Polen - Gdansk, 16-18 juni 2009

ReisMagazijn > Polen - Gdansk

De reis

Eerste pagina van deze reis | De foto's

Dinsdag 16 juni 2009. Met bus, trein en vliegtuig reizen we naar de Poolse havenstad Gdansk, eerste stop op onze reis langs vijf Baltische landen. Al op de luchthaven van Gdansk wacht ons de eerste verrassing: de buslijnen zijn van nummer veranderd. De chauffeurs zijn weinig behulpzaam. Brede armgebaren en geen woord over de grens. Nu spreken wij natuurlijk ook geen woord Pools, dus dat laatste verwijt kunnen we ook onszelf maken ... Met enige moeite worden we wijs uit de Poolse routebordjes. Lijn 210 is de vroegere lijn B uit onze reisgids.

We zagen het al vanuit de lucht: Gdansk is omgeven door uitgestrekte bossen en onze busrit van de luchthaven Gdansk Lech Walesa naar het stadscentrum voert dan ook vooral door groen. Onze bus heeft een prachtig elektronisch display waar van alles op wordt aangegeven, behalve de haltes. Ons enig houvast is de tijdsindeling die we op het routebordje op het vliegveld zagen. En die klopt precies. Na 34 minuten rijden komt het treinstation Gdansk Glowny in zicht.

Uitstappen en te voet verder. Een opvallend en herkenbaar eerste beeld: een billboard van Solidarnosc, hoog op een gebouw naast het station. Gepakt en gezakt begeven we ons in het drukke stadsgewoel, steken de brede Waly Jagiellonskie over en wandelen de oude havenstad in. Danswijk heet de stad in verouderd Nederlands - ik had die naam nog niet eerder gehoord; Danzig klinkt ons uit de Duitse tijd wat vertrouwder in de oren. De Baltische landen hebben met elkaar gemeen, dat zij in de loop van de geschiedenis vele malen van nationaliteit zijn gewisseld.

Gdansk ligt aan de monding van de rivier de Wisla (Weichsel). In de oudheid was hier een overslag- en handelscentrum tussen de scandinavische en midden-europese landen. De stad wordt voor het eerst in historische kronieken genoemd in 997. Gydannyzc, dan nog slechts een vissersdorp, werd bezocht door koning Adalbert (Wojciech) van Bohemen tijdens diens kruistocht tegen de heidense Pruzzen.

We gaan verder in de tijd (met dank aan de Wikipedia, waar de informatie over Gdansk vandaan komt). In het begin van de dertiende eeuw was Gdansk een vissersdorp en een handelsoverslagplaats van enige betekenis. Er was een handelskolonie, een stadswijk voor handelaars uit Duitsland en de Nederlanden, met een eigen kerk, eigen bestuur en eigen rechtspraak. Gdansk groeide uit tot een van de belangrijkste plaatsen van de streek. Verschillende partijen probeerden de stad onder hun gezag te krijgen. Uiteindelijk lukte dat een geestelijke orde van ridders uit het Duitse Rijk, de Duitse Orde, in 1308.

De stad kreeg een stenen wal en een grotere burcht. Om haar onafhankelijkheid te kunnen verzekeren, trad de stad toe tot de het Hanzeverbond. Tijdens verschillende machtswisselingen groeide de stad in de zestiende eeuw uit tot een middelgrote europese stad, met 30.000 inwoners. De stad nam een sleutelpositie in bij de handel tussen de Oekraïne, Polen, Scandinavië en West-Europa. Die handel was modern georganiseerd en omvatte naast een eigen bankwezen zelfs verzekeringsmaatschappijen die het risico van transporten dekten.

De zestiende en zeventiende eeuw waren een bloeitijd voor Gdansk. Friese, Hollandse en Vlaamse en daarnaast ook Engelse en Schotse handelarengemeenschappen vestigden zich in de stad. Bijna de gehele poolse graanexport ging door haar haven, waardoor zij de grootste en rijkste havenstad aan de Oostzee werd. Met 60 tot 80.000 inwoners was Gdansk de grootste stad, niet alleen van het koninkrijk Polen, maar van het gehele Oostzee-gebied.

In de achttiende eeuw begon Gdansk aan macht in te boeten door de opkomst van de nieuwe grote Oostzeehaven Sint-Petersburg, die de handel met Rusland naar zich toetrok. Er volgende verschillende machtswisselingen. In 1793 werd Gdansk onderdeel van het Koninkrijk Pruisen. Napoleon stichtte een decennium later een nieuw Hertogdom Warschau, waartoe Gdansk behoorde. Daarna kwam de stad weer bij Pruisen. Bij de Duitse eenwording kwam het in 1871 bij het Duitse Keizerrijk, als hoofdstad van de provincie West-Pruisen. Van 1920-1939 was Gdansk een vrijstaat onder toezicht van de Volkenbond.

Na de tweede wereldoorlog werd Gdansk pools grondgebied en opnieuw een belangrijke havenplaats. De scheepsbouw beleefde er onder het communistische regime jaren van bloei.

In de jaren 1980 kreeg de stad grote bekendheid, toen onder leiding van elektromonteur Lech Walesa op de plaatselijke Lenin-werf de onafhankelijke vakbond Solidarnosc (Solidariteit) werd opgericht. In 1990 werd Walesa bij de eerste directe presidentsverkiezingen sinds de omwenteling in het vorige jaar gekozen tot president van Polen.

En daarmee zijn we weer terug waar deze 'geschiedenisles' begon: bij het grote billboard van Solidarnosc naast het treinstation. Aan de overkant van de drukke boulevard komen we in rustiger straten. Het oude stadshart is niet ver en al spoedig kunnen we ons vergapen aan de prachtige zeventiende-eeuwse gevels aan de Ulica Dluga en de Dlugi Targ. Gdansk is werkelijk een prachtige stad!

Voordat we gaan ronddwalen, wandelen we eerst met de bagage naar ons hotel Dom Muzyka, zoals de naam al aangeeft, gelegen in het gebouwencomplex van de Akademie voor Muziek aan de oostzijde van het stadscentrum, over de rivier de Wisla. Dom Muzyka heeft wel iets weg van een oud klooster. Dikke, witgepleisterde muren en brede gangen - maar de kamers zijn fraai ingericht. Een prima keus van Marjan.

We maken een zwerftocht door de stad. De prachtige historische oude binnenstad van Gdansk is een lust voor het oog, met zijn vele schitterende bouwwerken in Renaissance-stijl, standbeelden en monumenten. Het is bijna niet te geloven dat het voor het grootste deel allemaal niet echt is! Aan het eind van de tweede wereldoorlog werd Gdansk vrijwel volledig vernietigd. Na de oorlog werd al snel de wederopbouw en restauratie ter hand genomen en inmiddels is de binnenstad in oude glorie hersteld. Voor onze ondeskundige ogen is het bijna niet te zien, maar 'echt' oud en origineel is de stad dus nog maar nauwelijks.

We verlaten de oude binnenstad en wandelen in de richting van de haven, enkele decennia geleden het decor van de Poolse omwenteling. In 1989 bracht Solidarnosc, de beweging onder aanvoering van Lech Walesa, de poolse machthebber - de communistische partij - ten val. Jaren van verzet waren daar aan vooraf gegaan. Na Polen viel de Berlijnse muur en zetten nog vele andere landen hun eerste schreden op het pad van de democratie.

Na een koffiestop aan de rand van een parkje wandelen we naar het hoofdkwartier van Solidarnosc, na een periode als politieke beweging tegenwoordig weer een 'gewone' vakbondsorganisatie. Van daar leidt een Weg van de Vrijheid naar een herdenkingsmuseum en het Solidarnosc-plein.

Daar staat een gedenkteken dat herinnert aan de opstanden en er is een reeks grote foto's opgesteld, die een indringend beeld geven van de strijd om de democratie zoals die zich na de tweede wereldoorlog in Polen afspeelde. Bij het bekijken van de beelden kun je bijna niet ontkomen aan de spanning van toen. De beleving is des te indrukwekkender als je bedenkt dat je nu op de plek staat waar het allemaal gebeurde, bij de ingang van de Stocznia Gdanska, de vroegere Lenin-Werf.

Ook bijzonder is het kunstwerk dat even terzijde is opgesteld: een klein wit autootje met man, vrouw en kind met opgengesperde ogen aan boord, dat schuin omhoog staat tussen twee stukken beton. 'Breaking the Wall', moet het verbeelden. Goed gelukt.

Het zijn misschien niet de leukste plekken om te bezoeken, maar wij vinden deze historische plekken de moeite van het bezichtigen meer dan waard.

De haven van Gdansk staat tegenwoordig voor een nieuwe strijd. De havenarbeiders van Gdansk hebben niet veel meer te doen. Met een werkloosheid van meer dan 20 procent hebben de bijna 500.000 inwoners van Gdansk het niet gemakkelijk. Dat komt niet alleen door de financiële crisis, maar ook door maatregelen vanuit Brussel. Naast de ingang van de werf hangt een spandoek met de veelzeggende tekst: "Dictator from the East has not destroyed our shipyard. Now Brussels officials play the cards."

Aan de andere kant van het grote plein nemen we de tram naar Nowy Port, de Nieuwe Haven. Marjan hoopt er iets van de maritieme bedrijvigheid te kunnen zien. Vanaf het Solidarnosc-plein zien we alleen maar poorten en muren van bedrijven en werven; bij de waterkant kunnen we niet komen. We hopen dat dat in Nowy Port wel kan. Met het trammetje rijden we er in een half uur heen.

Nowy Port ziet er heel anders uit dan de fraai opgeknapte binnenstad. Hier geen EG-geld voor betere straten en huizen. Tussen de rails van de tram groeit het gras, de casseienwegen hebben gaten en kuilen, uitgewoonde huizen lijken om onderhoud te smeken. We maken een uitgebreide wandeling door het vrijwel uitgestorven Nowy Port. Ook hier is het helaas niet mogelijk om wat meer van het havengebeuren te zien. "We gaan straks maar eens op zoek naar een rondvaartboot", zegt Marjan, die haar plannen nu eenmaal niet gauw opgeeft.

Met de tram reizen we terug naar de binnenstad. In het zuidelijk deel daarvan bevindt zich het Muzeum Narodowe w Gdansku, het Nationale Museum in Gdansk, een samenvoeging van het vroegere stadsmuseum en het kunstmuseum. Straatwerkers wijzen ons de brede, met ijzer beslagen deur van het imposante Franciscaner klooster uit de vijftiende eeuw waarin het museum huist. We zijn de enige bezoekers. Waar we lopen, worden we gevolgd door suppoosten, meestal vriendelijke, wat oudere dames. Ze staan netjes voor ons op van hun stoel waarop ze zaten te lezen of te breien. Ze doen de lichten aan, en observeren vervolgens iedere beweging die wij maken. Zo gaat dat, als je museum kennelijk zo weinig bezoekers krijgt!

Aan het tentoongestelde kan dat lage bezoekersaantal trouwens niet liggen. Er is een fraaie collectie porcelein te zien, waaronder veel stukken uit de Nederlanden en op de bovenverdieping wandelen we door zaal na zaal met soms werkelijk prachtige schilderijen. Er is verrassend veel werk van zeventiende-eeuwse Vlaamse en Hollandse meesters te bewonderen. In dit museum is goed te zien hoe de handelscontacten tussen steden ook tot uitwisseling van kunstvoorwerpen leidde en het is jammer, dat buitenlandse bezoekers van Gdansk het museum kennelijk vaak links laten liggen.

Na een hapje eten op een rustig maar duur terras wandelen we naar de jachthaven om te zien over er nog rondvaarten worden aangeboden. De rondvaartboot heeft net zijn laatste tochtje gemaakt maar het meisje bij de loopplank verwijst ons naar het piratenschip verderop. Dat vaart misschien nog. En inderdaad, we kunnen nog mee voor het laatste tochtje van de de dag naar de Westerplatte.

Snel nog even pinnen, want onze afgepaste hoeveelheid poolse Zloty's was niet meer toereikend. Het piratenschip is een nagebouwde kogge. Ik voel me een beetje belachelijk aan boord van zo'n speelgoedschip, maar goed het vaart, en zo zien we toch nog wat van de havens - Marjans grote wens.

In het warme licht van de laagstaande avondzon zien de havens er bijna romantisch uit. Hoge kranen en silo's, schepen langs de wal, in de dokken en steigers op de kant. Verkeer op het water is er weinig. En ook bij de fabrieken waar we langzaam aan voorbij varen, ontdekken we maar weinig activiteit. De grote Stocznia Gdanska-werf, waar ooit Lech Walesa werkte, ziet er verlaten uit. Het gaat duidelijk niet zo goed met de haven.

Terwijl wij zo rustig varen over de rivier komt de Westerplatte in zicht. Bij dit schiereiland begon op 1 september 1939 de tweede wereldoorlog. Het is dat we het weten; in het landschap van werven en fabrieken is niets meer te zien van de felle en meedogenloze gevechten die hier zeventig jaar geleden plaatsvonden.

Terwijl de boot draait, zoeken Marjan en ik een plaatsje op de voorplecht en laten het havenlandschap in omgekeerde volgorde nog eens aan ons voorbijgaan. Na anderhalf uur komt de ligplaats van het schip weer in zicht. We ontschepen, en besluiten de avond met een heerlijke vismaaltijd in een rustig restaurantje langs de haven. Lees verder ...