
ReisMagazijn > Slovenie - In de Julische Alpen
De reis
Eerste pagina van deze reis | De foto's
In het noordwesten van Slovenië liggen tegen de Italiaanse en Oostenrijkse grens als uitloper van de Alpen de Julische Alpen. Het grootste gedeelte ligt binnen de grenzen van het Triglav Nationaal Park. Dit park is bijna 85.000 hectare groot, met bergen, dalen, watervallen, gletsjers, meren en beekjes en omvat bijna de gehele Julische Alpen. Het is genoemd naar de hoogste berg van het land, de Triglav.
Deze 'driekoppige' berg van 2864 m hoog is het nationale symbool van Slovenië en prijkt dan ook op de Sloveense vlag. Er wordt gezegd dat alle Slovenen willen minstens eenmaal in hun leven deze imposante berg willen beklimmen. Het park is een echt karstgebied waardoor grillige rotspartijen afwisselen met groene alpenweiden. Overal stromen bergbeekjes, de lucht is schoon en het is er heerlijk rustig.
Tot zover de aanbevelingen van reisbureau Dobry Den. We hebben niet veel verdere aansporingen nodig om een nadere kennismaking met dit nog vrij onbekende en nagenoeg ongerepte alpenmassief te willen maken.
Eerste dag, zaterdag 3 juni 2006
Onze trein vertrekt pas in de avond. We hebben dus nog de hele dag om ons op de reis voor te bereiden, in te pakken op te ruimen, schoon te maken en wat er allemaal nog meer komt kijken bij een vertrek naar het buitenland.
Om acht uur - véél te vroeg - zijn we in Arnhem. Onze trein vertrekt pas omstreeks half tien. Koffie dan maar, in hotel Haarhuis. Even na negenen wandelen we naar het perron van waar onze nachttrein naar München vertrekt. Het is onverwacht druk. De couchette is op onze gereserveerde plaatsen na al helemaal vol. Veel jongeren, die tot mijn verbazing al in bed liggen. Half tien, dat is wel érg vroeg toch?
We laten de bagage achter op onze bedden. We hebben geen zin om ons nu al in de krappe en volle couchette te installeren. Verderop in de trein zijn genoeg lege coupé's om rustig te kunnen zitten. En het is nog licht; we willen nog wel even wat zien ook. Als het voor dat laatste te donker wordt, verplaatsen we naar de restauratie. Daar drinken we nog een biertje voordat we omstreeks elf uur onze couchette opzoeken.
Tweede dag, zondag 4 juni 2006
Van onze couchettegenoten hebben we vanacht hoegenaamd geen last gehad. We hebben redelijk goed geslapen, maar ja, zo'n trein ...
Om zeven uur zijn we in München en stappen over op de trein naar Lubljana en Belgrado. Het is een eenvoudige overstap; onze nieuwe trein staat aan de overzijde van het perron. Drie stappen en we zijn er. Marjan vindt zelfs nog tijd om even koffie te halen - wel lekker om even goed wakker te worden.
In onze zespersoons-coupé krijgen we gezelschap van twee jonge mannen, musici zo te horen, die op weg zijn naar een muziekfestival in Ljubljana. Het zijn rustige lui; we hebben geen last van elkaar.
We verheugden ons op een mooie treinreis door de Alpen. Maar vooralsnog is er tot ver voorbij München nog geen berg te bekennen. Pas wanneer we bij de Oostenrijkse grens zijn, komen de eerste toppen in zicht. Het is wel jammer dat het juist vandaag slecht weer is. De wolken hangen laag en af en toe regent het. Desondanks is er tijdens onze urenlange reis nog heel wat te bekijken. Het is indrukwekkend te zien hoe de spoorbaan is aangelegd door dit moeilijke terrein. We rijden door ontelbare tunnels, dan weer eens langs een bergrivier, dan weer hoog op de helling met prachtige vergezichten.
In de middag passeren we de Sloveense grens en komen we aan bij ons eindpunt, Jesenice. Op het perron staat al iemand van de lokale reisorganisatie Helia Tours op ons te wachten. Greg zorgt voor kaarten, routes en andere informatie. Over een asfaltweg die veel weg heeft van een lappendeken - zoveel is er aan gerepareerd - rijdt hij ons in een busje naar ons pension in Krajniska Gore.
Daar is niemand thuis, maar de deur van pension Rozle is open. Greg gaat informeren en laat ons vervolgens weten dat er over een uurtje wel iemand komt. Hij heeft al wel een kamer voor ons geregeld. Wij stallen onze bagage in de kamer en wandelen het stadje in. Pinnen blijkt hier geen enkel probleem; het centrum van het stadje telt meer banken dan woningen. Terug in het pension treffen we nog steeds niemand aan. We laten een briefje achter en trekken voor de rest van de dag ons eigen plan.
Kranjiska Gore is een klein wintersportdorp. Het wordt omringd door skipistes, die er nu vergeeld en kaal bijliggen. Het stadje heeft duidelijk profijt van het toerisme; de grote, Oostenrijks aandoende huizen zien er goed verzorgd uit. Slechts her en der treffen we nog een oud huis of vervallen schuur aan.
Vanaf een gezellig terras bekijken we de zondagse pantoffelparade. Aan de straat die naar het kerkplein leidt, zijn enkele souvenirswinkels open. We nemen er een kijkje en wandelen vervolgens verder, langs de kerk en door de smalle straatjes van het dorp.
Als we tegen vijf uur terugkeren in pension Rozle is er nog steeds niemand te bekennen. We vinden het zo langzamerhand wel een beetje vreemd. Maar ach, zolang de deur open is en we in onze kamer kunnen, hebben we er geen last van.
's Avonds gaan we uit eten. In de meeste pensions op deze reis wordt voor ons gekookt maar hier niet. We kunnen terecht in herberg Pri Martini. We hebben het eethuis vanmiddag al even bekeken. Afgaand op de menukaart moet het eten er prima zijn. En dat is ook zo. Aanvankelijk is er wat verwarring over onze voucher en wat men daar nu precies mee moet. Maar dan worden we gastvrij onthaald. We mogen van de menukaart kiezen wat we willen. Uiteraard komt er op deze manier veel te veel op tafel; onze ogen zijn nu eenmaal groter dan onze maag. Dat de porties enorm groot zijn, helpt ook al niet mee maar we moeten wel concluderen dat in de keuken van dit eethuis kwantiteit en kwaliteit goed samen gaan. We hebben dan ook heerlijk gegeten, daarbij stemmig begeleid door Sloveense volksmuziek.
Terug in het pension blijkt het briefje een goed idee te zijn geweest. Iemand heeft er onder gekrabbeld dat we elkaar morgenochtend bij het ontbijt zullen zien. Toch prettig om even 'contact' te hebben.
Derde dag, maandag 5 juni 2006
Onze pensionhoudster maakt haar afwezigheid goed met een uitgebreid ontbijt - uitgebreid genoeg om ook een lunchpakket te maken. Ze spreekt alleen Sloveens, dus tot een gesprek komt het helaas niet. Met handen en voeten maken we haar duidelijk dat onze bagage in de loop van de dag wordt opgehaald. Aanvankelijk maak ik me er wat zorgen over; later merk ik dat het bagagetransport in handen van Greg is. Dat zit dus verder wel goed.
Op pad. Onze route voert van Kranjiska Gore naar Zgomja Radovna, waar we zullen overnachten in de Psnak Herberg. Met zo'n naam kan het niet anders of we maken hele fantasieën over ons onderkomen voor de komende nacht. We kunnen kiezen uit een rechtstreeks route langs de rivier of een omweg over de helling. Het is prachtig weer en we hebben geen haast. We doen het laatste.
De routebeschrijving bestaat uit een road book; een boekje met foto's van markante plekken op de route met verklarende onderschriften. Het is heel anders dan wat wij gewend zijn aan routebeschrijvingen maar het systeem werkt boven verwachting. Dat wil niet zeggen dat het road book ons feilloos de juiste weg wijst. Even buiten Kranjiska Gore, bij de jeugdherberg, gaat het mis. Een bruggetje op de foto is niet te vinden. Er zijn nieuwe huizen in de omgeving gebouwd; we kunnen ons met de foto's dus niet meer goed oriënteren.
Drie kwartier zijn we aan het zoeken. Rond de jeugdherberg, langs de rivier de Sava. De grasmaaier van de jeugdherberg heeft het bruggetje nog nooit gezien. Ook andere mensen die wij aanspreken, zeggen het plaatje niet te herkennen. Het is trouwens opvallend dat je de mensen hier recht in hun gezicht moet aanspreken. Als je van opzij of van achteren iets tegen ze zegt, reageren ze niet. Zou het een overblijfsel uit de communistische tijd zijn waarin mensen voorzichtiger op elkaar reageerden omdat je nooit wist wat er misschien doorgebriefd zou worden?
Uiteindelijk vinden we het bruggetje dan toch nog, net als we op het punt staan maar de kortere route te gaan volgen. Het overbrugt een heel andere rivier dan de Sava - een kleine bergbeek die achter enkele nieuwbouwcomplexen stroomt. Dáár kent men onze brug - eindelijk!
Direct na de brug begint een mooi pad door het bos langs de beek. Het pad volgt de kronkelende loop van het beekje, dat allengs groter en breder wordt. Langzaam transformeert de beek in een echte rivier met stroomversnellingen en watervallen.
Na enige tijd verlaten we het pad langs de rivier en klimmen omhoog naar een boerengehucht met de voor ons onuitsprekelijke naam Srednji Vrh. Het is een lange klim waarbij we gelukkig een groot deel in de schaduw van bomen kunnen lopen. We worden beloond met een prachtig uitzicht op de bergketen Spikova Skupina met als hoogste punt de scherpe piek van de Spik (2472 m). We zien nog heel wat sneeuw op de hellingen liggen; meer dan normaal voor de tijd van het jaar. Maar het heeft deze zomer in dit gebied dan ook erg veel geregend en gesneeuwd.
Srednji Vrh is een idyllisch gelegen plaatsje. Het bestaat uit een handvol boerderijen op een open helling. Glooiende bergweiden, bossages, droogrekken voor het hooi en wat verdwaalde fruitbomen langs het pad. En natuurlijk het onovertroffen uitzicht op de besneeuwde bergen. De bergweiden staan volop in bloei. We hebben zelden zo'n overvloed aan bloemen gezien; de weiden vormen een reusachtig boeket van veldbloemen in allerlei kleuren, vormen en geuren. Werkelijk prachtig.
Het weer houdt zich prima. Was het gisteren nog slecht met bewolking en regen; vandaag schijnt de zon. We genieten van de prachtige wolkenluchten en de heldere en frisse atmosfeer.
Na een korte stop in Srednji Vrh vervolgen we de wandeling over een pad langs een kaasboerderij. Het pad wordt hier tot toeristische kaasweg gebombardeerd. De wit-gele bordjes zullen we op onze wandeltochten nog meermalen tegenkomen.
Na de laatste boerderij begint de weg te dalen. In ontelbare bochten wandelen we omlaag. Door de dichte bossen langs de weg hebben we weinig uitzicht. We lopen gewoon een lange, stille asfaltweg af. Via een tunneltje komen we bij een autosnelweg, die we enige tijd volgen tot we bij een grote brug aankomen.
Van daar volgen we een lang en recht fietspad, evenwijdig aan de rivier de Sava, langs mooie bloemrijke weiden. Het fietspad is aangelegd op het traject van een oude spoorbaan, vandaar de 'rechte lijn'. De Sava is met een lengte van 940 kilometer de grootste zijrivier van de Donau. De Sava wordt ook wel beschouwd als de noordelijke grens van de Balkan. De rivier ontspringt in de Julische Alpen en stroomt vervolgens in oostelijke richting via Kroatië en Bosnië-Herzegovina naar Servië waar ze bij Belgrado de Donau bereikt.
Na enige tijd lijkt het alsof we op een verkeerd pad lopen. Onze route komt steeds dichter bij de snelweg; dat zien we op het provisorische kaartje in onze routebeschrijving niet terug. Maar alle foto's in het routeboek kloppen. Het zal wel niet helemaal goed zijn ingetekend op de kaart. Het heeft ook een voordeel: ons pad loopt nu vlak langs hotel-restaurant Vila Rosa. Volgens de kaart zou het een omweg van enkele kilometers zijn naar deze Vila. Die worden ons nu bespaard. In de luxe Vila genieten we van lekkere koffie en appelgebak.
Van Vila Rosa wandelen we om een oude vervallen fabriek heen. Het onkruid is hoog opgeschoten op het omheinde terrein. De fabriek is geheel verlaten. Aan het gebouw is niet te zien wat er vroeger gefabriceerd is.
We komen in het plaatsje Mojstrana. Net als in Kranjska Gora treffen we ook hier veel nieuwe huizen aan en ook net als daar is er af en toe iets ouds blijven staan, waardoor een stukje van de sfeer van vroeger behouden is gebleven. Met al die nieuwbouw vragen we ons onwillekeurig wel af hoe het er hier pakweg tien jaar geleden heeft uitgezien. De ontwikkelingen in het 'nieuwe Slovenië' moeten wel erg snel zijn gegaan.
In Mojstrana is het even puzzelen om de weg te vinden. Gelukkig is er een plattegrond in het dorp; daarop kunnen we ons oriënteren. Over een pad lopen we een zijvallei in naar ons overnachtingsadres, de Psnak herberg, in het plaatsje Zgomja Radovna. Een lange bochtige asfaltweg voert ons omhoog, het Triglav Narodni Park in.
Het is nog zeker wel een uur lopen naar Zgomja Radovna. Het gehucht is prachtig gelegen in een brede vallei met bloemrijke weiden en een prachtig uitzicht op besneeuwde toppen. Zgomja Radovna telt een stuk of tien huizen, waarvan de laatste de boerderij-annex-herberg van Psnak is. In een bocht van de weg staat een oude houten boerenschuur; daarachter ligt de herberg. We worden er heel vriendelijk ontvangen met een glaasje huisgemaakte likeur - het is een héél andere aankomst dan in pension Rozle!
We zijn - alweer - de enige gasten in de herberg en krijgen het mooiste appartement. Groot, mooi en luxueus uitgevoerd, met een aparte keuken en badkamer en een balkon vanwaar we een geweldig uitzicht op de omgeving hebben. Ik voel me er meteen thuis en zou het liefst enkele maanden willen blijven in deze prachtige streek.
Terwijl Marjan doucht, maak ik een rondwandeling door de bergweiden. Het is er gewoonweg schitterend, die rijkdom aan bloeiende planten tegen het decor van spitse besneeuwde bergtoppen. Ik fotografeer er naar hartelust op los, ook al besef ik dat écht goed vastleggen van deze weidse bloemenpracht eigenlijk onmogelijk is. Nou ja, de foto's geven in ieder geval een indruk.
We eten in de gelagkamer van de herberg. Daar staat ook een ouderwetse kachel zoals die eeuwenlang in deze streek werden gebruikt: een groen betegeld 'bed' van ongeveer vier vierkante meter in oppervlakte, een meter hoog en met een vierkante verhoging van nog eens een meter, dat vanuit een achterliggende ruimte wordt gestookt met hout en kolen. Het lijkt wel wat op soortgelijke bedden die op het platteland van China worden gebruikt. Je kunt er lekker op liggen of tegenaan leunen. Marjan doet het laatste. "Heerlijk warm", vindt ze.
In ons appartement brengen we de avond door met wat lezen en praten. Onder het zachte getik van een nachtelijke regenbui vallen we in slaap.
Vierde dag, dinsdag 6 juni 2006
Na het ontbijt gaan we snel op weg. Het is prachtig weer. Bij het opstaan drijven er mistflarden voor de bergen aan de overzijde van de vallei. Met het schuin invallende licht van de opkomende zon is dat een magisch gezicht. Als de zon sterker wordt, verdwijnt de mist. Het wordt een heldere en zonnige dag.We vervolgen het pad door het dal vanaf de herberg. Voorbij een oude boerderij slaan we af en volgen een onverharde weg door de bossen. Het is er stil en mooi. De bossen zijn niet erg dicht en laten genoeg licht door voor een mooie bloemrijke ondergroei. Het is er wat kouder dan in het open dal. Op sommige beschaduwde plekken ligt tot onze verbazing zelfs nog sneeuw, meestentijds wat verborgen onder een bladerdek.
De onverharde weg loopt grotendeels evenwijdig met het riviertje Radovna. Enkele uren lopen we zo door het bos, genietend van de rust en de vele bloemen en planten die we onderweg tegenkomen. Na enige tijd passeren we een kalkplas. Tot 1985 was hier een kleine kalksteenverwerkende fabriek. Het plaatje in het routeboek ziet er uitnodigend genoeg uit, maar op ons maakt de plas een heel andere indruk. Dat komt ook omdat de brug erheen, op de foto nog een robuust geval, nu op instorten staat. Half verrotte planken hangen omlaag. We wandelen dus maar door.
Even verderop een drama. In 1944 verbrandden de Duitsers hier een heel dorp - met de mensen nog in hun huizen. Het was een meedogenloze vergeldingsactie tegen de dorpelingen vanwege hun steun aan de partizanen.
We lopen verder. De bossen wijken en we komen in een gebied met bergweiden vol bloemen. In één ervan houden we een rustpauze. Heerlijk in het hoge gras, de blauwe lucht boven ons, met alleen het geluid van de wind en de zoemende insecten.
Een brug over een stroomversnelling brengt ons in het plaatsje Krnica. Steeds weer valt me op hoe enorm helder het rivierwater hier is. Je kunt echt tot op de bodem kijken. Een café. Visioenen doemen op van lekkere koffie-verkeerd en gebak. Maar nee, er is alleen Turkse koffie te krijgen. Te sterk voor ons, dus we wandelen door. In het volgende plaatsje hebben we meer geluk. De Petelinov Hram, een herberg nabij het dorpje Poljsica, serveert grote koppen bela kava, 'witte' koffie.
Terwijl we buiten koffiedrinken, trekken donkere wolken samen boven de vallei. Het ziet er niet naar uit dat we het vandaag droog zullen houden. Verder lopend mag al snel de regenjas aan. Donder, bliksem en een flinke regenbui. In Poljsica is het even zoeken naar de juiste weg. Er wordt flink gebouwd en de nieuwbouw hier is nog niet in ons routeboek verwerkt. Een lange straat door het dorp brengt ons naar een open gebied. In de verte zien we Bled al liggen.
Door de buitenwijken van de stad wandelen we naar het meer. Het regent nog steeds dus bij het meer aangekomen, schieten we het eerste de beste restaurant in dat open is. Op een binnenplaats onder grote parasols bestellen we een flinke (want verdiende) lunch: een stevige omelet, aardappelkroketten en bier.
Tegen de tijd dat we onze wandeltocht vervolgen, is het net weer droog. We lopen naar de oever van het meer, dat de indruk maakt van een grote Sloterplas (een kunstmatig meer in de Amsterdamse tuinstad Slotermeer). Langs de oevers is een groot park aangelegd. Gezellig en kneuterig tegelijk. Marjan voert op een aanlegsteiger de zwanen.
Langs de oever wandelen we naar ons pension, Vila Preseren, een oude sjieke villa pal aan het water. Het is één van de weinige gebouwen in het park rondom het meer en zo'n beetje het enige dat zó dicht aan het water is gelegen. We boffen met de kamer: van alle gemakken voorzien, én ... uitzicht op het meer.
Voor morgen wordt er in het reisprogramma een wandeling rond het meer voorgesteld. Die hebben we vandaag al voor de helft gemaakt. We gaan liever iets anders doen - naar Ljubljana bijvoorbeeld, de Sloveense hoofdstad.
In Bled zoeken we uit waar de bus vertrekt. De stad valt ons wat tegen. We hadden gedacht dat er wel een en ander te doen zou zijn, maar nee. Er is een bushalte, een winkelcentrum, een sportcentrum en we zien wat restaurants. Het equivalent dus van wat je in een buitenwijk van een grotere Nederlandse stad vindt. Zoals ik al eerder schreef: Bled is net de Sloterplas en omgeving. Na koffie met taart keren we terug naar Vila Preseren.
Vijfde dag, woensdag 7 juni 2006
"U boft, het blijft vandaag de hele dag droog", vertelt de receptioniste van Vila Preseren ons bij het ontbijt. En ze krijgt gelijk: het wordt prachtig weer.
In het centrum van Bled stappen we op de bus naar Ljubljana. We rijden via het station van Lesce - goed om te weten waar dat ligt omdat we van daar aan het eind van de reis zullen terugkeren naar Nederland - en de stad Kranj over goede wegen naar Ljubjlana. Onze indruk van een redelijk welvarend land wordt onderweg bevestigd. In het busstation van Lubljana kunnen we met een computersysteem in de dienstregeling kijken. Daar kunnen we in Nederland niet aan tippen. Een Sloveense meneer legt ons het systeem met gepaste trots uit.
In latere contacten horen we overigens wel dat ons beeld van een welvarend Slovenië niet voor het hele land opgaat. In het noordwesten en midden van het land gaat het wel goed, maar met name in het oosten en zuiden is het met de economie heel wat minder florissant gesteld.
Slovenië is een klein land met veel gezichten. 's Morgens kun je een duik nemen in het warme water van de Adriatische zee en een paar uur later al kun je wandelen in het adembenemende berglandschap van de Alpen. Tussen die twee uitersten ligt Ljubljana, de schilderachtige hoofdstad met z'n smalle keienstraatjes, marktpleinen en winkels en prachtige middeleeuwse, barokke en Art Nouveau-gebouwen.
Van het station wandelen we over een lange rechte boulevard naar het centrale plein van de stad met de beroemde drievoudige brug. Achter de St. Nicolaaskerk is een grote markt, die we uitgebreid bekijken. In een barretje tegenover de kerk pauzeren we voor een kop koffie. De stad maakt een statige en rustige indruk. Brede straten met mooie negentiende-eeuwse gebouwen die - dat is goed te zien - onlangs zijn opgeknapt. In een grote winkelstraat stappen we een boekwinkel annex internetcafé binnen. Het is altijd prettig om op vakantie even de mailbox te kunnen legen en zo nodig contact op te kunnen nemen met thuis.
We wandelen naar de citadel, gelegen op een hoge rots in het midden van de stad. Het gebouw blijkt echter in restauratie; we kunnen er niet in. Ook het uitzicht valt tegen, want dat wordt benomen door hoge muren langs de weg omhoog. Door een park dalen we weer af en vervolgen onze zwerftocht door de stad. Tijd voor een maaltijd. Onder een luifel, midden op straat, genieten we van een grote maaltijdsalade.
Daarna maken we een wandeling langs de boulevards langs de Ljubljanica-rivier en we bezoeken het Centromerkur, het oude communistische warenhuis op het centrale plein, dat er nu wat vervreemd bijligt. Van hét warenhuis van de stad is het inmiddels gedegradeerd tot een relikwie uit een voorbije tijd. De schappen in de ouderwetse winkel zijn halfleeg en we zien er nauwelijks mensen, laat staan kopers.
Om half vijf pakken we de bus terug naar Bled. Een groot deel van de rit rijden we in file - ook hier kennelijk al een groot probleem. Terug in Bled besluiten we onze tocht met taart, koffie en bier.
Zesde dag, donderdag 8 juni 2006
In vliegende vaart komt Greg aanrijden. Hij is iets te laat en put zich uit in verontschuldigingen. Wij zijn allang blij dat-ie er is. Het ziet er naar uit dat het weer een zonovergoten dag wordt. Prima, want er staat een flinke wandeltocht op het programma. Greg rijdt ons de bergen in, naar het Plateau van Pokljuka op ruim 1300 meter hoogte. Die hoogte is direct te merken aan de temperatuur; het is er een stuk frisser dan aan het meer in Bled.
Onze wandeling naar het Meer van Bohinj start vanaf pension Jelka, op de Pokljuka-berg. We wandelen over een smalle asfaltweg die, temidden van hooilanden en bergweiden omzoomd met dennen, geleidelijk omlaag leidt. Kuddes koeien met grote bellen om wandelen over de weg. Nieuwsgierig komen ze een kijkje bij ons nemen. Er zijn in dit stille gebied niet overal hekken - waarschijnlijk is dat gewoon niet nodig. De dieren kunnen vrij rondwandelen van weide naar weide.
De bermen langs de weg staan op uitbundige wijze in bloei; een prachtig gezicht. Voorbij de weiden en de dennenbossen torenen sneeuwbergen hoog boven het landschap uit. Een stuk verderop galopperen paarden door de wei. Het zijn geen Lippizaners, maar ze zien er bijna net zo mooi en sierlijk uit. We wandelen vandaag door een prachtig landschap - een echt 'kalenderplaatje'!
Een urenlange afdaling brengt ons naar het dorpje Podjelje. De uitzichten zijn fantastisch mooi en gevarieerd; het is alleen jammer dat zo'n groot deel van de route over asfalt gaat. Gelukkig is er nauwelijks verkeer op de smalle wegen in de Julische Alpen. En ach, een voordeel is natuurlijk weer dat zo'n gemakkelijke weg verder geen bijzondere aandacht biedt en dus alle mogelijkheid biedt om het landschap om ons heen eens goed te bekijken.
Gezeten in een bloemenweide genieten we van het mooie uitzicht op valleien en bergen. Wat verderop is het even zoeken naar het dorpje Jereka. We lopen de weg af, en weer op. Een oude man bij een boerderij brengt uitsluitsel: Toch de weg aflopen dus. En ja, nu we beter opletten, zien we in de diepte beneden ons het kerkje liggen dat op het volgende plaatje in het routeboek staat afgebeeld. Het duurt nog wel even voor we beneden in het dal zijn. Vanaf het kerkje gaat de route over een wat bredere weg verder. We wandelen door het hout-dorp Cesnjica. In een volgend dorp, Sr. Vas, dat daar niet ver vandaan ligt, staat een mooi restaurant. Blikvanger zijn de varkens die langzaam ronddraaien aan het spit. Daar kunnen we niet zomaar aan voorbij lopen - gelukkig maar, want de pannekoeken (zonder spek) blijken er erg lekker te zijn.
Via Studor en het onverwacht drukke plaatsje Stara Fuzina, waar we moeten zoeken naar de goede weg, bereiken we tenslotte met een kleine omweg door bloemenvelden het Meer van Bohinj en even later ons pension Cerkovnik. Het is het eenvoudigste onderkomen tot nu toe maar redelijk rustig gelegen, een stukje van de grote weg vandaan. We zijn er - zoals vaker op deze reis - de enige gasten. In plaats van het modieuze lichte grenenhout domineert hier nog het donkere eiken uit een vroegere periode.
Na het uitpakken van de bagage wandelen we naar het nabijgelegen Ribcev Laz. Ribcev Laz is een echt toeristendorpje maar het bier smaakt ons er niet minder om. En trouwens, ook hier is het stil. Het toeristenseizoen is nog net niet begonnen.
Goulash, sla en wijn is het avondmaal. De rest van de avond brengen we op onze kamer door met lezen en het maken van het reisverslag.
Zevende dag, vrijdag 9 juni 2006)
Als we de gordijnen openschuiven zien we alweer een strakblauwe lucht. Prachtig wandelweer. Na een snel ontbijt met koffie-met-prut - ik schakel snel over op Hibiscus-thee - lopen we naar Ribcev Laz. Tijd voor échte koffie!
We maken vandaag een wandeling rond het Meer van Bohinj. Een mooi meer, maar niet half zo bijzonder als de reisgids ons wil doen geloven. Bijna aan de andere kant van het meer aangekomen, zien we een bord met een skilift. Een pijl wijst naar een liftstation. Uit nieuwsgierigheid wandelen we er even heen. Het blijkt dat boven in de bergen een groot ski-gebied ligt, Vogel geheten. Er is een hotel, er zijn pistes en restaurants en er zijn - nu, in de zomer - wandelroutes. We kopen kaartjes en laten ons met de lift naar hert 1000 meter hoger gelegen ski-hotel brengen. Het tochtje naar boven biedt ongeëvenaarde uitzichten op het meer en de Julische Alpen.
We wandelen over kale pistes, te midden van roerloze stoeltjesliften, waarvoor in de zomer natuurlijk geen enkel emplooi is. Overal liggen nog sneeuwresten maar ook hier is het voorjaar aangebroken, ook al is de temperatuur in de zon nog maar slechts elf graden. Overal komen planten in bloei. We zien klein hoefblad, kerstroos, heide en ranonkels.
Na een voedzame maaltijd nemen we aan het begin van de middag weer de lift omlaag en vervolgen onze tocht rond het meer. Na wat gezoek vinden we het pad dat aan de overzijde van het meer loopt en ons terugvoert naar Stara Fuzina. Het pad voert grotendeels door bossen, die af en toe een doorkijkje bieden op het meer. Een urenlange, wat saaie tocht.
In Stara Fuzina doen we inkopen voor de lunch voor morgen. Via het pension wandelen we naar 'ons' biercafé in Ribcev Laz. We brengen er ook nog even een bezoekje aan het toeristenbureau om te zien of er nog alternatieve vertrektijden zijn voor onze treinreis terug naar Nederland. Ons vertrek is pas aan het eind van de dag, en nog een hele dag in Bled - het is geen ramp natuurlijk maar we weten toch ook niet goed wat we daar nog een hele dag moeten doen. Het blijkt echter dat onze doorgaande internationale trein slechts eenmaal per dag rijdt; andere treinen met soms een ingewikkelde overstap zijn geen goed alternatief. Gelukkig hebben we allebei nog genoeg boeken om te lezen bij ons; we zullen er dan maar een rustig lees-dagje in Bled van maken.
Tijdens het internetten in de pizzeria verglijdt de tijd en voor we er erg in hebben is het bijna zeven uur. Nog net op tijd voor de wederom eenvoudige maaltijd zijn we terug in ons pension.
Achtste dag, zaterdag 10 juni 2006
Het mooie weer is voorbij. Vandaag hebben we een kille en grijze dag. "Here's your boss", kondigt onze gastvrouw tijdens het ontbijt in gebroken Engels aan. Er staat een meisje van Helia Tours op ons te wachten om ons naar het beginpunt van de wandeling te rijden.
Met de auto naar Bohinjska Bela. Het is nog een hele rit, die zeker een half uur duurt. Ik had van te voren al zitten puzzelen op de kaart, omdat de afstand van het meer tot Bled me eigenlijk veel te groot leek voor een dagwandeling. Dat probleem is nu dus opgelost; we worden een heel eind op weg gebracht met de auto. Vanaf Bohinjska Bela wandelen we over steile asfaltweggetjes omhoog naar het dorpje Kupljenik. Ondanks het kille weer krijgen we het er warm van! We nemen de route naar Selo, langs mooie boerderijen en bergweiden. Op één van die weiden, waar het asfalt overgaat in een graspad, lunchen we. In de verte kunnen we het meer van Bled al zien liggen.
Een wat ouder Engels echtpaar komt ons met bezwete gezichten tegemoet. "Two lumps of sugar please!", roept de man. Ondanks de kennelijke inspanning heeft hij zijn gevoel voor humor niet verloren. Als we zelf verder wandelen, zien we waarom ze zo bezweet en vermoeid waren. Het pad gaat door bossen bijna een half uur lang steil omlaag. Ze moeten meer dan een uur flink geklommen hebben toen ze ons tegenkwamen.
Bij de rivier de Stava steken we de brug over en nemen het voetpad aan de overzijde, evenwijdig aan het water, naar Ribno. Ribno is een stil dorp. Er is wat horeca, maar alles lijkt dicht. Net als we willen omkeren om onze tocht te vervolgen, zie ik een bierreclame. Dit restaurant is wél open en we blazen even uit onder het genot van een lekkere kop koffie.
Verder naar Bled, over een wat rustiger route dan die in het routeboek staat aangegeven. Het is nu niet ver meer. Langs het meer lopen we naar de Vila Preseren. We krijgen een kamer aan de achterkant, die verder overigens prima is. Marjan zet de tv aan en hoort ... Nederlands! Stomtoevallig is er net een Nederlandse film begonnen op de Sloveense tv, In Oranje! We kenden de film geen van tweeën maar het verhaal blijkt boeiend. Zo brengen we de rest van de middag 'gekluisterd aan de buis' door.
We besluiten de dag met een gezellige avondmaaltijd in het restaurant van de Vila.
Negende dag, zondag 11 juni
Een dagje Bled. We lopen een rondje rond het meer en lezen op het terras van het hotel. 's Middags nemen we op tijd de bus naar station Bled-Lesce. In een soort tearoom in het dorp wachten we op internationale trein. Het wordt een minder rustige reis dan op de heenweg. De trein zit vol met Kroatische voetbalsupporters. Veel geschreeuw maar weinig wol, gelukkig: hun club heeft nog niet gespeeld ... Na een snelle overstap in München op de nachttrein reizen we in een véél rustiger omgeving door naar Nederland. Maandagochtend vroeg arriveren we in Arnhem.
Slovenië was een leuke belevenis. Een mooi land, al was de wandeltocht wel wat 'tam'. Maar dat maken we vast wel weer goed met een volgende, wat meer inspannende, reis.
HetMagazijn