
ReisMagazijn > Italië - Sicilië: Over de flanken van de Etna
De reis
Eerste pagina van deze reis | De foto's
"... en zo spraken wij van het eeuwige Sicilië; van haar natuurverschijnselen; van de geur van rozemarijn in de Nebrodi; van de smaak van honing van Melilli; van het wiegen van het koren in de wind, de velden die men vanuit Enna ziet; van de eenzaamheid rondom Syracuse; van de geuren van de sinaasappelgaarden die de wind bij bepaalde zonsondergangen in juni over Palermo verspreidt. We spraken van de betovering van vele zomernachten wanneer de sterren zich in de slapende zee spiegelen en de mens, op zijn rug liggend onder de mastiekbomen, zijn geest omhoog voelt ontsnappen terwijl het lichaam met al haar zintuigen de nadering van demonen vreest ..."
Naar de Italiaanse schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa, hertog van Palma en prins van Lampedusa (1896-1957), bekend van zijn historische roman Il Gattopardo (De Luipaard). Het boek werd in 1963 verfilmd door Luchino Visconti, met Claudia Cardinale, Burt Lancaster en Alain Delon in de hoofdrollen. Dit citaat is overgenomen uit de inleiding van de reisbrochure Sicilië van reisorganisatie SNP.
Sicilië is het grootste eiland van de Middellandse Zee, met de grootste nog werkende vulkaan, de Etna. Samen met de Eolische of Liparische Eilanden, die we aansluitend bezoeken, behoort het tot de Egadische Eilanden. Allemaal eilandengroepen waarvan wij nog nooit gehoord hebben - en dat maakt nieuwsgierig!
In het oosten van het eiland ligt de imposante vulkaan Etna. Niet alleen de grootste actieve vulkaan van het Middellandse-Zeegebied, maar van heel Europa en één van de grootste van de wereld. Van de 3340 meter hoge Etna zijn uit de geschiedenis zeker 140 uitbarstingen bekend.
Die uitbarstingen konden catastrofaal zijn. De SNP-reisbeschrijving vertelt er dit over: "Eén van de zwaarste uitbarstingen was in 1669 toen de aarde openscheurde van de top tot aan het dorpje Nicolosi. Vulkanologen hebben berekend dat er toentertijd drie miljard ton as de lucht in geblazen is. Een enorme lavastroom vernietigde op haar weg tien dorpen en een groot gedeelte van Catania en kwam pas 700 meter uit de kust tot stilstand. In de achttiende eeuw werden zestien, in de negentiende eeuw negentien grote uitbarstingen geregistreerd."
Ook in de twintigste eeuw ging het verschillende keren mis. Bij een van de laatste uitbarstingen, in 1971, vloeide 200 miljoen ton lava uit tot in het dal. De lavastroom verwoestte het astronomische observatorium en een gedeelte van de kabelbaan. In 1985 werd de vernieuwde kabelbaan opnieuw verwoest door het natuurgeweld en vier jaar later onstnapte het dorpje Milo maar net aan de lavastroom. In 1992 scheelde het maar een haar of het stadje Zafferana was door de lava vernietigd. De laatste levensbedreigende erupties van de vulkaan vonden nog maar twee jaar geleden, in juli 2001, plaats.
Het 590 vierkante kilometer grote Etna-massief is het décor van onze komende wandeltochten 'over de flanken van de vulkaan'.
Dag 1, donderdag 4 september 2003. Met AlItalia vliegen we via Rome naar Sicilië. Onze reis wordt geteisterd door maar liefst vier vertragingen. Desondanks zetten we slechts twee uur later dan volgens het oorspronkelijke schema voet op Siciliaanse bodem.
Op Sicilië heerste de afgelopen tijd een hittegolf. Vandaag zijn de temperaturen wat getemperd - gelukkig maar. We worden afgehaald op het vliegveld van Catania door de kok van ons hotel in het plaatsje Bronte op de westelijke vulkaanhelling. Met hoge snelheid gaat het door het uitgestrekte en drukke Catania de bergen in, naar het hooggelegen Bronte.
In hotel Parco dell'Etna worden we vriendelijk welkom geheten. Na douchen en uitpakken eerst maar eens rustig eten. Tijdens de smakelijke maaltijd maken we kennis met twee andere toeristen, toevallig ook uit Nederland. Met z'n vieren zijn we de enige gasten in het hotel.
Na een enerverende en lange reis is het goed slapen. Om tien uur liggen we op bed en vallen als een blok in slaap.
Dag 2, vrijdag 5 september 2003. Om kwart voor acht staan we op. Het Italiaanse ontbijt is best lekker maar qua hoeveelheid stelt het weinig voor. Met de auto onderweg naar het startpunt van onze eerste tocht, een rondwandeling rond de Monte Arso en de Monte Rosso, maken we daarom een tussenstop bij een welvoorziene alimentaria voor lekkere broodjes met kaas en ham.
Het is mooi wandelweer. De zon is al warm, maar er waait een frisse verkoelende wind. We worden afgezet op de Piano dei Grilli, zes kilometer bover Bronte op de helling van de Etna bij een Casa Forestal, weidse benaming voor een bouwvallige stenen hut in the middle of nowhere. De weg erheen leidde door indrukwekkende lavastromen. We spreken met handen en voeten af dat we om vijf uur op ditzelfde punt weer worden opgehaald. En nu maar hopen dat de boodschap goed is overgekomen ...
Het autootje snort de helling weer af, wij sjorren onze wandelschoenen vast en ondertussen passeert een grote kudde schapen het Casa Forestal. Met het kompas bepalen we de richting waarin we moeten wandelen, een licht stijgende weg in oostelijke richting naar de Monte Ruvolo. Het is in deze woestenij van lava nog niet zo makkelijk oriënteren.
We wandelen over een breed pad met een enkele boom. In het veld zien we imposante lavastromen, tastbare herinneringen aan eerdere uitbarstingen van de actieve vulkaan Etna. Voorbij de Monte Ruvolo, die er eigenlijk meer als een heuvel uitziet, wandelen we het lavaveld uit 1763 in - de lavastromen op de helling worden op chronologische manier van elkaar onderscheiden.
In de reisbeschrijving staat een interessant stukje over de lavastromen waar we nu midden in zitten. "Een uitbarsting laat niet alleen in de directe omgeving haar sporen na. Tot ver in Rusland zijn asdelen van de Etna gevonden. Gelukkig brengt de Etna niet alleen ongeluk, zij brengt ook zegen voor het land. De vruchtbare bodem bijvoorbeeld is weelderig begroeid met allerlei gewassen." Op onze wandeling zien we daar helaas niet erg veel van. Door de zeer warme zomer is er van de meeste kruidachtige gewassen niet meer dan wat verdroogd stro over.
We lezen verder in de beschrijving. "Het duurt zo'n 300 tot 400 jaar voordat een vers gestolde lavastroom enigszins begroeid raakt. Een speciale bremsoort is één van de eerste hogere planten die groeit op deze lavastromen." Het gebied rondom ons is zwart en grijs, met grillige lavarots zover het oog reikt. Plantengroei is er nauwelijks. Ondanks de hoogte van het wandelgebied - we zitten op ongeveer 1500 meter - wordt het al snel warm. De poreuze donkere bodem absorbeert ieder zonnestraaltje en zet het, zo lijkt het, onmiddelijk om in hitte.
We wandelen tussen de Monte Arso en de Monte Lepre door over een makkelijk te vinden pad, dat langzaam stijgt. Af en toe lassen we een korte rustpauze in. Aan het begin van een wandelvakantie is het toch altijd weer even wennen en inlopen. De gekochte broodjes worden al snel aangesproken. Het spaarzame ontbijt dat ons in het hotel werd voorgeschoteld, is al spoedig verteerd.
We passeren een 'nieuwe' krater, de Mezza Luna, zo lezen we op een bordje. Hij staat nog niet op onze kaart. De krater heeft kale grijze hellingen, waarop nog geen enkele plant zich heeft geworteld.
Omstreeks één uur zijn we halverwege onze tocht bij de Monte Rosso. Het is tevens het hoogste punt van de route. Afdalen dus. De beschrijving wordt wat onduidelijk. Het is onprettig wandelen terwijl we niet zeker weten of we ons nu op de juiste route bevinden of niet. Bordjes, als ze er al staan, kloppen niet met onze informatie. Pas als het Case Zampini, het eerste teken van bebouwing en een welkom herkenningspunt, in zicht komt, weten we dat we de juiste paden hebben gekozen.
Een groot deel van onze middagroute van vanmiddag gaat door dorre bossen. Door de enorme hitte en de droogte is er op de vulkaanhelling die volgens de verhalen in het voorjaar een zee van bloemen moet zijn, geen stukje fris groen meer te vinden. We passeren een tweede schaapskudde met een stel agressieve rammen die wel honden lijken, zo houden ze de rest van de kudde in bedwang. Na een laatste helling komt, na een tocht van zes en een half uur, het Casa Forestal weer in het zicht.
Precies op de afgesproken tijd worden we opgehaald. Terug in Bronte maken we een rondwandeling door het dorp. Het is er stil; er is weinig te zien in het kleine Siciliaanse dorp. Omgekeerd hebben wij als toeristen bij de lokale bevolking wél veel bekijks. Dat maak je - in Europa - toch niet vaak mee.
We drinken een biertje op een terrasje langs een drukke wege vlak bij ons hotel. Daar wordt een uitgebreid 25-jarig huwelijksfeest gevierd. De hoteleigenaar is zenuwachtig van alle drukte. Onze maaltijd is wat minder goed dan gisteren, waarschijnlijk is het koken er een beetje bij ingeschoten. Ondanks het feestgedruis gaan we toch maar op tijd naar bed.
Dag 3, zaterdag 6 september 2003. De dag begint met regen. Gelukkig duurt het maar even en schijnt al spoedig de zon weer. Een buitje voor het stof, zullen we maar zeggen. Met de Circumetnae, een ouderwets treintje, reizen we naar ons volgende overnachtingsadres in het plaatsje Randazzo.
Op het station worden we afgehaald door Enzo van de appartamenta vacanza waar we verblijven. Het appartement is in een sfeervol oud huis, in een smalle bochtige straat geplaveid met lavasteen. Veel katten op straat en langs de ramen en op de balkonnetjes veel bloeiende planten. Gastvrouw Sylvana wandelt met ons het dorp rond en laat de belangrijkste punten zien: de aparte ontbijtruimte, de supermarkt, de bakker. Alles wat een toerist van Randazzo moet weten!
Na de korte rondleiding worden we door Enzo per auto naar het beginpunt van onze wandeltocht voor vandaag gebracht, het dorpje Floresta. De wandeling gaat omlaag, door het rivierdal van de Alcantara, terug naar Randazzo. Het is warm, benauwd, met veel vliegen.
We wandelen over de weg omlaag door bos tot een brug. Een wat opdringerige man, een van de weinige mensen die we op onze wandelingen in dit gebied ontmoeten, weet een 'betere' route voor ons. We kunnen hem er slechts met moeite van overtuigen dat we toch maar liever onze eigen weg kiezen.
Verder door bossen, nu omhoog. Het weer verslechtert; in de verte dreigen donkere onweersbuien. Maar misschien frist het met wat regen ook wat op - dat zou ons niet onwelkom zijn. We verlaten het bos en komen op een bergpad in een open gebied. Nu wordt de route pas mooi. We genieten van weidse panorama op de Etna, Randazzo en - iets minder - van de imposante donkere wolkenluchten die het dal in drijven.
Voorbij een boerderij gaan we een zandpad op, dat later verandert in gravel en nog weer later in een smalle asfaltweg. Zo dalen we in grote bochten af naar Randazzo waar we rond vijf uur arriveren. De hele dag hebben we het drooggehouden maar nu we door de straten van het oude stadje lopen, begint het te stromen.
Gelukkig is het slechts een bui. Randazzo is, ondanks de regen, een mooi stadje. In het middeleeuwse centrum staan verschillende mooie herenhuizen, opgetrokken in donkere lavasteen. In 1981 werd Randazzo bedreigd door een gloeiende lavastroom uit een spleet op de noordflank van de Etna. Even was het stadje wereldnieuws. Met man en macht wist men de gestaag aanrollende lavastroom iets af te buigen zodat het stadje op één kilometer werd gemist. Over glimmend natte straten wandelen we naar ons appartement.
Opgefrist na een lekkere douche drinken we een wijntje op het terras op het dorpsplein naast de kerk. Twee jongetjes vermaken zich met wat op het eerste gezicht blikken speelgoed lijkt. Wat nader bezien blijken het twee robothondjes uit Japan - wij zien ze hier voor het eerst. Radiografisch op afstand bestuurd bewegen ze zich houterig tussen de stoelen en tafeltjes door. Leuk speelgoed.
's Avonds heerlijk gegeten in restaurant San Giorgio e Drago. Laat op de avond keren we - met stijve spieren van de eerste bergtochten - terug naar ons appartement.
Dag 4, zondag 7 september 2003. Na een prima ontbijt bij Arturo haalt Enzo ons op voor de wandeling. Per auto rijden we omhoog, naar Case Pirao, een boswachtershut. De eerste uren leidt het pad omhoog tussen dennen, brem, varens en grazende koeien en langs een eeuwenoude cisternazza, een waterplaats, anachronistisch uitgerust met een zonnepaneel. De route is fraai, maar het weer is benauwd. We koersen door deels ongebaand terrein af op de Monte Santa Maria, een markant herkenningspunt, recht voor ons.
Bij de top gaat de route over in een vlak lopend pad. Het uitzicht vanaf hier zou geweldig moeten zijn, maar helaas gooien wolken en nevel roet in het eten. Op een breder pad - de Etna Panorama Weg - rennen twee verschrikte wilde zwijnen voor ons uit. Mensen komen ze in deze verlaten streek maar nauwelijks tegen.
Lunch in een groot gemengd naaldbomen en eikenbos met een prachtige ondergroei van varens. Na het bos volgt een spectaculaire oversteek van de Lava van 1981. Over een smal paadje doorkruisen we de grillige zwarte lava, die hier nog maar net twintig jaar geleden roodgloeiend omlaag stroomde. Aan de rand van de lavastroom liggen her en der dode bomen. We krijgen zo wel een indruk van de verwoestende kracht van deze recente lava-uitbarsting. Vuur en stenen kwamen tot vlak bij Randazzo dat zoals hiervoor beschreven, maar nauwelijks aan de vernietiging ontsnapte.
Na de oversteek van deze recente lavastroom slaan we een verkeerd pad in. Meer dan een uur dwalen we door stille bossen, op zoek naar de goede route. Uiteindelijk terugkerend op onze schreden vinden we op een steenworp afstand van waar we verkeerd liepen de goede afslag. Omdat we veel tijd hebben verloren met zoeken, steken we een stuk van de route af om op de afgesproken tijd bij het Case Pirao uit te komen.
We wandelen weer opnieuw door de Lava van 1981, nu een stuk lager op de helling maar het landschap om ons heen is er niet minder spectaculair. Een lange verharde kronkelweg leidt omlaag, het dal in en naar het eindpunt van onze tocht.
De tijd verstrijkt. Na lang wachten pakken we maar eens de mobiele telefoon. Enzo is vergeten ons op te halen en nergens te bereiken. Even zit onze gastvrouw met de handen in het haar maar al snel weet ze een vervanger te charteren, die we een uurtje later zien aankomen in een oud vollkswagentje. Rustig tuffen we naar het dorp.
Na nog een korte rondwandeling door Randazzo zoeken we het restaurant op waar we gisteren zo lekker aten. Deze avond is de maaltijd wat minder en zijn er ook minder mensen. Verwonderlijk, want je zou toch op een zondagavond juist meer gasten verwachten. De avond verloopt er, in het gezelschap van andere wandelaars, niet minder gezellig om. Het is allang donker als we terugwandelen naar ons appartement.
Dag 5, maandag 8 september 2003. Vannacht veel gedroomd. Door de vette grillo mista van gisteravond? Wie zal het zeggen ...
Na het ontbijt in Arturo zetten we de bagage klaar. Enzo brengt ze naar Francavilla, onze eindbestemming van vandaag - althans, als hij het niet vergeet! We wandelen we naar het station en stappen op de trein naar Linguaglossa, waar onze wandeling naar Francavilla begint.
Linguaglossa is een aardig en levendig stadje. Opvallend zijn de fraaie muurschilderingen van druiven en klimplanten, trompe l'oueils langs de openbare weg die het oog in verrukking en verwarring brengen. Na de lunchinkopen en de latte macchiato zoeken we de weg door Linguaglossa naar het beginpunt van onze tocht. De wandeling van vandaag loopt over een oud spoorwegtraject, door een valleitje met maar liefst zeven tunnels naar het stadje Castiglione.
We treffen het. Het is niet alleen een fraaie wandeling, maar ook fraai weer. Een vrolijk zonnetje maar ook wat wind, zodat het niet te warm aanvoelt. Negentien graden, een prima wandeltemperatuur.
Ondanks soms diepe waterplassen verloopt de passage van de donkere tunnels zonder problemen. Na de zesde tunnel ontvouwt zich een mooi uitzicht op Castiglione, spectaculair gebouwd op een heuveltop in de brede Alcantara-vallei.
Een steil geitepad brengt ons omlaag naar het stadje. Via nauwe kronkelstraatjes zoeken we de weg omhoog naar de ruïne van de middeleeuwse burcht en de Piazza Lauria. Na een hapje en een drankje vervolgen we onze wandeling naar ons einddoel Francavilla.
De route voert de stad uit, omlaag over smalle paadjes, langs verdorde - bijna verbrande - landerijen. Ook al zijn de akkers dor, van de honger zul je hier niet snel omkomen. Het is herfst en langs het pad hangt de fruitoogst voor het grijpen. We zien overheerlijke blauwe en witte druiven, pruimen, morellen, olijven, tomaten, appels en sinaasappels en nog veel meer. Wel hangen overal waarschuwende bordjes getooid met doodshoofden - overal afblijven dus!
In het kleine gehuchtje Manganiello verfrist Marjan zich bij de dorpspomp. Het laatste stukje van de route gaat langs de snelweg naar Francavilla. Het is even zoeken naar hotel Orange de Alcantara, maar toevalligerwijze zien we net Enzo verschijnen, die onze bagage heeft gebracht. Op zijn aanwijzingen is ons overnachtingsadres snel gevonden.
Francavilla blijkt een gezellig stadje, maar erg druk met verkeer. Er loopt een drukke provinciale weg dwars door het centrum. Het is niet zo mooi als bijvoorbeeld Randazzo of Castiglione, maar heeft wel meer voorzieningen en winkels.
Onder het eten raken we in contact met een Amerikaans stel. Hij is verzamelaar van mini wodka-bottles en speciaal naar Italië gekomen voor een internationaal congres van verzamelaars van deze flesjes in ons hotel. Samen met de zoon van de hoteleigenaar, ook een verzamelaar, bekijken we de indrukwekkende verzameling die deze hier in het hotel heeft aangelegd. Vitrinekast na vitrinekast met miniatuurflesjes in alle vormen en maten en met de meest kleurrijke etiketten passeert de revue. Onze Amerikaan kan niet begrijpen hoe iemand de muziek van Bing Crosby kan verzamelen - mijn passie. Zijn verbazing lijkt ongeveinst en is des te grappiger omdat hij zelf zo'n fanatiek verzamelaar is. Desondanks hebben we echter samen een gezellige avond en het loopt al naar de kleine uurtjes als we onze kamer opzoeken.
Dag 6, dinsdag 9 september 2003. De laatste wandeldag alweer. Wat gaat zo'n vakantie toch snel voorbij! De hoteleigenaar brengt ons in de ochtend per auto naar Graniti. Daar doen we inkopen en gaan vervolgens op pad. We dalen vandaag af naar de Middellandse Zee; onze eindbestemming is de mondaine kustplaats Taormina, zeg maar het 'Zandvoort van Sicilië'. We zijn inmiddels goed ingelopen en ook al is het een warme dag, het wandelplezier is er niet minder om.
De vier kilometer lange klim naar een bergrug op 800 meter is geen enkel probleem. Eenmaal boven worden we beloond met fraaie vergezichten op de Etna. Omstreeks het middaguur komen we aan bij de Monte Lapa. Van daar gaat de wandeling na nog een pittige klim omlaag, naar de kust.
Over mooie bergpaden wandelen we naar Castelmona, een plaatsje dat er vanuit de verte pittoresk uitziet maar dichterbij gekomen slechts een toeristisch coulissendecor blijkt te bieden. Jammer. Voordeel van het toeristisch gebeuren is wel weer dat we er kunnen kiezen uit barretjes en restaurants om even wat te eten en drinken.
Het laaste stuk van de wandeling voert ons naar de kustplaats Taormina. We overnachten in een groot hotel, Sole Castello, een moderne flat met zwembad en vanaf ons balkonnetje een prachtig uitzicht op de Etna.
Het hotel ligt in de bovenstad van Taormina. Via steile trappen - 300 treden - kun je omlaag naar het eigenlijke centrum, dat naar weerszijden uitloopt op brede zandstranden.
Het diner in het hotel is English Style: pubgrub! Dat zou je in Italië toch niet zo gauw verwachten.
's Nachts onweert het. Het geeft een heel lawaai door het gerammel van omvallende stoelen op de balkons. Van de knallen is het niet altijd duidelijk of die nu van het onweer of een feestelijk vuurwerk in de haven afkomstig zijn.
Dag 7, woensdag 10 september 2003. Heerlijk uitgeslapen. Na het nachtelijke onweer is de lucht geklaard. De benauwde warmte is verdwenen en we genieten van een frisse nieuwe dag.
We wandelen de door vele zwerfkatten bevolkte trappen af naar het centrum van Taormina. Taormina is een wat grotere stad dan die wij op onze trektocht over de flanken van de Etna aandeden en in eerste instantie komt het centrum op ons dan ook erg druk over. Wat een mensen! Er wordt vrolijk geflaneerd door de lange winkelstraat die uitpuilt van toeristische winkels. Dat wil niet zeggen dat er geen mooie spullen te koop zijn, alleen rijst wel de vraag: heb je ze ook nodig.
Over deze Via della Case Prullaria wandelen we naar de zuidkant van de stad, waar een kleine markt wordt gehouden en daarna weer terug - Taormina is een langgerekte stad waarin je altijd heen en weer moet om de verschillende bezienswaardigheden te bekijken - naar de overblijfselen van het oude Romeinse amfitheater.
De middag brengen we in en om het hotel door. Tijdens een bezoekje aan een alimentaria in de buurt worden we overvallen door een onweersbui. Het gaat zo te keer, dat in de winkel even de stroom uitvalt. De bliksem knettert en de regen klettert. Niet eens helemaal doornat klimmen we terug over trappen en kronkelwegen naar het hotel. Onder het genot van een glas wijn en het mooie uitzicht op de Etna brengen we de rest van de middag op ons zonnige balkonnetje door.
Na het diner - opnieuw in Engelse stijl - brengen we een gezellige avond door aan het zwembad met wandelaars Jasper en Jan. Voor het eerst op deze reis wordt het koud genoeg om een trui aan te doen. Het is al laat op de avond als we onze hotelkamer opzoeken.
We vervolgen onze reis met een tocht naar de Eolische eilanden, waarover u hier meer kunt lezen. Vanaf het vliegveld van Catania vliegen we een week later terug naar Nederland. Einde van een interessante vakantie waarin we de charme van de stadjes en dorpen op de flanken van de Etna ervoeren en er achter kwamen dat het najaar tegenwoordig geen goede tijd meer is om van het ontegenzeggelijk fraaie landschap van het Middellandse-Zeegebied te genieten. Door de steeds warmer wordende zomers moet je daarvoor nu toch echt in het voorjaar zijn.
HetMagazijn