De Hebriden: The Man with One Arm, 10-23 augustus 2002

ReisMagazijn > De Hebriden: The Man with One Arm

De reis

Vooraf | Het doedelzaktoernooi | Naar Skye | Het eiland rond | De MacLeod's Tables in de Quirang |
Een ongeluk zit in een klein steentje ... eh, hoekje | We ronden Loch Plockrapool |
Over Lewis en Harris | Leverburgh | Een tropisch eiland in de Noordatlantische Oceaan |
Tarbert | De moorlands van Scalpay | Terugreis

Eerste pagina van deze reis | De foto's
De MacLeod's Tables in de Quirang

Dag vier, dinsdag 13 augustus 2002. Een wandeldag, met gelukkig mooi weer. We willen naar de MacLeod's Tables, een bijzondere formatie in de Quirang bergen. Betty serveert het ontbijt op de kamer. We genieten van het stevige Schotse eten en van het prachtige uitzicht over Staffin Bay vanuit onze kamer.

Op pad. Over de weg langs de Takeaway wandelen we in de richting van de Quirang. Bij de Takeaway komt net de kokkin aangereden. Ze hoopt dat we het droog houden ... En inderdaad, er komen enkele donkere wolken opzetten. Nou ja, voorlopig drijven ze nog gewoon over.

We verlaten de gebaande paden en nemen een one track road, waarin regelmatig passables zijn aangebracht om tegenliggers te laten passeren. Volgens onze kaart moeten we bij een 'cemy' omhoog. Maar wat is een cemy?! Al wandelend lost het raadsel zich vanzelf op. Het is de afkorting voor cemetry, begraafplaats. Vanaf een kleine parkeerplaats daar leidt een karrespoor omhoog de bergen in.

Voordat we echt de bergen ingaan, stelt Marjan voor warme thee te zetten voor in de thermosfles. Ze heeft het gasbrandertje bij zich. Maar helaas heeft de thermos de vliegreis niet overleefd. In zeven stukken valt de binnenfles uit elkaar als Marjan er heet water in giet. Water en brood wordt het dus vandaag - ook niet erg.

Het karrespoor raakt al spoedig met gras begroeid en nog even verderop verdwijnt het bijna in een grasvlakte met grote rotsblokken. Onze routebeschrijving is ook al niet zo duidelijk. Het eerste uur van de wandeling dwalen we rond aan de voet van het gebergte, in een onoverzichtelijk terrein met grote rotsen die het oriënteren bemoeilijken. We moeten niet aan de voet van het gebergte blijven. Ergens hoog op de helling moet ons pad lopen. Alleen ... waar? Want de hellingen zien er uit alsof hier nog nooit een mens is geweest.

Maar goed, omhoog moeten we. Klauteren dus. Tussen de rotsen aan de voet van de Meall na Suiramag (543 meter) door en omhoog. We beklimmen de Prison Rock, eigenlijk vanaf de verkeerde kant, over een enorm steile stenige grashelling. Omhoog gaat nog net; omlaag zou ik hierlangs niet durven! Zouden we zo wel op onze route uitkomen?!

Bovenaan de grashelling ontdek ik een smal pad; niet meer dan een geitespoor eigenlijk. Dat moeten we hebben. We hebben goed gegokt. Marjan zwoegt nog halverwege de helling, maar is blij dat we op de goede weg zijn.

Even uitrusten en genieten van het landschap. Het gaat ons immers om de ervaring, niet om de prestatie. Weer helemaal op adem vervolgen het pad langs de steile donkere rotswand van de Meall na Suiramag.

Beneden ons zien we een wild en woest landschap van heuvels en bergen, gras en mos en hier en daar een heideveld; alles doorspikkeld met het staalblauw van de vele lochs. Daarachter ligt de weg met de van hieraf piepkleine huizenrij van Staffin en de Staffin Bay met het kale rotsige Staffin Island. Veel creativiteit bij de naamgeving had men hier kennelijk niet. Vaag aan de horizon zien we de eilanden Rona en Rousay. Het Schotse vasteland dat daar weer achter ligt, moeten we er maar bij denken. Zo ver reikt het zicht vandaag niet.

Marjan ziet een paadje heel steil omhoog lopen, tussen twee enorme rotsen door. Zou dat naar de MacLeod's Tables leiden? Het ziet er wel onwaarschijnlijk smal en steil uit. We aarzelen, maar lopen door. Achteraf gezien was dit inderdaad het pad naar de Tables - een zware klim omhoog, en misschien nog wel lastiger: weer omlaag.

Verderop komen we bij een imposante rotsmuur. Ons pad loopt er vlak langs en begint te stijgen. Uiteindelijk komen we boven aan de rotsmuur. We klimmen over een hek met stile en komen op een kleine hoogvlakte.

Tussen rotspunten door hebben we schitterende uitzichten naar het noorden naar de plaatsjes Kilmaluag en Balmacqueen. Terugkijkend in de richting waaruit we kwamen, het zuiden, ligt de Quirang aan onze voeten. Een lange rotsklif met steile hellingen en grillige rotspartijen. Het gebergte kent eigenlijk maar weinig toppen; het is meer een langgerekte glooiende hoogvlakte met daarachter de hoge bergen van de Trotternish en de zee.

We houden een appelpauze en volgen dan het pad omhoog, naar de hoogvlakte. Daar blijven we, vanwege het imposante uitzicht, zoveel mogelijk langs de klifrand lopen.

Van daar krijgen we na enige tijd ook een goed uitzicht op de MacLeod's Table, een vlakke groen bemoste 'tafel' diep beneden ons, omringd door grillige rotspunten.

De weg langs de klifkust biedt het ene na het andere uitzicht. Op het landschap om ons heen, de dorpen, de kustlijn, de zee, maar ook de steeds wisselende bewolking. Af en toe vriendelijke witte cumulus, dan drijven er weer donker dreigende regenwolken over.

Overdrijven is hier het sleutelwoord, want al ziet het er verschillende keren naar uit dat we een stortbui krijgen, het blijft de hele dag droog. We vervelen ons geen moment terwijl we bovenlangs terug wandelen naar ons uitgangspunt. Via smalle schapenpaadjes dalen we af naar de weg en wandelen door Staffin naar hotel Flodigarry, waar we de tocht besluiten met een heerlijke maaltijd met haddock (een vis) en frietes, rijkelijk besproeid met een local ale.

Zoals vaker aan het eind van de dag klaart het ook nu helemaal op. In stralende zonneschijn wandelen we terug naar Graceland. Daar staat Betty Nicholson al klaar met de koffie.

We maken telefonisch een afspraak met chauffeur John die ons morgen met zijn taxi naar Uig zal brengen waar de veerboot naar de eilanden Harris en Lewis vertrekt, nemen een warme douche, lezen wat - de avond is om voordat we er erg in hebben. Lees verder ...