De Hebriden: The Man with One Arm, 10-23 augustus 2002

ReisMagazijn > De Hebriden: The Man with One Arm

De reis

Vooraf | Het doedelzaktoernooi | Naar Skye | Het eiland rond | De MacLeod's Tables in de Quirang |
Een ongeluk zit in een klein steentje ... eh, hoekje | We ronden Loch Plockrapool |
Over Lewis en Harris | Leverburgh | Een tropisch eiland in de Noordatlantische Oceaan |
Tarbert | De moorlands van Scalpay | Terugreis

Eerste pagina van deze reis | De foto's
Een tropisch eiland in de Noordatlantische Oceaan

Dag tien, maandag 19 augustus 2002. Het is fraai weer en we staan vroeg op. Dat moet ook wel, want om acht uur moeten we al bij de bushalte staan. We zien vanochtend zelf eens hoe snel het weer hier kan omslaan. Tijdens het ontbijt straalt de zon aan de hemel; een kwartier later op weg naar de bushalte worden we overvallen door een striemende regenbui.

Het is maar een kort stukje naar de pier van Leverburgh, waar we de boot nemen naar het eiland Berneray. De veerboot heeft plaats voor maximaal 25 auto's en we tellen er al 24 op het dek. Het is aan boord drukker dan verwacht. Vier druk spelende kinderen onder de hoede van een oudere zus die al lezend alles onder controle houdt. Twee meisjes op fietstocht. En een corpulente computerende dame. Dat zijn de personen die mij opvallen. Van de overtocht zelf zien we weinig. Het regent nog steeds; we kiezen voor de beschutting van de kajuit.

De veerboot legt aan bij de pier van Otternish, een nieuwe aanlegplaats vanwege havenwerkzaamheden en de nieuwe causeway naar North Uist. Als we afmeren is het even droog, maar nauwelijks zijn we op pad of er valt een nieuwe bui. Buien, dat zijn het gelukkig maar. Kort maar hevig. Nog voor we het plaatsje met dezelfde naam als het eiland bereiken, schijnt de zon alweer. We komen langs een winkel annex tearoom langs de weg naar het dorp met de fraaie naam Lobster Pot, waar we uiteraard niet zomaar voorbij lopen.

We vervolgen onze route naar het oude vissersdorp met z'n kades en rotskust met zonnende zeehonden en pittoreske huisjes. Het dorp ligt aan een mooie halfronde baai waar kleine schepen zijn afgemeerd; de vissersvloot van Berneray.

In het dorp is het even zoeken naar de goede route. Ons kaartje is niet echt duidelijk: loopt het pad nu achter de kerk langs of toch niet? Met wat zoeken en vragen komen we verder. We wandelen de weg door het dorp uit, lopen een stuk langs de baai en steken dan door de met helmgras begroeide duinen door naar de andere kant van Berneray. Een smal pad leidt langs schapenweiden en een oud vervallen landhuis naar een grote met bloemen bezaaide vlakte, de Machair, aan de overzijde begrensd door witte duinen. Machair is het Gaelic woord voor 'grasland aan de kust'. Het is een prachtig gezicht zoals deze bloemenvallei in het zonlicht baadt. Over een karrespoor steken we de vlakte over, beklimmen de duinenrij en kijken verrast om ons heen.

Een strand, ja, maar ... een mooier strand hebben we zelden gezien. Het strand is hagelwit, leeg en schoon. Donkerblauwe golven met witte schuimkoppen rollen uit over het zand. In de verte regent het boven Harris. Loodgrijze wolken ontladen zich boven het eiland; de zee onder de wolken is grijsgroen gekleurd. Maar hier, op dit maagdelijke strand dat wij helemaal voor onszelf hebben, schijnt de zon en drijven vriendelijke schapenwolken langs de strakblauwe hemel.

In de verte herkennen we Toe Head waar we gisteren wandelden en de heuvels rond Leverburgh. Pabbay, een klein naburig eiland, baadt in de zonneschijn. In dit fraaie heldere licht lijkt het alsof we plotseling zijn verplaatst naar een tropisch eiland op noordelijke breedte. Lang staan we te kijken en te genieten van dit prachtige uitzicht.

We maken lange wandelingen over het stille strand dat we vandaag alleen met de vogels hoeven te delen. Marjan zoekt schelpen en we struinen van duinrand tot waterlijn.

Midden op het strand houden we een picknick. De wind waait door het haar, het gefluit van vogels klinkt in onze oren, de betoverende kleuren van de noordelijke Atlantische Oceaan staan op ons netvlies. Mooier dan dit kan het niet worden!

We lopen het strand af tot waar het strand smaller wordt en de duinen overgaan in met gras begroeide kliffen. We klauteren over de duinen en wandelen over de machair naar een heuvel, die volgens een lugubere legende is gebouwd van de schedels van misgeboorten. Wij zien er niets dan steen en rots, overigens.

Een karrespoor leidt ons langs enkele kleine akkertjes, wat verdwaald temidden van het gras en wilde bloemen, terug naar de haven. In de Lobster Pot wachten we tot onze veerboot vertrekt. Het weer is nog steeds schitterend. De terugreis met de ferry is een echte zonnecruise!

Terug in Leverburgh nemen we de bus naar Sorrel Cottage. Paula heeft vanavond wilde zalm op het menu - niet uit een kwekerij, maar echte. Je weet niet wat je proeft! We brengen samen met onze landlady een gezellige avond door, waarbij alle wederzijdse interesses de revue passeren. Een mooi besluit van een prachtige dag. Lees verder ...