Centraal-Azie, 5-17 augustus 2006

Reismagazijn > Centraal-Azië, of: twee tickets naar Frankfurt

De reis

Vooraf | Een lange aanreis | Een bus verdwaald op een vrachtwagen |
Eerste wandeling | Eerste rivierdoorsteek | Eerste kampeerplek |
Naar het Rijk van de Witte Luipaard | In het Paardendal |
Rivieren als zilveren linten | Afdaling in het Ulama-dal | "Niet praten met de bevolking" |
Naar het Sarichelek Meer | Een lastige beklimming | Een ongeluk zit in een klein keteltje |
Te paard door de bergen | Misstap | Het relaas van de reisgenoten |
De laatste trekkingdag | Afscheidsfeest |
Met de truckbus naar Osh |
Grensovergang | Eindpunt Tasjkent |
Zoektocht naar een kliniek | Twee tickets naar Frankfurt |
Voor de verandering een rustige dag |
Terugreis | Naschrift

Eerste pagina van deze reis | De foto's
Rivieren als zilveren linten

Vijfde dag, woensdag 9 augustus 2006. De lange nachtrust heeft me goed gedaan. Ik voel me weliswaar niet als herboren, maar ben toch wel goeddeels hersteld van de vermoeienissen van gisteren.

Na een lekker ontbijt gaan we op pad. We vervolgen het dal over een smal pad dat langzaam omhoog gaat. Over een pas tussen twee hoge bergtoppen verlaten we de vallei in westelijke richting. Dat doen we niet zonder even te hebben stilgestaan bij de prachtige vergezichten op het dal waar we uit omhoog klommen.

In de diepte kronkelt de rivier als een zilveren lint. Bergtoppen rijzen ongenaakbaar naar de hemel. Aan hun voeten enorme puinkegels van rotsblokken en steenslag. En nergens een teken van menselijke aanwezigheid te bespeuren. Er loopt geen pad, staat geen huis of yurt; er zijn zelfs geen kuddes van nomaden te zien. Aan onze voeten ligt een prachtig, leeg land.

Her en der langs het pad naar de pas komen we langs grote bloemenvelden. Als kleurrijke tapijten liggen ze verspreid in het landschap van steenslag, grassprieten en een enkel sneeuwveld. De pas zelf is verder weg dan gedacht. Zoals wel vaker in de bergen doemt na iedere top weer een volgende op! Boven op de Ashuu-Tor pas met een hoogte van 3368 meter houden we een rustpauze.

Ondanks de klim is het prettig lopen; het is hier een stuk frisser dan in het dal en er staat een lekker fris windje. Terwijl wij in de zon liggen uit te rusten, komen de paarden met de bagage ons achterop. In gezwind tempo trekken de zwaarbeladen dieren ons voorbij, aangevoerd door de paardenmannen, tengere Uzbeken in trainingspakken met een fabelachtige conditie.

Afdaling in het Ulama-dal

Vanaf de pas hebben we uitzicht op een reeks van bergketens, waarvan de toppen vervagen in een blauw violet waas. De bergen voor ons lijken lager dan de pas waarop we nu staan. Werkelijkheid of gezichtsbedrog? Tussen de bergen en de pas ligt een diep groen dal, het Ulama-dal. Daarin gaan wij omlaag, een lange tocht over smalle zig-zag paden. De bodem van het dal ligt meer dan duizend meter beneden ons en er lijkt bijna geen eind te komen aan deze lange afdaling.

In het dal vervolgen we onze tocht over een pad langs de rivier. Een uur gaans stoppen we voor de lunch op een mooi plekje langs de oever. Na een lange lunch is de meeste vermoeidheid weer geweken. Dat is maar goed ook, want er volgt een inspannend stuk waarbij we meermalen de rivier oversteken. Aanvankelijk doen we dat door via stenen te springen; verder stroomafwaarts is de rivier daar te wild en te breed voor geworden. Daar ligt een boomstam over de rivier. Dankzij de hulp van Igor en consorten komt iedereen steeds veilig - zij het niet altijd helemaal droog - aan de overkant.

"Niet praten met de bevolking"

Gaandeweg wordt het dal breder. Het is dichtbegroeid met Tien Shan-sparren. Het pad langs de rivier is nu een bospad geworden. We zijn nu in het nationale park rond het Sarichelekmeer aangekomen. Het gebied is ook niet meer onbewoond. Her en der staan huisjes en yurts langs het pad. Maxim vertelt me dat hier de boswachters en opzichters van het park wonen. Er komen hier niet meer dan twee keer per jaar vreemdelingen langs. Het is dus niet verwonderlijk dat iedereen ons groepje uitgebreid komt bekijken. Wel verwonderlijk vind ik dat Maxim niet wil hebben dat we contact maken met de bevolking. Jammer, want dat vind ik nu juist één van de meest aantrekkelijke kanten van het reizen in onbekende gebieden. Ondanks Maxim's bezwaren maak ik af en toe toch even een kort gesprekje, een paar woorden of een foto. Moet kunnen ...

Ik knoop een praatje aan met een groepje mensen dat nieuwsgierig naar ons staat te kijken. Praten schiet niet erg op, want ik spreek geen Kirgizisch en zij geen Engels. Maar gebaren en een glimlach doen wonderen. Een vrouw rent naar de yurt achter haar en komt even later terug met een zakje, waaruit een traktatie rolt: zoute ballen, een heel aparte smaak. Ik vind ze niet echt lekker, maar stel het vriendelijke gebaar erg op prijs. Marjan krijgt een handvol ballen mee voor de rest van de groep. Even verderop rusten we langs de weg, een goed moment om uit te delen.

Het is nu nog maar een kleine afstand tot de plaats waar we vandaag kamperen. We steken een riviertje over en volgen een brede weg. Het bos houdt na enige tijd op en we komen in een door hoge bergen omgeven dal met veel weidegrond. In de verte zien we de tent van onze kookploeg al staan. We zoeken een mooi vlak plekje voor onze tent uit, zonder koeienvlaaien. Bij het ophalen van de bagage zie ik dat mijn bagagezak gescheurd is. De Nepalese namaak ziet er mooi en sterk uit, maar is het niet, zoals nu blijkt. Met sporttape - dat sterker blijkt dan het materiaal waarvan de bagagezak is gemaakt! - verricht ik een provisorische reparatie. Tegen de tijd dat ik daarmee gereed ben, is het eten bijna klaar. Tijdens de maaltijd valt de duisternis in. Het wordt ook een stuk frisser. Al snel na het eten zoeken we onze tent op. Lees verder ...