
WandelMagazijn > Er gaat niets boven Groningen
De tocht
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
We trekken er een paar dagen op uit tussen Kerst en Oud & Nieuw. Naar het hoge noorden, Landgoed Ekenstein, bij Appingedam. Marjan, die het reisje organiseert, heeft het over hangende keukens, lege landschappen en aardige Grûnningers.
29 december 2004. Na een voorspoedige treinreis bereiken we omstreeks één uur Loppersum. Mooie negentiende-eeuwse herenhuizen langs het spoor en in de straat waarlangs wij het stadje uitlopen. Aan de stadsrand nemen we een schelpenpad. Dat staat tenminste in de routebeschrijving.
Het heeft gisteren gesneeuwd en daarna geregend. Vervolgens is de hele boel 's nachts opgevroren. Landerijen en paden zijn bedekt met een onbestemde maar spiegelgladde mengeling van sneeuw, rijp en ijs. Gelukkig zien we het LAW-merkteken op een verkeersbord, zodat we weten dat we op de goede weg zijn. Van het schelpenpad zelf zien we niets, dat ligt verborgen onder een dikke winterse laag.
In de luwte van een bosje legen we onze blaas. Dat heb je zo, na een treinreis van twee-en-een-half uur. Het schelpenpad verandert in een drassig graspad. Even verderop ontvouwt zich het lege landschap waar Marjan het over had. Uitgestrekte akkers met vette klei, eenzame boerderijen aan de horizon. Boven het land een strakblauwe hemel en een stralende zon. Na het barre winterweer van gisteren is het weer radicaal omgeslagen. Het is vandaag een ideale dag voor een lange winterwandeling.
Dwars over akkers en weilanden en langs boerensloten wandelen we naar het dorpje Eenum. We lopen door het wierdenlandschap, het oudste cultuurlandschap van Nederland. Een terp of wierde is een verhoogde woonplaats. Op de gedeeltelijk afgegraven wierde in Eenum staat een kerk uit de dertiende eeuw. In het huis vlakbij de kerk was vroeger een smederij. Het smidsijzer moest met een kar de steile wierde opgeduwd worden.
Bij slecht, nat weer werden er ijzeren platen op het modderige pad gelegd, vandaar de naam IJzerbaan. Over deze IJzerbaan, nu een smal (en beijzeld) klinkerpad langs het voetbalveld dat onder deze winterse omstandigheden dienst doet als ijsbaan, glibberen we omhoog de wierde op, naar de kerk. De last van zeven eeuwen is het gebouw aan te zien. De toren staat scheef en de muren van het schip staan krom van ouderdom. De kerk is omgeven door een grasveld met oude graven en een kring van scheefgewaaide eikebomen. Door de Köster's Toen wandelen we over een smalle asfaltweg naar de volgende wierde, met het plaatsje Leermens.
In vroeger tijden groeiden kleine huisterpen aaneen tot grotere dorpsterpen, waaraan na de komst van het christendom een kerk en een kerkhof werden toegevoegd. De boerderijen stonden in een kring, ieder op een eigen perceel. In veel gevallen is deze verkaveling nog in het veld te zien, zo ook hier in de directe omgeving van Leermens. Deze straalsgewijze perceelsindeling, die zich vanuit de kern van de terp vaak tot ver in het omliggende landschap voortzet, is het oudst bekende kavelpatroon.
Op onze wandeltochten hebben we geleerd dat kerk en café in Nederlandse dorpen een hechte twee-eenheid vormen. Zo ook hier. Tegenover café-restaurant-dorpshuis Aig'n Heerd ligt de terpkerk. Leermens is een stuk groter dan Eenum. De oorspronkelijke kavelpatronen zijn langs ons wandelpad niet meer zichtbaar en zonder de routebeschrijving hadden we niet gezien dat ook dit dorp oorspronkelijk op een wierde gebouwd is. Slechts het bultje met de kerk is er nog van over; de rest is in de loop der tijd afgegraven. De terpaarde bleek immers zeer geschikt om arme gronden vruchtbaarder te maken. Sinds het einde van de achttiende eeuw ontstond er een levendige handel in terpaarde. Men groef dikwijls door tot de rand van het kerkhof was bereikt ...
Over een graspad wandelen we door open land. Bij een grote boerderij annex houtzagerij gaat een paadje naar rechts, naar een lutje hoeske, eigendom van de ontwerper en bouwer, de heer Aalberts. Het is een klein houten huisje waar wandelaars kunnen uitrusten. Het huisje kan draaien, zodat je met zonnig weer altijd in de zon kunt zitten. Deurtjes en ronde schuifraampjes houden de over het vlakke land jagende wind buiten.
Marjan is erg gecharmeerd van dit huisje van Wim Kan (naar het - ook - draaibare tuinhuisje waar de beroemde cabaretier zijn teksten schreef). We eten er onze boterhammen en inderdaad, in de zon en uit de wind is het er goed toeven.
Boerderij Lutjerijp met z'n witte woonhuis ligt er eenzaam en zo te zien onbewoond bij. Wie zou hier ook willen leven, zo ver van de bewoonde wereld? "Ik", overpeins ik bij mezelf. Maar tegelijkertijd moet ik toch echt niet denken aan het vele onderhoud dat zo'n oude boerderij onvermijdelijk met zich meebrengt.
Over een pas aangelegd fietspad lopen we nieuwe technologie tegemoet: een gaslocatie. In dit gebied zijn meerdere van dergelijke gaslocaties te vinden. Door het ontrekken van aardgas aan de bodem zakt deze ieder jaar ongeveer een halve centimeter. Om de nadelige gevolgen voor de grondwaterstand en de gewassen tegen te gaan, zijn allerlei nieuwe waterkeringen en sluizen aangelegd.
We passeren een hoge Eiffeltoren. Tot voor kort waren deze aardgastorens met op de top een brandende gasvlam opvallend in het landschap. Tegenwoordig worden ze weer afgebroken, omdat er nieuwe manieren zijn om zwavel uit gas te verwijderen. Dat zien we even verderop gebeuren, in een uitgestrekt samenstelsel van hekken, buizen, leidingen en gasketels. Niet fraai om te zien, maar wel één van de bronnen van onze tegenwoordige welvaart.
Het is er spekglad. Nee, niet door olie of zo: het pad van betonplaten is opgevroren met een dun laagje ijs. De (Fred?) Kapslaan heet het hier. Als de laan inderdaad naar de beroemde goochelaar is genoemd, is dat te veel eer voor dit pad van betonplaten te midden van verlaten weilanden ... Onder een reusachtige hoogspanningsleiding door. De draden gaan vlak langs een aantal boerderijen. Weten de mensen hier niet wat dat met hun gezondheid kan doen!?
We zijn nu in de buurtschap Arwerd, ongeveer op de helft van de wandeling. Over de Kloosterweg lopen we in de richting van Appingedam. We passeren het Nijenklooster, de plaats van een middeleeuws nonnenklooster dat in 1204 gesticht werd. De huidige boerderij Nieuwen Klooster herinnert nog steeds aan de opvallende rol die de kloosters in de wordingsgeschiedenis van het Noord-Groningse landschap hebben gespeeld. Door hun kennis, hun gezag en onbezorgdheid wat betreft het materiële bestaan konden de monniken vele bedijkingen en waterstaatkundige werken tot stand brengen. Op veel plaatsen waar de monniken hebben gewerkt staan ook nu nog steeds grote bedrijven, zoals ook hier.
Een betonweg brengt ons vervolgens naar de afgegraven wierde van Wierhuizen. Hier is indertijd vier meter afgegraven voor grondverbetering bij Slochteren. In de verte ligt Appingedam. We horen het geraas van de provinciale weg al van ver. Na de kerk van Tjamsweer steken we de drukke weg over.
Door de buitenwijken van Appingedam lopen we naar het Damsterdiep, een nogal bochtige vaart met mooie oude herenhuizen, zoals we die al bij de aanvang van de tocht in Loppersum zagen. De bochten in het Damsterdiep zijn ontstaan door inwerking van eb- en vloedstromen die vrij spel hadden toen de vaart pas gegraven was en in open verbinding met de Eemsboezem stond. Het graven van deze waterwegen was, letterlijk en figuurlijk, monnikenwerk uit de twaalfde en dertiende eeuw.
Langs de vaart is het nog twee kilometer tot landgoed Ekenstein. Marjan en ik genieten van een rustige avond en een prima diner in het statige landhuis Ekenstein. 'Rust en comfort in een middeleeuws decor', staat er op de folder. Een beetje overdreven, want het huis dateert helemaal niet uit de middeleeuwen. Het is gebouwd in 1648 door Johan Eeck, dokter en bestuurder in de Ommelanden. Na de tweede wereldoorlog werd het in de loop van de tijd flink uitgebouwde landhuis omgebouwd tot een stijlvol hotel-restaurant en dat is het nu nog steeds.
Het huis wordt aan de ene zijde begrenst door het Damsterdiep; aan de andere kant bevindt zich een groot park van '32 grazen land', zoals blijkt uit de akte van de eerste verkoop uit 1723. Het vormt een natuurlijke buffer tegen het geraas van het verkeer op de N360. Aanvankelijk dacht ik in de herrie te logeren, maar dat blijkt dus gelukkig erg mee te vallen. Op Ekenstein hoor je van de snelweg niets.
Appingedam - waar de hemel een spiegel op aarde is
Dat lazen wij tenminste in het stadsmuseum, dat we vanochtend bezochten. Het mistige en druilerige weer nodigt niet uit tot de voorgenomen wandeling van 21 kilometer door het Groningse Ommeland, die wij uit het onvolprezen blad Op Lemen Voeten hadden geknipt. In plaats daarvan wandelen we naar Appingedam.
30 december 2004. In een klein uur lopen we van Ekenstein langs het Damsterdiep naar de historische binnenstad. Appingedam is een leuk stadje. Smalle klinkerstraatjes, oude lage huizen, een levendig centrum. We zien er ook de beroemde hangende keukens, die Marjan al ver van te voren aanprees. Deze houten uitbouwsels boven het water ontstonden toen pakhuizen tot woonhuizen werden verbouwd. Voor de keuken was geen andere plek dan boven het Damsterdiep.
Appingedam is vermoedelijk al meer dan duizend jaar oud. Al heel vroeg was Appingedam een zeehaven van betekenis. In 1327 kreeg de plaats stadsrechten. Tot de aanleg van de zeehaven in Delfzijl bleef Appingedam de belangrijkste havenstad. Van havenstad werd Appingedam toen een belangrijke handelsplaats en marktcentrum. Grote concurrent was de stad Groningen, die uiteindelijk door haar stapelrecht het pleit zou winnen. Dit stapelrecht hield in dat producten van het Groningse platteland op de markt in de stad Groningen verhandeld moesten worden. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd Appingedam wat betreft industirële ontwikkeling door Delfzijl voorbijgestreefd. En waar men zich in Delfzijl op de industrie ging richten, concentreerde Appingedam zich vooral op het wonen. In 1972 is het oude hart van de stad tot beschermd gebied verklaard en sindsdien is er veel gerestaureerd.
Dankzij die inspanning kunnen we nu een aantal monumenten bewonderen die aan de bloeitijd van de stad herinneren, zoals de twee prachtige panden waarin het stadsmuseum is gevestigd. Één ervan dateert uit de dertiende eeuw. Het Museum Stad Appingedam biedt niet zozeer een beeld van de stad 'door de jaren heen', maar is een ecclectische (èn boeiende) verzameling van van alles en nog wat.
We zien er de opkomst en ondergang van de Brons Motorenfabriek, een gigantische verzameling werktuigen voor de koperslagerij, we lezen en kijken foto's over de geschiedenis van het Damsterdiep en bezichtigen een collectie Kerststallen. In alle vertrekken van het museum wordt informatie gegeven over de geschiedenis van het pand. Sommige kamers zijn zelfs geheel in stijl ingericht, zoals de mooie kamer van gegoede burgers naast de entree.
Aan de overkant van het museum zit restaurant De Rechtbank. Een verblijf daar lijkt ons geen straf (en is dat ook niet). Onder het genot van een kop koffie besluiten we verder te wandelen naar Delfzijl. Een stukje volgens de route die we oorspronkelijk voor vandaag hadden gedacht, naar Marsum, en dan via de buurtschap Holwierde en het terpdorp Uitwierde naar Delfzijl.
Eerst maar eens op zoek naar het station, waar de route begint. Vanaf de winkelstraat leidt een LAW-route ons er heen. Onderweg brengen we een bezoekje aan boek- en striphandel Greet, een leuke tweedehands boekwinkel.
Wandelen door het lege Groningse land in de mist is een aparte ervaring. Een tijdlang volgen we de snelweg, een onzichtbare maar helaas niet onhoorbare geluidsbron. Wat een rotherrie maken die auto's toch.
Marsum is een gehucht van niks en toch is het er sfeervol. Bij de ingang van het wierdedorpje staat een bord met de namen van alle inwoners en hun huisnummers. Acht zijn het er. De Romaanse kerk, het middelpunt van het dorp, ligt op een gedeeltelijk afgegraven wierde en is indrukwekkend in z'n robuustheid en ouderdom. Het gebouw, gewijd aan de heilige Mauritius, is uit de twaalfde eeuw en delen van het gebouw, zoals de bolle dakpannen, stammen nog steeds uit die tijd.
De kerk is een van de eerste volledig bakstenen kerken in Groningen. De kerk is open; dat komen we tijdens onze wandelingen op het Groningse platteland niet vaak tegen. Het interieur is net zo oud (de banken zijn van 1788), robuust en eenvoudig als de buitenkant. Met een uitzondering: het mooie middeleeuwse orgel voorin de kerk. Marjan probeert nog even de kansel (uit 1792) uit. Hoe vaak zal vanaf hier wel niet hel en verdoemenis zijn gepreekt?
Via het smalle kerkepad verlaten we de wierde. Aan de noordkant van het dorp, dat in een cirkel rond de kerk ligt, loopt een pad van betonplaten naar de buurtschap Holwierde. We lopen door een mistig niemandsland. Groene weiden met af en toe een hek vervagen aan de horizon tot een grijs niets. Langs het pad staan bunkers. Het zijn er heel wat; zes, tel ik er. WO II, denken wij, maar nee: dichterbij gekomen lezen we op de bordjes Stichting Cold War - Verboden Toegang. Dan zien we ook dat alle bunkers omgeven zijn door hoog prikkeldraad. Dit zijn zeker geen verlaten monumenten. Maar de Koude Oorlog is toch óók voorbij?! Het blijft een mysterie.
Holwierde is een buurtschap van verspreid staande boerderijen. De weg buigt hier af naar het oosten. even verderop doemt de Waddenzeedijk op uit de mist. Vlak voor Delfzijl ligt Uitwierde, een verrassend pittoresk plaatsje. Op een wierd ligt een grote kerk met vierkante toren, rondom omgeven door de begraafplaats. In een tweede kring staan de huizen. Geen mens op straat, maar het ziet er knus uit. Ik zou er zo willen wonen.
Verder, onder de weg door. We lopen door een stadspark naar de Waddenzeedijk en vervolgens over de dijk naar het centrum van Delfzijl. De buitenwijken van de stad staan vol hoge naargeestige 'Bijlmer'-flats. Met vuurwerk klooiende rotjongetjes doen hier eenzelfde stedebouwkundige mislukking vermoeden als in Amsterdam.
Aan het eind van de dijk staat het Eemshotel, waar Marjan zo graag eens wilde overnachten. Het ziet er echter wel héél anders uit dan in de folder. Daarin lijkt het alsof het hotel eenzaam aan de Waddendijk ligt. Niets is echter minder waar. In werkelijkheid ligt het hotel op de grens van havens en industrie en het drukke stadscentrum. Links het laden en lossen op de havenkades; rechts langsrazend stadsverkeer. Van de rust en romantiek die de hotelfolder uitstraalt, blijft bitter weinig over.
We kunnen er zelfs geen kop koffie drinken: Het hotel is 'gesloten voor de jaarwisseling', zo staat op een bord bij de ingang. Delfzijl lijkt een stad zonder iets 'eigens'. We zagen de 'Bijlmer' al. Over een kleine replica van de Rotterdamse Erasmusbrug lopen we naar het centrum. De winkelstraten daar lijken een verkleinde uitgave van de Coolsingel. We wandelen er door heen, recht op het station af. Delfzijl nodigt niet uit tot verder rondkijken. De trein rijdt net weg; wij nemen de bus terug naar Appingedam. Nog een half uurtje lopen en we zijn weer in Ekenstein.
In het hotel is het druk; er wordt feest gevierd. Voor de hotelgasten is er maar één serveerster. Één die, ondanks de drukte, met een opgewekt gezicht de tijd neemt om de meest griezelige spookverhalen over Ekenstein te vertellen. Bewegende gordijnen in tochtige zalen, vreemde geluiden in lege vertrekken, brandende lampen op verlaten verdiepingen ... Ekenstein heeft het! En als de keuken even hapert in de bereiding van de dinergangen, doet ze spontaan een ongeduldige klant na. Ze heeft duidelijk komisch talent, dat moeten we haar nageven!
Strippen in Groningen
31 december 2004. Na het uitgebreide ontbijt pakken we onze spullen. We zijn de allerlaatste gasten van dit jaar. Dat klinkt dramatischer dan het is; op Nieuwjaarsdag is het hotel gesloten en op 2 januari gaat het gewoon weer open. Maar het klinkt wel aardig: de allerlaatste gasten ...
Door het mooie park achter Ekenstein wandelen we naar het naastgelegen landgoed, Rusthoven. Dat ziet er heel wat bescheidener uit dan Ekenstein. Een kleiner huis van rode baksteen, zonder veel versieringen en geen tuin of park van enige betekenis. Wel wordt de weide rondom het huis omzoomd door prachtige oude bomen. Het landgoed wordt nog bewoond, zo blijkt uit een bordje bij de ingang. We mogen er dus niet rondkijken.
Verderop komen we op het asfaltweggetje dat ons in de richting van Wirdum brengt, weer zo'n typisch wierdedorp zoals we er de afgelopen dagen al verschillende zagen. Langs kale, omgeploegde klei-akkers lopen we vervolgens het laatste stuk naar Loppersum, waar we het boemeltje naar Groningen nemen.
Daar lunchen we in één van de restaurantjes op Marjan's lijstje: Vers: een trendy maar toch gezellig eethuis met lekkere koffie en broodjes. Door de binnenstad wandelen we naar het Stripmuseum, één van de bestemmingen op mějn lijstje. Ik had van te voren eigenlijk geen voorstelling van het museum. Zou het wel iets zijn, of is het zonde van het geld?
Het eerste blijkt het geval: het Stripmuseum is gewoon een fantastisch leuk museum! Het museum is opgedeeld in speciale ruimtes voor kinderen, volwassenen en 'echte' kenners. Voor deze laatste groep (waar je volgens het museum al snel toe behoort) zijn er unieke stukken uit de Nederlandse striphistorie te bewonderen. Voor kinderen een leuke kennismaking met de stripklassiekers, voor volwassen is het een feest van herkenning.
De entree van het museum is een grote stripwinkel, waar we uitgebreid rondkijken. Ik ontdek er altijd weer nieuwe strips, om in de gaten te houden, of om eens nader te bekijken in mijn 'eigen' stripwinkel, De Collector.
Dan de trap op, naar het atelier van bekende striptekenaars, waar stap voor stap de ontwikkeling van een striptekening wordt getoond. Ook moderne ontwikkelingen, zoals de webcomics, komen aan bod. Iets om op het internet eens verder naar te kijken. Vervolgens maken Marjan en ik een reis door de tijd. De krantenstrips van toen komen voorbij, met orgineel werk en mooie uitvergrotingen van grootheden als Henk Sprenger en Pieter Kuhn, net als de strips uit de prehistorie en alle uitgaven van Stripschrift, het oudste stripinformatieblad. Ik had jarenlang een abonnement.
De collectie rondom diverse Nederlandse stripfiguren is in het doolhof, waar dankzij het vele unieke materiaal dat het museum bezit, bijzondere ontdekkingen te doen zijn over Donald Duck, Suske en Wiske, Franka, Agent 327, Eric de Noorman, Kapitein Rob, Jan Jans en de kinderen, Paulus de Boskabouter, Sjors en Sjimmie, Tom Poes en Kuifje, om maar eens een greep te doen uit de veelheid van stripfiguren die hier de revue passeert.
Met plezier brengen we enkele uren in het museum door. Dan is het tijd om huiswaarts te gaan. In een heerlijk rustige trein soezen we weg. Groningen, Heerenveen, Meppel - de meeste stations rijden wij slapend voorbij. Een snelle overstap in Zwolle en in Deventer, en dan zijn we weer terug in ons bekende Apeldoorn. Samen met Pjuh (die al op ons zat te wachten) genieten we van een gezellige Oudejaarsavond. In de hele laan wordt dit jaar geen vuurwerk afgestoken. Een mooiere overgang naar het nieuwe jaar zou ik niet kunnen bedenken.
Enkele tekstgedeelten zijn in aangepaste vorm ontleend aan de brochure NS-wandeltocht Tjamsweer (2004) en de LAW-routebeschrijving Wad- en Wierdenpad (2003).
HetMagazijn