Lievelde-Zwillbrock-Lievelde, 24-25 maart 2007

De Slodinos > Lievelde-Zwillbrock-Lievelde

De tocht

Eerste pagina van deze tocht | De foto's

Marjan vond in de bibliotheek het boekje Achterhoekse Wandelingen, vol met mooie tochten in het oosten van Gelderland en over de Duitse grens. Voor dit weekend kiest ze de route Groenlo-Lievelde-Zwillbrock uit. Eigenlijk een dagtocht van 29 km, die we voor ons wandelweekend in tweeën knippen.

Zaterdag 24 maart 2007. Met de trein reizen we naar Lievelde. Onderweg in Zutphen ontmoeten we Dorothée; Marianne komt met de auto naar station Lichtenvoorde-Groenlo in Lievelde. We verbazen ons erover dat het station niet gewoon station Lievelde heet. Marjan weet dat dat vroeger ook zo was. Waarschijnlijk moesten Lichtenvoorde en Groenlo op de OV-kaart worden gezet! Een logische verklaring kunnen we niet zo gauw bedenken. In het wandelboekje lezen we dat de lijn al jaren als onrendabel wordt aangemerkt. Dat duidt volgens de schrijvers "op weinig pasasagiers en dus veel rust en ruimte". Een mooie observatie.

Het weekend belooft het eerste voorjaarsweer van 2007 te brengen. Op dit moment is daar nog niets van te merken. Er staat een flinke wind en de hemel is zwaar bewolkt. Nou ja, het is in ieder geval droog - erg belangrijk voor een succesvolle wandeltocht!

Na de koffie gaan we op pad. Het kleine kerkdorp Lievelde uit. Over rustige zand- en asfaltwegen wandelen we door een open landbouwgebied. Veel grasland - leeg nog, want het is nog wat te fris voor de dieren. We steken de verkeersweg Groenlo-Lichtenvoorde over en wandelen naar een volgende verkeersader. We lopen over lange, rechte asfaltwegen en beginnen ons na verloop van tijd af te vragen, of de hele route asfalt is. We hadden ons er méér van voorgesteld ... Overigens hebben we van de verkeerswegen weinig last; erg druk met auto's is het er op zaterdagochtend niet. En ook de tijd verstrijkt snel genoeg. Zeker op de eerste wandeldag hebben we elkaar altijd genoeg te vertellen.

We verlaten de weg en volgen de oevers van het riviertje de Slinge. Weg van de weg, in de luwte van een bos een mooi moment voor de lunch, aan het water. We volgen enkele kilometers lang de rivier, een rustig traject over een groene graskade langs weilanden, bos en akkers.

Dan verlaten we de oever. Een smalle weg brengt ons in het plaatsje ... Zwolle. Die naam zal best wel eens voor verwarring zorgen! Bij de ingang van het dorp staat een mysterieus bronzen beeld met een paashaas. Een uitleg over het hoe en waarom van het beeld staat er niet bij; dat zal dus wel voor altijd een raadsel voor ons blijven.

Voorbij Zwolle lopen we voornamelijk over zandwegen, omzoomd met mooie oude bomen. Tot onze verbazing zijn dat soms ook beuken. Ik dacht altijd, dat beuken de voorkeur gaven aan beschaduwde plekken in het bos. Hier staat een hele rij statige beuken in de volle zon, en, aan de stamomvang te zien, al heel wat jaren.

Bij één boerderij is de boer net bezig de koeien uit de stal te laten. Voor het eerst in de wei! De dieren lopen wat verdwaasd en verbaasd rond. Jonge koeien krijgen de kolder in de kop en galloperen van de ene kant van het weiland naar de andere. We kijken er met plezier naar. Met de eerste voorjaarsbloemen en het zonnetje dat net doorkomt, zijn het blij stemmende tekenen van de komende lente.

Bij Haak en Hoek, een speeltuin annex café, genieten we van de lentezon op het terras met koffie, gebak, kroket en pannekoek.

We naderen nu hét hoogtepunt van de wandeling, het Zwillbrocker Venn, een natuurgebied net over de Duitse grens. Het gebied bestaat uit een groot meer met rondom uitgestrekte hoogveenmoerassen, begroeid met grassen en berkebomen. De verwachtingen zijn hooggespannen!

Het 175 hectare grote veen- en heidegebied ontstond door ontbossing en het afgraven van turf. Ook een reusachtige brand, in 1923, kerfde zijn sporen in het natuurterrein. In 1938 riep de Duitse regering het Zwillbrocker Venn uit tot natuurreservaat. Direct werden maatregelen genomen om de waterstand te verhogen, teneinde het hoogveen te behouden. Zo ontstond een 35 hectare groot meer met een gemiddelde diepte van 50 tot 70 centimeter.

Het Zwillbrocker Venn is het meest noordelijk gelegen broedgebied voor flamingo's in Europa. Meer dan veertig flamingo's houden zich in het gebied op. Bij de flamingo's in het veen betreft het drie soorten. Naast Zuidamerikaanse flamingo's, die de belangrijkste groep vormen, wordt het veen de laatste jaren ook bezocht door een Europese soort en de uit het Caribisch gebied stammende rode flamingo. Naar alle waarschijnlijkheid gaat het om uit dierentuinen ontsnapte exemplaren.

Verder broeden er meer dan honderd vogelsoorten. In het moerasgebied broedt de grootste binnenlandse kokmeeuwenkolonie van Duitsland, met 16.000 getelde meeuwen. We horen ze al vanuit de verte tekeergaan!

Ook in een natuurreservaat regelt de natuur zich niet zomaar vanzelf. De aanwezigheid van zo'n groot aantal kokmeeuwen is voor de flora en fauna in het veengebied een grote belasting. Met name de enorme hoeveelheid vogelmest stelt het beheer van dit oorspronkelijk voedselarme hoogveenmilieu voor grote problemen. Door middel van de waterstand wordt geprobeerd de omvang van de meeuwenkolonie te reguleren. Een lage waterstand betekent minder meeuwen. De eilandjes veranderen in schiereilandjes, zodat vossen, bunzings en andere nestrovers hun kans grijpen. Maar die vreten niet alleen de eieren van de meeuwen op, ook de andere vogelsoorten lijden er onder.

We wandelen rond het meer, dat we slechts vanaf enkele uitzichtpunten kunnen zien. Onze route voert over smalle zandpaden door berkebossen naar de grens. Een bomenstrook langs het pad is onlangs gekapt. Daardoor hebben we naar beide kanten een onbelemmerd uitzicht. Links kijken we op de zompige moerassen van het ven; rechts strekken zich onafzienbare weiden uit. Ver weg, aan de horizon liggen de boerderijen. Dit stille grensgebied is een oase van rust.

Het hoogveenmoeras is begroeid met grassen en berken. In de meer drassige delen zijn verschillende bomen omgevallen. Langzaam rotten ze weg in het moeras. De zon speelt een prachtig spel van kleur en spiegeling, licht en schaduw. Bomen, takken en graspollen weerspiegelen in het diepblauwe water. Iedere stap biedt een nieuw uitzicht. Dankzij het meewerkende mooie weer is de wandeling langs het moeras vandaag een bijzondere ervaring.

Met de wijzers van de klok mee wandelen we rond het meer, dat we tot nu toe slechts vanuit de verte hebben gezien. Pas als we driekwart van de route door moeras, bos en heideveldjes hebben afgelegd, komen we bij een uitzichtpunt van waar we het meer in volle glorie kunnen bekijken. Al vanuit de verte hoorden we het geluid van de kokmeeuwen en aan de rand van het meer is het gekrijs zo hard, dat horen en zien je vergaat. Rond de eilandjes in het meer cirkelen duizenden vogels. Helaas te ver weg voor ons - zonder verrekijkers - om de verschillende soorten te onderscheiden. Maar ach, vogelaars zijn we toch niet en de aanblik van het geheel is al indrukwekkend genoeg. Een prachtig panorama.

Een smal asfaltweggetje, de Kloppendiek, met aan weerszijden oude knotwilgen en eiken, leidt ons tenslotte naar Zwillbrock. 'Plaats' is eigenlijk al te veel eer. Zwillbrock bestaat uit twee grote hotels, een nog grotere kerk en een boerderij, gelegen rond een driesprong van wegen. Een wonderlijke combinatie. Hoe bijvoorbeeld die hotels het op deze afgelegen plek volhouden, is ons een raadsel.

Wij overnachten in hotel Kloppendiek, een verbouwde vakwerkboerderij met een Duits-degelijke inrichting. Bij de receptie staat een televisie aan. Een goede aanleiding voor Marjan om even te vragen: "Gibt's etwas Neues von der Knut?" De dames achter de receptie snappen direct waar ze het over heeft. Het pasgeboren ijsbeertje in de Berlijnse dierentuin heeft niet alleen de belangstelling van heel Duitsland; ook over de grens heeft het diertje veel aandacht getrokken. Via een wirwar van gangen bereiken we onze hotelkamers. Het historische Kloppendiek waar het hotel naar vernoemd is, is een oud kerkepad en smokkelroute uit de tijd van het Westfaalse vredesverdrag, dat zelfs vandaag de dag nog het onderwerp van vele verhalen is. De weg loopt achter het hotel langs tot in Nederland.

Even opfrissen en dan een rondje door Zwillbrock. Een rondje, dat betekent eigenlijk: de kerk bezoeken. Want meer is er in Zwillbroch eenvoudig niet te doen of te zien.

De kerk kent een interessante geschiedenis. Uit de Wikipedia: De parochiekerk Sankt Franziskus was tot 1811 de kerk voor het aangrenzende Franciscanenklooster. Met name voor katholieken uit Twente en de Achterhoek, vlak over de grens in de Republiek der Verenigde Nederlanden, was deze kerk van groot belang. De geschiedenis van de kerk voert terug tot in de tijd van de Reformatie.

Aan het einde van de zestiende en zeventiende eeuw had het Calvinisme zich in de Republiek der Verenigde Nederlanden ontwikkeld tot publieke godsdienst en werd het de Katholieken verboden om hun geloof uit te oefenen. Na de Vrede van Münster werd de grens tussen Gelderland en het Katholiek gebleven bisdom Münster derhalve niet alleen een politieke grens, maar ook een grens op godsdienstig gebied. Om de katholieken net over de grens pastoraal te begeleiden, werd van Bocholt tot Gronau een keten van kapellen en kerken opgericht, zogenaamde missiehuizen.

In 1651 kregen de Franciscanen uit Bocholt van de bisschop van Münster de opdracht om voor de in Nederland vervolgde katholieken een kerstnachtmis in de open lucht te houden. De minderbroederpater Georg Phillipi (later pastoor van Groenlo) en broeder Coelestin Tilbeck trokken daarop naar het noorden om in Silva Brok een mis te vieren. In geschriften wordt beschreven, dat deze gedenkwaardige mis een groot aantal gelovigen trok. Vanuit een straal van vijf uur gaans kwamen zeker duizend Katholieken naar Zwillbrock om de kerstnachtmis bij te wonen. In de daaropvolgende weken groeide de toestroom vanuit de Achterhoek en Twente gestaag, waarop werd besloten een reguliere kerkdienst te gaan houden. Kort voor Pasen 1652 kwam een uit turfplaggen gebouwde kapel gereed, welke de kerkgangers moest beschermen tegen slecht weer. Nog datzelfde jaar groeide de kapel al uit zijn voegen, waarop hij moest worden vergroot.

De abdis van Vreden stelde daarop grond beschikbaar en met haar hulp en die van bisschop Von Galen werd een stenen kapel gebouwd. Ook deze moest reeds in 1656 worden vergroot. Toen werd er ook een verblijfplaats voor de paters uit Bocholt bij de kapel gebouwd. In 1657 werd het zendelingenstation een zelfstandige residentie. Dat jaar werd vanwege de grote toeloop van gelovigen uit het westen ook in Oldenkott een kapel gesticht.

Rond 1660 werkten ongeveer twaalf paters in Zwillbrock. Rond Pasen 1665 telde geloofgemeenschap bijna 2400 zielen. Omdat de stroom Katholieken onverminderd doorging, moest het onderkomen van de Franciscanen nogmaals worden uitgebreid. In 1670 werd de residentie tot een zelfstandig klooster onder leiding van een gardiaan verheven en kreeg het de naam Closter Bethlehem an 't Schwillbrock (ook bekend als Bethlehem im Walde), herinnerend aan de eerste kerstnachtmis in 1651.

Vanaf het einde van de zeventiende eeuw werd het Katholicisme langzamerhand weer gedoogd en werden in het grensgebied vele parochies gesticht, toen vallend onder het bisdom Münster. Desondanks lieten veel katholieken uit het grensgebied hun kinderen te Zwillbrock dopen of legden er hun biecht af. Door giften van de Nederlandse Katholieken en de prinsbisschop Franz Arnold von Wolff-Metternich zur Gracht konden de franciscanen in 1713 een nieuw kloostergebouw bouwen. In 1717 werd de eerste steen gelegd van de huidige Sankt Franziskus. De kerk kwam in 1719 of 1720 gereed, maar werd pas op 24 april 1748 gewijd. De kerk werd gewijd aan Franciscus van Assisi, die rond 1225, net als de Bocholtse Franciscanen in 1651, een kerstmis opdroeg in de open lucht.

De kerk werd in 1765 en 1782 vernieuwd en uitgebreid. Het klooster werd in 1811 op grond van de wetgeving ten tijde van de Franse overheersing gesloten en de omliggende kerkelijke landerijen werden verkocht. In de jaren twintig van de negentiende eeuw is het klooster uiteindelijk afgebroken. In de Sankt Franziskus werden echter nog steeds gebedsdiensten gevierd en de gelovigen slaagden er uiteindelijk in om Zwillbrock op 12 april 1858 tot zelfstandige parochie te laten verheffen.

In tegenstelling tot vele kerken in de directe omgeving van Zwillbrock werd de Sankt Franziskus ten tijde van de tweede wereldoorlog gespaard. Als gevolg daarvan is de kerk met gehele barokke inrichting in zijn originele staat enig in zijn soort voor het gehele Münsterland. De parochie telt tegenwoordig ongeveer 200 leden.

'Barokke inrichting' klopt niet helemaal. Het kerkgebouw is van binnen strak afgewerkt in wit en grijze steen. Daarin lijkt het wel wat op een gereformeerde kerk. Direct in het oog springend zijn echter de barokke elementen. Het grote altaar, overdadig versierd met witmarmeren beelden en schilderijen, dat de gehele voorkant van de kerk in beslag neemt, de beelden bij de zijbeuken, de prachtig gebeeldhouwde preekstoel en het grote orgel. Bijzonder is het wel!

Terwijl wij op ons gemak rondkijken, stroomt ongemerkt de kerk vol. Is er een dienst? Op zaterdagavond? Nee - er staat een orgelconcert op het programma. "Ook de vreemdelingen zijn van harte welkom", nodigt de koster ons uit. We gaan er eens goed voor zitten - Marjan en Marianne voorin de kerk; Dorothée en ik achterin. Als het concert te lang duurt, willen we ongemerkt kunnen vertrekken! Van dat laatste is echter geen sprake. De nummers duren kort, slechts enkele minuten, en volgen elkaar in snel tempo op.

Ondanks de vrij grote variatie in het programma en de korte duur van de stukken is het voor sommigen toch nog te lang. Na ieder stuk horen we zachtjes: "Miauw!" Verrast kijken we om. Achter ons zit een meisje van een jaar of vijf met haar ouders. Ze verveelt zich en imiteert een poes. Meerdere mensen reageren geamuseerd en ze lijkt erg ingenomen met haar succes. Haar ouders vinden het minder. Nog voordat het concert halverwege is, zijn ze al uit de kerk verdwenen.

Na het concert wandelen we door de tuin rond de kerk en over de begraafplaats. Met de januaristormen zijn ook hier veel bomen omgegaan. Naast de kerk moet een heel grote hebben gestaan. De afgezaagde stronk meet meer dan een meter in middellijn. Uit een andere stronk is een groot kruis gezaagd. Een beeld met de wortels nog in de grond.

In Duitsland is het goed eten. Hotel Kloppendiek bevestigt dat beeld helemaal. Na een gezellige maaltijd gaan we vroeg naar bed. De zomertijd gaat vannacht in, dus de nacht 'duurt een uur korter'.

Zondag 25 maart 2007. Wég is de koude wind, wég zijn de wolken. Een stralende zon schijnt aan een strakblauwe hemel. Het belooft een prachtige dag te worden. We wandelen opnieuw de mooie route rond het Zwillbrocker Venn, uiteraard in omgekeerde richting. Ook nu is de tocht weer verrassend en mooi. Bij het uitzichtpunt op het meer bewonderen we het panorama met de duizenden meeuwen die hier leven. Gistermiddag scheen de zon ons hier recht in de ogen; nu staat die achter ons en hebben we een veel mooier zicht op het meer en de vogeleilanden.

Een verkeerde afslag heeft als voordeel, dat we opnieuw bij Haak en Hoek belanden. En dat net op koffietijd!

Over een zandweg wandelen we het natuurgebied De Leemputten in. De steenfabriek in Groenlo (1892) gebruikte leem uit de leemputten voor het maken van dakpannen en stenen. In 1975 stopte de steenfabriek zijn produktie en ontstond er een uniek natuurgebied met een natuurpad en vele plassen, eilanden en een weelderige plantengroei. Eerst over de zandweg, later over een smal paadje langs de oevers van één van de plassen, wandelen we door het gebied. In de plassen huizen veel zwanen en langs de oevers staan de katjes uitbundig in bloei: Voorjaar ten top!

Over zandwegen wandelen we temidden van weilanden en akkers naar Groenlo. De toren van het oude vestingstadje zien we vanuit de verte al opdoemen. We volgen nog een stuk de oevers van de Slinge en wandelen vervolgens via een industriegebied en een buitenwijk Grol, zoals de lokale naam van Groenlo luidt, binnen.

Groenlo kent een rijke geschiedenis waarin verdediging en verovering van de stad een belangrijke rol spelen. Het mooi gerestaureerde centrum van Groenlo is daarvan een stille getuige. We wandelen naar het marktplein, waar we het lokaal vermaarde restaurant Wissink met een bezoekje vereren.

Ons brood en krentebollen eten we een stukje verderop op, gezeten voor de oude Calixtus-kerk. Terwijl we daar zitten, komt een kleine optocht langs. Vier mannen dragen een plank met daarop een brood van meer dan een meter lang. Marianne kent het gebruik, dat te maken heeft met festiviteiten ter ere van een geboorte in de familie.

We wandelen over de oude vestingwallen van Groenlo. Ik poseer voor een foto bij het oude kanon, dat Frederik Hendrik in 1627 aan de stad schonk als aandenken aan een veldslag. Door de oude straatjes wandelen we naar de weg naar Lievelde - even een druk stukje maar eenmaal buiten de bebouwde kom zijn we al snel weer op het rustige Achterhoekse platteland.

De laatste etappe naar Lievelde is ongeveer een uur lopen. We wandelen langs de mega-museumboerderij Erve Kots en weilanden waar in groten getale het zogenaamde boerengolf wordt beoefend. Ook bewonderen we onderweg nog een viaduct voor koeien - alweer iets wat we nog niet eerder zagen op onze wandelingen.

Bij station Lievelde stapt Marianne in de auto en wij op de trein. Tot Zutphen reizen we samen met Dorothée. Die stapt in de oude Hanzestad over op de intercity naar Arnhem, terwijl wij aan de andere kant van het perron op het boemeltje stappen dat ons via Klarenbeek en twee nieuwe stationnetjes, Voorst-Empe en De Maten, naar Apeldoorn brengt.

Met voldoening denken we terug aan een prachtig wandelweekend, terwijl we door de Hoofdstraat naar huis lopen.