
Reismagazijn > Centraal-Azië, of: twee tickets naar Frankfurt
De reis
Vooraf | Een lange aanreis | Een bus verdwaald op een vrachtwagen |
Eerste wandeling | Eerste rivierdoorsteek | Eerste kampeerplek |
Naar het Rijk van de Witte Luipaard | In het Paardendal |
Rivieren als zilveren linten | Afdaling in het Ulama-dal | "Niet praten met de bevolking" |
Naar het Sarichelek Meer | Een lastige beklimming | Een ongeluk zit in een klein keteltje |
Te paard door de bergen | Misstap | Het relaas van de reisgenoten |
De laatste trekkingdag | Afscheidsfeest |
Met de truckbus naar Osh |
Grensovergang | Eindpunt Tasjkent |
Zoektocht naar een kliniek | Twee tickets naar Frankfurt |
Voor de verandering een rustige dag |
Terugreis | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Eerste wandeling | Eerste rivierdoorsteek | Eerste kampeerplek |
Naar het Rijk van de Witte Luipaard | In het Paardendal |
Rivieren als zilveren linten | Afdaling in het Ulama-dal | "Niet praten met de bevolking" |
Naar het Sarichelek Meer | Een lastige beklimming | Een ongeluk zit in een klein keteltje |
Te paard door de bergen | Misstap | Het relaas van de reisgenoten |
De laatste trekkingdag | Afscheidsfeest |
Met de truckbus naar Osh |
Grensovergang | Eindpunt Tasjkent |
Zoektocht naar een kliniek | Twee tickets naar Frankfurt |
Voor de verandering een rustige dag |
Terugreis | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Naar het Rijk van de Witte Luipaard
Vierde dag, dinsdag 8 augustus 2006. Een prachtige dag. De zon komt over de bergrand en het is gelijk warm. Het duurt even voor we gaan lopen. De routine van opbouwen en afbreken van het kamp en vooral: wie doet wat, is er nog niet. Maar uiteindelijk is het toch zo ver. Een brede armzwaai van Igor, en we bestijgen de schuine helling achter onze kampeerplek.
Waar de wandeltocht gisteren ophield, lopen we nu verder. Door het mooie dal, evenwijdig aan de rivier. De eerste tijd is het pad makkelijk, vlak, we genieten van de mooie ochtend. Dan draait het dal naar het zuiden. We zijn hoog op de helling. Diep beneden ons ligt een met dennen begroeide kloof waar, zoals Igor ons uitgebreid vertelt, eens de stam van de Witte Luipaard woonde.
Daarna gaat het lange tijd omhoog. Niet alleen de route maar ook de temperatuur stijgt, naar zo'n 30 graden. We struinen door kniehoog gras en onkruid de ene helling na de andere op. In dit gebied komt de ferula of reuzenvenkel voor, een heel opvallende plant met dikke stengels die eindigen in grote schermen van uitwaaierende groene sprieten. Ieder voorjaar schiet er een dikke, lange stengel uit elke plant op die in de zomer weer afsterft. De plant zelf blijft echter zes tot negen jaar in leven. In die periode bloeit hij slechts eenmaal met een groot aantal opvallende, geelgroene bloempjes. De wind voert de gevleugelde zaadjes soms meer dan vijftien meter ver mee. Met de bloei is de levenscyclus gesloten en sterft de plant. In het volgende voorjaar verschijnen nieuwe venkelplanten die in ongeveer zes weken tot hun volle lengte uitgroeien.
De route is niet steil of lastig maar de klim is wel lang. Over de flank van een met gras begroeide heuvel lopen we uiteindelijk het dal weer in, een geleidelijke afdaling over een goed pad temidden van manshoge schermbloemen. De afdaling duurt lang, zo lang, dat we onderweg enkele malen rusten om de knikkende knieën even tot rust te laten komen. Het laatste stuk van de afdaling gaat wat steiler omlaag, een diepe met Tien Shan-sparren begroeide kloof in. Beneden ons ruist een onstuimige bergrivier. We houden een lange middagpauze op de stenige oever, in de schaduw van enkele bomen.
Het is al wat later in de middag als we weer verder trekken. Ik leef in de veronderstelling dat we het grootste deel van de tocht achter de rug hebben. Maar nee, hoor ik van Yvon, "We zijn net op de helft." Verschillende malen steken we de rivier over. Helemaal met droge voeten lukt me dat niet, maar met dit warme en droge klimaat maakt dat gelukkig niet echt veel uit.
We komen bij een klein helderblauw meer. Het dal, of beter gezegd de kloof is alleen maar smaller geworden. Grijze, bijna loodrechte rotswanden torenen boven ons uit. De zon is allang uit het zicht verdwenen, een blessing in disguise, want de tocht is inspannend en zonder zonneschijn is het een stuk minder warm en dus aangenamer lopen.
Een stuk voorbij het meer verbreedt het dal zich. De rivier baant zich hier een weg door een brede grasvlakte. We houden halt op een driesprong van dalen. De rivier buigt naar rechts, waar het Aflatun Meer moet liggen. "Te ver weg om nog naar toe te lopen", deelt Yvon wat spijtig mee. Het is daarheen zeker nog een uur, dan moeten we nog terug en verder het andere dal in naar onze overnachtingsplaats. Er is te weinig tijd om zo'n lange tocht nog bij daglicht te volbrengen.
Gelukkig houden we op de driesprong een wat langere pauze. We zijn inmiddels meer dan acht uur onderweg, het is een pittige tocht over soms lastig terrein, ik voel mijn benen en mijn lijf. Het laatste stuk van de wandeling, in het linkerdal omhoog door een rotsige rivierbedding, valt me enorm zwaar. Af en toe sta ik te wankelen op m'n benen en Yvon schiet me te hulp met haar stokken. Daarmee gaat het wat beter. Het feit dat we in de afgelopen warme julimaand eigenlijk niet hebben getraind, wreekt zich nu. Mijn conditie is op dit moment beslist onvoldoende voor tochten van deze zwaarte. Eigen schuld natuurlijk, maar op dit moment heb ik daar weinig aan. De vermoeidheid is zodanig, dat de lol van het wandelen helemaal is verdwenen. Het is alleen nog maar afzien ...
Het lijkt wel een eeuw te duren voordat ik mensen voor mij zie wijzen. Ik zie een roodachtig vlekje dat terwijl ik dichterbij strompel, verandert in een fel-oranje toilettent. Het kamp, eindelijk! Op m'n tandvlees kom ik er aan. In het hoge gras lig ik eerst een half uurtje uit te blazen - met tranen in mijn ogen van vermoeidheid.
In het Paardendal
Ondertussen heeft Marjan, die het wandelen heel wat beter afgaat, de tent al opgezet. Ik kan er zo in; lekker makkelijk! Onze kampeerplek ligt aan de rivier en is dicht begroeid met hoog gras waar de paarden vrij in rond kunnen lopen. Eten zullen ze hier niet tekort komen. De naam Paardendal doet al snel de ronde. Rondom ons rijzen steile bergpieken naar de hemel. Een prachtige plek, maar ik ben te moe om er nu de schoonheid van in te zien. Te moe ook om te eten. Marjan brengt een paar keer thee; daar doe ik het mee. Wel heb ik zo eindelijk weer eens een wat langere nachtrust. Het duurt niet lang of ik ben diep in slaap. Lees verder ...
HetMagazijn