
ReisMagazijn > Duitsland - De Vulkaan-Eifel: Stappen bij de buren
De reis
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Op een halve dag rijden vind je in Duitsland de Vulkaan-Eifel, een schitterend wandelgebied. Vulkanisme van vroeger is te herkennen aan oude kraters, Maaren, lavavelden en zelfs nog een regelmatig spuitende bron, de Brubbel. Samen met kronkelende beekjes, met loof- en naaldhout begroeide hellingbossen afgewisseld door akkers en weilanden lijkt het ons een perfect decor voor een aantal mooie herfstwandelingen.
Informatie over de Vulkaan-Eifel vinden we op de website van reisbureau Travellers, waar we eerder al goede ervaringen mee hadden op de Hebriden en de Lofoten. We hebben dan ook niet lang nodig om over deze trip te beslissen. Het wordt een echte last-minuteboeking, onze eerste trouwens: Marjan belt de vrijdag van tevoren met het reisbureau of een en ander nog geregeld kan worden. En ja, dat lukt. Via e-mail wordt de wandelinformatie toegestuurd en in het pension ligt een extra set wandelkaarten voor ons klaar. "Het gebeurt de laatste tijd wel vaker", vertelt Eduard Camping van Travellers, "dat mensen op het allerlaatste moment een wandelreis boeken." Eigenlijk helemaal geen gek idee trouwens, want zo kort van te voren heb je een beter beeld van hoe het weer zal zijn.
En zo reizen we dus op een herfstige novemberdag per auto af naar de Eifel. We vertrekken met regen maar hoe zuidelijker we komen, hoe beter het weer wordt. We zitten net in een periode van weersomslag. Na een ongekend mooie oktobermaand ziet het er nu toch naar uit dat het écht herfst gaat worden. Over rustige snelwegen rijden we in één ruk naar Daun, in het hart van de Vulkaan-Eifel. Tijd voor een kop koffie, mit Kuchen natuurlijk, en een korte wandeling door het stadje, voordat we aan de laatste kilometers naar Üdersdorf beginnen.
Vlak voor dat dorp ligt in het dal van het riviertje de Lieser ons overnachtingsadres, dat we bij het invallen van de duisternis bereiken. Haus Liesertal is een grote boerderij annex bed and breakfast. We worden er vriendelijk verwelkomd door onze gastvrouw, Sonja Böhm. In het stille pension - er zijn slechts drie andere gasten - hebben wij een mooi appartement, van alle gemakken voorzien, met uitzicht op de berghelling in de richting van Üdersdorf. 's Avonds genieten we van de heerlijke maaltijd die Sonja ons voorzet. Ook de proeverij van de eigengemaakte wijnen van Haus Liesertal zullen we de komende week niet aan ons laten voorbijgaan. Van vrijwel iedere vrucht die in het dal van de Lieser groeit, weet men een wijn te maken en altijd met een verrassende smaak, al is die niet steeds de mijne. Van mijn favoriet, de kweepeerwijn, gaan twee flessen mee terug naar Nederland. Marjan houdt het bij de Johannisbeer-wijn, naar haar smaak de lekkerste.
De Vulkaan-Eifel is een middelgebergte dat in het zuiden tot aan het dal van de Moezel reikt, in het noorden tot Aken en in het westen tot aan de Luxemburgs-Belgische grens. Het is zoals al gezegd, het land van de gedoofde vulkanen. Toen de aardkorst boven de Eifel zwakker werd, baande vloeibaar gesteente zich met enorme kracht vanuit grote diepten een weg naar boven. Kokende as werd omhoog geslingerd, het regende gloeiende stenen en gassen. Op sommige plaatsen maakte het magma geweldige gaten in het aardoppervlak en altijd op die plaatsen waar de gloeiende massa met grote hoeveelheden water in aanraking kwam. Naarmate de dalbodem meer omhoog gestuwd werd, vraten Rijn en Moezel zich een weg door het gesteente. Daarbij ontstonden talrijke meren, die feitelijk met water gevulde vulkaankraters zijn. Er zijn tachtig van zulke cirkelvormige gaten. De geologen hebben het dan over Maren; de bewoners van de streek echter spreken liefdevol over de Ogen van de Eifel.
Maar het gebied biedt meer dan natuur alleen. Romeinse villa's en middeleeuwse burchten, een beroemde autoracebaan, de Nürburgring (waar we gelukkig niks van merken), kloosterlijke stilte, vakwerkgevels en knusse dorpjes - de Eifel heeft het allemaal. Is het daarom niet raar dat wij er nooit eerder zijn geweest!?
Travellers heeft zeven wandelingen uitgezet, die we naar believen kunnen samenvoegen, verlengen of verkorten. We beginnen de tweede dag van ons verblijf in Haus Liesertal met de Maarenwandeling. Door het bosrijke dal van de Lieser wandelen we door mooie hellingbossen in noordelijke richting. Onderweg komen we langs een bordje met een gedicht.

Bij het plaatsje Weiersbach hebben we wat moeite om de juiste route te vinden. Maar het lukt uiteindelijk en even later komen we bij de drie Maaren van Daun. Bij de Gemündener Maar is een café. Een goed moment voor Kaffee mit Kuchen - in ons geval een overheerlijke bosvruchtenvlaai. Na de koffie volgt een flinke klim naar de Dronketurn, een toren op een heuvel vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de omgeving. Langs de Weinfelder Maar en tenslotte de Schalkenmehrener Maar bereiken we het plaatsje Schalkenmehren. Van daar lopen we door een heuvelachtig en heel afwisselend landschap van bossen en akkers terug naar Haus Liesertal.
De volgende dag regent het. Jammer! We besluiten vandaag de wandeling te maken die Travellers als inloopwandeling bedoelde. We wandelen vanaf de boerderij het verrassend fraaie Lieserdal in. De bossen op de hellingen bestaan grotendeels uit naaldhout met hier een daar een plukje loofbomen, die met hun mooie herfstkleuren zelfs op zo'n grauwe mistige dag als vandaag oplichten in het landschap. Overal langs de weg staan borden met afbeeldingen van bijzondere vogels die hier voorkomen. Of het aan ons ligt of aan het weer weten we niet, maar we zien er geen één! Horen doen we ze echter des te meer in dit stille verlaten dal.
Over een glad houten bruggetje steken we de Lieser over en klimmen door het bos over smalle paadjes omhoog naar het plaatsje Tettscheid. Daarna wandelen we door weilanden en bossen weer terug in noordelijke richting. Via het piepkleine Trittscheid komen we terug bij ons pension. Geen lange tocht, maar wel een buitengewoon fraaie!
De rest van de dag verenigen we het nuttige met het aangename. Ik lees wat in de reisgids van Mali, de volgende grote reis, en we brengen een bezoekje aan het café in Üdersdorf, een ouderwetse Bierstube waar we ons de warme chocola (al dan niet met rum) goed laten smaken. Curieus is het weerstation op het kruispunt naast het café.

Wat ons in de reisbeschrijving het meest intrigeert, is de geysir die hier in de omgeving te vinden is. In het dorp Wallenborn ontsnapt iedere 35 minuten gas uit de buik van de aarde; een soort koud-water geysir. De weg er heen is de langste wandeling uit de verzameling van Travellers en het weer werkt niet echt mee, maar deze Brubbel, zoals het ding wordt genoemd, willen we beslist eens zien. Langs Haus Liesertal klimmen we de helling op en wandelen door Üdersdorf. We klimmen het dorp uit en lopen verder naar Niederstadtfeld, een stuk met prachtige vergezichten op de Vulkaan-Eifel. Terwijl het meestal op een wandeling warmer wordt naarmate de dag vordert, is het vandaag precies omgekeerd. Ik begin de wandeling in overhemd, maar moet al gauw een trui en later zelfs een jas aantrekken vanwege het steeds guurdere weer. Van Niederstadtfeld is het een flinke en lange klim naar Wallenborn, dat we uiteindelijk vanaf een heuveltop aan onze voeten zien liggen. Snel naar beneden, want we zijn zo langzamerhand echt nieuwsgierig geworden naar de Brubbel.
We vinden de bron aan de rand van het dorp in een grasveldje met wat bomen. Aan de ene kant staan huizen, aan de andere loopt de asfaltweg naar het volgende dorp. De bron, in 1933 aangeboord, heeft een middellijn van ongeveer een meter en wordt omgeven door een hekwerkje en plaveisel. Er staat een groot bord met uitleg. Koolzuurgas op een diepte van ongeveer veertig meter zorgt ervoor dat het water met regelmatige tussenpozen naar boven borrelt, zo lezen we. Een groepje nieuwsgierig wachtende toeristen dromt om de bron. Het gebeuren ademt de sfeer van een stadsparkje, waar buurtbewoners de eendjes komen voeren. We voegen ons bij de andere nieuwsgierigen en wachten op wat komen gaat.
In de bron zie ik stil, vuilgrijs water. Er drijft een afgewaaide tak in en wat bladeren. Het is moeilijk voor te stellen hoe dit watertje tot een flinke eruptie zou kunnen komen. Na enige tijd wachten - wij eten ondertussen onze meegebrachte boterhammen op - begint het dan toch een beetje te borrelen in de bron. Het borrelen neemt langzaam toe, het water in de put ziet er inmiddels uit alsof het kookt. Warm wordt het echter niet, ook al begint het een beetje naar zwavel te stinken. De eruptie kan nu niet lang meer op zich laten wachten en onwillekeurig trek ik me wat terug van de rand van de bron.
Toch nog onverwacht begint de bron te spuiten. Een witte waterkolom komt als in een vertraagde film omhoog. Eerst tot een meter boven de bron, net boven de rand van het hekwerk. Het lijkt daar even te aarzelen, maar schiet dan opeens als een raket verder omhoog, wel drie, vier meter de lucht in. Daarna valt de waterkolom weer terug in de put en is de eruptie voorbij. Marjan en ik zijn onwillekeurig onder de indruk. De geysir doet niet veel onder voor de bronnen die we op IJsland in werking zagen. Dat hadden we toch werkelijk niet gedacht!
Op de website Kugelblick.de kunt u prachtige 360 graden-panorama's van de bron bekijken.
Na een koffiestop in een wat verlopen en viezig etablissement verderop in het dorp beginnen we aan de terugtocht, door het dal van de Walinerbach naar Schutz en vanaf dat plaatsje over de Vulkanweg terug naar Üdersdorf. Onderweg begint het flink te regenen. Gelukkig staan er langs de route observatiehutten voor het wild waarin we kunnen schuilen. Zo zitten we een tijdje knus bij elkaar in zo'n Hochsitz met ondanks het regengordijn fraai uitzicht op een bebost dal met mooie herfstkleuren. Wild laat zich uiteraard niet zien, maar wíj zitten droog, daar gaat het om.
Later op de dag verbetert het weer zich iets en als we tegen het eind van de middag Üdersdorf binnenlopen, zijn de donkere regenwolken al weer weggetrokken.
Onze laatste wandeldag is ook de mooiste. Het weer houdt zich goed en de route is prachtig, op sommige stukken zelfs spectaculair. Met de auto rijden we naar Manderscheid, een wat grotere plaats elf kilometer ten zuiden van Üdersdorf. Van Manderscheid dalen we langzaam af naar het dal van de rivier Kyll. De extra rondwandeling om het Meerfelder Maar laten we voor wat het is. Over een mooi pad lopen we verder door het Kylldal naar de Beckhausenermühle, vroeger een boerengehuchtje en nu een mooi etablissement. "Sind Sie geöffnet?" vraag ik in mijn beste Duits. Maar dat is helemaal fout. Geöffnet? De kastelein maakt een gebaar alsof hij haastig zijn overhemd dichtknoopt. Hij moet om zijn eigen grap lachen. "Wir sind offen", verbetert hij. De man is in een vrolijke stemming - misschien wel omdat hij de afgelopen maand dankzij het mooie herfstweer zulke goede zaken heeft gedaan, zoals hij ons uitgebreid vertelt. In de routebeschrijving staat dat we de weg vervolgen over zeer stille paden. En dat klopt. We horen alleen het ruisen van de wind in de bomen. Een hert schrikt op van onze voetstappen en vlucht weg, echter niet zonder een paar maal nieuwsgierig om te kijken naar die vreemde snoeshanen die zomaar 'zijn' rustige bos zijn binnengedrongen.
Naar een idee van Marjan maken we een doorsteek naar een andere wandelroute, de Lieserweg. De doorsteek gaat over een heuvelrug met aan weerszijden fraai uitzicht op de Eifel. De bloeiende koolzaadvelden op de hellingen lichten op in het zonlicht. Roodbonte koeien koesteren zich in hun weiland in de warme stralen. Verderop komen we in een dicht naaldbos. Majestueuze stammen verheffen zich rondom ons. Het is 'maar' een doorsteek naar de andere route, maar wat een prachtig traject! Marjan en ik genieten met volle teugen.
We komen uit in het Lieserdal, dat er hier veel indrukwekkender uitziet dan bij ons logeeradres. Daar is de rivier een smal stroompje; hier is zij uitgegroeid tot een echte bergrivier compleet met watervallen en stroomversnellingen. Bij ons pension is het dal ondiep en lieflijk, hier kijken we vanaf het pad op de helling enkele honderden meters omlaag in een majestueus dal met weilanden en bossen, waar de Lieser zich kronkelend een weg baant. Deze Lieserweg staat niet voor niets bekend als één van de mooiste wandelwegen in de Eifel.
Hoe dichter we Manderscheid naderen over de fraaie Lieserweg, hoe meer schuilhutten we tegenkomen. Het is duidelijk een veelbelopen pad, alhoewel we vandaag nauwelijks wandelaars tegenkomen. Na een aardige klim naar de belvedere boven Manderscheid met mooi uitzicht op het stadje dalen we af. Langs de overblijfselen van een groot kasteel wandelen we door de winkelstraten van Manderscheid naar onze auto. Nog even tanken voor de lange terugrit van morgen en dan over stille wegen terug naar Haus Liesertal.
Alhoewel autorijden niet mijn hobby is, moet ik wel zeggen dat het rijden over de rustige wegen in de Eifel een genot is. Op onze terugreis maken we een kleine omweg langs wat kleinere dorpen en steden. Van het ene fraaie uitzicht rijden we naar het andere. Op de snelweg is dat snel voorbij - niet alleen heb je daar geen uitzicht, maar het weer wordt slechter. Op het Duitse deel van ons traject worden we overvallen door de ene stortbui na de andere. Gelukkig is het vandaag ook op de snelweg niet druk. Zonder ongelukken draaien we aan het begin van de middag onder goedkeurend toezicht van poes Pjuh onze oprit op. Onder het genot van een glas van Sonja's kweepeerwijn kijken we tevreden terug op een mooie wandelweek in een prachtig gebied.
HetMagazijn