
ReisMagazijn > Mali - Een ontdekkingsreis in het land van de Niger
De reis
Van Birma naar Mali (niet naar Bali) |
Djenné |
Boottocht over de Bani |
Tussenstop in Mopti |
De Tellem |
Naar Timboektoe |
Timboektoe |
Hombori |
Mopti |
Pays Dogon |
Ségou |
Naschrift |
Meer over Mali
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Naar Timboektoe | Timboektoe | Hombori | Mopti | Pays Dogon | Ségou | Naschrift | Meer over Mali
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Ségou
Achttiende dag, dinsdag 13 december 2005. De tweede reisdag op rij. Vandaag reizen we per bus van Sevaré naar het legendarische Ségou, bekend van de prachtige historische romans van Maryse Condé over de opkomst en ondergang van de grote Malinese rijken. Ondanks de goede wegen is het toch wel een hele dag rijden. Je vergist in dit grote land makkelijk in de afstanden.
Het is al middag als we in San arriveren. Tijd voor de lunch, in één van de weinige wegrestaurants die Mali telt. Heel toeristisch, met een stalletje met potjes en prullaria. Maar ook met lekker eten, dat snel op tafel staat. Na een uurtje rijden we weer verder.
In de verte zien we al het groen van het Office du Niger tussen het dorre geel van de giersthalmen, de baobabs en acacia's. Plaspauze bij een werkelijk reusachtige baobab. Er zijn meer dan vijf personen nodig om een kring rond de stam te kunnen maken. In de boom hangen vele bijenkorfen - misschien dat de grootte en ouderdom van de boom voor extra goede honing zorgt?
Wat later rijden we Ségou binnen. We overnachten in hotel Djoliba, nabij de rivier. Het is een mooi hotel, met bar - we zijn terug in de 'beschaving'! - en eetzaal, van alle gemakken voorzien. Pieter en ik hebben een heel grote kamer; de beste tot nu toe. Goeie airco, prima douche. We zijn helemaal tevreden.
We gaan een hapje eten in de Auberge, honderd meter verderop. Een leeg restaurant met binnentuin en kerstboom. Over twee weken is het al Kerstmis, je zou het door alle warmte bijna vergeten.
Terug in het hotel attendeert Adama ons op een concert in één van de café'tjes om de hoek. Met Pieter wandel ik er heen. Het caféterras wordt in beslag genomen door een lokale band. Wat hen aan muzikaliteit ontbreekt, maken ze goed met hun enthousiasme. Het is een komen en gaan van bezoekers die allemaal te midden van de band een dansje maken. De muziek is wel aardig maar na drie nummers begint het te kriebelen. Dat komt ook door één van de prachtige dames in het café. Zie ik het nu goed of staat ze inderdaad met mij te flirten? Hoe bestaat het; ze kon m'n kleinkind zijn ... We rekenen de drankjes af en maken aanstalten om te vertrekken. De band krijgt een fooi. De hoogte ervan valt kennelijk in goede aarde, want ze staan op, vormen een kring om ons heen en spelen een afscheidsnummer.
Tegen tien uur zoeken we onze bedden op.
Negentiende dag, woensdag 14 december 2005. Heerlijk uitgeslapen. Dat wil wel, met een goede airco op achttien graden. Tijdens het ontbijt stellen we een lijst met e-mailadressen samen voor het uitwisselen van foto's en de organisatie van een reünie. Wie, wat, waar is nog niet bekend, maar dat er één komt, staat al wel vast.
Met Pieter zwerf ik wat rond in Ségou. De stad lijkt in niets op het belangrijke machtscentrum Ségou uit de zeventiende eeuw zoals dat in de boeken van Maryse Condé is beschreven. De sfeer is stil en slaperig, de straten zijn smeriger dan elders, gebouwen zijn in verval. Vlakbij het hotel is een marktplein, maar de meeste kramen staan leeg. We wandelen langs de Niger. Hier geen drukke boulevard zoals in Mopti, maar een stille zandweg. Langs de oevers van de rivier zijn tuinen, waar groenten worden verbouwd. Iedereen heeft zijn perceel afgeschut met rieten matten. Zou het tegen de zon zijn of tegen diefstal?
We bezoeken de oude Franse wijk. Vervallen koloniale huizen op enorme stukken grond, landgoederen bijna. Ook hier is het stil. We zien geen mens in en om de huizen. In een restaurantje drinken we een Cola. Aan de overkant is een internetcafé; een goede gelegenheid om de mail te checken en het thuisfront even wat van me te laten horen. Pieter wandelt intussen terug naar het hotel. Het internetten gaat met wat hindernissen, maar een aardige dame komt me helpen. Iedere keer als ze assisteert, legt ze haar arm om mijn schouder. Erg gezellig.
Langs het voetbalstadion, de moskee en de markt wandel ik terug naar hotel Djoliba. Er is weinig te doen in Ségou - of zou dat maar zo lijken omdat het einde van de reis in zicht komt en ik het - zonder twijfel misplaatste - gevoel krijg 'alles gezien te hebben'?
Bij het hotel ontmoet ik Adama. Ik kan zijn mobieltje lenen om Marjan eens te bellen. Voor de gelegenheid laten we het apparaat bij de telefoonwinkel van extra krediet voorzien. Na wat gekraak komt ze aan de lijn vanuit ... België. Ze is, zo blijkt, enkele dagen met een vriendin op stap. Fijn om haar stem weer even te horen.
Een hapje eten, foto's kijken op de camera, reisverslag schrijven. Zo suddert de ochtend voort, de middag in. Hans en Jacqueline kochten een djemba. Op het terras voor het hotel wordt er vrolijk op los getrommeld. Ik hoor van hen dat Wil en Hans die nog wat langer in Mali blijven, hier afhaken. Ze zitten kennelijk liever in het rustige Ségou dan ik het drukke Bamako. Als de schemering valt, wandel ik naar de rivier. Er is volop bedrijvigheid langs de oevers, van het oppoetsen van brommers tot tafelvoetbal tot het scheppen van rivierzand.
Op het terras van bar Esplanade genieten we met een groepje reisgenoten van een prachtige zonsondergang boven de Niger. Na een heerlijke maaltijd in restaurant Middernachtszon (vrij vertaald) zoeken we de hotelkamer op.
Twintigste dag, donderdag 15 december 2005. Met een pinasse maken we een vaartochtje over de rivier. Langs wassende vrouwen op de oevers en vissende Bozo's. We kunnen nu ook zien waar al het zand en grint dat in hoge bergen langs de oevers ligt vandaan komt. Het wordt met emmers opgeschept in het midden van de Niger. Baggeren en het verzamelen van bouwmaterialen gaat hier goed samen. Er zijn heel wat bootjes aan het 'scheppen' - zwaar en vermoeiend werk.
Aan het eind van de ochtend vertrekken we met de bus naar Bamako. Het is een warme maar comfortabele rit. Ik heb een prima plekje, pal achter de bestuurder. We rijden over de inmiddels bekende rafelige asfaltweg. Her en der zijn de bermen door bulldozers geëgaliseerd omdat de weg er te smal is geworden voor tweerichtingsverkeer. Onderweg wordt regelmatig gestopt. Rook en plaspauzes en stops bij politieposten wisselen elkaar af. In de namiddag bereiken we de stadsgrens van Bamako. Het is dan nog een uur rijden door de uitgestrekte metropool voordat we bij ons hotel Tamana aankomen. Opfrissen, een biertje op het terras, eten in de drukke uitgaansstraat naast het hotel bij La Terrasse, een discotent anno jaren zeventig. Tegen half elf kruipen we in onze halfduistere kamer - er is bijna geen verlichting - onder de lakens.
Eenentwintigste dag, vrijdag 16 december 2005. De laatste vakantiedag gebruik ik om eens lekker uit te slapen. Wat mij betreft is de reis eigenlijk al voorbij. Ik heb geen behoefte meer om het stoffige en drukke Bamako in te trekken; ik heb er gisteren vanuit de bus al genoeg van gezien. Ben ik nu blasé of slaat de vermoeidheid van het reizen toe? Een beetje van beide, denk ik.
Ik pak de bagage in voor het vertrek van vanmiddag naar Nederland. De rest van de tijd breng ik op m'n gemak door in de tuin met Hans Taal's Reisgenoten, een boeiend boek over diens avonturen in Mali.
In de middag rijden we naar het vliegveld waar we afscheid nemen van Adama en Georgette. De vlucht naar Parijs en aansluitend naar Amsterdam verloopt gladjes en zonder problemen. In de ochtend van 17 december landen we op een koud aandoend Schiphol. Twee uur later zit ik met kat, koffie en vrouw naast de kerstboom - alsof ik nooit ben weggeweest. Lees verder ...
HetMagazijn