'eigen zaken' - geen ketens dus - met orginele etalageversieringen. Leuk om te zien. Bij de kerktoren hangt de vlag halfstok, vanwege het overlijden van prins Bernhard. Marjan en ik zijn het erover eens: er hangt een vriendelijke sfeer in dit stadje. Bij verschillende winkels komen we Sint en Piet tegen. Hulpjes, uiteraard. Je zou er bijna van in verwarring raken!
Aan het eind van de winkelstraat komen we bij de havens. Er zijn er verschillende, voor de veerboten naar de Waddeneilanden - je loopt er zo op af vanaf het treinstation - en voor de binnenvaart en visserij. Ten zuiden van het centrum ligt de Zuiderhaven. Veel zeilschepen liggen hier. Een prachtig gezicht, de zon in de witte zeilen, de ingewikkelde tuigage en de bedrijvigheid op de kades en boten.
Ook deze haven heeft een interessante geschiedenis. De overplaatsing van de Admiraliteit van Dokkum naar Harlingen in 1646 versterkte de maritieme positie van de stad. De admiraliteitswerf vestigde zich aan de Zuiderhaven op het terrein van scheepswerf Welgelegen - we wandelen erlangs. De vaart op Hamburg en de Oostzeelanden nam een belangrijke plaats in. Walvisvaarders vertrokken vanuit Harlingen naar de noordelijke wateren. Na de vangst lieten zij hun buit verwerken in de traankokerijen op Spitsbergen. Omstreeks 1825 was Harlingen uitgegroeid tot de derde haven van Nederland.
In de loop van de negentiende eeuw moest de stad steeds meer terrein prijsgeven aan concurrerende havens in het westen van het land en aan Delfzijl. Aan de walvisvaart kwam in 1865 een einde. De aanleg van nieuwe havens en de spoorlijn naar Leeuwarden in het midden van de negentiende eeuw konden het neergaand economisch tij niet keren. In de twintigste eeuw namen de havenactiviteiten weer toe. In 1912 werd de Voorhaven aangelegd en in de vijftiger jaren volgde de Nieuwe Voorhaven. De Tjerk Hiddesz Sluizen geven toegang tot het Harinxmakanaal, de huidige vaarweg naar Leeuwarden. Nog steeds is Harlingen een belangrijke havenstad, al is nu het toeristische element het belangrijkst. Dagelijks is het er een komen en gaan van reizigers op weg van of naar Vlieland of Terschelling.
Van de Zuiderhaven wandelen we langs de grote kerk terug naar het centrum. Het is niet groot, maar wel bijzonder. Veel gerestaureerde oude huizen, kronkelige straatjes en steegjes, gezellige caféetjes. We vervelen ons geen minuut in deze stad!
Terug naar Vlieland
Zaterdag 4 december 2004. We nemen de boot naar Vlieland, het eiland waar we lang geleden onze eerste gezamenlijke vakantie doorbrachten. Het is rustig bij de terminal van Rederij Doeksen. Maar ja, wie gaat er nu ook op 4 december naar Vlieland!?
Het weer houdt zich goed. Zware wolkenluchten. De zon stuurt een waaier van licht van achter de wolken, een spotlight op de kalme Waddenzee. Een prachtig, bijna buitenaards, gezicht. De overtocht naar het eiland op de bijna-lege boot gaat met deze vergezichten bijna ongemerkt voorbij. Voor we er erg in hebben, meren we af in de haven van Oost-Vlieland. Fietsen huren bij Jan van Vlieland en op weg.
We fietsen langs de Waddenzeekant naar de Vliehors, waar we een wandeling willen maken. Maar helaas, dat gaat niet door. Al van verre zien we de rode vlaggen wapperen bij de waarschuwingsborden. De Vliehors is en blijft een militair terrein, waar af en toe geoefend wordt. En dan kun je er maar beter niet zijn. Het bord waarschuwt voor onontplofte ammunitie en laat - ten overvloede - weten dat het rapen van hulzen en projectielen gevaarlijk en verboden is. Onze strandwandeling wordt dus een stuk korter dan aanvankelijk gedacht - wel een teleurstelling, want we hadden ons op een stevige tocht verheugd.
We fietsen verder, naar de noordkant van het eiland. Onderweg beklimmen we het duin naar het uitzichtpunt met de vuurtoren boven het dorp Oost-Vlieland. Door het dorp vervolgen we onze route naar de noordpunt van het eiland, waar we tenslotte toch nog onze strandwandeling maken. Het strand hier ziet er voor Nederlandse begrippen ongewoon uit. Niet alleen loopt het in een scherpe bocht om de noordpunt van het eiland, maar de getijden zorgen hier ook voor een enorme afkalving van de duinen. Zo snel als het er aan de zuidkant bij de Vliehors aankomt, gaat het er hier weer af.
De dagen zijn kort in december. Het wordt al weer tijd om terug te keren naar de veerboot. Terug in Harlingen schemert het al. We zoeken een gezellig restaurantje op en genieten van een smakelijke maaltijd. Langs de sfeervol verlichte Noorderhaven wandelen we terug naar ons pension.
Door de landerijen van Franeker naar Harlingen
Zondag 5 december 2004. Het is stralend weer. We nemen de trein naar Franeker, om deze oude universiteitsstad eens te bekijken. Alweer zo'n plaats waar we, ondanks de naamsbekendheid, nog nooit geweest zijn.
Franeker is al heel oud. De nederzetting ontstond in de achtste eeuw en ontwikkelde zich tot de belangrijkste plaats van noordelijk Westergo. Dat gebied was destijds een eiland, het werd omspoeld door de Middelzee en de Marneslenk. De kwelderstreken lagen onbeschermd voor een bij tijd en wijle onstuimig hoge zee en de bewoners trachtten lijf en goed veilig te stellen op de terpen. De streek rond Franeker was in de elfde en twaalfde eeuw vermoedelijk het eerste gebied in Friesland waar een zekere vorm van openbaar bestuur werd georganiseerd. Ook vonden er de eerste experimenten plaats voor een nieuwe wijze van bescherming door dijkaanleg. Dit zorgde voor economische voorspoed: het land raakte zo minder verzilt en kon langer worden gebruikt.
Franeker was een aantrekkelijke plaats voor hoofdelingen, de tot bestuurlijke macht gekomen grootgrondbezitters. Zij bouwden in Franeker hun stinsen. Ambachtslieden en handelaren volgden. Franeker verwierf in 1402 marktrechten en spoedig werd het bestuur ook zo georganiseerd dat Franeker een stad genoemd kon worden.
In 1585 kreeg Franeker een universiteit. Tot 1811 kon men in Franeker theologie, rechten, medicijnen, klassieke talen, wijsbegeerte en wis- en natuurkunde studeren. De aanwezigheid van wetenschappers had een enorme uitstraling en hiervan profiteerden ook herbergiers, kooplieden en ambachtslieden.
We wandelen rond aan de hand van een stadswandelroute. Het is nog vroeg en daarom kunnen we ons misschien vergissen, maar qua sfeer en levendigheid haalt Franeker het niet bij Harlingen. De oude binnenstad lijkt ook een stuk kleiner en minder goed bewaard. Van de beroemde Academie bijvoorbeeld is vrijwel niets bewaard gebleven. Hele stukken van de oude stad zijn vervangen door helaas niet altijd even gelukkig ontworpen nieuwbouw. De oude huizen die er nog zijn, zijn overigens vaak prachtig gerestaureerd, net als in Harlingen. Maar terwijl we gisteren met gemak en plezier een hele middag in Harlingen doorbrachten, houden we Franeker na een wandeling van anderhalf uur toch voor gezien.
In een antieke theeschenkerij gezeten maken we een alternatief plan voor de dag. Waarom wandelen we niet terug van Franeker naar Harlingen, door de landerijen? We hebben jammer genoeg geen kaart van het gebied tussen de twee steden, maar erg moeilijk kan het toch niet zijn om de weg te vinden in dit vlakke, overzichtelijke land?
Zo gezegd, zo gedaan. Achter het station zag Marjan vanuit de trein een mooi oude bomenlaantje. Dat nemen we. We worden op toepasselijke manier Franeker uitgezwaaid: door een Zwarte Piet te paard. Na een kleine twee kilometer gaat de bomenlaan bij een boerderij over in een betonpad. In enkele grote bochten leidt dit pad ons naar het dorp Hitzum.
Op een bankje houden we een korte lunchpauze. Onze bank staat weliswaar aan de rand van het dorp, maar toch is er heel veel te zien. We kijken niet alleen uit over de weilanden, maar ook, naar de andere kant, op de kerk. De terp met het gebouw ligt merkwaardig genoeg niet in het centrum, maar aan de rand van het dorp. Voor ons ook nog de enige rotonde die het dorp rijk is (voor zover wij hebben gezien). Tot nu toe was het erg stil op het platteland buiten Franeker. Maar hier verstoort de ene na de andere auto de stilte. We vragen ons af, waar ze toch allemaal naar toe rijden. Deze dorpsweg is toch niet de kortste route naar Franeker?
We wandelen verder door het zonovergoten platteland. Leuk, zo'n eigen 'struin-route'! Over de Achumerweg lopen we in een grote bocht op Harlingen aan. Na eindeloos saaie industrieterreinen en buitenwijken bereiken we de oude stad. Langs een vaart die de stad in leidt. We bestuderen er de vreemde combinatie van dromedaris en sleepboot. Hoe zouden die hier verdwaald zijn? We besluiten de dag met een heerlijke maaltijd in het gezellige visrestaurant nabij 'onze' Botervloot.
Het Friese Kustpad: van Oosterbierum naar Harlingen
Maandag 6 december 2004. We nemen de bus naar Oosterbierum. We wandelen een stuk van het Friese Kustpad, een lange afstands wandelroute langs de Waddenzeekust. In Oosterbierum stappen we uit bij de kerk. Over smalle schelpenpaadjes gaat het het dorp uit, de weilanden en akkers in. Ons doel is de Waddenzeedijk, die we in de verte al zien liggen. De wegen in dit gebied zijn recht, met haakse hoeken. Zo wandelen we naar de Hoarnestreek, een oude landweg, gemarkeerd door een reusachtige hoop net gerooide voederbieten. Een modderig graspad brengt ons bij de dijk. Van bovenaf hebben we een weids uitzicht over het Friese platteland. Het is een genot om van zo'n drie meter boven het maaiveld de lage polders met talrijke vogels te bekijken. Schapen of koeien zijn er in dit jaargetijde niet op de dijk. We wandelen in stilte, die alleen onderbroken wordt door natuurlijke geluiden: het fluiten van vogels, het ruisen van zee en wind.
Na enkele kilometers verlaten we via een krakkemikkig bruggetje de dijk voor een uitstapje naar het dorp Sexbierum. Aan de Skoalstrjitte bevindt zich het enige café van het dorp. En gelukkig is het open. De kastelein heeft een merkwaardige hobby: hij verzamelt borden, van straatnamen tot bordjes verboden toegang tot reclames voor Douwe Egberts. De zoldering en de muren van zijn établissement hangen er vol mee. Van heinde en verre worden de borden voor hem aangesleept. Dat is natuurlijk het mooie als je zo'n café hebt, je hoeft alleen maar rond te vertellen wat je verzamelt en het wordt je niet alleen thuisbezorgd, maar levert je bovendien nog klandizie op!
Met een omweg langs de oude Laucklama Staete - tegenwoordig geen landhuis maar een sjiek hotel - wandelen we weer naar de Sedyk, zoals de Friezen hun bescherming tegen de Waddenzee noemen. Kilometers lang lopen we over en onderlangs de dijk. Dan weer prachtige uitzichten op de Waddenzee met z'n vele vogels en eenden, dan weer de weilanden, de door rietkragen omzoomde plassen en de dorpen en boerderijen aan de einder.
Voorbij het gemaal van Roptazijl worden we gedwongen een omtrekkende beweging te maken. Harlingen is hier bezig met een nieuw industriegebied. Over de Lange Lijnbaan wandelen we er omheen. De straat doet z'n naam eer aan. Het is een lange wandeling, langs de industrie-in-aanbouw. Het duurt zeker anderhalf uur voordat we bij het gebouw van Rederij Doeksen aankomen. Wel jammer van dit laatste stuk van de tocht, waar niet veel aan is. Misschien moet in de volgende druk van het routeboekje maar eens een (leukere) omleiding worden opgenomen ...
In Harlingen halen we onze bagage op bij De Botervloot. Met de trein reizen we terug naar Apeldoorn, nagenietend van een leuke en gezellige Sinterklaasvakantie.
Enkele tekstgedeelten zijn in aangepaste vorm ontleend aan de LAW-routebeschrijving Friese Kustpad en aan de website van de gemeente Franekeradeel.
HetMagazijn