
ReisMagazijn > India - Ladakh: Trektocht door de Markha Vallei
De reis
Vooraf | Ladakh cultureel
De trektocht door de Markha Vallei
Agra en New Delhi | Thuisreis
Eerste pagina van deze reis | De foto's
De trektocht door de Markha Vallei
Agra en New Delhi | Thuisreis
Eerste pagina van deze reis | De foto's
De trektocht door de Markha Vallei
Spituk - Zhingchen
Zevende dag, maandag 16 juli 2007. Vanaf Spituk (3210 meter), ten zuidwesten van Leh, beginnen we de trektocht met een korte dagetappe van vier en een half uur - om in te lopen. Spituk is een klein plaatsje dat wordt gedomineerd door een fraai oud klooster van de Gelugpa sekte, Spituk Gompa, waarvan een deel uit de elfde eeuw dateert. Het hoog op de rotsen gebouwde klooster biedt een schitterend panoramisch uitzicht over de Indus Vallei.
Via een nieuwe paardenbrug wordt de Indus-rivier overgestoken. Daarna klimmen we geleidelijk omhoog door een weinig vruchtbare vlakte vol met keien en zonder enige schaduw. Waar de Indus en de Zingchen-river samenkomen, betreden we de Zingchen Vallei. Na een korte pittige klim komen we op een plateau, gemarkeerd door gebedsvlaggen en een lhatho, een monument opgedragen aan de lokale geesten. Hiervandaan is er voor de laatste keer uitzicht op de brede Indus-vallei en de besneeuwde toppen van de bergen daarachter. Even later komen de velden van het kleine dorpje Zhingchen (3470 meter) in zicht. We kamperen onder wilgenbomen bij de rivier.
Zhingchen - Ganda La
Achtste dag, dinsdag 17 juli 2007. Vanaf Zhingchen stijgen we naar de voet van de Ganda La-pas. We lopen door een woeste vallei en moeten eenmaal de rivier oversteken. Vervolgens verbreedt de vallei zich en lopen we langs de velden rond het welvarende dorp Rumbak, waar het pad via een hoge pas terug naar Stok en de Indus-vallei voert. Wij blijven stijgen en vervolgen de route over een ander pad door een zijdal in de richting van de Ganda La.
Onderweg passeren we een bijzondere rotsformatie met rood- en groengelaagde zandsteen en, steeds hoger stijgend, krijgen we uitzicht op de besneeuwde toppen van het Stok gebergte. We wandelen langs het dorpje Yurutse, eigenlijk niet meer dan één fraai gebouwd versterkt huis, te midden van de velden. We overnachten op het Ganda La Basecamp (4500 meter), een kale winderige rotsvlakte maar een goede uitgangspositie voor de beklimming van de pas die voor morgen op het programma staat.
Ganda La - Skyu
Negende dag, woensdag 18 juli 2007. In de ochtend klimmen we naar de pas. Onderweg zien we yaks en bergmarmotten. De 4960 meter hoge Ganda La-pas is de eerste echt hoge pas op onze trek. Na de zware klim eenmaal boven gekomen, is het welverdiend uitrusten achter de gebedsmuur en de wapperende gebedsvlaggen, met uitzicht op de besneeuwde toppen van de zuidelijker gelegen Zanskar bergketen.
Omlaag, een lange, maar gemakkelijke afdaling in de Markha Vallei naar het dorp Shingo. Van bovenaf kunnen we de velden rond het kleine dorp al zien liggen. Bij Shingo gaat de tocht door een smalle kloof met vele fraaie geologische formaties.
We slaan onze tenten op in Skyu (3450 meter) aan de oevers van de Markha-rivier. De omgeving van Skyu is een van de vruchtbaarste van de gehele Markha-vallei. Als ons tentenkamp staat, brengen we een bezoek aan het nabij gelegen kleine klooster. Een oude non steekt er iedere ochtend en avond de boterlampen aan bij het altaar van Chamba, de Boeddha van de Toekomst.
Skyu - Sara
Tiende dag, donderdag 19 juli 2007. We vertrekken vanuit Skyu en volgen de Markha-rivier stroomopwaarts. De rivieroevers zijn begroeid met struiken. Via een brug steken we de rivier over. Onderweg passeren we verschillende mani-muren (gebedsmuren) en chortens. Deze chortens markeren steeds de toegang tot dorpjes en dienen om boze geesten en slechte invloeden op afstand te houden.
Dit deel van de vallei is vruchtbaar. Onderweg passeren we de zomervelden van de mensen uit Skyu en Markha. Al na een vrij korte tocht van ongeveer vijf uur bereiken we het eindpunt van vandaag. We slaan we onze tenten op bij de zomervelden van Sara (3650 meter) langs de Markha-rivier, net voor het dorpje Chalak.
Sara - Markha
Elfde dag, vrijdag 20 juli 2007. Vanaf Sara vervolgen we onze tocht richting Markha. Ook vandaag wordt het weer een iets kortere tocht. Het eerste dorpje dat we tegenkomen, is Chalak (3700 meter), zomerverblijfplaats van de boeren uit Markha. Elk voorjaar treedt de Markha-rivier buiten haar oevers en de boeren in Chalak voeren een harde strijd tegen het water en de daarmee gepaard gaande erosie. Dat is goed te zien in het landschap. Het pad voert ons hoog boven de rivier, maar we blijven wel in het dal lopen.
Tegenwoordig fungeert het welvarende Markha (3900 meter), dat uit een dertigtal huizen bestaat, als centrum voor de hele vallei. In Markha staan de enige middelbare school en het enige gezondheidscentrum van de vallei. We zetten hier ons tentenkamp op.
Markha - Hangkar
Twaalfde dag, zaterdag 21 juli 2007. Vroeg in de ochtend laten we Markha achter ons. Hoog boven ons, op een rots en bijna onzichtbaar vanaf het pad, ligt de door een monnik bewoonde Tetsa gompa. Vanaf het dorpje Umlung wordt de 6400 meter hoge sneeuwpiek van de Kang Yatse zichtbaar. Het uitzicht op deze markante berg zal ons de hele verdere tocht vergezellen. Even later wandelen we langs de fraaiste mani-muren van de hele vallei. Niet alleen gebeden, maar ook prachtige afbeeldingen van diverse heiligen en chortens zijn hier op kunstige wijze uit lei- en zandstenen gehakt.
Vanaf Markha begint het landschap geleidelijk te veranderen. We laten het warmere en naar verhouding wat meer begroeide deel van de vallei achter ons. Onderweg passeren we verschillende aardpiramiden. Een aardpiramide is een geologisch verschijnsel ontstaan door erosie. Gesteente rondom de piramides is weg-geërodeerd en het gesteente dat is overgebleven, heeft piramide- of pijlerachtige vormen aangenomen.
We kamperen weer langs de Markha-rivier, net voorbij het dorp Hangkar (4100 meter).
Hangkar - Nimaling
Dertiende dag, zondag 22 juli 2007. Het wordt een pittige dag. Vanaf Hangkar begint de grote klim naar de hoogvlakte van Nimaling. We klimmen geleidelijk naar Thachungtse (4150 meter), waar boeren uit Hangkar hun meest hoog gelegen gerstvelden hebben. Het uitzicht op de Kang Yatse wordt grootser en grootser.
De klim wordt wat steiler. Af en toe lopen we door velden met edelweiss. In de verte klinkt het gepiep van de grote Himalaya-marmotten die andere dieren waarschuwen voor onze komst. Dan komen op een hoog punt bij de twee meertjes van Tsigu, vanwaar we een formidabel uitzicht hebben. De weerspiegeling van de Kang Yatse in het turkooiskleurige water van het meer is sprookjesachtig. Dit is Ladakh op zijn mooist! Het is nu nog slechts een korte afstand van de meertjes naar de vlakte van Nimaling, dat zonneplaats betekent. Hier overnachten we.
Nimaling
Veertiende dag, maandag 23 juli 2007. De Nimaling-vlakte (4730 meter) is een uitgestrekte golvende weide die zich uitstrekt tot aan de voet van de Kang Yatse. Nimaling is een goed voorbeeld van wat men in Ladakh de phu noemt, hoge graslanden waar de yakherders de zomer met hun kudden doorbrengen. Heel kenmerkend in Nimaling zijn de kleine huisjes van de herders, drokpa's, omringd door bergen yakmest, die als brandstof fungeert.
We hebben vandaag een rustdag. Een beetje luieren in het tentenkamp, een zonnebad op de zonneplaats, terwijl enkele actieve reisgenoten nog een flinke wandeling in de omgeving ondernemen.
Een grappig intermezzo vormen een stel hitsige ezels, die elkaar over de vlakte en door het kamp achterna zitten. Met veel moeite weten de gidsen de dieren weer onder controle te krijgen.
Nimaling - Shang Sumdo
Vijftiende dag, dinsdag 24 juli 2007. We vervolgen de trektocht. Vanaf Nimaling klimmen we naar het hoogste punt van onze tocht, de Kongmaru La-pas (5130 meter). De klim gaat geleidelijk en is niet steil. Maar de hoogte laat zich zeker voelen en dat maakt de tocht vermoeiend. Boven de 5000 meter moeten hart en longen dubbel werk doen, en dat merk je! Zoals op alle hoge bergpassen in de Himalaya verspreiden ook op deze top ontelbare wapperende gebedsvlaggen hun gebeden op de wind.
Onze afdaling leidt naar de bovenloop van de Martselang Vallei met grillig gevormde rotsformaties. In het rivierdal steken we via stapstenen vele malen de Shang rivier over. We komen langs het dorpje Chokdo, vanwaar we over hooggelegen paden verder lopen. We kamperen in Shang Sumdo (3660 meter), bij de samenloop van de Martselang en de Shang-rivier.
Shang Sumdo - Hemis
Zestiende dag, woensdag 25 juli 2007. Het is alweer de laatste dag van onze trektocht. Een nieuwe weg brengt ons in een paar uur bij het dorpje Martselang, waarvan we weer een uitzicht hebben op de Vallei van de Indus. We beëindigen de trek in Hemis (3500 meter), waar zich het grootste klooster van Ladakh bevindt.
's Middags is er tijd voor een bezoek aan dit klooster. Hemis dateert uit de zeventiende eeuw en werd gesticht door de uit Bhutan afkomstige monnik Tagtsang Repa. Hemis behoort tot de Drukpa sekte. Het klooster in Hemis fungeerde als een tegenwicht tegen de invloedrijke Gelugpa sekte. Tegenwoordig is Hemis het grootste en rijkste klooster rond Leh.
We overnachten in Hemis, voor de laatste maal deze reis in onze tenten.
Hemis - Leh
Zeventiende dag, donderdag 26 juli - achttiende dag, vrijdag 27 juli 2007. Met taxi's rijden we van Hemis naar Leh, een tocht van 45 kilometer, waar we in ons hotel lekker kunnen bijkomen van de prachtige trek door de Markha Vallei. Vandaag en morgen doen we rustig aan. Een beetje uitrusten, een terras, wat rondwandelen in Leh. Lees verder ...
HetMagazijn