Centraal-Azie, 5-17 augustus 2006

Reismagazijn > Centraal-Azië, of: twee tickets naar Frankfurt

De reis

Vooraf | Een lange aanreis | Een bus verdwaald op een vrachtwagen |
Eerste wandeling | Eerste rivierdoorsteek | Eerste kampeerplek |
Naar het Rijk van de Witte Luipaard | In het Paardendal |
Rivieren als zilveren linten | Afdaling in het Ulama-dal | "Niet praten met de bevolking" |
Naar het Sarichelek Meer | Een lastige beklimming | Een ongeluk zit in een klein keteltje |
Te paard door de bergen | Misstap | Het relaas van de reisgenoten |
De laatste trekkingdag | Afscheidsfeest |
Met de truckbus naar Osh |
Grensovergang | Eindpunt Tasjkent |
Zoektocht naar een kliniek | Twee tickets naar Frankfurt |
Voor de verandering een rustige dag |
Terugreis | Naschrift

Eerste pagina van deze reis | De foto's
Eerste wandeling

We lopen grotendeels door ongebaand maar goed begaanbaar terrein. Soms lopen we over steenslag, maar meestal door grasvlakten en over grashellingen. Bijna nergens komt het gras verder dan kniehoogte. Vanaf de brug zoeken we onze weg omhoog naar de rand van het dal. Verschillende reisgenoten voelen zich niet goed, vandaar dat het even duurt voordat iedereen boven is. Tijdens het wachten genieten we van het ongerepte weidse landschap.

Voor ons ligt een grote grasvlakte, met verschillende niveau's, begrensd door spaarzaam beboste groene heuvels met daarachter een keten van grijsblauwe bergen met sneeuwtoppen. Overal staan bloemen, soms vormen ze hele velden. Een prachtig gezicht.

Eerste rivierdoorsteek

Aan het eind van de grasvlakte steken we een rivier over - met hulp van gids Igor, die er voor zorgt dat bijna iedereen droog aan de overkant belandt. Het is de eerste rivierdoorsteek van vele, zoals we de komende dagen zullen merken.

Via een niet al te steile grashelling komen we in een nieuw dal. Daar volgen we een vaag spoor, evenwijdig aan de rivier die diep beneden ons door een donkere kloof stroomt. De paardenmannen, die met hun dieren een alternatieve route hebben genomen, komen ons achterop en passeren. Tegen hun tempo, dat langzaam lijkt maar het niet is, kunnen we niet op.

We dalen af door struikgewas en lopen verder, nog steeds langs de rivier die nu op gelijke hoogte met ons pad stroomt. Na ruim een uur lopen in dit dat bereiken we net voordat de zon achter de horizon verdwijnt onze kampplaats, een ronde open plek langs de rivier, omzoomd met bomen en daarachter hoge rotsen.

Eerste kampeerplek

De paarden zijn al afgeladen en lopen te grazen op de open plek. De kok en zijn helpers zijn bezig met het bereiden van de maaltijd. Voor de grote keukentent is het een drukte van belang. Marjan en ik zoeken een mooi plaatsje langs de rivier, tussen twee berken in. We staan pal aan het water. "Dat slaapt lekker, zo'n ruisende beek naast ons", zeggen we tegen elkaar.

Als de tent staat en de slaapzak is uitgerold, maak ik nog een kort ommetje in de omgeving. Dat gaat mooi samen met een flinke wasbeurt - daar was ik na twee stoffige reisdagen wel aan toe.

Het duurt even voor het eten klaar is. Dat wordt op twee kleine gasbrandertjes bereid en gaat dus niet zo snel. Het is zo wie zo een hele klus om onder primitieve omstandigheden voor een groep van zo'n 25 mensen een maaltijd te bereiden. Het is inmiddels donker geworden en aardig afgekoeld - logisch, want onze kampeerplek ligt op ongeveer 1800 meter hoogte. Na het eten zoeken we al snel onze tent op.

We zijn in de Tien Shan! Dat mysterieuze gebergte dat al zoveel jaren tot onze verbeelding spreekt. Het kost weing moeite te beseffen dat deze bergketen nog maar honderd jaar geleden op de kaart van Azië weinig meer dan een grote, witte plekk vormde. Het was toen werkelijk nog een terra incognita, waar zich tot dan slechts een enkele vreemdeling had gewaagd. Maar geleidelijk drongen in de negentiende eeuw Europese ontdekkingsreizigers in dit gebied door, voornamelijk Russen en Engelsen.

Zo bleef de Tien Shan, dat uitgestrekte natuurlijke bolwerk ten noordoosten van de Pamir dat zich over 2300 kilometer uitstrekt vanaf Kirgizië tot in de Chinese provincie Sinkiang, niet langer onbekend. De inheemse stammen noemden deze met eeuwige sneeuw bedekte en eens ontoegankelijke bergen Tengri-Tag of Bergen van de Geesten. De Chinezen vertaalden de naam met Tien Shan - Hemels Gebergte, zoals het nog steeds heet.

De eerste Europeaan die in de Tien Shan doordrong, was Peter Semjonov, een bekwaam ontdekkingsreiziger die echter buiten Rusland weinig bekend is. In 1855 vertrok hij met steun van het Russisch Aardrijkskundig Genootschap naar wat tegenwoordig Almaty heet, om zijn lange historische tocht door het Hemels Gebergte te beginnen. Met een Kozakkengeleide reed hij de Koengey Ala-Tau, een uitloper van de Tien Shan, in. Terwijl ze naar de top klommen, kregen ze een enorme bergketen in zicht. "Voor de eerste maal zag ik," schreef hij, "aan de verre horizon in de glans van de zonnestralen het onderwerp dat al mijn gedachten en verlangens gedurende vele jaren had vastgehouden - de ononderbroken besneeuwde bergketen van de Tien Shan."

Semjonov daalde aan de zuidkant van de Koengay-Ala-Tau omlaag, reed door een boomloos steppegebied tot aan de oevers van het Issyk Kul Meer en keerde weer terug naar Almaty, blij en gelukkig dat hij zijn eerste doel had bereikt en de Tien Shan in al zijn glorie had gezien. In de daaropvolgende jaren maakte Semjonov vele ontdekkingsreizen in de Tien Shan, waarbij hij vele waardevolle geologische, geogrfische en biologische waarnemingen uitvoerde. Later in de negentiende eeuw wordt hij als onderzoeker min of meer opgevolgd door een andere beroemde Russische ontdekkingsreiziger, Nikolai Przjevalski.

Men denkt misschien dat het Tien Shan-gebergte nu geen geheimen meer herbergt en dat deze laatste witte vlek van Centraal Azië nu ook is ingevuld. Maar de verkenning van dit afgelegen en nog altijd geheimzinnige gebied is verre van volledig en bepaalde bergen zijn voor de cartografen nog altijd niet duidelijk. Het is uiterst moeilijk, ook vanuit de lucht, de topografie te bepalen van een gebied dat door een dikke laag sneeuw en ijs wordt bedekt. De verwarring over de topografie van de de Tien Shan wordt kort en bondig duidelijk door een kreet van een van de Aeroflot-vliegers op luchtlijnen over de Tien Shan: "De duivel zelf zou deze bevroren warboel niet kunnen ontknopen".

Het voorgaande stukje over de Tien Shan is een enigszins bewerkt citaat uit: Sowjet woestijnen en gebergten / G. St.George, 1974.

Lees verder ...