Dalfsen: Wazige weiden en mistige marsen, 1 januari 2008

De Slodinos > Dalfsen: Wazige weiden en mistige marsen

De tocht

Eerste pagina van deze tocht | De foto's

Dinsdag 1 januari 2008. "Gelukkig Nieuwjaar!" roep ik de conducteur toe. "Ha, u bent de eerste", reageert hij. "En toch heb ik vandaag al zo'n vijfhonderd kaartjes geknipt!" We zitten in de trein, op weg naar Dalfsen, waar we het nieuwe jaar goed beginnen met een mooie wandeling met Marianne.

Op oudejaarsavond kwamen dichte mist en zware vuurwerksmog samen. Nog steeds is het grootste deel van de wereld verborgen achter een grijze waas - "Net als het grootste deel van het nieuwe jaar", merk ik met gevoel voor symboliek op tegen Marjan, naast mij in de trein.

Op het station in Dalfsen staat Marianne ons al op te wachten. Na de uitwisseling van nieuwjaarswensen rijden we over stille wegen naar Madrid, het van eerdere tochten welbekende café-restaurant-expo, waar de knappe kopie van de Nachtwacht van Rembrandt van huisschilder Jan van der Horst hangt. We parkeren de auto en gaan op pad.

We wandelen door het verstilde landschap van het buurtschap Hessum. Zandpaden voeren langs berijpte weilanden, die zich al na een dertig meter in dichte mist verliezen. In de verte klinken af en toe enkele vuurwerkknallen. Er zijn mensen die er nooit genoeg van krijgen. Verder is het hier vooral heel stil - alsof de mist alle andere geluiden dempt.

We wandelen langs de plek waar vroeger het psychopatenkamp lag. Een lugubere naam. Er is in het landschap niets meer wat er aan herinnert. Het zandpad waarover we lopen, is een eeuwenoude handelsweg, de Hammerweg. Het prikkeldraad dat akkers en landerijen omgeeft, is versierd met een wit laagje. De vele spinnen die langs berm en bosrand hun web weefden, hebben vandaag eer van hun werk. De anders bijna onzichtbare webben schitteren vandaag als ware kunststukken van water en ijs.

Het Hessumse Veld, waar we nu door lopen, was vroeger een gebied met heidevelden en kleine keuterboerderijtjes. Een wat achtergebleven gebied dat zeker in de eerste helft van de vorige eeuw een wereld op zich zelf was. In het routeboekje lezen we dat journalisten van het tijdschrift Het Leven in 1931 speciaal hier naartoe kwamen om een reportage te maken over hoe men hier leefde.

We wandelen door de stille bossen rond de Vennenberg naar het Vilsterse Veld, een heidegebied. Het is interessant te zien hoe de temperatuur in de bossen verschilt van die op het open land. Daar is alles wit en berijpt; in het bos is de wereld weer bruin en groen.

De route langs het Vilsterse Veld is prachtig. We beklimmen een lage heuvel, vanwaar we het hele gebied kunnen overzien - ja, vandaag dan niet vanwege de mist, maar dat maakt het eigenlijk niet minder mooi. De vage contouren van het bos in de verte, de alleenstaande berken in het heideveld, het heeft iets geheimzinnigs en houdt ook een belofte in: wat voor moois zullen we op onze tocht nog tegenkomen?

Het pad loopt langs de rand van het heideveld. Aan onze linkerhand beginnen de dennenbossen. De naalden van de douglassparren zitten onder een fijn laagje rijp. De bomen lijken daardoor wel grijs in plaats van groen. Aan onze rechterhand ligt, zover we kunnen zien in de mist, het heideveld. Het is een mooie, regelmatig geplagde heide zonder veel opgroei van bomen en struiken en zonder pijpestrootje - dat is tegenwoordig eigenlijk bijzonder, want er is eigenlijk bijna geen heide meer die niet door deze plant is overwoekerd.

Dat pijpestrootje groeit hier alleen langs en op het pad. Onze broeken worden kletsnat en koud van de lange stengels die tegen onze benen strijken. De okergele kleur geeft iets warms aan het donkere, grijze landschap om ons heen. Een fraai gezicht, dit dichtgegroeide pad.

Voorbij de heide komen we op het Vilsterse Kerkepad, dat ons over de Marswetering - waar vroeger tol betaald moest worden - naar de weg brengt. Aan deze Vilsterseweg ligt, enkele kilometers naar het westen, de uitspanning Madrid waar we onze wandeling begonnen.

Van hier heeft Marianne een eigen wandeling uitgezet, door de Marsen (uiterwaarden) van de Overijsselse Vecht. We wandelen over een zandweg omzoomd met rietpluimen. De temperatuur is inmiddels boven nul gekomen. De rijp is gesmolten en hangt met grote druppels aan de pluimen. Tegen de mistige achtergrond komen ze prachtig uit. Door weilanden met grillig gevormde wilgen langs smalle slootjes en een enkele boerderij wandelen we door de Plaggemars in de richting van het gehucht Hessum. Vlak voor de huizen buigen we af naar het zuiden, de bossen in.

Langs een grote camping - waar overigens op deze nieuwjaarsdag geen mens te zien is - wandelen we terug naar Madrid. Met de auto rijden we naar Marianne's huis, waar we met een lekker glas nagenieten van de wandeling en genieten van een overheerlijke maaltijd. Een beter begin van het nieuwe jaar hadden we ons niet kunnen wensen!