
Reismagazijn > Centraal-Azië, of: twee tickets naar Frankfurt
De reis
Vooraf | Een lange aanreis | Een bus verdwaald op een vrachtwagen |
Eerste wandeling | Eerste rivierdoorsteek | Eerste kampeerplek |
Naar het Rijk van de Witte Luipaard | In het Paardendal |
Rivieren als zilveren linten | Afdaling in het Ulama-dal | "Niet praten met de bevolking" |
Naar het Sarichelek Meer | Een lastige beklimming | Een ongeluk zit in een klein keteltje |
Te paard door de bergen | Misstap | Het relaas van de reisgenoten |
De laatste trekkingdag | Afscheidsfeest |
Met de truckbus naar Osh |
Grensovergang | Eindpunt Tasjkent |
Zoektocht naar een kliniek | Twee tickets naar Frankfurt |
Voor de verandering een rustige dag |
Terugreis | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Eerste wandeling | Eerste rivierdoorsteek | Eerste kampeerplek |
Naar het Rijk van de Witte Luipaard | In het Paardendal |
Rivieren als zilveren linten | Afdaling in het Ulama-dal | "Niet praten met de bevolking" |
Naar het Sarichelek Meer | Een lastige beklimming | Een ongeluk zit in een klein keteltje |
Te paard door de bergen | Misstap | Het relaas van de reisgenoten |
De laatste trekkingdag | Afscheidsfeest |
Met de truckbus naar Osh |
Grensovergang | Eindpunt Tasjkent |
Zoektocht naar een kliniek | Twee tickets naar Frankfurt |
Voor de verandering een rustige dag |
Terugreis | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Te paard door de bergen
Zevende dag, vrijdag 11 augustus 2006. Zoals al gezegd, ik heb geen oog dichtgedaan. Marjan gelukkig wel, onder invloed van de pil. Het is prachtig weer, alsof er niets gebeurd is. Na het ontbijt beraadslagen we over hoe het verder moet met Marjan. De conclusie is al snel duidelijk. Lopen is er niet meer bij. Igor overlegt met de paardenmannen, die de bagage herschikken zodat er plaats voor haar is op één van de dieren.
Ik zie zelf als een berg op tegen de komende wandeldag. Over ongebaand terrein naar een hoge pas ... Ik moet mezelf toegeven dat de reis 'sportiever' van karakter is dan ik van te voren dacht. Struinen door onbekend terrein - een enkele keer is het leuk en avontuurlijk, maar meestal zie ik er weinig in. Ik maak verre reizen om nieuwe landschappen en vreemde volkeren te zien. Niet om een sportieve prestatie neer te zetten. Heb ik met onze keuze voor deze HT-reis nu een grote inschattingsfout gemaakt? Maar een vorige reis, rond de Manaslu in Nepal, vond ik fantastisch. Ik kom er niet uit.
Omdat ik de wandeltocht na de doorwaakte nacht helemaal niet meer zie zitten, regelt Igor ook voor mij een plaats op een paard. Gelukkig kan er nog wat geschoven worden met de bagage. Zo is Marjan ook niet alleen met de paardenmannen, die alleen hun eigen taal spreken.
Terwijl de paardenmannen de dieren gereed maken en de bagage opladen, bereiden Marjan en ik ons voor op een lange tocht. Wij volgen een andere route dan de groep, omdat het ongebaande terrein voor de paarden niet te doen is.
Kun je paardrijden, gebaart Edik, de kok die, zo zien we nu, vandaag met de paardenmannen oploopt. "Nee", zeg ik. Misprijzend kijkt hij me aan. Niet kunnen paardrijden. Zoiets is onbestaanbaar in een land als Kirgizië, waar gezegd wordt 'dat kinderen op een paard worden geboren'. In het kort legt hij me de belangrijkste regels uit.
Als we eenmaal op weg zijn, blijkt dat paardrijden wel mee te vallen. Het wordt me al snel duidelijk dat de dieren de route kennen. Ze hebben wel af en toe wat aansporing nodig. Het dal van de vallei waardoor we wegrijden van het Sarichelek Meer is weelderig begroeid en bij iedere pas zien ze wel een lekker hapje staan waar ze niet aan voorbij kunnen gaan. Het tempo is dan ook laag, maar dat geeft niet. Tot mijn eigen verbazing geniet ik van het prachtige uitzicht over de vallei. Hooggezeten op zo'n paardenrug ziet het er allemaal weer heel anders uit dan wanneer je te voet door zo'n gebied trekt. Met het manshoge struikgewas waar je doorheen moet, zie je dan trouwens niet echt veel.
Regelmatig steken we rivieren over. Het is wel een luxe rustig te kunnen blijven zitten op het paard. Schoenen en sokken uittrekken, van steen tot steen springen of angstig balanceren over boomstammen, het is allemaal voorbij. Door het prachtige uitzicht en de rustige tocht stijgt mijn humeur weer wat. Ik had mijn fotocamera weggestopt in de bagage; ik had er geen zin meer in om te fotograferen. Daar heb ik echter nu al weer spijt van.
Na enige tijd verlaten we de vallei en rijden een smal zijdal in. Hier gaat het pad omhoog, want ook de paardenkaravaan moet een pas over om bij de volgende kampeerplaats te komen. De tocht wordt zwaarder. De paardenmannen, waarvan sommigen ook nog een grote rugzak dragen, stappen gestaag door. De nek van mijn paard glanst van het zweet. Het is lastig lopen voor mens en dier. Dan weer wordt de paardenman opgejaagd door het paard, dat vanwege zijn krachtiger benen sneller klimt dan een mens; dan weer wordt het paard opgejaagd door de paardenman wanneer ze aarzelen bij een lastig stuk.
We rijden omhoog in een langgerekt smal dal zonder uitzicht. Rondom ons rijzen grashellingen op - tot in de hemel, lijkt het. In het midden van het dal stroomt een kleine rivier, omgeven door weelderig struikgewas, bloeiende planten en soms meer dan manshoge berenklauwen. Marjan en ik hobbelen op en neer op de paardenrug en proberen zo goed mogelijk 'mee te geven' met de bewegingen van de dieren. Er lijkt geen einde te komen aan de klim naar de pas.
Het pad is smal, soms glibberig van plantenresten en soms verraderlijk door steenslag. Je kunt goed merken dat de paarden er moeite mee hebben, soms door het spannen van de spieren, soms doordat ze bang of onzeker worden. Maar iedere keer gaat het toch weer goed. De lastige passages worden zonder ongelukken genomen, al dan niet met een aanmoedigend woord of een klopje in de nek van de paardenmannen.
Misstap
Maar toch, een misstap is zo gemaakt. En het duurt dan ook niet lang of er gebeurt wat - ondanks alle voorzichtigheid die mens en dier in acht nemen. Mijn paard maakt een misstap. Voor ik het weet, vlieg ik door de lucht. Mijn val wordt gelukkig gebroken door planten. In een flits zie ik voor mij de spartelende benen van het paard. Ik glij omlaag langs de helling tot aan de rand van de rivier. Achter mij aan suist de bagage omlaag, tot midden in het ijskoude water. Gelukkig is de rivier niet diep en de jute zakken met bagage worden snel uit het water getrokken. Tot mijn eigen verbazing mankeer ik niets; zelfs geen blauwe plekken. Ook het paard is weer op de been. Het staat trillend en met z'n poten slaand een stukje hoger op het pad. We zijn ons alle twee rot geschrokken.
De aangesnelde paardenmannen zien dat er geen schade is, maken zonder omhaal de bagage weer vast op het paard, helpen mij met opstijgen en verder gaat het weer. Misschien is dat ook wel het beste. Van de kok hoor ik, dat het échte risico van het rijden te paard in de bergen niet in het stijgen maar in de afdaling zit. Goed om te weten ...
Marjan is ondertussen al een heel stuk verder. Zij rijdt onverstoorbaar in de voorhoede van onze 'karavaan' en heeft waarschijnlijk nergens wat van gemerkt. Met enige moeite krijgen we na enige tijd weer aansluiting bij de anderen.
Het pad stijgt nog steeds; de pas is nog niet in zicht. Op een gegeven moment splitst het dal zich. Wij slaan af naar links en rijden omhoog door een steeds smaller wordend dal. Na enige bochten doemt dan toch de pas op. Het zadel is begroeid met manshoge zuring en bereklauw. Ondanks dat het terrein nauwelijks begaanbaar is, stijgen we toch af, dankbaar dat we even onze eigen benen kunnen gebruiken. Ook al valt het paardrijden me mee na eerdere avonturen op kamelen en olifanten, stijf wordt je er wel van.
Marjan hoort nu pas van mijn avontuur. Zoals ik al dacht, ze heeft niets in de gaten gehad. Het paard is wat schrikachtig geworden, maar dat zal in de loop van de dag wel afnemen. Het heeft gelukkig geen verwondingen opgelopen. Het is alles bij elkaar goed afgelopen. Het had ook heel anders kunnen gaan ... We willen er maar liever niet aan denken.
Indachtig de woorden van Edik, de kok, daal ik te voet af. Op zich is dat wel lekker ook; ik voel het bloed weer door m'n benen stromen. Het pad gaat zigzag omlaag en is hier en daar wat glad door steenslag, maar verder niet lastig. Vanaf de pas zien we in de diepte een yurt staan. Ik neem me voor tot daar te lopen. Omdat de paarden en hun begeleiders een veel flinker tempo hebben dan de doorsnee westerse bergwandelaar, wordt het toch nog een inspannende wandeling. Ik ben dan ook blij als ik een uurtje later beneden bij de yurt sta.
Te paard volgen nog enkele benauwde stukken. Het blijkt, dat het steilste en lastigste stuk van de afdaling nu pas begint. Voorzichtig begeleiden de paardenmannen de dieren langs de moeilijkste gedeelten van het pad. In het dal aangekomen, gaat de tocht verder over een goed pad langs een brede en wild stromende rivier. Geen stroompje om zonder stevige brug over te steken.
Langs het pad rijzen grote donkergroene sparren omhoog. Het pad maakt een bocht naar het zuiden en even daarvoorbij stoppen we voor de middagpauze. Ook dat gaat heel anders dan met de groep. Dan wordt er een uitgebreide maaltijd klaargemaakt en liggen we uren in de zon om helemaal opgefrist de tocht te vervolgen. Nu hebben we een klein half uur om snel wat te eten. Daarna rijden we snel verder, want er is nog een lange weg te gaan.
Het goede pad langs de rivier wordt al spoedig een spoor. Soms loopt het langs het water, dan weer klimt het over grillige hoge rotsen die van de helling omlaag zijn gekomen. Het dal verbreedt zich. Het pad gaat op in de brede grintbedding van de rivier, die hier in grote bochten door het dal stroomt. Grote bochten en een lange weg te gaan; dat betekent dus vele rivierdoorsteken. Omdat de rivier steeds breder en de stroming steeds sneller lijkt te worden, zijn Marjan en ik nu toch wel blij hoog en droog te paard te zitten! De dieren lijken nauwelijks moeite met de oversteek te hebben en blijven regelmatig even staan om wat te drinken.
In een gestaag maar toch relaxt tempo rijden we door het dal. We passeren enkele nederzettingen, groepjes boerderijen eigenlijk. Enkele houten hutten, een yurt, omheide weiden waar de paarden en het overige vee worden gehouden. Enkele families langs de weg bieden ons vriendelijk wat te drinken aan. Het is gefermenteerde paardenmelk, niet te drinken vind ik, maar de beleefdheid vereist dat je toch tenminste een slokje neemt dan wel doet alsof.
Ik ben de tel van het aantal keren dat we de rivier doorsteken al lang kwijt als we in de namiddag eindelijk op onze kampplaats aankomen. We zijn de eersten; de kookploeg is er nog niet. Aanvankelijk bivakkeren we in de zon op een dorre maisakker. Als de kwartiermakers arriveren, lopen ze meteen door. Verderop bij de rivier zijn bomen en gras, daar is het een stuk prettiger vertoeven dan tussen de verdroogde stoppels.
Hemelsbreed ligt de nieuwe kampplaats maar enkele honderden meters verder, maar het is met Marjan's voet en de bagage nog een hele klus om er te komen. We zetten de tent op, drinken een kopje thee, ik lees wat en wandel wat rond. Voor het eerst lijkt de tocht op eerdere trektochten die ik in de bergen maakte en is er tussen het eind van de dagetappe en eten en slapen wat tijd van leven om rustig te genieten, te lezen, te wassen.
En ook al is het paardrijden in de bergen best enerverend, zo moe als van de pittige wandeletappes van de afgelopen dagen zijn we lang niet.
Vanaf onze tent kijken we uit in het dal. We zien de rivier meanderen in een brede bedding van zand en grint. Tegenover ons aan de overzijde van de rivier is een kleine nederzetting. Een boerderij met omheinde weides, enkele schamel uitziende hutten. Af en toe loopt er iemand langs. Langs de oever van de rivier rennen spelende kinderen. Uit de verte horen we het gekakel van kippen en het loeien van koeien. De steile berghellingen zijn dichtbegroeid met sparren. De hoge toppen maken de hutjes langs de rivier nog kleiner dan ze al zijn.
Het kamp is in diepe rust. Het wordt zes uur, zeven uur, de zon zakt achter de bergen. Er is taal noch teken van de reisgenoten. Ik maak een praatje bij de kooktent. Het kost even moeite ze duidelijk te maken dat het me niet gaat om hoe laat we eten, maar hoe laat de reisgenoten worden verwacht. "Dat kan nog wel even duren", is het antwoord. Ze weten het niet precies, maar maken zich ook nog niet ongerust.
Marjan en ik zijn intussen in onze tent gekropen. Nu de zon weg is, koelt het snel af. Pas tegen tienen hoor ik in het donker stemmen. De reisgenoten. Enkelen lopen nog even langs om te horen hoe het met Marjan gaat en wij zijn uiteraard benieuwd hoe het hen is vergaan. Het blijkt een zware tocht te zijn geweest. Warm, weinig water, ongebaand terrein. Pas tegen vijf uur bereikten ze de pas, vanwaar het dus nog bijna vijf uur afdalen was naar de kampplaats.
Het relaas van de reisgenoten
Rob en Astrid in het reisverslag op hun website: "[Deze] dag zou de zwaarste van de trekking worden. Het pad volgde eerst de oevers van het Sarichelek meer maar schoot later een zijdal in, om vervolgens in de hoge beplanting te verdwijnen. Wat vervolgens ook verdween was het water. De berggids vertelde ons dat deze zomer nogal droog was, waardoor de beekjes die hier normaal gesproken zouden moeten stromen uitgedroogd waren. De enige bron van water waren de sporadisch voorkomende sneeuwveldjes, die hogerop de helling algauw verdwenen. We liepen op een zuidhelling met de zon in onze nek, een temperatuur van 30 graden, geen wind en de watervoorraad slonk gestaag.
Rond vijf uur bereikten we de Mokhmal-pas van 2854 meter hoogte. We moesten echter nog duizend meter afdalen en we vreesden het ergste. Gelukkig was het pad naar beneden goed, verdween de zon en kwamen we halverwege de afdaling een groot sneeuwveld tegen. Dankbaar vulden we onze veldflessen. Daarna was het een kwestie van uitlopen. We kwamen in het dal nog langs een kleine nederzetting en volgden de loop van een rivier. De laatste kilometers legden wij in het donker af. De Oezbeekse reisleiding was op het invallende duister voorbereid en had op kritieke punten van de route een paar mensen met lampjes neergezet die ons verder gidsden naar de kampeerplek."
Snel worden de tenten opgezet en een hapje gegeten in de gemeenschappelijke tent. Daarna daalt een diepe rust neer over het kamp. Lees verder ...
HetMagazijn