De Hebriden: The Man with One Arm, 10-23 augustus 2002

ReisMagazijn > De Hebriden: The Man with One Arm

De reis

Vooraf | Het doedelzaktoernooi | Naar Skye | Het eiland rond | De MacLeod's Tables in de Quirang |
Een ongeluk zit in een klein steentje ... eh, hoekje | We ronden Loch Plockrapool |
Over Lewis en Harris | Leverburgh | Een tropisch eiland in de Noordatlantische Oceaan |
Tarbert | De moorlands van Scalpay | Terugreis

Eerste pagina van deze reis | De foto's
Vooraf

Voor de Schotse westkust ligt, als een schild tegen de stormachtige Noordatlantische Oceaan, een langgerekte archipel met meer dan 500 eilanden: de Hebriden of Western Islands. De Hebriden worden onderverdeeld in de Inner Hebrides, waartoe onder andere Skye behoort, en de Outer Hebrides. Wij bezoeken er de eilanden Lewis met het schiereiland Harris en Berneray.

De natuur op Skye wordt vooral gedomineerd door de bergformaties van de Cuillins en de Quirang. De eilanden van de Outer Hebrides onderscheiden zich vooral door vlakke heidevelden - tot op de dag van vandaag wordt er nog turf gestoken - en door parelwitte stranden aan azuurblauwe wateren aan de westkant en steile kliffen aan de oostelijke kusten. Met name de eilanden van de Outer Hebrides zijn een paradijs voor vogels (en vogelaars). De zee is er natuurlijk de allesbepalende factor die samen met het veelbesproken weer ervoor zorgt dat geen enkele dag hier hetzelfde is.

De Hebriden zijn spaarzaam bewoond. Er wonen circa 50.000 mensen, die voor een deel nog Gaelic spreken. Het bestaan op de eilanden is nooit rijk geweest en dat is goed af te zien aan de kleine dorpen en de vorm van de bebouwing. Ongeveer 100 eilanden zijn onbewoond. Ze worden door mensen gebruikt als weidegrond voor schapen en door vogels als broedplaats. Op bijna alle eilanden staan eeuwenoude ruïnes, forten en kastelen, getuigen van een lange en roerige geschiedenis.

In de nazomer van 2002 reizen wij af naar deze weinig bezochte eilanden, nieuwsgierig gemaakt door de mooie reizen die reisbureau Travellers Wandelreizen naar deze streken aanbiedt.

Het doedelzaktoernooi

Dag een, zaterdag 10 augustus 2002. Tjonge, wat een drukte op Schiphol! Mensen rijgen zich aaneen tot lange rijen voor de incheckbalies van de charters. Gelukkig hebben wij een lijnvlucht geboekt. Met EasyJet deze keer. Met ons e-ticket - de eerste keer dat we met zo'n printje bij de balie verschijnen - verloopt het inchecken snel en makkelijk.

Niet alleen zijn we ruim op tijd, het vliegtuig heeft ook nog eens een uur vertraging. Op ons gemak dwalen we door de grote hal vol taxfree winkeltjes met een verbazingwekkende hoeveelheid spullen die geen mens nodig heeft. De boekwinkel, de parfumzaak, een lekker kopje koffie - de tijd glijdt voorbij. Van gate D14 worden we naar D4 verwezen. Ja, zo'n vertraging verstoort de schema's! Een vriendelijke stewardess nodigt ons uit te pre-boarden. Een nieuwe uitvinding, die niet meer betekent dan dat de wachttijd in tweeen wordt geknipt: vóór het inchecken en na het inchecken. Want het vliegtuig mogen we nog niet in.

Uiteindelijk is het dan toch zover. Marjan en ik gespen ons in de riemen voor de vlucht naar Schotland. EasyJet heeft alle franje van maaltijden en drankjes afgeschaft. Wie zit daar ook op te wachten op zo'n korte vlucht? En als je toch nog trek hebt: je kunt in het vliegtuig weliswaar niets krijgen maar wel van alles kopen ...

Boven Schotland zweven grote stapelwolken. Daar tussendoor is het helder. Na een voorspoedige landing op het vliegveld van Glasgow en een soepele afwikkeling van formaliteiten wandelen we de aankomsthal binnen. Daar staat ons contact, Ian Pragnell, ons al op te wachten. Een vriendelijke grijzende man. Hij rijdt ons naar Scott's Guest House van John Smith en Wilma Campbell, met uitzicht op de rivier de Kelvin - een makkelijk herkenningspunt in een grote stad.

Scott's Guest House zit in een oud Victoriaans straatje. Grijsgele zandstenen gevels staan in een lange rij in het gelid, uitkijkend op een groot smal park waar de rivier doorheen stroomt. We worden vriendelijk welkom geheten en naar onze kamer gebracht, een grote hoge ruimte met een later ingebouwd badcelletje. Met Ian spreken we af dat hij morgen onze bagage naar het spoorwegstation Queens transporteert. Met bagagevervoer, stond in de reisbeschrijving, en dat geldt dus ook al in de stad. Service, hoor!

Marjan las in het luchtlijnblaadje van EasyJet iets over een doedelzaktoernooi. Met de subway gaan we er heen. Het toernooi vindt plaats in een groot park, de Glasgow Green. Al vanaf de metrohalte zien we de deelnemers lopen. In traditioneel kostuum, met slobkousen, geruite kilt en uiteraard het instrument waar vandaag alles om draait. Het evenement is veel groter dan wij hadden gedacht. Onder de duizenden gelijkgestemde mensen heerst een gezellige en gemoedelijke sfeer. Behalve toernooi is de bijeenkomst ook een ontmoetingsplek van oude bekenden, dat is duidelijk te zien en te horen.

De World Pipe Band Championships worden al sinds 1986 in Glasgow gehouden. Meer dan 200 bands uit de hele wereld en meer dan 7000 musici strijden om de eerste plaats. We wandelen rond over het terrein, van band naar band, van optreden naar optreden. Opeens zijn we echt helemaal in Schotland!

De Glasgow Green, een van de oudste parken van Glasgow, ligt aan de rand van de stad in de nabijheid van de rivier de Clyde in een wat armelijk aandoende wijk. Veel hoge nieuwbouw, maar ook veel panden die òf rijp voor de sloop òf zonet met de grond gelijk gemaakt zijn. Er zijn (liggen) veel zwervers op straat. Een heel contrast met het veel sjieker aandoende centrum van Glasgow, waar ons guesthouse ligt.

Het doedelzaktoernooi is leuk om te zien maar na een uurtje hebben we de doordringende muziek wel lang genoeg gehoord. En er is natuurlijk meer te zien in Glasgow. We laten de blazers achter ons en beginnen aan een lange wandeling door Glasgow. In de richting van het centrum gaat onze tocht, langs grote brede avenues met grote brede winkels. We drinken een biertje in een gezellige pub, lopen winkels in en uit. Het loopt langzamerhand tegen de avond. In een volgende pub eten we een hapje. Pub grub, maar toch lekker, na een lange reis en ditto wandeling. Terwijl het buiten langzaam donker wordt, verandert de pub van een eet- en drinkgelegenheid in een disco en met de sfeer verandert ook het publiek. Een dame in alcoholische roes wordt met zachte hand verwijderd en in een taxi gezet. Naar huis, of naar een volgende kroeg?

Ook buiten op straat verandert de sfeer van rustig en gemoedelijk naar die van een uitgaansbuurt. En niet één van de betere. Ondanks het vroege uur - het loopt pas tegen achten - zwalken groepjes aangeschoten jongeren over straat. Ze ruiken kennelijk dat we niet van hier zijn. Er wordt geroepen en geschreeuwd. Onsamenhangend en onverstaanbaar. Misschien maar goed ook.

Met de metro keren we terug naar het guesthouse, waar we de rest van de avond doorbrengen met het bestuderen van het uitgebreide tour pack dat Ian ons bij aankomst op de luchthaven overhandigde.

Naar Skye

Dag twee, zondag 11 augustus 2002. Om acht uur ontbijt in de fraaie ontbijtzaal in het onlangs helemaal opgeknapte guesthouse.

Een uurtje later zetten we onze bagage beneden in de hal klaar voor Ian om naar het treinstation te vervoeren. We hebben nog de hele ochtend de tijd en wandelen naar het centrum van Glasgow via een brede winkelstraat, de Great Western Avenue. Eerst natuurlijk de verkeerde kant op. Het duurt even voordat we in de gaten hebben dat de bordjes centre de andere kant op wijzen!

Het centrum van Glasgow kenmerkt zich door een eclectische mengeling van bouwstijlen. Glasgow is een architectonische droom of nachtmerrie - het is maar hoe je het bekijkt. Victoriaanse rode en honingkleurige zandsteen en middeleeuwse spitse torens staan naast neogotische bouwwerken; we zien art nouveau naast het glas en staal van de eigentijdse stad.

Glasgow is de op twee na grootste stad in Groot-Brittannië en de grootste van Schotland. De hele stad is, afgezien van een klein aantal oudere bouwwerken, een product van de laatste tweehonderd jaar. Van beslissende betekenis voor de groei van de stad was het uitbaggeren van de Clyde. Tweehonderd jaar geleden kon je de rivier bij eb nog te voet oversteken; tegenwoordig is Glasgow een havenstad waar ook de grootste schepen binnen kunnen lopen. Door veel investering in cultuur en architectuur werd Glasgow in 1990 als eerste niet-hoofdstad uitgeroepen tot Culturele Hoofdstad van Europa en in 1999 tot Britse Stad van Architectuur en Design.

De omgeving wordt steeds sjieker en netter naarmate we dichter bij het stadscentrum komen. Het is nog vroeg in de ochtend; her en der openen de winkels hun deuren, vanuit de café's en barretjes komen geuren van brood en heerlijke verse koffie. Wie zei dat Groot-Brittannië een thee-land was?!

Jammer genoeg werkt het weer vandaag niet mee. Een miezerig motregentje verandert na enige tijd in stevige regen. Een bui voor de hele dag. Het ziet er niet naar uit dat het vandaag nog droog wordt.

Na een uitgebreid bezoek aan W.H. Smith - Schotten en Britten weten hoe een boekwinkel eruit moet zien! - wandelen we al snel in de richting van het spoor. Het station in Queens Street is een groot kopstation met veel winkeltjes in de grote hal. We slaan wat sandwiches in voor de lange treinreis die we voor de boeg hebben. Even na twaalven komt Ian Pragnell opdagen met onze rugzakken.

In de trein hebben we gereserveerde plaatsen, tegenover een moeder met een jong meisje met vlammend rood haar. Ze komen van Rum, één van de eilanden van de Binnen-Hebriden, zuidelijk van Skye gelegen. Het is bergachtiger dan de nabij gelegen eilanden Eigg, Canna, Sanday of Muck. Het eiland is beroemd om het mooie landschap en is daarom ook een natuurreservaat.

Permanent leven op Rum slechts 30 mensen, temidden van de jaarlijks ongeveer 6000 bezoekers. De meeste mensen komen slechts enkele uren aan land, wonderlijk genoeg niet voor de natuur maar om het Kinloch Castle, een negentiende-eeuws buiten, te bezichtigen. Slechts een kleine groep blijft wat langer en neemt de moeite om wat meer te zien van dit mooie eiland, waar je ondanks de status van natuurreservaat kunt gaan en staan waar je wilt. De verhalen over het eiland en de prachtige natuur daar klinken zo aantrekkelijk dat ik meteen zin krijg om er heen te gaan!

Het is een lange treinreis. de reis van Glasgow naar Mallaig duurt meer dan vijf uur. Het landschap is groen, leeg, rotsig - en nat natuurlijk, want het regent onafgebroken. Talloze prachtige lochs en bens trekken aan ons voorbij. De stationnetjes onderweg zorgen voor welkome onderbrekingen. De langgerekte gebouwtjes, met hun balustrades, bloemenperkjes, potplanten en keurig aangeharkte grintperrons doen vriendelijk en huiselijk aan.

Na Fort William, de enige wat grotere plaats langs onze route, begint het weer toch een beetje op te knappen. En aangekomen bij ons eindstation Mallaig schijnt zowaar de zon.

Met de rugzakken wandelen we van station naar de pier. De veerboot legt net aan. Een onwaarschijnlijk lange stroom auto's komt uit de buik van het schip tevoorschijn. We genieten van de mooie zonnige overtocht naar het Neveleiland Skye, dat door een brede vaargeul van het vasteland wordt gescheiden. In de verte zien we ook een brug. Een 'echt' eiland is Skye dus niet meer, maar toch zijn onze verwachtingen hooggespannen: We gaan naar de Hebriden!

Bij de aanlegsteiger op Skye staan onze gastvrouw en gastheer, Julie en Peter MacDonald, al op ons te wachten.We worden vriendelijke welkom geheten en naar het pension gereden, hoog op een heuvel in Sleat met fraai uitzicht rondom op het water en, aan de overkant, Mallaig.

We eten deze avond niet in het b&b, maar in een hotel in het nabij gelegen dorpje Isleornsay. Een lekker stukje wild met appeltaart na. We brengen er een gezellige avond door met andere touristen, twee Australiërs die toevallig ook in ons b&b verblijven, Duitsers, een Engels stel en een aartsconservatieve Schot-uit-Amerika. "I'm a confederate" - zó conservatief dus! Na nog een paar biertjes wandelen we met de Australiërs door nachtelijk Skye terug naar ons b&b. Lees verder ...