Centraal-Azie, 5-17 augustus 2006

Reismagazijn > Centraal-Azië, of: twee tickets naar Frankfurt

De reis

Vooraf | Een lange aanreis | Een bus verdwaald op een vrachtwagen |
Eerste wandeling | Eerste rivierdoorsteek | Eerste kampeerplek |
Naar het Rijk van de Witte Luipaard | In het Paardendal |
Rivieren als zilveren linten | Afdaling in het Ulama-dal | "Niet praten met de bevolking" |
Naar het Sarichelek Meer | Een lastige beklimming | Een ongeluk zit in een klein keteltje |
Te paard door de bergen | Misstap | Het relaas van de reisgenoten |
De laatste trekkingdag | Afscheidsfeest |
Met de truckbus naar Osh |
Grensovergang | Eindpunt Tasjkent |
Zoektocht naar een kliniek | Twee tickets naar Frankfurt |
Voor de verandering een rustige dag |
Terugreis | Naschrift

Eerste pagina van deze reis | De foto's
De laatste trekkingdag

Achtste dag, zaterdag 12 augustus 2006. De rustige namiddag en avond heeft ons goed gedaan. We slapen allebei als een roos. In het zachte ochtendlicht wandel ik naar de rivier. Onder de bomen zoek ik een stil plekje om me te wassen. Ook aan de overzijde is de nieuwe dag begonnen. Her en der kringelt rook van kookvuur omhoog; kinderen roepen en spelen, herders gaan op pad met kuddes schapen en geiten.

Na het ontbijt wordt Marjan's voet behandeld door Igor. Het ziet er goed uit, geen infecties of andere narigheid. Wel worden door het verwisselen van het verband de wonden steeds weer opengetrokken.

We klimmen allebei weer op een paard. Voor Marjan een noodzaak, want te voet komt ze niet ver. Voor mij is het eigenlijk een luxe. Een onvoldoende conditie, de zware trajecten, de vermoeiende aanreisroute, Marjan's ongeluk - wat je ook als oorzaak wilt aanwijzen, ik heb na alle gebeurtenissen helemaal geen zin meer in wandelen. Ik kan me niet herinneren dat ik zoiets ooit eerder heb meegemaakt. Ook vandaag laat ik mijn camera voor wat het is. De lust om foto's te maken van het landschap - hoe mooi ook - is me vergaan. En ook dat is iets dat mij nu voor de eerste keer overkomt.

De tocht begint rustig. Door het brede dal lopen de paarden over goede paden en grasvlakten naar het zuiden. Later op de ochtend versmalt het dal bij een groot meer. Er zijn onlangs lawines geweest en delen van het pad zijn verdwenen of beschadigd. Er zijn nieuwe routes aangelegd maar deze zijn, zoals de meeste van deze shortcuts, niet makkelijk begaanbaar. Als ik het in de rotsen uitgehakte provisorische pad voor mij zie opdoemen, houd ik mijn paard in en stijg af. Op zo'n traject vertrouw ik liever op mijn eigen benen.

Wat er te paard griezelig uitziet, blijkt te voet goed te doen. Al lopend heb ik veel minder last dan de paarden van de steenslag en de delen van de route waar een smal pad door een instabiele laag van losse stenen loopt. Diep beneden ons ligt een staalblauw bergmeer. Je moet er niet aan denken hier naar beneden te vallen.

Op deze plek wordt ook Marjan gevraagd af te stappen. De paardenmannen vinden hier het risico kennelijk te groot. Zo goed en zo kwaad als het gaat, overbrugt Marjan te voet de shortcuts met behulp van mijn bergstokken. Ze is blij een klein uur later weer te kunnen opstijgen.

Een stuk voorbij het meer volgt een diepe afdaling over een beboste helling en langs een bruisende bergrivier. Ik doe het grootste deel van de afdaling te voet, alhoewel dat niet echt nodig is; het pad ziet er redelijk veilig uit. We houden een korte rustpauze bij enkele bijenkorfen. De paardenmannen maken van de gelegenheid gebruik om thee te drinken en wat nieuwtjes uit te wisselen met de imker-familie die druk in de weer is met het 'oogsten' van de honing.

De helling, eigenlijk een 'trap' in het dal, is naar schatting zo'n 300 meter diep - of hoog, al naar gelang van welke kant je komt. Halverwege de afdaling hebben we een goed zicht op het vervolg van het dal. De helling aan de oostzijde ziet er zeer instabiel uit. Het is eigenlijk niet meer dan een enorme puinhelling. Toch zien we er een pad lopen. als een smal wit lint afgetekend tegen de grijze helling.

Beneden gaat de route door een open bos. Op een gegeven moment horen we een zware machine. Twee bulldozers zijn bezig een weg te banen - de beschaving komt ons tegemoet. De machinist zet z'n machine even uit om ons te laten passeren. De paarden zijn duidelijk geen bulldozers gewend en reageren nogal schichtig op het geronk en de uitlaatgassen.

We volgen de brede bulldozertrack, het bos uit en over de puinhelling. Het lijkt alsof hier onlangs een enorme lawine heeft plaatsgevonden. De helling is duidelijk instabiel en nergens is nog enige begroeiing te zien. In de diepte, langs de oevers van de rivier, liggen ontwortelde bomen die ongetwijfeld met de lawine mee omlaag gekomen zijn. Hoelang deze gebulldozerde weg in stand zal blijven is een open vraag. Ongetwijfeld zullen hier in het natte seizoen nog de nodige lawines volgen.

Na meer dan een uur wandelen over de helling gaat de bulldozertrack over in een verharde weg. We komen in een dorp. Eigenlijk mag het die naam niet hebben; het is meer een langgerekte verzameling van boerderijen die her en der op de hellingen liggen. Hier halen we de lopers in die enige tijd voor ons waren vertrokken. Ze zitten in de schaduw van een grote boom; een prachtige plek voor de lunch.

Daarna stijgen wij weer op en vervolgen de weg. In dit dorp zullen we overnachten; het kan - denken wij - dus niet erg ver meer zijn naar het eindpunt van vandaag, tevens het eindpunt van de trekking. Maar daarin vergissen we ons. Het dorp loopt eindeloos lang door.

Uren achtereen sjokken onze paarden over het pad in zuidelijke richting. Langs landerijen, bossages, zelfs een enkele winkel. Af en toe moeten de dieren naar de kant omdat ons een auto achterop komt. Ook al zien we nauwelijks een mens, we zijn toch weer in de bewoonde wereld aangekomen.

Na meer dan vier uur rijden bereiken we aan de andere kant van het dorp de kampplaats, gelegen op een langgerekt eilandje in de rivier. We moeten een smalle stroom over om er te komen.

De paarden worden afgeladen en weggeleid. De begeleiders die achterblijven, roken een sigaretje en vallen vervolgens de een na de ander in slaap. Ik breng onze bagage over en zoek een plekje voor de tent op het smalle eiland.

Dit is wel één van de mooiste kampeerplaatsen die we tot nu toe tegenkwamen. De brede rivier stroomt op niet meer dan één meter van onze tent; ideaal voor het tappen van water of een wasbeurt. Aan de overzijde ligt het dorp. Het lijkt een soort centrum, de huizen staan hier een stuk dichter op elkaar dan tijdens onze tocht. Regelmatig slenteren mensen over het pad langs de oever en slaan me nieuwgierig gade - net als ik hen, overigens.

Ik maak een wandelingetje naar de overkant. Even terug ligt een brug over de rivier. Al bij het eerste huis word ik staande gehouden. Of ik niet even binnen wil komen? De bewoners lijken me vriendelijk genoeg, dus waarom niet. Ik heb m'n fotocamera bij me en daar wordt al snel naar gewezen. Of ik foto's van de familie wil maken? Maar natuurlijk. Met de bergen als achtergrond knip ik wat plaatjes in de tuin van het nog gedeeltelijk in aanbouw zijnde huis.

Het is duidelijk dat de familie in redelijk goede doen is, want het huis ziet er - zeker voor deze omgeving - luxueus uit, met mooie ramen en houtwerk en alles goed in de verf. De vader nodigt me uit voor een biertje in de tuin. Op een kleed staat een flesje bier en enkele kommetjes, er liggen wat kleine appeltjes. Vader gebaart me te gaan zitten en er m'n gemak van te nemen. Hij heeft een aardige slok op en is daardoor erg spraakzaam. Ik versta geen woord wat hij zegt - en hij niets van wat ik vertel, maar het lijkt niets uit te maken. Met handen en voeten komen we toch wel het een en ander van elkaar aan de weet.

Na enige tijd arriveren de reisgenoten. Als ik nog een wandelingetje naar het dorp wil ondernemen, houdt tolk Maxim me tegen. "Het kan erg gevaarlijk zijn om zomaar met mensen mee te gaan", waarschuwt hij. Net als enkele dagen geleden is hij erg benauwd voor contacten tussen ons en de plaatselijke bevolking. Wat zenuwachtig dringt hij er op aan dat ik in het kamp blijf. Nou ja, vooruit dan maar.

Als ook de tenten van de reisgenoten staan, is het tijd voor thee en koek. De zon verdwijnt dan al bijna achter de bergen en het wordt snel kouder langs het water.

Afscheidsfeest

's Avonds is er ter besluit van de trekking een afscheidsmaaltijd in mooi huis in het dorp. In een grote vierkante kamer met tapijten langs de muren en op de vloer staat een enorme tafel, vol met lekkere hapjes. Het wordt een maaltijd waarbij alles uit de kast wordt gehaald op culinair gebied, terwijl met name gids Igor zich ook op vocaal gebied niet onbetuigd laat.

Toespraken, toasts (met Wodka uiteraard) en liederen wisselen elkaar af. Igor is overtuigd van zijn zangkunsten en kweelt het ene lied na het andere. Wij kunnen uiteraard niet achterblijven en brengen - zij het met veel minder bravoure dan Igor - enkele Nederlandse klassiekers ten gehore.

Later in de avond arriveert de truckbus waarmee we naar het beginpunt van de wandeling reden. Chauffeur Victor eet graag een hapje mee. De drank en de muziek maken het al snel gezellig. Ik doe een duit in het zakje met White Christmas (de enige muziek waarvan ik de tekst helemaal ken). De tijd vliegt en voor we er erg in hebben, is het al twaalf uur. De hoogste tijd. In het donker zoeken we met onze zaklantaarns de weg terug naar het kamp en kruipen in onze slaapzak. Lees verder ...