
ReisMagazijn > Mali - Een ontdekkingsreis in het land van de Niger
De reis
Van Birma naar Mali (niet naar Bali) |
Djenné |
Boottocht over de Bani |
Tussenstop in Mopti |
De Tellem |
Naar Timboektoe |
Timboektoe |
Hombori |
Mopti |
Pays Dogon |
Ségou |
Naschrift |
Meer over Mali
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Naar Timboektoe | Timboektoe | Hombori | Mopti | Pays Dogon | Ségou | Naschrift | Meer over Mali
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Hombori
Negende dag, zondag 4 december 2005. We maken vandaag een lange rit, van Timboektoe naar Hombori. Daarom zijn we al voor dag en dauw uit de veren. In het donker pakken we bagage en tenten in en rijden vervolgens naar hotel Bactou in Timboektoe waar we ontbijten. Samen met Edward en Katrin (die een beetje misselijk is vanwege een alcoholisch feestje) mag ik weer in de voorste auto.
We rijden naar Korioumé waar we met de pont oversteken. De rijen zijn niet lang vandaag en de overtocht is voorspoedig. Om tien uur staan we met z'n allen aan de overzijde van de Niger. We rijden de asfaltweg terug naar Bambara Maoudé.
Zoals Adama al aankondigde op de heenweg, is er nu markt. Overal langs de brede zandstraten zijn stalletjes gemaakt of ligt de koopwaar op een lap. Dat een Afrikaanse markt óók een ontmoetingsplaats is, kun je hier goed observeren. Mensen stappen met een brede glimlach op elkaar af en begroeten elkaar als oude vrienden. Het lijkt op het eerste gezicht alsof het kopen en verkopen pas op de tweede plaats komt, zo gezellig en gemoedelijk gaat het er aan toe.
We slenteren wat door de straten en bekijken wat er zoal te koop is in deze uithoek van West-Afrika. Dat valt niet tegen: er is een behoorlijke keus in voedsel en ook kleding is in alle soorten en maten te koop. Verder zie ik veel huishoudelijke spullen, potten en pannen, en gereedschappen. Of het voor iedereen ook betaalbaar is, kan ik niet zeggen. Op onze reis komen we af en toe op plekken waar de regering of hulporganisaties voedsel uitdelen. Dat zegt eigenlijk wel genoeg ...
Veel contact met de bevolking krijgen we niet. Alhoewel iedereen vriendelijk doet, zijn we natuurlijk wel pottenkijkers. Een foto maken zoals in Djenné of in Mopti wordt hier in ieder geval veel minder op prijs gesteld.
We rijden verder. Al snel laten we de asfaltweg achter ons en rijden over een karrespoor door de savanne. Net als de zandpistes enkele dagen eerder rijdt dat eigenlijk prettiger dan over het versleten asfalt met z'n vele kuilen en scheuren.
Het middaguur nadert en de temperatuur stijgt. In de schaduw van enkele acacia's rond een drinkpoel van olifanten wordt het middagmaal bereid. Het is te warm om veel te doen; we liggen wat op de matten in de schaduw van de bomen en genieten van het zuchtje wind, ook al neemt dat behalve frisse lucht ook stof en bladeren met zich mee. Overal in de omgeving zien we sporen van olifanten - in de vorm van uitwerpselen, wel te verstaan. De dieren zelf laten zich echter niet zien. Op zich is het al bijzonder dat we dicht bij ze in de buurt zijn. In Mali is het wild vrijwel uitgeroeid. Leeuwen, giraffen, zebra's - ze zijn er niet meer. Er is maar één kudde olifanten, die in een wijde kring rondtrekt in het noorden van Burkina Faso en het oosten van Mali. De kans om ze te zien, is dus heel klein. Dat we kunnen zien dat ze onlangs bij deze drinkpoel zijn geweest, is al bijzonder.
De enigszins heuvelachtige savanne maakt later op de middag plaats voor een grote steen- en grintvlakte. Aan de horizon doemen de bergen bij Hombori op. Op een gegeven moment laat Adama stoppen. Hij wijst in de verte. De Hand van Fatima - zoals de naam al aangeeft, een gebergte in de vorm van een hand - is vaag zichtbaar aan de horizon. De atmosfeer zit vol stof en het zicht varieert. Even later is de Hand weer verdwenen. Vanaf een afstandje beschouwd is het een surrealistisch beeld: de landrovers met ons groepje er omheen op deze weidse en verlaten vlakte.
Terwijl de zon de horizon nadert, naderen wij Hombori. In de omgeving van het plaatsje is weer wat meer water en dus begroeiing. En het is er bergachtig. We eindigen onze tocht in eenzelfde soort savanne als waarin we vanochtend begonnen na het verlaten van het Niger-bekken. Het is even zoeken in Hombori naar ons onderkomen, Auberge Toudanke. De meeste gebouwen zien er uit als forten. Hoge dikke muren, een poort en kaal land er omheen. Wegwijzers zijn hier niet, maar gelukkig zijn er nog wel enkele mensen op pad waaraan we de weg kunnen vragen.
Op een binnenplaats zetten we onze tenten op, nemen een douche - het is een provisorische installatie, maar er komt wel water uit. We eten aan een lange houten tafel, verlicht met kaarsen en olielampen. Die tafel komt goed van pas bij het schrijven van de Sinterklaasgedichten. Want, vond Paula, Sinterklaasavond kunnen we niet overslaan. Als het karwei - want dat is het als je iets grappigs over mensen moet schrijven die je niet kent - klaar is, zoeken we onze tenten op voor een welverdiende nachtrust.
Tiende dag, maandag 5 december. Om acht uur 's morgens is de temperatuur al gestegen tot de onwaarschijnlijke waarde van 33 graden in de schaduw (42 graden in de zon). Een deel van de groep gaat een wandeling maken over de rotsformatie de Hand van Fatima. De anderen - waaronder ik zelf - maken een wandeling met een gids naar het oude dorp Hombori, dat we vanaf onze kampplaats boven op een rotsplateau kunnen zien liggen. Het bijzondere aan dit dorp is dat de huizen er van steen gemaakt zijn. In vrijwel alle andere plaatsen in Mali wordt met leem gebouwd. Op de vraag waarom dit zo is, heb ik nooit een goed antwoord gekregen.
Via een rotspad dat in grote bochten naar boven leidt, komen we in Hombori. Vanaf het plateau hebben we een mooi uitzicht op de zandduinen en de piste die we gisteren reden. Alle huizen zijn inderdaad van gestapelde rotsblokken gemaakt, maar dat niet alleen: de nauwe paden door het stadje zijn omgeven door hoge muren van diezelfde stenen. Je zal hier maar wonen en last van claustrofobie hebben! Het enige gebouw dat niet van steen is, is de moskee. Maar wellicht zijn alleen de muren van het gebouw met leem bestreken; ik kon het niet controleren.
We bezichtigen het huis van onze gids. Eenvoudig, maar eigenlijk wel van alle gemakken voorzien en - ook niet onbelangrijk - heerlijk koel binnen door de dikke muren en het ontbreken van grote ramen. Op de binnenplaats wordt de maaltijd bereid. Een pap van mais en groenten. Een enkele reisgenoot reageert nogal koloniaal op het inkijkje in het dagelijks leven dat de gids ons gunt. Al is het misschien niet kwaadaardig bedoeld, het wordt mij wat te gortig en ik zeg er wat van. Pogingen op op eigen houtje het dorp te verkennen mislukken: de gids wil ons beslist bij elkaar houden.
We klimmen in het stadje omhoog naar de bovenste huizen, van waar we een mooi uitzicht hebben op het dorp en de omgeving. Daarna gaat het weer omlaag, langs de - kapotte - waterleiding. De leiding is knap aangelegd, maar er is geen kennis in het dorp om reparaties uit te voeren. Verzoeken van het dorpshoofd bij het districtshoofd om een monteur, of een nieuwe installatie, hebben nog niets opgeleverd. Bureaucratie heb je overal ...
Via de waterplaats en de begraafplaats met de tombes van enkele Europese ontdekkingsreizigers wandelen we terug naar onze Auberge. Er is nog net tijd voor een colaatje voordat we in de landrovers stappen en naar de Hand van Fatima rijden waar onze reisgenoten al staan te wachten. Langs een onafzienbare wand van hoge roodgekleurde rotsen rijden we in de richting van Douentza.
Na enkele uren stoppen we langs de weg voor de lunch. Het landschap lijkt geheel verlaten. Lijkt, want binnen tien minuten staan de eerste nieuwsgierige kinderen al om ons heen. Ze lijken van overal en nergens vandaan te komen. Een marskramer komt aan met een grote koffer vol artikelen. Van handige apparaatjes voor het huishouden tot tafelkleden, van snuisterijen tot batterijen: hij heeft het! De vrouwen in ons gezelschap vinden het machtig interessant en er wordt het nodige gekocht. De man heeft onverwacht een heel goede dag.
De kinderen blijken slechts een voorhoede. De moeders volgen al spoedig. Er is een vrouw bij, die oude munten in haar haar heeft gevlochten. Het is een echt kunstwerk. Terecht geniet ze volop van de aandacht die haar kapsel van ons krijgt.
We rijden verder naar Douentza, waar we even stoppen om wat te drinken in het campement. Van Douentza is het nog drie uur rijden naar Mopti, waar we na zessen in het donker aankomen. Langs de weg zien we bij het invallen van de schemering veel kuddes koeien en geiten, op weg naar huis.
Terug in hotel Kanaga aan de rivier in Mopti. Eerst een biertje om het stof weg te spoelen! Het sjaaltje van Marjan dat ik had meegenomen, heeft vandaag weer goede diensten bewezen. Iedereen is vermoeid. We besluiten het Sinterklaasfeest uit te stellen; het heeft weinig zin om feest te vieren terwijl de meesten eigenlijk liever in hun bed zouden liggen. Dat laatste gebeurt dan ook al vroeg op de avond. Lees verder ...
HetMagazijn