
De Slodinos > Door dal en over berg - wandelingen langs de Overijsselse Vecht en over de Lemelerberg
De tocht
Eerste pagina van deze tocht | De foto's
Zaterdag 23 januari 2010. Op een koude januaridag reizen we naar Ommen, waar we met Marianne afspraken voor een wandeling langs de Vecht naar Mariënberg. In station Ommen is tegenwoordig een gezellig café gevestigd; we maken gelijk van de gelegenheid gebruik om onder het genot van koffie gezellig bij te praten.
De wandeling naar Mariënberg hebben we al eerder gemaakt, maar het blijft een mooie tocht. Zo'n route verveelt niet gauw, en onderweg valt me op van hoeveel stukken van de route ik me eigenlijk weinig of niets meer kan herinneren. Zo blijkt maar weer: als je een tocht na een paar jaar weer eens loopt, is-ie eigenlijk als nieuw.
We wandelen langs en over de fraaie es Ommen uit. Her en der ligt nog de sneeuw, die de afgelopen weken zo overvloedig is gevallen. Over het fietspad door het bos, verderop spoorbaan en weg over en door winterse bossen wandelen we oostwaarts. Het duurt langer dan ik me kan herinneren voordat we de Vecht in zicht krijgen. Dat is nu zoiets: in mijn gedachten liep vrijwel de gehele route langs de rivier, in werkelijkheid lopen we eerst een paar uur door de bossen in het uitgestrekte Vechtdal. Ik schreef het hierboven al: wat kan het geheugen een mens parten spelen.
Langs een 'dode arm' van de Vecht bereiken we over smalle maar fraaie oeverpaden de camping, waar altijd als wij langskomen, de kantine gesloten is! Marianne weet hier een alternatieve route langs de rivier, die in grote bochten door het landschap slingert. een fraai gezicht, met aan de overzijde uitzicht op weilanden met hier en daar een solitaire boom.
Bij het gehucht Junne wandelen we over mooie paden het gelijknamige landgoed in. Sinds de laatste keer dat we hier liepen, is een informatiebord geplaatst, waarop we de geschiedenis van het landgoed lezen: "De geschidenis van Landgoed Junne voert terug naar het jaar 1718. In dat jaar koopt Johan Werner van Pallandt zijn eerste erf in Junne. Dit erf is zeker niet het laatste dat hij koopt, er volgen nog meer boerderijen.
Met het opheffen van de marke in 1846 wordt de woeste grond van Junne verdeeld. Dit gebeurt echter niet op een handige manier. Zowel pachters als eigenaren hebben hier en daar, verspreid over het landgoed, percelen grond. Na diverse voorgangers wordt het landgoed in 1931 bezit van de familie Bentinck uit Beerze. Barones Bentinck is zeer geliefd bij de inwoners van Junne. Ze luistert naar hen, geeft hen tien gulden als een zoon of dochter van een pachter gaat trouwen, zorgt voor het onderhoud van de huizen en regelt ook nog eens een wijkverpleegster.
Tot slot wordt op haar initiatief grond geruild. Hierdoor verbetert de structuur van het landgoed en komt er een betere verdeling van de grond. Op 29 juni 1938 sterft de barones een plotselinge dood. Erfgenamen verkopen het landgoed aan Amstleven, dat later is opgegaan in Delta Loyd, die het landgoed sindsdien in eigendom heeft."
In de omgeving van Beerse wandelen we onderlangs en later boven over een duinenrij, opgeworpen om het stuifzand dat hier vroeger een plaag was, tegen te gaan. Nu is alles bebost en begroeid, de duinen hebben hun oorspronkelijke nut verloren maar bieden de wandelaar van boven af een fraai uitzicht op de landerijen en bossen in de omgeving.
In het restaurant bij de Beerser Bulten - naast het Giga-Konijnenhol - warmen we ons een beetje op en versterken we de inwendige mens met chocolademelk met slagroom en appeltaart.
Dan is het niet ver meer naar Mariënberg. Onder de brug van de autosnelweg door bereiken we de weilanden waar we vroeger over bruggetjes en langs de slootkanten naar Mariënberg wandelden. Nu worden de weilanden 'omgebouwd' tot natuur en bewandelen we een echt pad.
In station Mariënberg is inmiddels ook een horeca-établissement gekomen, het gezelligste cafe van het oosten, lezen we op de pui van het station. Het blijkt een donker rock-café te zijn; je moet er van houden! Het bier is er in ieder geval goed.
We overnachten bij Marianne en eten in een van de gezellige gelegenheden die haar dorp rijk is. Zo vliegt, onder het genot van een heerlijke maaltijd, de avond om.
Zondag 24 januari 2010. Als een blok geslapen. Zo'n koude wandeldag als gisteren vraagt toch de nodige extra energie van een mens! We moeten ons nog haasten om op tijd weer in Ommen te zijn, waar we Dorothée oppikken voor een door Marianne zelf uitgezette wandeling rond de Lemelerberg.
Het heeft vanacht wat gesneeuwd. Een paar centimeter, maar genoeg om de grijze winterwereld met een wit dekentje te bedekken. Ik verheug me op de wandeling. Het wordt één van de weinige in twintig jaar wandelen, dat we in de sneeuw lopen, bedenk ik me terwijl we in de richting van de Lemelerberg rijden.
Door prachtig besneeuwde bossen wandelen we naar een bijzonder gebied. Het verlaten, heuvelachtige terrein met grillige jeneverbesstruiken en berkenbomen biedt, zeker op zo'n grijze sneeuwdag als vandaag, een mysterieuze aanblik. Over kronkelige paadjes zoeken we onze weg. Het is handig dat Marianne hier zo goed de weg kent, want de smalle weggetjes zijn onder de sneeuwlaag soms maar nauwelijks herkenbaar.
De route door het fraaie gebied met de jeneverbessen is slechts drie en een halve kilometer lang - te kort voor een dagwandeling. Marianne heeft, te voet en met behulp van de kaart verkennend, de route uitgebreid tot zeventien kilometer. We volgen een zeldzaam gevarieerd pad, dat ons door beukenbos, langs lichte berken, heidevelden en onder hoge donkere dennen, langs watertjes en over heuvels leidt. "Dit is een route die wij ook in een ander jaargetijde graag nog eens willen lopen", roepen we al na de eerste kilometers.
Op een uitgestrekte es ervaren we het verschil in kou tussen het beschutte bos en het open veld. Het uitzicht over de uitgestrekte, besneeuwde es is prachtig, maar het pad verraderlijk, want verijst onder het dunne laagje sneeuw. Dorothée gaat onderuit; ikzelf kan me maar net staande houden. Zekerheidshalve wandelen we over de stoppels van het naastliggende maisveld verder, terwijl de ijskoude wind ons in het gezicht bijt. We zijn blij als we een half uurtje later weer uit de wind, in de luwte van hoge dennen, verder kunnen wandelen.
Aan het eind van de route komen we bij een restaurant waar een deel van ons wandelgroepje zichzelf op een Lulumba trakteert, warme chocomel met rum. Met nog slechts een half uur te gaan, is een beetje sterke drank geen probleem! Onder het genot van soep en drank worden plannen gesmeed voor een volgende tocht en, later in het voorjaar, een uitstapje naar Zuid-Limburg. In vrolijke stemming bereiken we over een besneeuwde landweg de parkeerplaats waar we vanochtend de auto achterlieten.
Een korte rit brengt ons naar station Ommen, precies op tijd voor de trein. Tevreden boemelen we westwaarts, nagenietend van een gezellig weekend en een uitzonderlijk mooie tocht door de bossen van de Lemelerberg.
HetMagazijn