Algerije - Hoggar en Tassili n'Ajjer, 13-30 april 2007

ReisMagazijn > Algerije - Hoggar en Tassili n'Ajjer

De reis

Vooraf | In etappes naar het zuiden |
1, Van Brussel naar Algiers | 2, In Algiers - Aankomst in Tamanrasset |
3, De karavaan gaat op weg | 4, De karavaan gaat voort | 5, De karavaan trekt verder |
6, De karavaan trekt de bergen in | 7, De karavaan neemt afscheid | 8, Tamanrasset |
9, Lekke band in de woestijn | 10, Wereldbol in de woestijn | 11, Regen in de woestijn |
12, Zandstorm in de woestijn | 13, Fata morgana in de woestijn |
14, Oleanders in de woestijn | 15, Orkaan in de woestijn | 16, Beklimming in de woestijn |
17, Djanet | Naschrift

Eerste pagina van deze reis | De foto's
4, De karavaan gaat voort

Dag 4, maandag 16 april 2007. Heerlijk geslapen, ook al was het kouder dan verwacht. In de vroege ochtend heb ik toch nog maar even de slaapzak over de lakenzak getrokken - en ben vervolgens weer lekker ingeslapen. Wassen is hier niet mogelijk. We behelpen ons met een wettie. Inpakken, de tent afbreken, eten - vanochtend gaat het allemaal nog wat onwennig, maar we weten uit ervaring hoe snel je aan het ritme van zo'n tocht went. Vanaf morgen zal het allemaal als bijna vanzelf gaan.

Zonnebrandcrème smeren. Het valt me mee hoe weinig ik gisteren verbrand ben, ondanks de lange dag in de felle zon. Eén keer smeren is kennelijk toch al voldoende.

Om acht uur is alles en iedereen klaar voor de dag die komen gaat. De tenten zijn ingepakt, het ontbijt (brood en thee) is naar binnen. De kamelen, die vanacht in de buurt van de kampeerplek hebben gegraasd, worden bijeengebracht, gezadeld en opgeladen.

We gaan op pad. We wandelen naar de rand van de hoogvlakte, waar een helling ons naar een volgend plateau brengt. Dat is tegelijk het stramien van de rest van onze kamelentocht door de Hoggar: we lopen van plateau naar plateau omhoog naar de Assekrem, nabij het hoogste punt van het gebergte.

Ik ben als één van de eersten boven aan de helling. Daar ontvouwt zich naar twee zijden een prachtig panorama. Achter mij op het plateau dat we gisteren en vanochtend doorkruisten, een geweldige antracietkleurige vlakte omgeven door ongenaakbare kale bergen. Onderaan de helling beweegt een lint van kamelen langzaam omhoog. De dieren hebben het niet gemakkelijk op het smalle pad tussen de scherpe rotskeien.

Vóór mij ligt een nieuw, nog weidser plateau, dat tot aan de horizon lijkt door te lopen. We wachten hier tot de hele karavaan boven is gekomen. Omdat het grootste deel van de tocht van vandaag over vlak terrein gaat, worden we uitgenodigd allemaal op de kamelen te rijden. Niemand die dat aanbod afslaat natuurlijk, alhoewel enkelen - waaronder ikzelf - al snel op andere gedachten komen. Marianne heeft het het snelst gezien. Ze vindt de zit op 'het schip der woestijn' zo ongemakkelijk, dat ze er meteen weer af wil! Na een half uur hobbelen krijg ik kramp in mijn kuiten en stijg ook ik af.

Eerlijk gezegd: waarom zou je rijden als je hier ook prima lopen kunt? Het pad is duidelijk en goed begaanbaar, het uitzicht over de vlakte fenomenaal en er staat een heerlijk verfrissende wind, die het wandelen tot een feest maakt.

Naar het oosten wordt de hoogvlakte begrenst door een vrij lage, langgerekte rotswand; ten westen van ons staan enkele rotsen, sommigen met het formaat van echte bergen. Het is een apart gezicht, deze bergen die als vrijstaande massieven als het ware uit het niets oprijzen vanaf de vlakke bodem.

De vlakte zelf bestaat uit kleinere en grotere rotsblokken. Soms schemert er wat rode aarde tussen door. Af en toe staat er een struikje of een eenzame boom. In de meeste gevallen zijn het acacia's die hun doornige takken uitstrekken naar de zon en mens en dier het enige streepje schaduw leveren dat hier te vinden is.

Onze kamelenkaravaan doorkruist de vlakte en klimt over een lage helling naar de volgende 'verdieping'. Het landschap blijft hetzelfde en is toch steeds weer anders. Perspectief en licht veranderen, mijn plaats in de karavaan wisselt regelmatig. Dan loop ik een tijdje voorop, dan tussen de kamelen of helemaal achteraan. Een prachtig gezicht, die rij onverzettelijke dieren met hun last, die gestaag voortgaat. We merken het bij korte stops die wij willen inlassen: de kamelendrijvers doen daar niet aan mee. Het gezegde 'de karavaan gaat voort' berust op waarheid. De karavaan stopt eigenlijk maar éémaal, tussen de middag, voor eten en rust voor mens en dier - en om beschutting te zoeken tegen de warmste uren van de dag.

Zo ook vandaag. We stoppen bij enkele bomen. In de schaduw daarvan wordt de lunch klaargemaakt. Wij zoeken schaduw en verkoeling onder enkele overhangende rotsen in de bedding van een drooggevallen riviertje.

Na het eten splitst de groep zich. Een klein deel blijft bij de karavaan en vervolgt de route over de vlakte naar het volgende kamp. De anderen maken een tocht door de bergen, waarbij grotten met rotstekeningen worden bezocht. De bergtocht is eigenlijk een doorsteek; aan het eind ervan komen we ook uit bij het kamp. De vraag hoe zwaar de bergtocht is, dient zich natuurlijk al snel aan. Bijzonder is dat de Touareg, die normaal nogal terughoudend zijn als het gaat om het inschatten van de capaciteiten van ons toeristen, nu al zelf een verdeling hebben gemaakt van wie wel en niet meekan op de tocht door de bergen.

Vlak langs de piste wandelen we omhoog over een glooiende helling. Verscholen achter enkele rotsen ontdekken we een kleine grot - eigenlijk zou ik het eerder een overhangende rots willen noemen. Op de geelgrijze ondergrond zijn vaag rode contouren van een koe te zien. 'Onze eerste rotstekening' is niet erg spectaculair, maar ja - we zijn natuurlijk thuis al verwend met prachtige foto's in boeken en op websites. De hele groep is overigens mee naar deze grot. Voor de mensen die met de karavaan meelopen, is het een kleine 'troostprijs', deze tekening. Zij keren vanaf hier op hun schreden terug naar de kamelen, die in de verte beneden ons net opgezadeld worden. De rest gaat, vol verwachting, verder.

We lopen en klimmen door een onoverzichtelijk gebied met vele grote rotsblokken. Sommige ervan lijken figuren of mensen uit te beelden, zoals de enorme rots voor ons die verbluffend veel weg heeft van een doodshoofd.

Achter het doodshoofd klimmen we omhoog naar een kleine grot. Vanaf het plateau voor de grotopening hebben we een mooi uitzicht op de komvormige vallei, op de helling waarvan we ons nu bevinden. Dwars over de vlakke bodem van de vallei loopt de bedding van een drooggevallen rivier. De voormalige waterloop is gemarkeerd met struiken en groen gras. Het kan niet lang geleden zijn dat hier nog water stroomde. De hellingen die de vallei omgeven, bestaan uit grote geelbruine rotsblokken, die in de meest grillige vormen op elkaar gestapeld lijken te zijn. Echt een bijzonder gezicht.

Het is af en toe flink klauteren tijdens de afdaling van de grot naar de bodem van de vallei, die we diagonaal oversteken. Het lijkt wel alsof we ons in een krater bevinden, zo mooi rond is de vallei en zo hoog pieken de rotsen rondom.

Aan de overzijde klimmen we over de rotsen omhoog. Een pad is er niet; op aanwijzingen van onze gids zoeken we voorzichtig een weg naar boven. Gelukkig bieden de rotsblokken veel houvast. Schuin over de helling gaan we omhoog. Af en toe houden we even stil, om het prachtige uitzicht in ogenschouw te nemen. Steeds weidser worden de panorama's. Een rotslandschap als deze vallei had ik nog niet eerder gezien. In al z'n ongenaakbaarheid heeft het toch iets betoverends.

In een smalle doodlopende kloof, waarin een wilde vijg en olijvenbomen groeien, houden we een rustpauze. De bomen zijn een bijzonderheid in deze omgeving. Uit een onderaards reservoir kunnen ze dankzij meterslange wortels water opzuigen. De wilde vijg staat uitbundig in bloei, een mooi contrast met de kale rotsen die boven de boom uittorenen.

De gids moet zelf zoeken naar de juiste route. Verschillende keren gaan we verkeerd en komen we uit bij afgronden, steile wanden of anderszins onoverkomelijke passages. Aarzelend loopt de gids rond. Dan, weer zeker van zichzelf, wijst hij vooruit, omhoog. Dáár moeten we heen! Over griezelig schuine steenplaten klimmen we omhoog. De platen zien er glad uit maar als we er eenmaal op staan, blijkt dat het profiel onder onze schoenen voldoende grip geeft om er veilig overheen te klauteren. Al moet dat soms wel met handen en voeten.

Bijna bovenaan de helling komen we bij een vrijstaande grot, eigenlijk een enorm uitgehold rotsblok van een meter of tien hoog. Onder de overhang is de rotswand bezaaid met tekeningen. In rode kleurstof is een kudde koeien met herder afgebeeld. Onderaan grazen giraffen. Het is een prachtige grote tekening, enkele meters in doorsnee. Het is bijzonder om zoiets open en bloot in het vrije veld te kunnen zien.

Hoewel vandaag de dag de Sahara een grote woestijn is, was die dat niet altijd. Tijdens het Pleistoceen en het Holoceen bestond de Sahara nog voor het grootste deel uit savanne. In deze perioden konden mens, dier en plantenwereld zich goed handhaven in deze gebieden. De rotstekeningen zijn overblijfselen, herinneringen zo je wilt, aan deze periode.

Na een uitgebreide bezichtiging trekken we verder. We wandelen nu door de uitlopers van het gebergte rondom de komvormige vallei; uitlopers die langzaam overgaan in een met kleine donkere rotsblokken overdekte vlakte. Soortgelijke vlaktes zagen we al eerder op onze tocht, maar hier zijn de stenen wat donkerder en kleiner. Het lijkt écht op een vlakte bezaaid met kolen!

Ook hier zie ik weer meer begroeiing dan ik had verwacht in het hart van de Sahara. De gids wijst ons op grote pollen bloeiende lavender en sterk ruikende munt. Er wordt een bosje van geplukt, voor in de soep.

Verderop op de vlakte is een diepe glooiing, waarin we afdalen. Over kamelenpaden bereiken we het dal waar we kamperen. De karavaan is al aangekomen en de reisgenoten die daarmee meeliepen, hebben hun tenten al opgezet. Vanuit de verte zien we de bekende witte koepeltjes al staan. Er wat is dat nu voor een boom naast de tenten? Het lijkt wel een ... palmboom! Hoe kan dat, in deze steenwoestijn!?

Terwijl we de laatste helling afdalen, zien we de oplossing van het raadsel. We kamperen vlak bij een bron, een riviertje waarvan de loop hier voor een kort stukje bovengronds komt. Daar haalt de palm zijn water vandaan. En wij dus ook. Ik vroeg me al af hoe de Touareg dat nu deden met die drie jerrycans die we bij ons hebben. Die moesten toch ééns opraken!?

Marjan en ik zoeken een plekje voor onze tent op het plateau boven de rivierbedding. Niet dat we denken dat de droge bedding opeens zal vollopen, maar we zoeken het liefst een zo rustig mogelijke kampeerplek op, weg van het gedruis van keuken en groepstent, weg van nachtelijk geklets en gesnurk.

Als de tent eenmaal staat, neem ik een kijkje bij de bron. Of het echt een bron is of een stukje rivier dat hier even bovengronds komt, laat ik maar in het midden. Ik weet het niet. De betrekkelijke overvloed aan water biedt ons wel de gelegenheid om te wassen. We vullen onze waterflessen en frissen ons wat op achter de tent.

Marianne komt een praatje maken. Voordat we er erg in hebben, is het eten klaar. Het is weer een wonderlijke maar smakelijke mengeling van de westerse en oosterse keuken: patat met wortelen, ei en schaap. We krijgen een soepje vooraf en vruchten uit blik na. Vruchten uit blik - thuis eet je het bijna nooit, maar op zo'n reis vind ik het een echte traktatie!

Al snel valt de duisternis in. We eten vanavond op de tast - er is geen licht, behalve dan het onzekere schijnsel van zaklantaarns en hoofdlampjes. Boven ons een prachtige sterrenhemel, dat wel. Lees verder ...