
ReisMagazijn > Algerije - Hoggar en Tassili n'Ajjer
De reis
Vooraf | In etappes naar het zuiden |
1, Van Brussel naar Algiers |
2, In Algiers - Aankomst in Tamanrasset |
3, De karavaan gaat op weg |
4, De karavaan gaat voort |
5, De karavaan trekt verder |
6, De karavaan trekt de bergen in |
7, De karavaan neemt afscheid |
8, Tamanrasset |
9, Lekke band in de woestijn |
10, Wereldbol in de woestijn |
11, Regen in de woestijn |
12, Zandstorm in de woestijn |
13, Fata morgana in de woestijn |
14, Oleanders in de woestijn |
15, Orkaan in de woestijn |
16, Beklimming in de woestijn |
17, Djanet |
Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
1, Van Brussel naar Algiers | 2, In Algiers - Aankomst in Tamanrasset |
3, De karavaan gaat op weg | 4, De karavaan gaat voort | 5, De karavaan trekt verder |
6, De karavaan trekt de bergen in | 7, De karavaan neemt afscheid | 8, Tamanrasset |
9, Lekke band in de woestijn | 10, Wereldbol in de woestijn | 11, Regen in de woestijn |
12, Zandstorm in de woestijn | 13, Fata morgana in de woestijn |
14, Oleanders in de woestijn | 15, Orkaan in de woestijn | 16, Beklimming in de woestijn |
17, Djanet | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
7, De karavaan neemt afscheid
Dag 7, donderdag 19 april 2007. Om half zeven opstaan en wassen, met het laatste restje bronwater dat de kamelen gisteren de hele dag voor ons meesjouwden. We hebben pannekoeken als ontbijt. Heerlijk! Ik kan er geen genoeg van krijgen en eet mijn buik rond.
De kamelen graasden achter de heuvel waarlangs we gistermiddag afdaalden in deze dalkom. Ze hebben zich over de hellingen verspreid, waar de kamelenmannen ze nu verzamelen. De een na de ander komt aangelopen over het smalle pad, een verzameling touwen in de hand, een trosje kamelen dat gehoorzaam volgt. Het is een mooi gezicht als ze zo over de rand van de heuvel komen en scherp aftekenen tegen de blauwe lucht.
Het waait gelukkig niet meer en het lijkt alsof het stof in de lucht een stuk minder is. Aan het waas in de verte zien we dat het lang niet allemaal is verdwenen, maar we hebben er tenminste geen last meer van. Visioenen van ontstoken kelen en ogen verdwijnen weer naar de achtergrond.
We beginnen de wandeldag met een voettocht in de buurt van het kamp. Akoulam leidt ons het dalletje waar de tenten staan uit. We volgen de berghelling omhoog. Van boven kijken we neer op een keteldal. Klein en diep is het, met grillig gevormde rotsmuren van basalt. Het heeft wel wat weg van een reusachtig kerkorgel. Wie wil, kan met Akoulam omhoog klimmen. In de rotsen hoog boven het keteldal zijn rotstekeningen te zien. De meesten schrikken terug voor de vrij steil uitziende hellingen. Na enig heen en weer gepraat gaan Marjan, Monique en ik met Akoulam mee omhoog.
Het wordt een tocht met veel geklauter en enkele lastige passages, waarvoor we, eenmaal boven, worden beloond met een fenomenaal uitzicht. Helemaal bovenin bevinden zich op een smal plateau enkele grotten, waar de rotstekeningen zich bevinden. Die stellen weinig voor, maar na zo'n mooie klimtocht maakt ons dat eigenlijk weinig uit. We genieten van het uitdagende tochtje en de uitzichten op het dal en de omliggende bergen. In de diepte zien we, als speldepuntjes, de anderen wachten.
Ik denk in grotten boven ons, vlak onder de top van de bergrichel rond het keteldal, nog meer tekeningen te ontwaren. Akoulam is direct geinteresseerd en klimt als een gems naar boven. "Had ik m'n mond maar gehouden", denk ik terwijl onze gids, die toch al aardig op leeftijd is, allerlei gevaarlijke capriolen uithaalt om mogelijke nieuwe rotstekeningen te ontdekken. Hoe hij echter ook kijkt en zoekt, hij vindt geen tekeningen. Toch dacht ik werkelijk iets te zien. Het moet de werking van licht en donker op de ruwe rotswand geweest zijn, concluderen we gezamenlijk, als hij weer veilig is afgedaald. Het is kenmerkend voor Akoulam, dat hij mij zo in m'n waarde laat. Niet nodig, wél aardig.
We gaan, voorzichtig, weer omlaag. Na anderhalf uur zijn we weer op ons uitgangspunt. De kamelenkaravaan is ons inmiddels gevolgd en gezamenlijk trekken we verder door de steenwoestenij.
Na goed anderhalf uur bereiken we de rand van de hoogvlakte. Van hier hebben we een prachtig uitzicht op de Assekrem. Voor ons ligt in een groot, diep dal een hoge tafelberg, aan de voet waarvan we enkele lage gebouwen kunnen ontwaren. Opzij daarvan steken de grillige pieken van het Assekremgebergte de lucht in. De atmosfeer is stoffig - de bergen aan de horizon lijken omvloersd met een gelige waas. "Het lijkt wel heiig", zeggen Marjan en ik tegen elkaar. Maar daar is het hier natuurlijk veel te droog voor. Wind en stof zorgen hier echter voor eenzelfde effect.
Onze kamelentocht nadert z'n eind. Marjan beklimt nog éénmaal haar rijdier, for old times sake. Ongemerkt is het weer wat harder gaan waaien. De lucht wordt stoffiger, het uitzicht waziger. In het grote dal beneden ons zien we andere toeristen worstelen met klapperende tenten.
Het pad verbreedt tot een jeep trail. Eén van de kamelenmannen laat nog eenmaal z'n kunnen zien. Hij gallopeert langs op zijn kameel, ondertussen allerlei kapriolen uithalend. Een fraai gezicht.
We kamperen op een kleine heuvel, aan de voet van de tafelberg. In de verte op de bergrug kunnen we de kluizenaarshut van pater Foucault ontwaren. Als een klein langwerpig blokje steekt het silouet van de hut af tegen de blauwe lucht. Centrum van onze kampeerplek is een half ingestorte stenen hut. Onderdak kan het bouwsel niet meer bieden; wel beschutting tegen de aanwakkerende wind.
De afgezadelde kamelen lopen rond, op zoek naar wat eetbaars. Daarbij wervelt veel stof en zand op. Het is ook niet de eerste keer dat hier gekampeerd wordt. Her en der ligt rommel en een flink stuk terrein is vrijgemaakt van stenen. Iedere keer als een er een windvlaag is, waaien zandkorrels en gedroogde kamelenmest omhoog. Zelfs in de keukentent waait het stof door kieren en gaten naar binnen.
Nee, deze laatste kampeerplaats is niet de beste plek. Maar we zijn inmiddels niet meer alleen. In onze naaste omgeving overnachten meerdere groepen - zij waren er eerder en hebben dus de beste plaatsen ingenomen.
Marjan en ik zetten onze tent een stuk heuvelafwaarts op. Ver weg van de stoffige kampeerplaats. Om de tent bouwen we uit voorzorg een muurtje van stenen, om de wind wat te breken. Veel helpt het niet, maar de tent blijft wel staan. En daar gaat het natuurlijk om.
De kamelenmannen openen een winkel. Dat wil zeggen, op een lap stallen ze door hun vrouwen gemaakte snuisterijen uit. We nemen uiteraard een kijkje maar aan Marjan en mij is het allemaal niet zo besteed. We kopen nog maar zelden souvenirs. Onze ervaring is dat ze, eenmaal weer thuis, toch snel hun betekenis verliezen. Na een overigens geslaagde verkoop - andere reisgenoten trekken wél de portemonnee - is het tijd om afscheid te nemen van de kamelen en hun drijvers.
Na veel hartelijke worden en handen schudden vertrekken ze. Een lange rij dieren, die langzaam in het dal verdwijnt. Nog een laatste armzwaai, dan een bocht in de weg en verdwenen zijn ze - uit het zicht, maar nog lang niet uit het hart. Wij vonden de karavaantocht een onverwacht bijzondere ervaring.
Als lezer ook nieuwsgierig geworden naar deze bijzondere dieren? In The A to Z of Camels, het eerste en voor zo ver ik weet enige kamelen-abcdarium op het world wide web, vindt u alles wat u over de kameel wilt weten.
In de benauwde keukentent gebruiken we een stoffige maaltijd. Zand schuurt de maag, zullen we maar zeggen. Mubarak heeft weer een heerlijke maaltijd bereid maar ik ben toch blij als het bord leeg is en ik de warme, bedompte tent kan verlaten. Hé, frisse lucht - hoe stoffig dan ook!
We hebben het grootste deel van de middag nog voor ons. Terwijl Marjan in de luwte van de tent een boek leest, maak ik een praatje met Marianne, die haar tent achter een stenen muurtje aan de andere zijde van de kampeerplaats heeft opgezet.
Vier uur: theetijd. Wat later strekken we onze benen. Akoulam begeleidt ons op een laatste wandeling, naar de kluizenaarshut van pater Charles de Foucault op 2400 meter hoogte. Het is een lange winderige klim over de jeep trail naar de voet van de tafelberg, waar in enkele vierkante stenen gebouwtjes een refuge, is gevestigd. Wat oorspronkelijk is begonnen als een schuilhut is inmiddels een echte herberg. Je kunt er eten en slapen. Aan het eind van de wereld, mag je wel zeggen.
Van hier gaat een smal stenig paadje zigzag omhoog naar de hermitage. De ondergaande zon verdwijnt al snel achter dikke grijze wolken. De mooie zonsondergangen waar dit gebied bekend om staat, slaan vandaag een dagje over. Halverwege de klim staan wat huisjes. Er woont een vriendelijke kat, die zich graag laat aaien, en er liggen wat fotoboekjes.
We bladeren ze even door. De foto's van de hermitage in de sneeuw zijn verrassend. Ik had niet gedacht dat het hier ooit winters wit zou zijn. De kluizenaarshut is vol en druk. Er is nog een andere, Franse, groep en van een gewijde rustige sfeer is dus tijdens ons bezoek geen sprake. Bij het bezichtigen van de hermitage bekruipt me dan ook - al dan niet terecht - een gevoel van 'wat heeft De Foucault in vredesnaam bezield om zich hier terug te trekken ...'
De Franse ontdekkingsreiziger en kluizenaar Charles Eugène de Foucault (Straatsburg, 1858-Tamanrasset, 1916) maakte na een mislukte militaire loopbaan een expeditie naar Marokko. Onder de indruk van de religiositeit die hij in Afrika ervoer, bekeerde hij zich in 1886. Na zijn priesterwijding in 1901 leefde De Foucault als kluizenaar in Algerije, eerst in Beni Abbès en vanaf 1905 in de Hoggar. Als 'kluizenaar van de Sahara' leidde hij in een islamitisch milieu een streng christelijk leven en bestudeerde hij de taal, geschiedenis en zeden van de Touareg. 'Frère Charles de Jésus' maakte tijdens zijn leven grote indruk op zijn omgeving. Pas later werd ook zijn geestelijke invloed zichtbaar. Volgelingen van Charles de Foucault bewonen nog steeds de kleine eenzame kluizenaarshut in de Assekrem.
Samen met Marianne wandelen we al spoedig weer terug naar beneden. Van een mooie zonsondergang is door de bewolking geen sprake; het licht verdwijnt en de invallende duisternis hult het gebergte in blauwgrijze schaduwen, waarin alle details verloren gaan. Net voordat het helemaal donker is, zijn we weer beneden.
De wind is gaan liggen en we zitten in de luwte van het ingestorte gebouwtje, waar ook een mooie woestijnmuis blijkt te huizen. In de loop van de avond komen de drie landrovers aan waarmee wij morgen de reis zullen vervolgen. Tomatensoep, friet, paprika, salade. Alweer een heerlijke maaltijd. Het is verbazingwekkend hoe het Mubarak iedere keer weer lukt! Na het eten knippen we de zaklantaarns aan en zoeken onze tenten op. Lees verder ...
De informatie over Charles de Foucault is ontleend aan het lemma in: De Grote Oosthoek; 7de editie, 1977.
HetMagazijn