
ReisMagazijn > Algerije - Hoggar en Tassili n'Ajjer
De reis
Vooraf | In etappes naar het zuiden |
1, Van Brussel naar Algiers |
2, In Algiers - Aankomst in Tamanrasset |
3, De karavaan gaat op weg |
4, De karavaan gaat voort |
5, De karavaan trekt verder |
6, De karavaan trekt de bergen in |
7, De karavaan neemt afscheid |
8, Tamanrasset |
9, Lekke band in de woestijn |
10, Wereldbol in de woestijn |
11, Regen in de woestijn |
12, Zandstorm in de woestijn |
13, Fata morgana in de woestijn |
14, Oleanders in de woestijn |
15, Orkaan in de woestijn |
16, Beklimming in de woestijn |
17, Djanet |
Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
1, Van Brussel naar Algiers | 2, In Algiers - Aankomst in Tamanrasset |
3, De karavaan gaat op weg | 4, De karavaan gaat voort | 5, De karavaan trekt verder |
6, De karavaan trekt de bergen in | 7, De karavaan neemt afscheid | 8, Tamanrasset |
9, Lekke band in de woestijn | 10, Wereldbol in de woestijn | 11, Regen in de woestijn |
12, Zandstorm in de woestijn | 13, Fata morgana in de woestijn |
14, Oleanders in de woestijn | 15, Orkaan in de woestijn | 16, Beklimming in de woestijn |
17, Djanet | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
3, De karavaan gaat op weg
Dag 3, zondag 15 april 2007. Geslapen als een blok, ondanks de iman die al om half vijf vanochtend opriep tot het gebed. Het heeft vanacht even geregend, een bijzonderheid in dit gebied. Enkele reisgenoten die buiten op de binnenplaats sliepen, moesten overhaast een schuilplek zoeken.
We gaan al weer vroeg op pad. Om half acht is het ontbijt en om half negen hebben we onze bagage 'gereorganiseerd'. We komen hier na de kamelentocht over een week weer terug en kunnen dus overtollige spullen achter laten. Mijn boeken blijven hier; de kameel die mijn bagage moet dragen, zal me er straks dankbaar voor zijn!
Ik heb nog even tijd om het huis te bekijken. Je komt via een smalle deur in een hoge geelgepleisterde muur op een grote betegelde binnenplaats met fraaie planten. Deuren leiden naar slaapvertrekken voor de gasten en de bewoners van het huis. Er bloeit een grote donderrode Chinese roos en tegen de muur die het hele huis omgeeft, groeien druivenranken. Aan weerszijden van de binnenplaats voeren trappen naar een eerste verdieping met drie gemeenschappelijke slaapruimten en een open plaats. Uit het dak steken ijzeren staven, verbindingselementen voor een volgende verdieping, als er weer voldoende geld verdiend is. Het huis beschikt over een aantal ruime badkamers. Het hele pand ziet er mooi en verzorgd uit. Het is duidelijk te zien dat het Lamine, de eigenaar van Tarakeft goed gaat. Tarakeft - zo heet het reisagentschap dat voor Sawadee de tocht verzorgt.
Intussen zijn de landrovers gearriveerd die ons naar het beginpunt van onze kamelentocht zullen brengen. Grote, stevige wagens met 4x4 aandrijving. Opvallend is de 'schoorsteenpijp' voorop, die naast de motorkap zeker een meter de lucht in steekt. "Dat is het luchtfilter", legt reisbegeleidster Liesbeth me uit, "dat er voor zorgt dat ondanks stof en zand er voldoende zuurstof bij de motor kan komen."
Onze persoonlijke bagage, proviand en een schijnbaar oneindig aantal waterflessen worden ingeladen en ook wij zelf zoeken een plaatsje. Voordat we vanuit Tamanrasset vertrekken, rijden we eerst nog langs een verderop gelegen opslagplaats, waar we tenten, dekens, matrasjes en de keukenuitrusting ophalen. De uitrustingsspullen worden hoog opgetast op het dak van de landrovers. Letterlijk topzwaar rijden we Tamanrasset uit.
Tamanrasset is echt een nieuwe stad. We kregen het vermoeden al bij onze nachtelijke aankomst, maar nu bij het volle daglicht is goed te zien dat in deze stad nog nauwelijks een oud huis overeind staat. Alles is of wordt vernieuwd, van huizen tot wegen, van een nieuwe universiteit tot een winkelcentrum. Dankzij het voorzichtig oplevende toerisme gaat het hier in economisch opzicht bepaald niet slecht. De welvaart die ons overnachtingsadres uitstraalde, is ook in de rest van de stad zichtbaar.
Over een gloednieuwe asfaltweg suizen we weg van de stad. In de verte doemt een controlepost op. "Waar gaat u naartoe", is de - weinig logische - vraag. Tja, wat daar nu op te antwoorden? Onze chauffeur noemt een rits onuitspreekbare namen; wij zelf roepen: "De woestijn in!"
We rijden langs de gloednieuwe universiteitscampus. Een groot, indrukwekkend complex dat onder moderne architectuur uit de grond gestampt is. Letterlijk, want de gebouwen staan midden in de woestijn. Verbindingswegen moeten nog worden aangelegd, alleen de hoge muur met prikkeldraad om de campus, die is al klaar.
Het asfalt houdt op, we rijden verder over een piste met een ondergrond van afwisselend zand en steenslag. Hobbelend rijden we de steenwoestenij in. Om ons heen zien we opvallend veel plantengroei. Struiken, lage bomen, graspollen. Behalve het gras zijn het vrijwel allemaal acacia-soorten die met weinig water toekunnen, maar ik had het toch niet zo verwacht, deze begroeiing hier midden in de Sahara.
Na een uur rijden over een kronkelige piste door een geleidelijk aan steeds heuvelachtiger steenwoestenij houden we halt bij een klein kampement. Her en der verspreid zien we hoopjes kleding, dekens, kamelenzadels, drinkflessen, tuig en gereedschap. In de verte wat groepjes kamelen. Ze grazen van de acacia's of liggen in de schaduw van rotsen of bomen. Enkele struiken staan in bloei. Kleine, felgele mimosa-bolletjes steken af tegen de diepblauwe lucht. Ook wij zoeken al snel wat schaduw op. In de felle zon is het al snel te heet. Gezeten op rotsblokken onder een groepje acacia's wachten we af op wat komen gaat: het middageten.
De landrovers vertrekken één voor één. Er wordt een grote blauwe tent opgezet, waar we met z'n allen in kunnen zitten en waar ook de maaltijd wordt bereid. De tentflappen aan weerszijden worden opgerold om de wind door te laten. Zonder ventilatie is het al snel te benauwd onder het zeildoek. Tjonge, wat is het hier heet! Gelukkig staat er een flinke wind, die onze eerste uren in de woestijn draaglijk maakt. We moeten toch echt even acclimatiseren.
Het middageten bestaat uit een heerlijke salade van rauwkost. Ik zie sla, wortels, doperwten, mais, tomaten, bieten, ei, ui en tonijn in de door onze kok smakelijk opgemaakte schotel. Zo eten we dus zelfs midden in de woestijn nog vis - al is het uit blik! Als we zijn uitgegeten, is het nog steeds veel te warm om aan vertrek te denken.
Pas na tweeën worden de kamelen verzameld. Een stuk of twintig zijn het er. Onder luidkeels protest laten ze zich door de 'kamelenmannen' de zadels en bagage aanmeten. Dat gaat met grote routine en eigenlijk verrassend snel. Onze dagrugzakken kunnen aan de kamelenzadels worden gehangen. Ik ben blij dat ik nog een klein extra rugzakje bij me heb en zo wat watervoorraad bij de hand kan houden.
De kamelen zoeken hun plaatsje in de rij. Ze zitten per groepje van drie of vijf kamelen met touwen aan elkaar vast en worden geleid door een kamelendrijver. Wij zoeken een plek tussen de groepen kamelen in. In een lange rij gaan we op pad.
We wandelen over een smal, stenig pad, waarin af en toe enkele zanderige stukken voorkomen. Het landschap om ons heen is zoals gezegd een steenwoestenij. Glooiende vlakten, bezaaid met rotsen, waaruit hier en daar een grillig gevormde rotsformatie oprijst. En verrassend veel acaciastruiken en -bomen, zoals ik ook al eerder opmerkte.
Af en toe kruist het pad een drooggevallen rivier, herkenbaar aan de zanderige bedding en de rij van bomen en struiken die de oorspronkelijke loop van het water markeren. Als de bomen en struiken er nog fris bij staan, kun je er van uit gaan dat er ondergronds nog water stroomt. Maar dat is lang niet altijd het geval. Dan staan bomen en struiken er dor en levenloos bij.
We lopen achter, tussen, vóór de kamelen. Er zijn nog meer karavanen op pad; we zijn hier niet de eersten en zeker niet de enigen. In het begin van de tocht, als de verschillende karavanen nog allemaal hetzelfde pad volgen, is het oppassen geblazen dat je bij je 'eigen' karavaan blijft. In het begin van zo'n tocht zien alle dieren er immers hetzelfde uit! Na enige uren waaieren de verschillende karavanen uit. Ieder zoekt zijn eigen pad en richting en voor we er erg in hebben, zijn de andere groepen uit ons gezichtsveld verdwenen.
We trekken van de ene vallei naar de andere, over lage, makkelijk toegankelijke passen. De steenslag paadjes zijn meestentijds goed begaanbaar en ook aan de warmte beginnen we te wennen. Het is prettig dat er hier in de bergen nog wat wind staat. Dat zorgt er voor dat het eigenlijk prima wandelweer is. Marjan en ik genieten volop. Dat kan helaas niet van iedereen gezegd worden. Een enkeling voelt zich niet lekker; anderen voelen hun voeten en zoeken na verloop van tijd toch maar liever de rug van de kameel op en laten zich rijden.
Na een laatste klim uit een vallei komen we op een weidse hoogvlakte, bezaaid met antracietkleurige keien. Alsof de kolenboer hier zijn voorraad heeft. Aan de horizon rijzen imposante rotsen omhoog. We passeren de kampplaats van een Franse karavaan en komen rond vijf uur, na nog een uur lopen, op onze overnachtingsplek aan.
Op een rustig plekje zetten we onze tent op. Alleen de binnentent is voldoende; de temperatuur zal vannacht niet zover dalen dat we het koud krijgen. In de blauwe tent heeft de kok intussen thee gezet. Hij is al druk met de voorbereidingen voor het avondeten: soep en een soort goulash.
Tegen de tijd dat de maaltijd klaar is, is het al donker. Aan de hemel fonkelen duizenden - nee, tienduizenden sterren. Met recht een schitterend gezicht! We proberen zoveel mogelijk sterrenbeelden te herkennen. Ondanks de andere plek op de aardbol waar wij ons nu bevinden, lukt dat nog heel aardig. Vooral de sterrenbeelden die bij ons wat wegzinken in de luchtvervuiling aan de horizon, zijn hier in al hun pracht te bewonderen.
Tegen half tien houden we het voor gezien en zoeken we onze tent op. Lees verder ...
HetMagazijn