
ReisMagazijn > Litouwen
De reis
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Zaterdag 20 juni 2009. Na de douanecontrole aan de grens tussen Kaliningrad en Litouwen slapen we in de schommelende trein al snel in. Zo gaat de reis wel snel. Voordat we er goed en wel erg in hebben, naderen we de Litouwse hoofdstad Vilnius, waar we zullen aanhaken bij de fietsreis van Djoser, die we aansluitend aan onze eigen uitstapjes naar Polen en Kaliningrad boekten.
We zijn de enige reizigers die hier uitstappen. Zoals gezegd, al onze medepassagiers zijn Russen, die via Litouwen van de enclave naar het 'grote' Rusland reizen. We lopen de trap van het perron af naar een heuse paspoortcontrole - bijzonder, zo midden in het land. En zo staan we dan in de namiddag in het derde land van onze Oostzeereis.
In het treinstation is een uitstekend toeristenbureau, waar men ons snel en duidelijk vertelt welke bus we moeten nemen naar ons hotel. Naast het toeristenbureau staat de pinautomaat, waar we geld wisselen. Het is best weer even wennen aan het wisselen - in de meeste Europese landen hoeft dat immers niet meer - en het gemak daarvan went snel!
In ons hotel Ecotel ligt een boodschap voor ons klaar van de reisleider. Hij is met de groep de stad in en nodigt ons uit voor een gezamelijke maaltijd. We markeren het aangegeven restaurant op onze plattegrond, frissen ons even op en wandelen dan ook de stad in. Het hotel ligt net buiten het centrum; in tien minuten staan we op het grote plein voor de fraai - en oogverblindend wit - gerestaureerde kathedraal.
Vilnius is erg toeristisch en druk. Dat is even wennen na het veel rustiger Gdansk en Kaliningrad, waar we geen andere buitenlanders tegenkwamen. Het restaurantje waar we iets willen eten en drinken is helaas zo'n typische toeristenval, waar het woord horeca vertaald wordt met wachten. Zo'n gedwongen pauze is niet fijn als je net in een nieuwe stad aankomt en eigenlijk popelt om die te gaan verkennen.
Zoals gezegd, het is druk in de stad. Vilnius is dit jaar Culturele Hoofdstad en vanavond begint ook nog eens het Midzomernachtfeest met tal van optredens, waar de mensen in drommen op af komen. Vilnius oogt als een Zandvoort in Barok-stijl, mooi gerestaureerd maar vol mensen en overal dure glimmende auto's. Met de komst van het Europese geld lijkt het autobestand er flink op vooruit gegaan - of niet; het is maar hoe je het bekijkt.
We zwerven wat rond door de straten en over de pleinen van de barokke oude stad. Tegen achten wandelen we naar restaurant Lokys waar we onze reisgenoten ontmoeten. Tijdens een smakelijke maaltijd met gezellige tafelgenoten vliegt de tijd en is de avond om voor we er erg in hebben.
Zondag 21 juni 2009. Eivol is het in de ontbijtzaal van ons hotel! Behalve ons groepje bivakkeren twee busladingen Poolse vakantiegangers in het hotel - die alles samen én tegelijk doen! Na dit drukke begin van de dag pakken we onze bagage en vertrekken we met de bus naar Trakai, een half uur rijden ten zuidoosten van Vilnius.
We bezoeken daar het beroemde kasteel van Trakai, dat op een eiland in een groot meer ligt. Een echte toeristenval. Marjan ziet het al direct; ik laat me toch verleiden tot koop van een kaartje maar hou het al snel voor gezien. Een mooi kasteel, maar: te druk en te vol. Voor iedere trap sta je in de rij, voor iedere tekstuitleg staat het drie rijen dik.
Op een terrasje aan het water drinken we samen in alle rust koffie en maken een ommetje door het dorp - een langgerekte straat met fraaie houten huizen.
Met de bus rijden we naar een verlaten parkeerplaats. Daar worden de fietsen uitgeladen en naar de juiste hoogte versteld. Na de nodige proefrondjes gaan we op weg.
Het eerste deel van onze fietstocht voert over een schiereiland met fraaie uitzichten op het meer en het kasteel naar een oud landhuis. Aanvankelijk rijden we over een fietspad waar door boomwortels eigenlijk weinig van over is. Als het fietspad ophoudt, rijden we verder over de asfaltweg. Dat gaat een stuk makkelijker. Opvallend in de berm zijn de felblauwe lupines. Hele velden ervan staan in bloei, een prachtig en ongewoon gezicht.
Na een hapje eten op een druk terras beginnen we aan de route door het heuvelland van Trakai. De tocht voert over de autowegen in het gebied - fietspaden zijn er nauwelijks. Erg is dat niet, want er is toch nauwelijks verkeer op de smalle asfaltwegen. De tocht gaat omhoog en omlaag. De inspanning wordt goedgemaakt door de mooie uitzichten op het heuvellandschap en de vele meren in het gebied.
Langs de kant van de weg zoeken ooievaars naar voedsel. Bij ons is het een bijzonderheid als je er een ziet, maar de Baltische landen zijn echte 'ooievaarslanden', waar de vogels in grote getale voorkomen.
Nu en dan stappen we even af om de prachtige bermen met blauwe lupines, witte schermbloemen en geel boerenwormkruid van nabij te bewonderen. Dat ik slechts drie planten noem, betekent niet dat er een schaarste aan soorten is - integendeel, ik heb zelden zo'n gevarieerde begroeiing van wilde planten langs wegen gezien als hier in Litouwen. Nee, de beperking ligt meer aan mijn geringe plantenkennis ...
Het boerenlandschap is afwisselend. Akkers en weilanden worden afgewisseld door bos en door met wilde planten blauw-wit-geel gekleurde heuvels. De boerderijen variëren van fonkelnieuwe gebouwen tot houten krotjes, die er uitzien alsof ze bij het eerste zuchtje wind in elkaar zullen zakken. Alhoewel - we zien dat in sommige van deze huisjes toch nog kamers worden verhuurd. Dus in zo slechte toestand zullen ze ook niet verkeren. Misschien is het gewoon zo, dat ons idee van huisonderhoud een ander is dan dat van de Litouwse plattelanders.
Op driekwart van de route bereiken we het stadje Semeliskes. Helaas is er geen café of winkel. Doorrijden dus maar. De route, die tot nu toe rechttoe-rechtaan was, wordt wat onduidelijker. Op een kruispunt weten we werkelijk niet meer welke richting we moeten nemen. Naar links ligt een elektriciteitscentrale, dat is niet goed. De weg naar rechts, die we volgens de kaart moeten nemen, leidt echter ook naar niets.
Rechtdoor dan maar? We trappen een steile helling omhoog - de laatste loodjes wegen zwaar - en ja, we hebben goed gegokt. In de verte zien we de bus langs de weg staan.
Het duurt lang voordat de groep compleet is. Een aantal fietsers heeft de weg naar de centrale genomen, en zit nu kilometers verderop aan de overkant van een meer op ons te wachten. Sommigen hebben geen puf meer om nog naar de bus te fietsen - daarom rijden wij naar hen toe. Dat heeft overigens nog wel wat voeten in de aarde, want onze buschauffeur verstaat alleen Litouws en heeft ook nog eens geen zin om naar aanwijzingen van toeristen te luisteren! Na enkele malen verkeerd rijden, vinden we dan uiteindelijk toch de gestrande medereizigers.
Weer compleet rijden we terug naar Vilnius, waar we omstreeks acht uur aankomen. Na de avondmaaltijd in de stad maken we het niet laat en keren al spoedig terug naar het hotel.
Maandag 22 juni 2009. Om negen uur vertrekt de bus naar onze volgende bestemming: Nida, op de Koerse Schoorwal bij de Oostzee. Marjan wisselt nog snel even wat geld bij de bank. Het wisselen op deze reis moet je goed plannen. Niet alleen hebben we te maken met vijf verschillende valuta, het is ook nog eens lastig te bepalen hoeveel je nodig hebt.
Ook vandaag is het weer een grote drukte in de ontbijtzaal, als de Poolse reizigers met hun priester (!) allemaal tegelijk verschijnen.
Met de bus rijden we over grote wegen naar het westen. Voor de kust slaan we af en over smalle landwegen gaat het naar het plaatsje Kintai. Daar spelen taalproblemen ons weer parten. Er is een misverstand over de precieze plaats waar de fietstocht van vandaag begint. Na vele moeizame telefoongesprekken met de lokale reisagent rijden we naar een hotel temidden van een moerassig gebied - een vreemde, maar in ieder geval goed herkenbare plaats!
Als de fietsen rijklaar zijn, gaan we op pad. We rijden zuidwaarts langs de Koerse Haf, de lagune die het vasteland van de Koerse Schoorwal scheidt, naar het plaatsje Vente. De weg loopt een stukje van het water vandaan, en we maken een afsteker naar zee. Daar zien we voor het eerst de landtong in de verte liggen. Een bijna Nederlands gezicht, met die hoge duinen.
Aan de kust ontdekken we een min of meer befietsbaar natuurpad dat ons door een fraai bos naar een uitzichtpunt brengt, vanwaar we uitzien over een grote vlakte met riet en daarachter het water van het Koerse Haf.
Na het natuurpad vervolgen we de weg over asfalt naar Vente, waar het net bij onze aankomst begint te regenen. Gelukkig zet het niet door. Vente ligt zelf ook op een landtong en na een snelle blik op het uitzicht over de lagune, aanvaarden we over dezelfde weg de terugtocht.
Het weer is onbestendig. Het ene moment regent het, dan is het weer even droog. Jas uit, jas aan, met andere woorden! Terug in Kintai slaan we ditmaal niet af naar het hotel waar we onze tocht begonnen, maar rijden rechtdoor het dorp in. Bij de bakker halen we een broodje en wachten op de reisgenoten, die de een na de ander aan komen rijden.
In de havenplaats Klaipeda laten we ons met bus en al door de veerpont overzetten naar de Koerse Schoorwal. Door dichte dennenbossen rijden we naar ons hotel Jurata in het plaatsje Nida.
De Koerse Schoorwal is een landtong van 98 kilometer lengte die de Oostzee scheidt van het Koerse Haf. De zuidelijke helft van de schoorwal ligt in het Russische Kaliningrad - we zijn eigenlijk weer bijna terug op ons uitgangspunt van eergisteren - en de noordelijke helft ligt in Litouwen. De schoorwal is feitelijk een schiereiland, zoals we net al ondervonden. Een veerpont verbindt het dorpje Smiltyne op de landtong met de havenstad Klaipeda.
Ondanks de enorme lengte is de landtong vrijwel nergens breder dan drie kilometer. Op de landtong is een duin- en boslandschap te vinden, met de hoogste duinen van Europa. Deze duinen verstuiven continu.
De Koerse schoorwal is beroemd om zijn natuurschoon, en is zowel door Rusland als door Litouwen tot beschermd natuurgebied verklaard. Wilhelm von Humboldt, oudere broer van de beroemde natuuronderzoeker Alexander von Humboldt, schreef: "Die Kurische Nehrung is so merkwürdig, dass man sie eigentlich ebensogut wie Spanien und Italien gesehen haben muss, wenn einem nicht ein wunderbares Bild in der Seele fehlen soll."
Nida is met 1500 permanente inwoners de grootste nederzetting op de Schoorwal en is een bekende vakantiebestemming: het Zandvoort van Litouwen.
De schoorwal werd in 1920 voor het eerst bestuurlijk doorsneden: in dat jaar ging Frankrijk namens de Volkenbond het noorden, dat daarvoor Duits was geweest, besturen (dit Memelland werd al snel geannexeerd door Litouwen). In 1939 werd het Memelland door Hitler geannexeerd, waarmee de Kurische Nehrung weer geheel Duits werd. Vanaf 1945 tot 1991 behoorde de schoorwal in zijn geheel tot de Sovjet-Unie. Na de val van het communisme werd Litouwen zelfstandig, en werd de Koerse Schoorwal staatkundig weer in twee stukken opgedeeld.
We maken een korte wandeling door Nida en besluiten de avond met een maaltijd in een van de vele restaurantjes die het dorp rijk is.
Dinsdag 23 juni 2009. Stralend weer! De bus brengt ons naar Juodkrante, een plaatsje ten noorden van Nida, vanwaar we per fiets de schoorwal verkennen. Maar eerst bezoeken we de Heksenheuvel, een beboste heuvel met langs de bospaden houten beelden van heksen, trollen en goden. Het lijkt een toeristenval, maar tot mijn verrassing zijn er werkelijk fraaie beelden te zien. De wandeling over de Heksenheuvel is de moeite dan ook meer dan waard.
Op de fiets. Maar eerst koffie, even verderop in een klein café. Langs de noordgrens van Juodkrante rijden we naar de westkant van de schoorwal. We willen eerst een blik op de Oostzee werpen - want die hebben we eigenlijk helemaal nog niet gezien deze vakantie. In Gdansk en Kaliningrad zijn we immers niet verder gekomen dan de havens van die steden.
Over een pad van houten balken, omzoomd met bloeiende rozebottelstruiken, wandelen we naar de top van het duin en overzien het vrijwel lege strand, de golven die in een baaierd van wit schuin op de zandbanken breken en daarachter, tot aan de einder, de blauwe vlakte van de Oostzee.
Een stille weg voert ons door een natuurreservaat het bos in. Na enige tijd buigt het fietspad het binnenland in. Ter hoogte van de Grijze Duinen, een gebied met enkele van de hoogste duintoppen in West-Europa, stappen we af en zetten onze verkenningstocht te voet verder.
Over een knuppelpaadje wandelen we over een uitgestrekte vlakte met schrale heide en wat dode bomen. Het is wel duidelijk waar de naam Grijze Duinen vandaan komt. Langzaam wandelen we omhoog, naar het zadel tussen de twee hoogste toppen. Vandaar kunnen we beide zeeën zien: de Oostzee en de Koerdische Haf. Een bijzonder gezicht, zeker bij het fraaie, heldere zomerweer van vandaag.
Verder op de fiets. Dwars door naaldbos rijden we naar de Hafkust. In het plaatsje Pervalka kopen we langs de weg een grote doos vers geplukte aardbeien. Mmm ... dat ruikt heerlijk! Wat verderop, bij een haventje langs de waterkant, eten we ze op. Dat is nog een hele klus, zo'n doos vol met z'n tweeën! Op een naastgelegen terras bestellen we vervolgens pannekoeken met banaan - we blijven in fruitige sferen.
Het laatste deel van onze fietstocht voert langs bos en water terug naar Nida. Het is nog zo mooi weer, dat we besluiten door te fietsen naar het Oostzeestrand, waar we nog enkele uren heerlijk in de warme zomerzon liggen.
In de vroege avond wandelen we naar het grote duin even ten zuiden van Nida. Het is een hele klim naar boven, maar eenmaal daar worden we beloond met een schitterend uitzicht over Nida en de schoorwal. Een mooi besluit van een prachtige fietsdag door één van de fraaiste natuurgebieden die we tot nu toe op onze reis tegenkwamen.
Woensdag 24 juni 2009. Het weer is omgeslagen. Het is bewolkt en de lucht voelt zwoel aan. We verlaten Nida en rijden met de bus naar Klaipeda. Na een korte bezichtiging van het oude stadscentrum - erg veel is er niet van bewaard - stappen we op de fiets. We volgen vandaag de Oostzee-kustroute naar Palanga. Een misleidende naam, want de route blijkt - behalve dan bij de pier van Palanga nergens echt langs de kust te gaan.
Gezamenlijk fietsen we de stad uit. Het is lastig het goede startpunt van de route te vinden. Dan maar gewoon in noordelijke richting, onze neus achterna. Over asfaltwegen rijden we door bossen en langs velden. Op zich niet onaardig, ware het niet dat we onzeker zijn of we wel goed rijden en steeds uitkijken naar de kust, die maar niet in beeld komt.
Vragen naar de route levert weinig op. De meeste mensen hier fietsen niet. Sommigen ontkennen zelfs dat er een fietsroute is. Zelfs als we onze kaart laten zien, blijven ze neeschudden!
In de hal van een restaurantje bij het dorp Karle zien we een kaart van de omgeving, waar de fietsroute is ingetekend. Mooi, eindelijk kunnen we ons weer eens oriënteren.
Over een fraai en kronkelig fietspad door het bos bereiken we Palanga. Noemde ik eerder Nida het Zandvoort van Litouwen, Palanga is de betere kandidaat! Het centrum van het stadje, waar we samen met reisleider Willem doorheen fietsen, is vol met toeristen. De route komt uit bij een groot rond plein dat toegang geeft tot het strand en een lange houten pier. Tijd voor een broodje en een drankje. Na een korte pauze - het massatoerisme trekt ons niet zo - rijden we verder.
Door - alweer - schier eindeloze bossen bereiken we Sventoji. In het stadje wordt kermis gevierd. Route-aanwijzingen zijn helaas verdwenen en het centrum is eigenlijk veel te druk om te fietsen. We volgen een groepje reisgenoten die naar een alternatieve route hebben gevraagd.
Langs een snelweg bereiken we ons eindpunt: een sobere camping naast het kerkje van Buting. De bus staat ons al op te wachten. We zijn ondanks al het gezoek één der eersten die hier aankomen. Aan de overkant van de weg ontdekken we een klein café'tje, waar we - lekker rustig - even genieten van een drankje en koeken.
Terwijl het weer gestadig slechter wordt, rijden we met de bus naar Riga, de hoofdstad van ons volgende land op deze reis, Letland. Het landschap van bossen en velden onderweg is even fraai als eentonig. Bijzonder is wel om zo eens te zien hoe een Europees land dat zo schaars bevolkt is, verschilt van het ons bekende landschap. Terwijl we toch urenlang rijden, zien we nauwelijks dorpen of steden. Lees verder ...
HetMagazijn