Het Hunzedal, 10-11 mei 2008

De Slodinos > Het Hunzedal

De tocht

Eerste pagina van deze tocht | De foto's

Zaterdag 10 mei 2008. We maken een reis terug in de tijd. Het oerstroomdal van de Hunze, gelegen aan de voet van de Hondsrug aan de oostgrens van Drente, is dit weekend onze bestemming. Het werd uitgesleten door smeltwater in de tijd dat het landijs van de voorlaatste IJstijd zich terugtrok uit Nederland. Onder invloed van het warmer wordende klimaat raakte het Hunzedal begroeid met uitgestrekte venen en ondoordringbare moerasbossen. Kraanvogels, elanden en bevers hoorden tot de vaste bewoners van het gebied.

In dit gebied maken we een fraaie wandeltocht, met dank aan de Nederlandse Spoorwegen die de tocht opnamen in hun wandelprogramma. In de trein naar Emmen ontmoeten we Marianne en Dorothée. De rest van de lange reis per stoptrein vliegt voorbij terwijl wij elkaar bijpraten over onze belevenissen in de afgelopen maanden. Per Qliner - De Q staat voor Quick (snel) en Quality (kwaliteit), hoe bedenk je het - reizen we verder van Emmen naar Gieten waar onze wandeling begint, maar niet voordat we op het beschaduwde terras van café-restaurant Adolfs nog eens goed wakker worden met een bakje Drentse koffie, en taart niet te vergeten.

We beleven de zonnigste meimaand ooit. Een verfrissend windje maakt dat het ondanks de temperatuur van 25 graden goed wandelweer is. We wandelen Gieten uit over een hoge es vanwaar we een mooi uitzicht hebben op het uitgestrekte Hunzedal, een weids gebied met akkerland, waarover deze meimaand een groen waas ligt van ontkiemend zaaigoed.

De menselijke invloed in dit gebied werd pas zichtbaar vanaf de Middeleeuwen, toen de toegankelijke delen van het dal benut werden als hooiland. Halverwege de achttiendee eeuw kwam een grootschalige vervening op gang, waarbij het veenpakket als turf werd opgebrand in onder meer de kachels van de stad-Groningers. In de twintigste eeuw werd het dal omgevormd tot een agrarisch landschap, terwijl tegenwoordig door natuurontwikkeling wordt geprobeerd het gebied nieuw leven in te blazen. Nieuw leven inblazen? Wat een moderne onzin toch - ook het agrarisch landschap zoals dat er nu ligt, heeft zijn eigen schoonheid. En léven - ach, dat is wel het laatste dat zo'n mooie rustige streek nodig heeft!

Het Hunzedal is als beekdal nog maar nauwelijks herkenbaar. De 35 kilometer lange rivier werd een brede sloot, zo lees ik op De Natuurkaart. Onze wandeling heeft weliswaar als naam Hunzedal meegekregen, maar van rivier of dal zien we eigenlijk nauwelijks iets.

Over het grindbed van de voormalige spoorlijn van Assen naar Stadskanaal wandelen we naar Gasselte. De tocht gaat door een stil gebied waar we nauwelijks mensen of verkeer tegenkomen. Het aanlokkelijke restaurant in Gasselte gaat pas over een uur over - maar niet getreurd, want op een steenworp afstand ligt Snackbar John, wél open en voorzien van een uitgebreide menukaart.

We wandelen door het dorp Gasselte, een rotonde en enkele straten met huizen, waarna direct een fraai bosgebied begint. We naderen het Drouwenerzand, een stuifzandgebied met heide en bos.

Dit is wat de drie podagristen in 1843 van het Drouwenerzand vonden: "Wij bereikten een dorre en doodsche zandzee, allerakeligst van een rei naakte duinen en belten doorsneden en ingesloten, 't Is hier zoo bar en ongezellig, dat er een groote mate van kloekmoedigheid toe behoort, om niet van vrouwelijke angst en vreeze aan elk zijner hoofdhairen een glinsterende zweetdruppel te zien hangen. Wie ietwat met bijgeloof behebt is, komt ligt in verzoeking om dees vlottende, malende zandzee te houden voor 't voormalig tooneel, niet van één, maar van duizenden moorden, doodslagen, en wat ijsselijke en bloedige misdaden gij meer wilt."

De drie podagristen waren drie Drenten, die - hoe tegenstrijdig - een voetreis maakten naar Bad Bentheim om genezing te zoeken voor hun voetjicht (podagra). Kennelijk was het bronwater van Bad Bentheim dusdanig geneeskrachtig dat zij daarna nog in staat waren om de reis te voet naar Assen te maken, uit het verslag waarvan het hiervoor genoemde citaat komt. Het is overigens niet bewezen dat zij alledrie de lange voetreis maakten. Maar hoe het ook zij, hun reisbeschrijving wordt wel gezien als het eerste belangrijke literaire werk van Drentse bodem.

Het Drentse literaire leven zullen we op deze tocht trouwens vaker tegenkomen. We verlaten morgenochtend Borger door een wijkje waar de straten zijn genoemd naar bekende Drentse schrijvers. 'Bekend' moet wel met een korreltje zout worden genomen. Ik heb tenminste nog nooit van hen gehoord, maar Marianne vertelt dat het Drents dialect een rijk literair leven kent. Zo dichtbij en zo onbekend. We bedenken, dat dat dan ook wel voor de andere taalgebieden in ons land zal opgaan. Wordt het niet eens tijd voor 'binnenlandse vertalingen', zodat onze streekculturen een bredere bekendheid krijgen?

Terug naar het Drouwenerzand, tegenwoordig een fraai natuurgebied met mooie heidevelden en karakteristieke jeneverbesstruiken. Her en der staan op de heide grote solitaire eiken, waarvan het frisse jonge blad prachtig afsteekt tegen de paarsbruine heidestruiken. Onze route gaat kriskras over de hei. Het is heet op de zandpaden, al uren opgewarmd door de zon. Maar de wandeling door dit gebied is beslist de moeite waard.

Voorbij het Drouwenerzand komen we in een stil gebied met enkele boerderijen aan een smalle asfaltweg. Eén ervan is de biologische boerderij De Morene met een winkeltje met natuurproducten en overheerlijke karnemelk, waarvan we twee flessen achter elkaar leegdrinken. Aanbevolen!

Een klinkerweggetje leidt naar het eerste hunebed op onze tocht. Onze routebeschrijving heeft interessante informatie over deze archeologische monumenten. Enkele enigszins aangepaste citaten: "Hunebedden zijn de restanten van stenen grafkelders waar het Trechterbekervolk - zo genoemd naar de aardewerken bekers die in de graven zijn gevonden - tussen 3400 en 3200 voor onze jaartelling hun doden begroeven. Er zijn nog 54 hunebedden in ons land. Deze zijn niet compleet, veel stenen zijn hergebruikt om onder andere funderingen van kerken en zeeweringen mee te bouwen. De zwerfkeien werden al 150.000 jaar geleden vanuit Zuid-Zweden en Finland door gletsjers naar ons land gebracht.

De hunebedden bestonden uit een dubbele rij rechtopstaande draagstenen met daarop dekstenen als dak. De toegangspoort werd gebouwd in de richting waar de zon opkwam. De ruimten tussen de draag- en dekstenen werden met stopstenen gevuld en vervolgens bedekt met zand en zoden. Door de zuurgraad van de Nederlandse bodem zijn alle menselijke resten in de graven volledig vergaan. Latere generaties begroeven hun doden in grafheuvels, waarvan er in deze streek ook nog vele te vinden zijn."

Een zandweg langs bos, essen en heide brengt ons naar Borger. Onderweg komen we langs een grafheuvel. Wat staat daar nu voor?! Een oude televisie! Wel een heel bijzondere plek om tv te kijken! Langs het Hunebedcentrum - met het grootste hunebed van Nederland - wandelen we het dorp in, recht op ons overnachtingsadres af dat - heel gerieflijk - precies op de route ligt.

Op het door krassende kraaien belegerde terras van hotel Bieze drinken we bier en thee op de goede afloop. Marjan neemt daarna de bus naar huis in verband met onze zieke poes. Marianne, Dorothée en ik wandelen terug naar ons logeeradres, leveren daar onze bagage af en gaan vervolgens op zoek naar een restaurant. Het centrum van Borger is kleiner dan het op het eerste gezicht lijkt, maar desondanks is er keus genoeg. Bij een wat ouderwets aandoend Chinees restaurant - nog een 'echte' Chinees, zonder gewok of culinariteiten, genieten we van een lekkere maaltijd.

Zondag 11 mei 2008. Vanwege de temperatuur - die viel ons gisteren toch wel tegen - gaan we vroeg op weg. Om negen uur wandelen we Borger uit. Door de boswachterijen van Borger en Exloo wandelen we over stille paden door fraaie naaldbossen en langs met frisgroene bladeren getooide beuken. Her en der zijn kleine heideveldjes. Het is opvallend hoe weinig pijpestrootje je hier ziet. Maar in deze streek worden dan ook schaapskuddes ingezet om de hei te begrazen en overgroeiing te voorkomen. En niet zonder resultaat, zoals we hier zien.

In de bossen bij Exloo komen we langs een mooi hunebed. Opvallend zijn de fraai gerestaureerde keienwegen in dit gebied. Een verademing na alle betonnen fietspaden en asfaltwegen. Ook hier liggen her en der weer grafheuvels in het bos. Ze zijn makkelijk te herkennen, want ontdaan van bomen en struiken en begroeid met heldergroen gras, waardoor ze als het ware oplichten tussen de donkere boomstammen.

We zijn eigenlijk wel nieuwsgierig wat er nu in zo'n heuvel zit en worden op onze wenken bediend via een bordje bij één van de grafheuvels waarop we lezen dat de heuvel een rechthoekig, met stenen afgezet graf bevatte, waarin zich de verbrande resten van de overledene bevonden. De heuvel waar we nu bijstaan, dateert uit de Bronstijd en is opgeworpen tussen 1500 en 1800 jaar voor onze jaartelling. Dat maakt toch wel even stil, zo'n bijna 4000 jaar oud overblijfsel van een vroegere beschaving in ons land.

We wandelen over het Molenveld, een heuvelachtig heidegebied, en zigzaggen vervolgens door bossen en langs akkers naar de Hunzebergen, een recreatiecentrum en bungalowpark waar we een prettige lunchstop inlassen in een leeg restaurant naast een vol zwembad.

Lange rechte wegen brengen ons langs het dorpje Valthe naar het Valtherbos, dat Emmen in het noorden en oosten 'omarmt'. Aan de hemel verschijnen - als geroepen - schapewolken, die precies op dit drie kilometer lange boomloze traject voor wat welkome schaduw zorgen. Vrijwel tot de laatste honderd meter wandelen we verder door het fraaie Valtherbos naar station Emmen, vanwaar we huiswaarts keren na deze mooie wandeltocht door het fraaie - én rustige - Drentse landschap.

De informatie over het Hunzedal is afkomstig van De Natuurkaart. De informatie over de podagristen is afkomstig uit de Wikipedia.