Finsterwolde, 4-6 juni 2004

WandelMagazijn > Finsterwolde

De tocht

Eerste pagina van deze tocht | De foto's

4 juni 2004. We beginnen dit lange weekend met de IJslanders met een treinreis naar het verst noordoostelijk gelegen station van ons land: Nieuweschans. In het rustige stadje nabij de grens met Duitsland gaan we op zoek naar een fietsverhuurder. Die is er niet, maar wel kunnen we voor het huren van rijwielen terecht bij kuuroord Fontana. Ook goed natuurlijk, en: prima fietsen.

We drinken nog een kopje koffie bij het station in de voormalige locomotievenwerkplaats, nu een brons- én koffiegieterij, voordat we op weg gaan naar ons overnachtingsadres, een mini-camping in Kostverloren.

Het Oost-Groninger landschap is uniek in de wereld. De ruime vergezichten met het heldere en witte licht, de drooggelegde moerassen, het afgegraven hoogveen, de op de zee veroverde polders, de oude zeedijken en de grote akkers - het maakt deze streek tot een waardevol reservoir van geschiedenis en rust. Mooie zinnen, gevonden op een - uiteraard - Groningse website. En we kunnen het beamen, rijdend door een zonovergoten landschap. Oost-Groningen is prachtig!

Kostverloren is een buurtje in de gemeente Reiderland. Het ligt aan de weg van Finsterwolde naar Drieborg. De naam Kostverloren komt op meerdere plaatsen in de provincie Groningen voor, trouwens ook daarbuiten. De verklaring voor de naam is bij ieder Kostverloren weer een andere en vaak zijn er meerdere verklaringen. Voor Kostverloren in Reiderland is de ene verklaring dat het verwijst naar slechte grond, waarop de kost verloren gaat, dit in tegenstelling bijvoorbeeld tot een veel positiever naam als Goldhoorn - startpunt van onze wandeling van morgen.

De andere verklaring gaat terug tot 1701. Na het gereedkomen van de zeedijk waaraan het buurtje ligt, werd het land aangekocht om er een afwatering te graven. Die bleek echter toch niet nodig te zijn omdat de afwatering via de Oude Geut nog voldoende bleek. Later bleek er toch een nieuwe afwatering nodig te zijn, maar die kwam ergens anders te liggen. De eerste aankoop was kost verloren.

De minicamping heeft veel bomen en beschutte veldjes en hoekjes. Een prima overnachtingsplek dus. Achter het veldje waar wij onze tent opzetten staat een hutje, waar Arja kan slapen. We staan aan de rand van de camping. Van achter de tent hebben we uitzicht op uitgestrekte landerijen. De was- en plasgelegenheid ziet er wat ouderwetsch uit, maar alles doet het en daar gaat het om.

Piet en Wilma zijn met de caravan gekomen. Hun stekje wordt als vanzelfsprekend het verzamelpunt. Zij hebben in ieder geval altijd genoeg tafels en stoelen bij zich! In de loop van de namiddag komen de meeste reisgenoten aan. Het is leuk iedereen weer eens te zien en deze keer ook een verrassing wie er allemaal komen. Niet iedereen heeft gereageerd op de mailtjes van de regelaar van dit weekend en dat zorgde voor onnodige verwarring. Volgende keer beter - of in ieder geval: anders!

's Avonds vallen een paar fikse buien. De camping heeft gelukkig een mooie binnenruimte waar we kunnen eten (van de Nieuweschanse Chinees). Liesbeth en Jos komen als laatste aan, als de duisternis begint te vallen. Tussen de buien door zetten ze snel hun tent op. Het wordt een lange, gezellige avond waarin we uitgebreid bij kunnen praten.

5 juni 2004. De regen van gisteravond is nog niet helemaal voorbij. Toch houden we het tijdens ons uitgebreide ontbijt helemaal droog. We rijden per fiets naar het beginpunt van de wandeling, bij Goldhoorn. Bij het verlaten van de camping is er al een prachtig uitzicht op de weilanden aan de zuidkant van de camping, omlijst door struiken en geboomte. Een mooi begin van de tocht.

Bij de Coöp in Finsterwolde slaan we proviand in. Het is nu niet ver meer naar Goldhoorn. We stallen onze fietsen en gaan te voet verder.

Goldhoorn is een gehucht halverwege tussen Finsterwolde en Oostwold. Goldhoorn zal in de nabije toekomst aan de noordrand van het nieuw te ontwikkelen water- en woongebied De Blauwe Stad (waarover later meer) liggen. De naam Goldhoorn is waarschijnlijk afgeleid van gold (goud) en horn (hoek), wat zeer goede grond zou betekenen.

De overvloed aan schitterende herenhuizen in dit boerenland is verbazingwekkend. Dit gebied, het Oldambt, is van oorsprong een landbouwgemeenschap met grote verschillen in welvaart tussen de hereboeren en de landarbeiders. Kortom, een gebied met een roerige geschiedenis. De streek is voor Nederlandse begrippen zeer dunbevolkt en economisch weinig ontwikkeld. Met het zogenaamde Blauwe Stad-project (waarover later meer) hoopt men hier verandering in te brengen. Het Oldambt is bij een groter publiek bekend geraakt door het boek De Graanrepubliek van Frank Westerman. Het landschap waar we doorheen wandelen, uitgestrekte akkers met wuivend graan, doet de titel van het boek eer aan.

In het dorp Oostwold brengen we een bezoek aan boerderij Het Kloosterheem. De prachtige tuin bij deze boerderij wordt af en toe opengesteld voor het publiek - en toevallig is dat ook zo als wij er langs wandelen. Natuurlijk nemen we er een kijkje. Eigenlijk veel te lang - want we hebben nog een hele wandeling voor de boeg - dwalen we rond door de schitterende tuinen rond de Oldambtster boerderij. Op een oppervlak van ongeveer één hectare zijn heel veel verschillende soorten tuinen aangelegd. We zien gemengde borders, een rozentuin, een mooi met klim- en kruipplanten begroeide zitkuil, een terras met dakplatanen, een grote vijverpartij, een rozenlaantje, hortensiavakken en een moestuin - het is te veel om op te noemen. De diashow Kleurenpracht in het Kloosterheem geeft slechts een kleine indruk van alle moois dat hier te zien is.

Oostwold. Buiten het dorp staan kapitale boerderijen - we bezochten er zojuist één - en in het dorp woonden de landarbeiders. De tegenstellingen tussen boer en arbeider waren in deze streek in het verleden zeer groot. In het nabijgelegen Finsterwolde heeft die tegenstelling geleid tot een zeer sterke positie van de Communistische partij. In Oostwold en in het nabijgelegen Midwolda waren en bleven de landarbeiders streng protestants.

We nemen een kijkje bij de oude kerk en het statige, met hoge oude bomen omzoomde kerkepad. We wandelen over de lange verbindingsweg naar Midwolda. Creatieve bakkers hebben ze hier. "U wordt vlaaiend enthousiast", lezen we op de etalageruit van de plaatselijke bakkerij - pardon, broodboetiek.

We komen nu bij een bijzonder gebouw op een bijzonder landgoed, de Ennemaborg. De vroegste gegevens van de Ennemaborg dateren uit 1391 als er sprake is van een omgracht steenhuis. Een steenhuis was een gebouw van twee verdiepingen en rechthoekig van vorm. De bouwer van dit steenhuis was Sebo Ennens, ook wel Sebo Ennema genoemd. Het waren vooral de adelijke of zeer rijke families die zo'n steenhuis lieten bouwen. Hoe lang Sebo Ennema hier heeft gewoond is niet bekend. In de loop der eeuwen ziet het landgoed verschillende heren komen en gaan. De bekendste familie die er gewoond heeft, was het geslacht Hora Siccema. Onder deze eigenaren werd het bezit sterk uitgebreid. Er werd turf gestoken, land verpacht en hout gekapt in de bossen achter de borg. Rondom de borg waren verschillende tuinen voor groenten en voor vruchtbomen. Het landgoed is in 1965 aangekocht en later gerestaureerd door de Stichting Het Groninger Landschap.

Over de Middenlaan - de oorspronkelijke oprijlaan naar de borg - lopen we naar het bos. Deze oprijlaan is 3 kilometer lang en bestrijkt daarmee het gehele landgoed van voor naar achter. Vroeger was zo'n oprijlaan bij een landgoed een statussymbool. De bezoeker die in zijn of haar koets aan kwam rijden kon gelijk het gehele landgoed met al zijn rijkdom bekijken. Dus hoe langer de oprijlaan, hoe meer land, hoe meer rijkdom. Aan het begin van de Middenlaan ontmoeten we een fotograaf die opnamen maakt voor een nieuwe VVV-folder. Wellicht zijn het ònze gezichten die straks hordes toeristen naar Groningen gaan trekken?

Na de fotoshoot vervolgen we welgemoed onze weg. We laten het parkgedeelte achter ons en komen, nog steeds op het 350 hectare grote landgoed Ennemaborg, in het Midwolder Bos. Onze routebeschrijving voor dit traject is niet al te duidelijk. Geen wonder dus dat we hier flink verdwalen in de bossen. Na lang zoeken geraken we met meer geluk dan wijsheid weer op de juiste route.

We laten het bos achter ons en komen weer op open terrein. Inmiddels heeft de grijze wolkenlucht plaatsgemaakt voor een blauwe hemel met wat vriendelijke schapenwolken. Dat wandelt prettiger! In het weilandengebied tussen Midwolda en Finsterwolde waar we ons nu bevinden, wordt De Blauwe Stad aangelegd, een waterrijke en luxe woonplek die duizenden (kapitaalkrachtige) westerlingen naar deze uithoek van het land moet trekken. Delen van de waterplas zijn al aangelegd; onze route door de weilanden is al gedeeltelijk verdwenen. Aan alle kanten zien we het oprukkende water. "We zijn waarschijnlijk één van de laatsten die deze route lopen - volgend jaar staat-ie helemaal onder water", roepen we tegen elkaar.

De Blauwe Stad zal bestaan uit een meer van 800 hectare, te vergelijken met het Sneekermeer of de Reeuwijkse Plassen, omgeven door circa 1500 (duurdere) woningen. Het wordt een project van lange adem - het zal pas in 2016 klaar zijn en men hoopt dat het project zal bijdragen tot een grotere leefbaarheid van het gebied.

Op 12 mei 2005 heeft koningin Beatrix de kraan opengedraaid, dat wil zeggen dat het meer vanaf dat moment wordt gevuld met water. Het weekend daarvoor werd door duizenden mensen aangegrepen om voor het laatst te wandelen over de toekomstige meerbodem. Echt één van de laatsten waren wij dus niet ... Ruim een jaar na het openen van de kraan is het Oldambtmeer al grotendeels gevuld met water. Het meer was in juli 2006 tussen de 1,40 en 2,00 meter diep. Het water zal echter nog een beetje stijgen, maar veel dieper dan 2 meter zal het meer niet worden. Tijdens de afbouw van het meer (het aanleggen van kades en stranden) is ook de bouw van huizen gestart.

Ook hier is het dus weer goed zoeken naar een goede route. Nieuw gegraven sloten en vaarten vormen grote obstakels. Maar na een flinke zoektocht bereiken we dan toch weer 'de bewoonde wereld'. Onze laatste hindernis ligt achter een hoge aarden wal: een brede sloot, die rondom het Blauwe Stad-project loopt. Hoe nu verder!? Gelukkig is enkele honderden meters verderop een primitief bruggetje van drie planken voor de werklui aangelegd, waar we met enige opluchting gebruik van maken.

Een laatste stuk door het bosgebied De Kromme Elleboog nabij Finsterwolde brengt ons bij het eindpunt van onze wandeltocht, waar we de fiets pakken voor het laatste stukje naar de camping. Later die dag vieren we de goede afloop met een smakelijke maaltijd in een vegetarisch restaurant.

6 juni 2004. Deze laatste dag van ons Groningse weekend pakken we de fiets. Tijdens het ontbijt wordt de route uitgebreid bestudeerd, hetgeen echter niet voorkomt dat we al aan het begin van onze tocht helemaal verkeerd rijden. Met de fiets door het weiland zoeken we de goede weg. Die is gelukkig al weer snel gevonden - zo moeilijk is dat niet met een goede kaart in dit vlakke, overzichtelijke land.

Op de schapendijk langs de Dollard. We rijden richting grens, naar Statenzijl. We genieten van weidse vergezichten op landerijen en op de Dollard. De talrijke hekken op deze dijk zijn er niet alleen voor de schapen; soms zijn ze er ook voor de fietsers. Op een gegeven moment staan we voor zo'n hek, en het is nog gesloten ook! Het is een hele toer om er met fiets en al over te klimmen. Marjan en Wilma pakken het het slimst aan. Ze beklimmen met de fiets de dijkkruin om te zien of er aan de andere kant een makkelijker weg is. Die is er inderdaad, en als eersten komen ze aan bij de grote sluis voor het scheepvaartverkeer aan de monding van de Westerwoldse Aa. Aan de horizon rookt de industrie van het Duitse Emden.

Door het grensgebied met Duitsland rijden we via het plaatsje Bunde - vol met windmolens - terug naar Nieuweschans. In het café met de toepasselijke naam Schranskerschans nemen we een hapje en een drankje. Daarna vervolgen we de fietstocht naar Oudeschans. Daar haken de anderen af - ze vinden het jammer genoeg al welletjes - en keren terug naar de camping voor de terugreis naar huis.

Marjan en ik hebben er nog geen genoeg van en maken nog een fietsrondje naar Bellingwolde en Wedde. Onderweg komen we langs een prachtig bos van bereklauwen, zo groot als je ze zelden ziet. Wat een bijzondere, bijna on-Nederlandse planten zijn dat toch.

Terug op de camping pakken we onze spullen en fietsen naar Nieuweschans, waar we onze rijwielen inleveren bij het kuuroord Fontana. Met de trein maken we de lange reis vanuit het hoge noorden terug naar huis.

Informatie over Oost-Groningen is geciteerd uit de Wikipedia. Informatie over de Ennemaborg is in enigszins aangepaste vorm geciteerd uit de website van Het Groninger Landschap.