Algerije - Hoggar en Tassili n'Ajjer, 13-30 april 2007

ReisMagazijn > Algerije - Hoggar en Tassili n'Ajjer

De reis

Vooraf | In etappes naar het zuiden |
1, Van Brussel naar Algiers | 2, In Algiers - Aankomst in Tamanrasset |
3, De karavaan gaat op weg | 4, De karavaan gaat voort | 5, De karavaan trekt verder |
6, De karavaan trekt de bergen in | 7, De karavaan neemt afscheid | 8, Tamanrasset |
9, Lekke band in de woestijn | 10, Wereldbol in de woestijn | 11, Regen in de woestijn |
12, Zandstorm in de woestijn | 13, Fata morgana in de woestijn |
14, Oleanders in de woestijn | 15, Orkaan in de woestijn | 16, Beklimming in de woestijn |
17, Djanet | Naschrift

Eerste pagina van deze reis | De foto's
2, In Algiers

Dag 2, zaterdag 14 april 2007. Vanwege de recente aanslagen kunnen we de binnenstad van Algiers niet bezoeken. We blijven dus in de buitenwijk rond ons hotel. Alleen Toos trekt er op uit; ze maakt per taxi een tochtje naar Tipasa om de Romeinse ruïnes daar te bezichtigen. Mooi, prachtig zelfs, maar wij hadden ze al gezien en hebben geen zin om daar nu nog eens heen te gaan.

Na het ontbijt wandelen we gedrieën over de strandboulevard: Marianne, Marjan en ik. Het is guur weer met af en toe een regenbui en veel wind. Helemaal niet het weer wat je in Afrika zou verwachten en ook heel wat slechter dan op dit moment in ons eigen land!

Langs de vervallen boulevard wandelen we naar het centrum van Bordj El Kiffan. Links van ons het verwaarloosde strand, met z'n afval en rioollozingen. Hoge golven op zee en donkere wolken in de lucht. De kashbah van Algiers, aan de westkant van de baai, is bijna onzichtbaar in het buiige weer. Langs de boulevard staat een enkel opgeknapt huis als een gouden tand in een rottend gebit. Het merendeel van de huizen en oude villa's uit de tijd van de Franse overheersing verkeert in een bedroevende staat van verval. Het is stil op straat. Er rijden weinig auto's. Op het strand is geen mens te zien en langs de huizen zien we slechts een enkeling die zich voor een bezoek of een boodschap door het gure weer spoedt.

Waar de weg van het strand afbuigt, wandelen we langs een restaurant met een enorme plastic voetbal voor de deur naar een kleine overdekte markt. Make-shift stalletjes met provisorische afdakjes tegen regen en wind staan dicht opeen. De markt is zo een intieme doolhof geworden, schemerig, met donkere hoeken en doodlopende straatjes. Van alles is er te koop, en alles door elkaar: speelgoed en groeten, snoep en auto-onderdelen, fruit en kaftans. Het is er niet druk en de kooplui zijn vriendelijk.

Van alle kanten worden we begroet en uitgenodigd om foto's te maken van koopwaar en -lui. Aan het eind van onze rondwandeling over de markt worden we bij de uitgang aangesproken door een bejaarde heer die in het Frans vraagt waar we vandaan komen. "Ik spreek ook wat Nederlands", reageert hij op ons antwoord. "Wat dan?", vragen wij nieuwsgierig. En na lang en diep nadenken klinkt het: "Rot op, kaaskop!" Hij moet er zelf heel hard om lachen en wij ook. Met een vriendelijke handdruk verlaten we de oude grappenmaker en wandelen verder.

We zijn nu aangekomen in het centrum van Bordj El Kiffan. Woonstraten hebben plaatsgemaakt voor winkelstraten. Het zijn over het algemeen kleine winkels - buurtwinkels, zouden wij zeggen - op de begane grond van flatgebouwen van drie of vier woonlagen. We zien een groentenboer, een zuivelhandel, een pattisserie, een theehuis en een internetcafé. Allengs wordt het drukker op straat.

Via een pleintje komen we op een grotere weg, zo te zien de hoofdstraat. Op ons gemak kijken we rond. De sfeer op straat is rustig. De mensen lijken wat stilletjes - we vragen ons af of dat normaal is of dat dat door de recente aanslagen komt. We worden vriendelijk, soms verbaasd, gegroet. Een enkeling houdt ons staande en vertelt blij te zijn met onze aanwezigheid. Een oude man zegt dat het heel goed is dat we ons niet bang hebben laten maken. We zijn overigens wel de enige buitenlanders hier. Verder is er geen toerist te zien en waarschijnlijk zijn die er ook niet.

We bekijken de vele winkeltjes, drinken muntthee in een café en eten aan de overkant daarvan een pizza. Misschien niet origneel, maar wel erg lekker. Daarna lopen we terug naar het hotel.

Toos is inmiddels weer terug uit Tipasa. Zo te horen is daar toch wel een en ander veranderd. Ik hoor verhalen over toegangsprijzen en veel nieuwe huizen langs de weg. Tja, ook in Algerije staat de tijd niet stil.

Een wandeling in de andere richting vanaf het hotel levert weinig interessants op. We lopen door een woonwijk en de brede boulevard komt uiteindelijk uit bij een kazerne. Terug bij het hotel lopen we nog even door: Met Toos doe ik onze stadswandeling van vanochtend nog eens dunnetjes over.

Het loopt tegen het eind van de middag als we terugkeren in het hotel. Nog even het uitzicht vanaf het dak bewonderd - voor zover er iets te zien is tussen de regenbuien en wolkenflarden door. Op het dak ontmoet ik een oudere man, waarschijnlijk een medewerker van het hotel. Hij gesticuleert naar de stranden die hoognodig schoongemaakt moeten worden, een rommelige weg die hij zou willen omtoveren in een mooie strandboulevard, oude villa's die smachten naar een grondige opknapbeurt. Hij hoopt dat het nu écht eens beter zal gaan met Algerije. Ik steun hem in zijn hoop maar denk wel bij mezelf dat hij precies dezelfde verhalen vertelt die ik zeventien jaar geleden ook al hoorde in dit land.

We slaan de tijd stuk. Met Marjan gezellig een kopje koffie drinken in het hotelcafé. Verder schrijven aan mijn reisverslag. Zo wordt het zes uur - etenstijd. Is er oud vet gebruikt of is de keukenapparatuur kapot? Er hangt een benauwde, vettige etenslucht in de hal van het hotel die maar niet wil verdwijnen. Voor de frisse lucht verkassen we naar buiten, waar we op de stoep van het hotel het straatgebeuren gadeslaan terwijl het langzaam maar zeker steeds harder gaat regenen.

Auto's rijden af en aan. Zo stil als het overdag was, zo druk is het nu. Misschien vanwege de regen, misschien vanwege etenstijd. Of misschien wel vanwege allebei. Ook wij hebben veel bekijks. Je ziet aan de gezichten dat mensen zich afvragen waarom die toeristen toch in de regen op de stoep zitten.

Om half acht is het zo ver. De bagage wordt ingeladen en met een busje rijden we naar het vliegveld voor onze vlucht naar het diepe zuiden van Algerije. De luchthaven voor binnenlandse vluchten ziet er heel wat minder sjiek uit dan het internationale vliegveld waar wij gisteren landden. "Misschien is dit wel de oude luchthaven die wij ons van vroeger herinneren", zeg ik tegen Marjan. We menen iets te herkennen, maar weten het na zeventien jaar niet zeker meer. Een geheugen is een onbetrouwbaar ding.

We reizen nog met ouderwetse papieren boekjes met bijna onleesbare, handgeschreven tickets. Na het inchecken blijkt dat bij één van de reisgenoten het verkeerde ticket uit het boekje is gescheurd. Gelukkig is de reisagent er nog, die toezegt er voor te zorgen dat een en ander bij het reconfirmeren van de terugvlucht wordt rechtgezet. Je zal straks maar aan de balie staan en niet verder kunnen ...

Na de bagagecontrole worden we naar de vertrekhal geloodst. Er volgen nog drie controles op een druilerig luchthavenplatform. Iedereen moet z'n bagage aanwijzen en zelf op het bagagewagentje zetten. Eén grote chaos is het resultaat. Na nog twee maal te zijn gefouilleerd mogen we eindelijk de vliegtuigtrap op.

Ons vliegtuig vertrekt om kwart over tien. Een heel andere tijd dan op het biljet staat, maar vooruit. We zijn in ieder geval onderweg. Het is een rustige vlucht. Buiten is het donker, geen lichtje te zien. Binnen is het stil. Veel mensen slapen en ook mij lukt dat zowaar af en toe.

Aankomst in Tamanrasset

Omstreeks half twee 's nachts arriveren we in Tamanrasset. Zodra de deur van heet vliegtuig opengaat, ruik ik een merkwaardige lucht. Warm stof, is m'n eerste associatie, de lucht van de woestijn.

De bagagecontrole is hier snel afgewikkeld. Met landrovers rijden we naar het huis van de eigenaar van onze kamelenkaravaan, waar we in enkele grote ruimtes op de eerste verdieping op matrassen overnachten. Van Tamanrasset zien we niet veel, het is immers midden in de nacht. Wat wel opvalt, is dat alles hier nieuw lijkt. Alsof de stad gisteren gebouwd is.

In het huis aangekomen, wil iedereen nog maar een ding: slapen. Lees verder ...