Mali, 26 november-17 december 2005 - Een ontdekkingsreis in het land van de Niger

ReisMagazijn > Mali - Een ontdekkingsreis in het land van de Niger

De reis

Van Birma naar Mali (niet naar Bali) | Djenné | Boottocht over de Bani | Tussenstop in Mopti | De Tellem |
Naar Timboektoe | Timboektoe | Hombori | Mopti | Pays Dogon | Ségou | Naschrift | Meer over Mali

Eerste pagina van deze reis | De foto's
Mopti

Elfde dag, dinsdag 6 december 2005. Het is warm in de kamer. Er hangt een prachtige airco maar ... we hebben geen afstandsbediening en er is ook geen reserve te krijgen. Een andere kamer kan wel, maar dat vinden wij weer te veel moeite. Alles weer opruimen en inpakken, ik moet er niet aan denken. Voor het ontbijt brengen we de was weg - en nu maar hopen dat die voor vertrek klaar is. Na het ontbijt gaan we Mopti in. We brengen de hele dag door in de stad, wandelend, kijkend, ons verbazend.

Over de Boulevard de la Fleuve wandelen we tot de splitsing waar we nu eens niet de route langs de rivier naar de haven nemen maar de stad in lopen, langs het cybercafé naar de watertoren. Onderweg komen we nog een bordje Ashraf Voyages tegen, dat er zo te zien al een eeuwigheid hangt. Of het iets met het Nederlandse reisbureau te maken heeft is niet meer te achterhalen. De deur van het winkeltje is op slot en de etalageruit zit zo onder het stof dat er niet meer doorheen te kijken is.

Over de dam tussen haven en rivier wandelen we naar de oude stad. Door een kleine zijstraat komen we bij de moskee. Daar is weinig aan te zien, want het gebouw is volop in restauratie en grotendeels verscholen achter steigers en doeken. Alleen door een poortje in de muur die de tuin om het gebouw omringt, kunnen we een blik werpen op de achtergevel.

De moskee is niet de enige plek waar gebouwd wordt. Overal in de straten liggen bouwmaterialen en op verschillende plekken zien we mannen op steigers druk in de weer met het herstellen van muren en daken.

Mopti is een stad van open riolen. Verhoudingsgewijs diep en breed lopen ze langs de wegen, paden en lanen van de stad. Bij alles wat er te zien is, moeten we oppassen er niet in te stappen. De oude stad kent een bijna Amerikaans stratenpatroon: brede hoofdstraten worden met elkaar verbonden door smallere zijstraten, die daar haaks op lopen. Van de doolhof aan gangen en steegjes die ik verwachtte, is niets te bespeuren. Het begrip 'oude stad' is dan ook eigenlijk niet op z'n plaats - ook al niet om dat er niets 'oud' is; de meeste gebouwen worden gewoon ieder jaar na de regens weer 'als nieuw' gemaakt.

Het is niet druk in de stad. Op ons gemak slenteren we door de straten, bekijken de huizen, de binnenplaatsen, de etalages voor zover die er zijn. Mensen begroeten ons vriendelijk, een beetje nieuwsgierig. Erg veel toeristen lijken hier niet te komen. Het leven speelt zich voor een groot deel buiten af, maar dan wel op ommuurde binnenplaatsen. Daar zien we dus maar een glimp van. Vrouwen die mais zeven, vriendinnen die de laatste roddels uitwisselen, een jongen, sleutelend aan zijn brommer. En natuurlijk de onvermijdelijke babies en kleuters die in het zand altijd wel iets om mee te spelen vinden.

Verderop in de oude stad is een grote overdekte markt. Daarheen richten wij onze schreden. Zoeken hoeven we niet. In de buurt van de markt wordt het allengs drukker en we hoeven alleen maar de stroom te volgen. Groente en fruit, vlees en vis. Dat zijn de voornaamste producten die hier verhandeld worden, als je de levensgrote reclames voor Maggi die op de muren zijn geschilderd tenminste niet meetelt. Verder lijkt het wel een modeshow: het wemelt op de markt van prachtige vrouwen in schitterende gewaden. En ze weten ze ook te dragen. Het is een feestelijk gezicht.

Het is verbazingwekkend hoe vriendelijk de mensen hier zijn. Een praatje, een foto, het is geen probleem en er is overal tijd voor. Dat geldt in zijn algemeenheid voor mijn ontmoetingen met Malinezen. Ik geloof niet dat ik ergens anders ooit zo vriendelijk bejegend ben als in dit land. Het zullen m'n grijze haren wel zijn!

Pieter en ik verlaten de oude stad en wandelen naar de haven. Over de hellende kade zoeken we een weg tussen de kisten en balen, de verkopers van kleding en brood en zouttabletten, ledikanten en kalebassen. Een drankje in de schaduw van Bar Bozo, met schitterend uitzicht op de bedrijvigheid op de rivier en in de haven.

We vervolgen onze verkenningstocht. Langs de scheepswerf aan de Niger wandelen we over een dammetje naar een nabijgelegen dorp, gelegen op een schiereiland in de rivier. Het blijkt een toldam; aan een bewaker moeten we wat kleingeld betalen om verder te mogen. Lemen en rieten hutten, smalle bochtige zandpaden en omheinde binnenplaatsen, hier en daar beschaduwd door bomen. Het is er rustig en stil, heel wat anders dan de bedrijvigheid in de stad en de haven.

De rust en stilte blijken bedrieglijk. Als uit het niets doemen opeens een twintigtal jonge meisjes op. Met veel geroep en gegil omringen ze ons. Pieter en ik kijken elkaar verbaasd aan. Wat hebben we nu gedaan?! We worden aan alle kanten bevoeld en betast, gelikt zelfs. En dan fladderen de dames weer weg. Een vreemde gebeurtenis die niemand ons later kan verklaren.

We wandelen terug naar Bozo, waar we in alle rust de warme middaguren doorbrengen op het terras. Daarna scheiden onze wegen. Pieter gaat terug naar het hotel; ik zoek het Cybercafé op om met Marjan te mailen. Daarna maak ik nog een wandeling door de oude stad en over de markten in het gebied rond de watertoren, waar behalve fruit vooral veel gereedschappen en spullen voor fiets en auto worden verkocht.

Relaxen bij het zwembad van het hotel met een biertje is ook wel eens aardig. Ik maak in deze totaal niet inspirerende omgeving m'n Sinterklaasgedicht af. In de schemering wandel ik met Pieter en Paula naar restaurant Sigui. Ik kies uit het menu een Capitaine-brochette met patat en Banane Flambée na. De maaltijd is heerlijk. Later op de avond keren we tevreden terug naar het hotel. Lees verder ...