Op de Loenermark, 14-15 januari 2006

De Slodinos > Op de Loenermark

De tocht

Eerste pagina van deze tocht | De foto's

Zaterdag 14 januari 2006. Marianne en Dorothée komen een weekend op bezoek in Apeldoorn. Vanwege voet- en knieblessures deze keer geen weekend met lange wandelingen, maar een combinatie van een korte tocht en enkele culturele uitstapjes.

's Middags bekijken we samen met Marianne de oosterse kunst in CODA, het nieuwe Apeldoornse Museum. Ondanks dat het slechts op een steenworp afstand van ons huis ligt, komen we er nu pas voor het eerst.

Behalve de oosterse kunst-tentoonstelling, voortkomend uit een tijdelijke bruikleen van het Rijksmuseum, zijn er enkele streekgebonden tentoonstellingen die de moeite waard zijn. Eén over de geschiedenis van Apeldoorn en één over de geschiedenis van de Veluwe, beide multimediaal en mooi vormgegeven.

Daarnaast genieten we nog van een overzichtstentoonstelling van schilderijen van Johannes en Gradus ten Pas, lokale schilders die het vooroorlogse Apeldoorn en de Veluwe als voornaamste thema hadden. Opvallend in de tentoonstelling zijn de vele afbeeldingen van schaapskuddes, die destijds in veel grotere getale dan nu op de Veluwe rondzwierven. De schapen domineren de tentoonstelling!

's Avonds voegt Dorothée zich bij ons en gezamelijk wandelen we naar restaurant La Palette voor een heerlijk diner. Het was al een tijdje geleden dat we elkaar voor het laatst zagen en er is toch eigenlijk geen prettiger gelegenheid om gezellig bij te praten dan tijdens een lekkere maaltijd met een goed glas! Zo maken we ook weer plannen voor uitstapjes in maart en mei. Het is een prettig idee dat ons wandelclubje blijft voortbestaan. Daar hadden we de laatste tijd wel enige twijfels over, vanwege allerlei gezondheidsperikelen. Maar gelukkig: blessures of niet, we wandelen verder, ons gewoon aanpassend aan de mogelijkheden.

Zondag 15 januari 2006. We maken we een mooie winterse wandeling over de Loenermark. Een prachtig natuurgebied, dicht bij huis, waar we veel te weinig komen. Zo concluderen we althans na de wandeling.

De Loenermark is een kleinschalig heuvelachtig natuurgebied met jeneverbessen en uitgestrekte bossen met naaldbomen, eiken en berken, onderbroken door glooiende velden met struikheide, veenbes en jenerverbes. Vanaf de parkeerplaats in het bos lopen we er zo op af.

Het is een koude ochtend. Onze ademt komt in witte wolkjes naar buiten, de bodem is bedekt met een dun laagje rijp en op de plassen op het bospad ligt een laagje ijs.

Na het donkere dennenbos bij de parkeerplaats komen we in meer open gebied. Door een berkenbos wandelen we de heide op. Deze wordt onderhouden door schaapskuddes en door jaarlijks een deel te maaien en het maaisel af te voeren. Dat is goed te zien; grote delen van het gebied hebben wel iets weg van een lappendeken. Overal zijn stukken geplagd. Temidden van de heide staan talrijke vrijstaande groepen van berken en jeneverbessen, die het landschap een eigen accent geven. We wandelen over een breed zandpad tussen de heide en de bomenbosjes door.

Centraal in het gebied ligt een grote schaapskooi, van waaruit een kudde het gebied begraast. De schaapskooi aan de Droefakkers herbergt een kudde van 150 schapen. De soort is het Veluws heideschaap, een zeldzaam huisdierras waarvan er in totaal ongeveer 1500 in Nederland zijn. De schaapherder begraast met deze kudde de 240 hectare heidevelden om ze vrij te houden van gras en bomen.

Net terwijl wij aan komen lopen, zijn twee schapen aan het bevallen. Het lijkt me heel vroeg in het jaar, maar later lees ik in de krant dat dat toch niet zo ongewoon is als ik dacht. De bevallig verloopt gelukkig voorspoedig. De jongen worden schoongelikt en zijn al snel op de been en op zoek naar drinken bij hun moeders.

Het moet wel een koude aankomst op de wereld voor ze zijn. De rijp ligt nog op het gras, alhoewel dat niet lang meer zal duren nu de zon boven de boomtoppen is uitgekomen en langzaam wat aan kracht begint te winnen. En gelukkig is er de grote warme schaapskooi waar de dieren in terecht kunnen. Door uitgestrekte bossen wandelen we vervolgens weer terug naar de auto.

Een klein stukje geschiedenis, ontleend aan de website van de Natuurkaart:

Op de Loenermark is al heel lang bos aanwezig dat in gezamelijk gebruik was bij de marke van Loenen. Het werd al in de tiende eeuw genoemd en bestond waarschijnlijk uit zowel bos als hakhout.

Rond 1850 bestond dit bos nog uit een strook van vijfhonderd meter ter weerszijden van de Droefakkers, de weg van Loenen naar Terlet. Vanaf de rand van de Loenerenk was het ongeveer anderhalve kilometer lang. De rest van de Loenermark bestond uit heide, die tot ongeveer 1850 een essentieel onderdeel uitmaakte van het landbouwsysteem op de Loenerenk.

De heide werd met schaapskudden begraasd. In de schaapskooien werden heideplaggen als strooisel gebruikt, die de mest opvingen. Mest en plaggen werden vervolgens op de akkers op de enk gebracht. De kudde wordt nu gebruikt om de heide te verjongen. Toen de heide zijn economische functie verloren had groeide hij langzaam dicht met bomen, of werd bebost.

In 1932, tijdens de crisisjaren, kocht de gemeente Apeldoorn de Loenermark van de Loenenaren om er werkverschaffingsprojecten uit te voeren. Men groef er zand en grind af en op de heidevelden werd op uitgebreide schaal bos aangeplant. Grote delen van het terrein zijn daarbij diep omgespit en bemest met huisvuil. In die periode is aan de rand van de zuidwestelijke heide ook een ven aangelegd. Ook een deel van de Loenerenk werd bebost. De rand van de Enk is nog herkenbaar in het bos door de Wildwal, die de akkers tegen wildvraat moest beschermen.

Over de autosnelweg rijden we naar het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, dat we na enig zoekend rondrijden bereiken. Er is een interessante tentoonstelling over de sociaal geëngageerde schilder-musicus Johan van Hell. Treffende en vaak kleurrijke afbeeldingen van rangen en standen in het dagelijks leven. Na een uitgebreide bezichtiging zetten we Dorothée af bij het Arnhemse station. Marianne rijdt mee naar Apeldoorn, vanwaar zij haar reis naar huis met eigen auto voortzet. Een wat ander weekend dan gewoonlijk, met een kortere wandeling, maar daarom zeker niet minder leuk en aangenaam!