Het Heerlijkheidspad, 30 april-2 mei 2004

De Slodinos > Het Heerlijkheidspad

De tocht

Eerste pagina van deze tocht | De foto's

Zaterdag 30 april 2004. Koninginnedag in ... Borculo. Het is een feestelijk begin van onze driedaagse wandeling over het Heerlijkheidspad, een route van 60 kilometer in het noorden van de Achterhoek, een gebied met mooie beekdalen, bossen en landbouwgebieden. We zijn deze keer met z'n drieën op pad: Dorothée, Marjan en Frans.

Koninginnedag wordt groots gevierd in Borculo. Zelden zal het er zó druk zijn als op 30 april! Door het drukke centrum met de kleedjesmarkt wandelen we naar de Olliemölle. De geschiedenis van deze oude oude koren- en oliemolen gaat terug tot tenminste 1552. De molen was toen eigendom van de Heer van Borculo, Joost van Bronkhorst. Tot de heerlijke rechten van Borculo behoorde ook het recht van water en wind. Het hield in dat de bewoners verplicht waren hun graan te doen malen op de molens van de heer. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen.

Over smalle paadjes verlaten we het stadje. Aan de rand van Borculo komen we langs een mooie oude boomgaard met schapen. Even verderop zien we links van de weg de dikste en oudste iep van Nederland.

Volgens het routeboekje is de iep 34 meter hoog en heeft zij een omtrek van zes meter. Hij moet ergens tussen 1830 en 1840 zijn geplant. Of het waar is, weten we niet. Het is in ieder geval wél een imposante boom.

Het weer is prachtig. De zon schijnt, de temperatuur is aangenaam, de natuur staat in volle bloei. Kortom: Alle ingrediënten voor een prachtige wandeling zijn aanwezig! We genieten volop van de rust en de pracht van dit stille buitengebied.

Op verschillende boerderijen in deze streek worden varkens gehouden. Niet in een bio-industrie-stal maar gewoon buiten, op het erf, zoals het hoort. We wandelen door een mooi coulissenlandschap. Bomenrijen met frisgroene blaadjes; de weilanden zeeën van paardebloemen. Over een prachtige bomenlaan wandelen we door de streek Heure in de richting van landgoed Beekvliet.

Onverwachts komen we op een bekende plek: Boerderij Menkveld, met de inmiddels 'beroemde' rustplek met koffie en thee-zelfbediening. De vorig jaar gelopen etappe van het Graafschapspad komt hier ook langs. De boerderijkatten genieten net van een zo te zien erg lekkere maaltijd.

We wandelen over het landgoed Beekvliet met het gelijknamige huis gelegen aan de samenvloeiing van Berkel en Slinge of Lebbinkbeek. Het huis stamt uit 1835 toen de eigenaren van de naburige boerderij Entel hier een zomerverblijf bouwden. Beekvliet is een mooi voorbeeld van een Oostgelders landgoed met boerderijen, een uitgestrekt stelsel van lanen en weinig bos. Even voorbij het huis strijken we neer op de uitnodigende begraste oevers van de rivier. Tijd voor een korte eet- en zonpauze langs de Berkel.

Langs het Galgenveld aan de Lebbenbruggedijk. Tot 1795 was dit de plaats waar de ter doodveroordeelden werden opgehangen. Tegenwoordig zijn er gelukkig geen lijken maar alleen bomen te zien langs het zandpad.

Door een verstilde omgeving wandelen we over lange lanen langs oude boerderijen en rustieke boerenschuren totdat wij in de verte de karakteristieke kerktoren van het plaatsje Geesteren, waar we zullen overnachten, zien opdoemen. Op brede zandpaden, omzoomd met kleurrijke bermen, lopen we over de zonovergoten Geesterense Es in de richting van het dorp.

Aan de rand van het dorp ligt een café. Al spoedig zitten we met een welverdiend pilsje op het terras. Het lijkt ons een goede plek om vanavond te gaan eten en voor we vertrekken, reserveren we alvast een tafeltje.

We overnachten in Geesteren op een Vrienden-op-de-Fiets-adres. Dorothée slaapt in een hut achterin de tuin; Marjan en Frans maken gebruik van een oude caravan (waar de familie heel Europa mee heeft bereisd). Klein, maar gezellig. We worden zeer gastvrij en vriendelijk onthaald, met koffie, koek en zelfgemaakte wijn. In de uitgestrekte tuin achter het huis brengen we een gezellige avond door.

Zondag 1 mei 2004. De volgende morgen verlaten we Geesteren over een oud pad. Het Rotmansdiekske is een van de vele kerkepaden die vroeger van de diverse buurtschappen naar het dorp liepen en waarover de mensen 's zondags ter kerke gingen.

We wandelen door het boerenland van Nederbiel naar de Bolksbeek, een aftakking van de Berkel. Onderweg passeren we enkele van de kleine bosgebieden die her en der in dit beekdal te vinden zijn. Over een bloemrijk dijkje bereiken we de Bolksbeek, die we een heel stuk volgen over een smal paadje langs het water.

Geen plek op deze tocht die van te voren zo tot onze verbeelding sprak als deze: de Kiekebekkebrug. In het Nederlands vertaald zou de brug de Kijk-in-de-beek-brug heten. Het verhaal gaat dat hier nogal eens door zwaarmoedige zielen in het water werd getuurd. De brug zelf is niets bijzonders. Een witgeverfd hekwerk met roestplekken langs een asfaltweggetje dat de Bolksbeek kruist. In de verte liggen enkele boerderijen in het open land. We eten er een boterhammetje en turen ook even in het water - gelukkig wel in een opgewekter stemming dan de eerder genoemde zwaarmoedige zielen!

Op de Stobbesteeg worden we ingehaald door een paard-en-wagen. Het maakt de plattelandsidylle compleet. Langs de kant van de weg schermbloemen en paardebloemen, in alle stadia van ontwikkeling.

Akkers en weilanden worden af en toe onderbroken door mooie verstilde bosgebiedjes. Alhoewel, verstild? We ontmoeten er een niet-zo-stille kat die heel graag even met ons wil spelen. Het rossige poesje is niet eenkennig en vooral erg geïnteresseerd in wat wij op ons brood hebben.

We maken een kleine omweg naar het boerderijdorp Gelselaar, voor een lekkere kop koffie.

We vervolgen de tocht. Wie maar lang genoeg wandelt, ziet de vreemdste dingen. In een weiland bij zuivelboerderij De Pellewèver treffen we het bontgeschilderde beeld van een koe aan. Een ludiek gezicht in het boerenlandschap!

Even verderop brengen we een bezoek aan kunstenaar Anton ter Braak. Rondom zijn huis ligt een interessante beeldentuin, waar we op ons gemak rondkijken.

Overnachtingsadressen zijn hier dungezaaid. Daarom moeten we nu een kleine omweg maken door het waterwingebied Het Noordijkerveld. Het Noordijkerveld is van oorsprong een heidegebied maar in de crisisjaren is het veranderd in landbouw- en daarna weer in waterwingebied. Het is dan ook behoorlijk drassig in het bos. Na een modderig pad komen we op een droger zandpad, de Haardijk, waar we iets zien wat je niet vaak tegenkomt: het bospad wordt omzoomd door een lange rij vergeet-mij-nietjes - een ongewoon maar prachtig gezicht.

Verderop langs de Haardijk op weg naar het dorpje Noordijk laten we het bos achter ons. Temidden van velden vol paardenbloemen is het goed rusten - het is nog niet laat en we kunnen de verleiding van een laatste sunsnack niet weerstaan.

In Noordijk overnachten we in een dubbel huis, omgeven door schuurtjes en dieren: varkens, geiten kippen en uiteraard een stel poezen. Ter verwelkoming is er koffie en thee in de tuin. In Noordijk zelf is (bijna) geen horeca. We worden echter op ons gastadres van alles voorzien. De heer des huizes kookt voor ons en voor 's avonds wordt het bier al koud gezet. In 'onze' helft van het dubbele huis is ook een woonkamer waar we televisie kunnen kijken. Zo brengen we de avond door. De dames raken zeer geboeid door het blauwe oog (en Inspector Frost).

Maandag 2 mei 2004. De laatste etappe van het Heerlijkheidspad. Even buiten Noordijk zien we - verdwaald in het landschap - een oud stationsgebouw staan. Was hier vroeger een spoorlijn? En van waar naar waar dan wel? In het routeboekje lezen we dat hier vroeger inderdaad treinen reden. Tussen 1910 en 1935 lag hier de Locaal Spoorweg Neede-Hellendoorn, geëxploiteerd door de gelijknamige spoorwegmaatschappij.

Ook schijnbaar verdwaald in het landschap ligt een grote ijzergieterij. Het is de eerste industrie die we in dit gebied tegenkomen. Vroeger was het een baksteenfabriek, maar door recessie en schaarsheid van klei in de nabijgelegen Needse Berg is omgeschakeld naar ijzer.

De Needse Berg, die we even verderop bereiken, is een beboste stuwwal die in de voorlaatste IJstijd is ontstaan. Er zijn diepe kuilen gegraven voor de winning van klei en zand. In deze kuilen zijn fossielen gevonden van prehistorische dieren. Driehonderdduizend jaar geleden liepen er op de Needse Berg reusachtige woudolifanten, dieren die zelfs nog groter waren dan mammoeten. We nemen een kijkje bij de oude leemgroeve. Het is maar moeilijk voor te stellen dat hier eens enorme olifanten door de bossen rondstruinden. En nu lopen wij er ...

Over graspaden verlaten we het gebied rond de Needse Berg. We wandelen door een glooiend landschap met weiden en vers geploegde akkers. Je kunt hier de aarde als het ware ruiken!

Bij camping 't Klumpke aangekomen, blijkt het restaurant nog niet open. Jammer, we hadden ons verheugd op een lekkere bak. Maar het komt toch nog goed: de beheerder heeft met ons te doen en biedt ons wat van zijn eigen koffie aan. Ontzettend aardig en gastvrij.

Over stille en mooie boswegen in het Needse Achterveld door een coulissenlandschap met soms prachtige doorkijkjes lopen we naar de Buurser Beek. We volgen de oevers van de beek tot het dorp Rietmolen, dat we al van verre zien liggen. Koffie in 't plaatselijke café.

Door het Assinkbos wandelen we naar Neede. Aan de rand van het bos passeren we de villa waar in de oorlog de bekende dichter Gerrit Achterberg heeft gewoond. We kunnen er niet aan voorbij lopen zonder Dorothée voor het voormalige huis van de door haar bewonderde dichter te fotograferen.

Na enige tijd bereiken we het dorp Neede, het eindpunt van het Heerlijkheidspad en van een geslaagde tocht door een voor ons minder bekend maar daarom niet minder mooi gebied. Met bus en trein keren we tevreden terug naar het westen.