De Hebriden: The Man with One Arm, 10-23 augustus 2002

ReisMagazijn > De Hebriden: The Man with One Arm

De reis

Vooraf | Het doedelzaktoernooi | Naar Skye | Het eiland rond | De MacLeod's Tables in de Quirang |
Een ongeluk zit in een klein steentje ... eh, hoekje | We ronden Loch Plockrapool |
Over Lewis en Harris | Leverburgh | Een tropisch eiland in de Noordatlantische Oceaan |
Tarbert | De moorlands van Scalpay | Terugreis

Eerste pagina van deze reis | De foto's
Een ongeluk zit in een klein steentje ... eh, hoekje

Dag vijf, woensdag 14 augustus 2002. Opnieuw een mooie dag, al horen we van Betty tijdens het ontbijt dat er vanmiddag regen wordt verwacht. Geeft niet, vandaag is toch een reisdag.

Het duurt nog even voordat de taxi komt. Tijd genoeg voor een kleine wandeling. Betty wijst ons hoe we via de croft van de buren naar de baai kunnen lopen.

Door een hekje, langs een leegstaand huis en over grasland wandelen we op ons gemak omlaag naar Staffin Bay. Het strand blijkt uit grote kiezels te bestaan; zand zien we nauwelijks. Het is lastig lopen over de gladde rotsstenen. Om ons heen zwermen luid krijsende zeemeeuwen. We verstoren de rust in 'hun' stille baai. Landinwaarts mooie uitzichten op de Quirang bergen, waar we gisteren zo'n mooie wandeling maakten.

We steken een klein beekje over en vervolgen de route langs het kiezelstrand tot dat overgaat in grasland. Een stukje moeras nemen we in de looppas. Dat is vaak de beste manier; vooral niet te lang stil blijven staan, dan is er ook geen tijd om weg te zakken in de modder.

Onverwachts kruist een bredere rivier ons pad, de Stefford. Marjan steekt als eerste over, springend van steen naar steen. Zonder een nat voetje komt ze niet over.

Ze doet het echter heel wat beter dan ik het er van afbreng. Halverwege glijd ik uit over een bemoste steen en val languit in het water - niet diep, maar wel koud en nat. De schrik komt pas als ik merk dat ik niet overeind kan komen. Ik kan mijn arm niet gebruiken! Met veel moeite lukt het uiteindelijk toch. Bibberig van schrik en pijn klauter ik naar de kant. Marjan, die mij aanvankelijk uitlacht, komt geschrokken aangelopen nu ze ziet dat het allemaal toch niet zo lekker gaat.

Aanvankelijk lijkt het er op dat ik mijn arm alleen gekneusd heb. Het zal wel weer overgaan ... Maar even later merk ik dat er toch meer aan de hand is. Even rustig zitten en bijkomen. Marjan kijkt ondertussen of mijn camera nog droog is. Dat valt allemaal gelukkig goed mee; ook mijn rugzak is van binnen niet echt nat. Kleren en schoenen natuurlijk wel.

Een gezin dat even verderop aan het wandelen was, brengt ons met de auto terug naar Staffin. Met recht een geluk bij een ongeluk, want er is hier verder geen mens in de buurt.

Terug in Graceland belt Betty meteen de dokter. Helaas, die is op huisbezoek en onbereikbaar. Mijn arm is uit de kom en zelf krijg ik hem niet teruggeduwd. Mijn schouder vertoont een scherpe punt: het bot dat uit de kom is geschoten. Er moet dus wel iets gebeuren. Wachten op de gisteren bestelde taxi lijkt geen optie. Een ambulance dan maar?

Gelukkig bieden andere gasten van Graceland uitkomst. Ze willen ons wel naar het ziekenhuis in Portree rijden. Het lijkt wel een eindeloze rit. Mijn arm, die ik aanvankelijk niet zo voelde, doet nu behoorlijk pijn.

In het ziekenhuis is men er niet gerust op dat de arm alleen maar uit de kom is. "Misschien is-ie toch wel gebroken", zegt de dienstdoende dokter. Röntgenfoto's dus, alleen - hier kan dat niet, want de apparatuur is kapot. En zo beland ik dan toch nog in een ambulance, naar het andere ziekenhuis op het eiland, in Bradford.

Marjan ondertussen is druk in de weer met de telefoon. Ze belt taxichauffeur John en het volgende pension op Lewis, dat er een kink in de kabel is.

De rit naar Bradford duurt een uur. Het regent ondertussen flink. De slechte weersverwachting is uitgekomen. In het ziekenhuis is er gelukkig goed nieuws. De arm is niet gebroken en moet alleen gezet worden. De dokter lukt het echter niet, zelfs niet wanneer hij hulptroepen inschakelt. Daar lig ik dan, onder een goudgele aluminium reddingsdeken en in shock - volgens de dokter dan; zelf heb ik nergens last van.

Onder algehele verdoving moet mijn arm uiteindelijk weer op z'n plaats worden geschoven. De dokter en ik werken van te voren een hele checklist af, om te zorgen dat de anaesthesie goed zal verlopen. Gelukkig heb ik geen gezondheidsklachten en zijn er geen complicaties. "Medically speaking, I'm a very dull person", vertel ik haar. Een paar uur na deze operatie kom ik bij in een tweepersoonskamer in het ziekenhuis. Het is inmiddels etenstijd en nu de pijn in arm en schouder weg is, voel ik mijn maag. Gelukkig is de ziekenhuiskeuken welvoorzien. Tegen zessen zitten Marjan en ik getweëen op bed, heerlijk te smikkelen.

"Wat zijn de kosten van de behandeling?" De dokter kijkt me verbaasd aan. "Alles valt onder de National Health Insurance - dat geldt ook voor buitenlanders", is het antwoord. Mooi, zo'n (inter)nationale verzekering! Als herinnering krijg ik de röntgenfoto's mee die van mijn schouder zijn genomen. Aan dossiervorming voor 'eenmalige bezoekers' doen ze hier niet.

De taxichauffeur blijkt ons te zijn gevolgd, hoor ik van Marjan. Ze heeft al contact met hem gehad. Om half zeven haalt hij ons op en brengt ons naar Uig. De veerboot is ondertussen al lang vertrokken maar we kunnen wel bij hem logeren; zijn vrouw verhuurt ook kamers. Dat is aardig, en zo gezegd, zo gedaan.

Het is anderhalf uur rijden naar Uig. Ik heb nergens last van; door de verdoving is alle pijn verdwenen. Jammer alleen dat het al donker is en dat we niets van de omgeving kunnen zien.

Het eerste dat we doen in het b&b van onze taxichauffeur is de natte kleren uithangen om te drogen. We hebben een eenvoudige kamer in een eenvoudige woning in een croftersbuurtschap met kleine huisjes, omgeven door schapeboetjes en schuurtjes op de klif hoog boven Uig. Als slaapmutsje trakteert John ons op een whisky - "het beste medicijn", volgens hem.

's Nachts worden we wakker van een ruzie. Het geeft een wat unheimisch gevoel, in het donker, op een onbekende plek, de wind die om het huis giert, de boze stemmen. De volgende ochtend hebben beide echtelieden kleine oogjes van de ruzie en de oorzaak daarvan: drank.

Dag zes, donderdag 15 augustus 2002. Een dag achterstand op schema heeft mijn ongelukkige val ons opgeleverd. Gelukkig is dat schema niet zo strak dat we daar geen mouw aan kunnen passen.

Om negen uur rijdt John ons met z'n taxi naar de haven van Uig. Vanaf de klif zien we het stadje in de diepte liggen aan de diepe inham van de Minch. Een kleine verzameling blokkendoosjes, een kerk, en een enorme pier annex golfbreker die schuin het water van Uig Bay insteekt. Toeristenvervoer moet betalen om op de pier te mogen rijden, maar John rijdt ons gratis naar de veerboot die aan het eind van de lange steiger ligt afgemeerd.

Zo hoeft Marjan maar een klein stukje te lopen met onze bagage. Alhoewel ik geen pijn meer heb in schouder en arm, kan ik ze maar nauwelijks belasten. Zelf m'n rugzak dragen zit er voorlopig niet in. Gelukkig is Marjan niet voor een kleintje vervaard en zijn we niet te zwaar bepakt en bezakt. "'t Is goed te doen", zegt ze.

We nemen hartelijk afscheid van John. Goed, hij drinkt meer dan goed voor hem is, maar heeft ons fantastisch geholpen. Marjan maakt excuus dat we vanochtend in de haast geen afscheid namen van zijn vrouw. Hij antwoord adrem, dat-ie dat zelf ook wel eens zou willen - afscheid nemen ... Zeventig jaar en van de ene echtelijke ruzie naar de andere - ik zou er niet aan moeten denken. Maar goed, ze zullen (hopelijk) ook betere tijden hebben gekend.

Eindelijk op weg naar de Na h-Eileanan Siar, de Buiten-Hebriden! Wazig steken de contouren van de eilanden boven de horizon uit, geheimzinnige verten die een belofte inhouden van onbekend land en nieuwe reiservaringen. We zijn benieuwd - en blij dat we ondanks het ongeluk onze reis gewoon kunnen voortzetten.

Het is lekker rustig aan boord. Er staat een stevige wind, witte schuimkoppen op de golven. Aan boord van de grote veerboot merken we niets van de deining. We wandelen wat over het dek, maken foto's, drinken koffie. De overtocht is maar kort en voor we er erg in hebben, naderen we alweer de haven van Tarbert aan de smalle doorvaart tussen de eilanden Lewis en Harris. Eilean Leodhais en Na Hearadh, in het Gaelic dat op de eilanden van de Buiten Hebriden nog steeds veel wordt gesproken.

Op de pier van Tarbert staat Willie MacLeod al op ons te wachten. Herkenbaar, in een tweed jasje. Hoe kan het ook anders op deze eilanden, waar de tweed oorspronkelijk vandaan komt. Willie, onze gastheer in Scadabagh op Harris, is een vriendelijke, innemende man van in de zeventig. Marjan heeft hem gisteren al geinformeerd over onze avonturen en bezorgd vraagt hij hoe het met ons is.

Met de auto rijden we naar Scadabay of Scadabagh. Over de zogenaamde Golden Road, zo genoemd omdat de aanleg een fortuin kostte. Het is een smalle kronkelweg met passables door een ruig landschap met kale grijze rotsen, turf, heide en ontelbare meren en meertjes.

Scadabay ligt aan de oostkust van Harris. Een korte oprijlaan leidt naar Hillhead, het huis van de MacLeods die hier met hun naaste familie een eigen buurtschap vormen. Eigenlijk moet ik dus zeggen: die leidt naar de huizen van de MacLeods! Lees verder ...