
ReisMagazijn > Mali - Een ontdekkingsreis in het land van de Niger
De reis
Van Birma naar Mali (niet naar Bali) |
Djenné |
Boottocht over de Bani |
Tussenstop in Mopti |
De Tellem |
Naar Timboektoe |
Timboektoe |
Hombori |
Mopti |
Pays Dogon |
Ségou |
Naschrift |
Meer over Mali
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Naar Timboektoe | Timboektoe | Hombori | Mopti | Pays Dogon | Ségou | Naschrift | Meer over Mali
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Naar Timboektoe
Zevende dag, vrijdag 2 december 2005. De harde wind die vannacht opstak, gaat in de vroege ochtenduren weer liggen. We breken de tenten af en ontbijten. Daarna gaat de reis verder. Ik heb één van de beste plaatsen: voorin de eerste jeep van onze 'colonne'. De asfaltweg naar Timboektoe is in een betere staat dan verwacht. Vanwege een groot congres over toerisme in Timboektoe is de weg de afgelopen tijd opgeknapt.
Chauffeur Richard stopt na een half uur rijden bij een grillige rotsformatie. In de verte doemen stofstormen op. Rondom ons een spaarzame vegetatie van acaciastruiken en een enkele baobab. Een imposant verlaten landschap.
Verder rijdend passeren we een bijna onafzienbare stoet van karavanen. Het zijn Peul, die per ezel gierst in de richting van Timboektoe vervoeren en, terug naar het zuiden, zouttabletten naar de landen aan de Atlantische Oceaankust. Mensen en dieren zijn overdekt met zand en stof. Blootvoets stappen de donkerbruin verbrande mannen door de woestenij. Ze zijn gekleed in blauwe en zwarte gewaden die hun hele lichaam bedekken. Het valt me op dat bijna niemand een doek tegen het stof gebruikt zoals de Touaregs dat bijvoorbeeld doen. De ezels zijn zwaarbeladen met zakken gierst of grote zouttabletten. Je kunt de dieren goed aanzien dat ze het zwaar hebben. Het is een leven met veel vrijheid maar daar moet wel voor betaald worden ... De trektocht tussen woestijn en oceaan is een hard bestaan; mens en dier worden er door getekend.
We laten de karavanen achter ons. Het landschap verandert. De rotsformaties van Tellem en Dogon verdwijnen achter de horizon en maken plaats voor een heuvelachtige savanne met verdord gras en lage struiken. Onze weg slingert daar doorheen als een roodgekleurd lint van leem en aarde.
We maken een korte stop in het plaatsje Bambara Maoude. Een lange stoffige straat van zand, omzoomd met lage lemen huizen met platte daken. Er is nu weinig te zien, maar op de terugweg komen we hier ook en dan is het marktdag.
Over het traject na Bambara Maoudé doen we een hele tijd. De weg is hier slecht. De chauffeurs verkiezen vaker wel dan niet de zandpaden náást de weg boven het gerafelde asfalt met zijn vele scheuren, kuilen en gaten. Het rijden door het mulle zand vergt het uiterste van de bestuurders. De kans om vast te raken is immers levensgroot.
Etenstijd. De landrovers worden geparkeerd in de schaduw van enkele bomen, even buiten een klein stadje. Aan weerszijden van de weg zijn waterputten geslagen. Dorpelingen halen hier hun drinkwater. Ze laten een leren emmer, eigenlijk een zak, aan een touw in de put zakken. Vervolgens wordt het touw vastgeknoopt aan het halster van een ezel die de volle emmer omhoogtrekt. We zien dat de ezel met het touw wel 50 meter van de put wegloopt, voordat de emmer boven is. Het water moet hier van heel ver komen.
Behalve drinkwater voor mensen wordt hier ook water getapt om de kuddes te drenken. Plassen en poelen zoals we die op eerdere dagen zagen, heb je hier niet. Achter de put dringt een kudde koeien samen. Het zal bijna een dagtaak zijn om alle dieren te drenken. De herders zijn er dan ook druk mee. Alhoewel ze niet echt onvriendelijk zijn, zitten ze ook niet op ons gezelschap te wachten en dat laten ze na een tijdje duidelijk merken.
Ik wandel naar de andere kant van de weg. Daar staat een grote kudde schapen. Hier zijn de herders wél genegen tot een praatje. Samen met enkele reisgenoten brengen we er enige tijd door. We staan in de brandende zon. Rondom de put is geen enkele plant of boom; niet verwonderlijk als je ziet van hoe diep het water komt. Pas een honderd meter verderop staat een grote acacia. De boom zit vol met witte vogels die wanneer wij naderen in een grote zwerm wegvliegen. Pas als wij met een bord op schoot aan de maaltijd zitten en de rust is weergekeerd, zien we ze terugkomen naar hun boom. Er wordt veel gegist over wat voor soort vogels het zijn, maar niemand weet het precies.
Het is nog 30 kilometer over weg en piste naar de oever van de Niger. Na een lange periode van moeizaam manoeuvreren tussen asfalt en zandpad zien we het landschap abrupt veranderen. Zand en savanne maken plaats voor groen gras en rijstvelden. De Niger ligt in de verte, ingebed tussen groene oevers. We rijden er een stukje langs. De rivier is hier enorm breed en lijkt meer op een kleine binnenzee.
We rijden een langgerekte dam van zand op. Aan het uiteinde daarvan is de aanlegplaats van de pont naar Korioumé - de 'haven' van Timboektoe. Rondom de aanlegplaats, een zanderige oever, is een klein dorpje ontstaan van huizen en winkeltjes. Ze zijn gebouwd van afvalhout en rieten matten en worden bewoond door vissers, leden van de Bozo-stam die met hun kleine bootjes de rivier bevissen. Een enkeling is overgestapt op een ander beroep. De aanlegplaats is weliswaar niet druk maar er is toch regelmatig verkeer van goederen en personen van en naar Timboektoe. Dus is het een goede plaats voor een winkel en voor een restaurantje - dat laatste vooral voor de toeristen, die er dan ook gretig gebruik van maken.
Deze pont is de enige grotere oeververbinding in de wijde omtrek. We mogen dan ook aansluiten in een flinke rij van vracht- en tankwagens karren, tractoren en kamelen. De pont doet er ruim een half uur over om naar de overkant te varen - zo breed is de rivier hier. Het duurt dan ook twee uur voordat de eerste jeep de pont op kan rijden. Met onze eerste auto maken ook een kameel en een tankwagen de oversteek, samen met een bont gezelschap van voetgangers. Toeristen, chauffeurs, vissers, dorpelingen op weg naar markt of ziekenhuis, en natuurlijk de kameeldrijver. De pont is afgeladen vol.
Over een ditmaal goede asfaltweg rijden we, eenmaal aan de overkant, door naar Timboektoe. Wachten op de anderen heeft weinig zin; voordat de pont opnieuw aanlegt, is minstens een uur verstreken. Het is zonde om zo lang te wachten. De afspraak is dat we elkaar in het hotel in Timboektoe weer terugzien.
Bij de stadsgrens worden uitgebreid foto's gemaakt van het plaatsnaambord. Hét bewijs dat we inderdaad in Timboektoe zijn geweest! De plek is symbolisch voor de oprukkende woestijn rondom Timboektoe. Er ligt hier een groot zandduin naast de weg, die ter hoogte van het bord half onder het stuifzand verdwenen is.
Hotel Bactou biedt redelijke kamers én een eigen coiffeur. Alleen jammer dat op onze kamer de airco het niet doet. En de sleutel breekt af in het slot. Ach - onze bagage is er toch nog niet. We doden de tijd met een biertje op het grote terras achter het hotel en slaan de grote vliegen die ons daar belagen van ons af.
Ik probeer naar huis te bellen met het mobieltje van één van de hotelmedewerkers - mijn eigen mobieltje heeft hier geen bereik. Er wordt niet opgenomen. Terwijl ik even later onder de douche sta, wordt er op de deur geklopt. Het is Georgette, met een telefoon in haar hand. "Marjan aan de lijn", kondigt ze vrolijk aan. Die had mijn oproep gezien en was zo slim om het nummer terug te bellen. Als je alleen op reis bent, is het toch wel aardig om een enkele keer contact met thuis te hebben.
Marijn is ondertussen bezweken voor de aanbieding van de hotel-coiffeur. Onder algemene belangstelling wordt zijn baard eraf geschoren. Hij kijkt er toch wel een beetje benauwd bij ...
Als een goed uur later alle reisgenoten en bagage zijn aangekomen, is het tijd om te eten. Dat doen we buiten op het terras, ondanks de vliegen. De tropenschemering begint en de temperatuur is inmiddels gedaald tot aangenamer waarden. Voordat we de maaltijd beëindigen, is het al donker. Een nachtleven kent Timboektoe niet en de meeste reisgenoten zijn trouwens moe na de lange reisdag. Dat maakt dat er niet lang wordt nagepraat over de belevenissen van vandaag. Al spoedig trekken de meeste reisgenoten zich terug om te gaan slapen en ik volg hun goede voorbeeld. Lees verder ...
HetMagazijn