
ReisMagazijn > Denemarken
De reis
Vooraf | 1 - Heenreis |
2 - Fietsen rond Tønder |
3 - Naar Rømø en het noorden |
4 - Toppen af Jylland |
5 - Omzwervingen in Djursland |
6 - Wonderful Copenhagen |
7 - Over Elbe en Weser naar huis | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
5 - Omzwervingen in Djursland | 6 - Wonderful Copenhagen | 7 - Over Elbe en Weser naar huis | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
4 - Toppen af Jylland
Dag 4, vrijdag 12 juli 2002. We worden wakker van de warmte van de zon die op het tentzeil schijnt. Mooi weer dus! Na het ontbijt breken we op en rijden in een uurtje naar Holstebrø. Holstebrø is een wat slaperig aandoend stadje met fraaie, moderne architectuur en net als in Ribe weer ruime parkeerplaatsen in het centrum. Wat is Denemarken toch een 'leeg' land in vergelijking met Nederland!
We maken een wandelingetje door het centrum en bezoeken de vele boekwinkels. Het assortiment valt wat tegen. Het aantal titels is niet groot en in iedere winkel zien we dezelfde boeken liggen. Ook hier is het weer duur. Ik zie een boek van Jean Auel liggen, een mooie gebonden band weliswaar, maar 150 gulden is toch wel een heel forse prijs, voor onze begrippen.
Van Holstebrø rijden we naar Viborg en vandaar zetten we koers naar het grootste bos van Denemarken. Het rijden over de Deense wegen is prettig. De wegen zijn leeg en de rijders rustig.
Ondertussen verandert het weer. Er komt bewolking opzetten en af en toe spettert het wat. Het lijkt wel alsof de wolken boven het bos samentrekken. Het bosgebied ziet er on-Deens uit. Het vlakke land verandert in een gebied met flinke heuvels dat soms wel wat weg heeft van de Ardennen.
We lunchen bij een picknickplek, tussen de buien door. Onze wandelplannen laten we maar varen; in de regen rondstappen, daar is weinig aan. We beraadslagen over de verdere route. Rijden we naar Aalborg? Of gaan we door naar Skagen? We kiezen uiteindelijk voor deze laatste bestemming. Luisterend naar de zoetgevooisde klanken van Willem Duys' Muziekmozaiek (op een cassettebandje) zoeven we over de snelweg noordwaarts.
Langzamerhand wordt het drukker op de weg. Het lijkt wel of iedereen de Toppen af Jylland, het noordelijkste puntje van Denemarken wil bezoeken! Vlak onder Skagen begint ook weer onze dagelijkse zoektocht naar een camping. Toevalligerwijs komen we in de buurt van het plaatsje Tuen een camping tegen die nu eindelijk eens aan onze verwachtingen voldoet: Klein en rustig. Er staat zelfs een SRV-bordje bij de ingang; we zijn hier dus zeker niet de eerste Nederlanders. We reserveren gelijk maar voor drie nachten.
De eerste daarvan kunnen we de tent in de auto laten. Op het terrein staat een hut waar we kunnen overnachten. Helaas is die de andere nachten al bezet, maar vannacht kunnen we er terecht. Koken in een keukentje, hoe klein ook, is toch wel wat gerieflijker dan op een primus in het veld. Marjan kookt een lekkere maaltijd die we ons goed laten smaken. We brengen een deel van de avond door in gezelschap van campinghoudster Joni. Het is gezellig en de tijd vliegt. Het is al laat als we de dekbedden openslaan.
Dag 5, zaterdag 13 juli 2002. Toch luxe, zo'n nacht in een echt bed! Jammer dat we slechts één nacht in de hut kunnen slapen. Na het ontbijt bereidt Marjan alvast het avondeten terwijl ik alvast de tent opzet, achter een boom naast het washuis, tegen de houtwal aan. Door het geboomte zien we de naastgelegen boerderij liggen, midden in een korenveld. Aan het eind van de ochtend stappen we op onze fietsen.
We fietsen rechttoe, rechtaan de Skiverenvej af naar Skiveren. Bij een kerkje houden we een korte pauze. We rijden door een landschap dat ons erg aan het eiland Texel doet denken: met weiden, paarden, en zonder megaschuren of andere industriële uitingen van landbouw of veeteelt.
Een eind verder begint een gravelpad. Cykelroute 1 staat er bij. We dubben even of we het pad zullen volgen. Op de camping werd wel zo'n fietsroute genoemd, maar of het nu deze is of een andere? Uiteindelijk besluiten we het pad maar te volgen - geen verkeerde keuze, want cykelroute 1 ontpopt zich als een goed begaanbaar pad door mooie natuur. Heide, gras, duinen en bossen. Een gevarieerd landschap.
We lunchen midden op de Bunken Klitplantage, een uitgestrekte vlakte met duinheide, gras en dennenbossen. In dit noordelijkste puntje van Denemarken werden in de negentiende eeuw verschillende van deze plantages aangelegd om het land te beschermen tegen de westenwind en het stuifzand. Dat laatste is hier in ruime mate aanwezig. De plantage grenst in het oosten aan een indrukwekkende groot stuifduin, de Råbjerg Mile. Het duin, dat jaarlijks vijftien meter naar het noordoosten 'wandelt', vormt ondanks de klitplantages een serieuze bedreiging voor wegen en gebouwen. Over een smal fietspad passeert af en toe een eenzame fietser. Verder is het hier vredig, leeg en stil.
In de Bunken Klitplantage staan nog veel bunkers uit de tweede wereldoorlog; we passeren er verschillende. Ze zien er uit alsof ze nog in gebruik zijn; waarvoor weten we niet.
Nabij Skagen eindigt de fietsroute. We komen vanuit het bos bij een groot weiland - vól met motorrijders. Die vieren hier hun jaarlijkse bijeenkomst. Het is een overgang die ons wel even doet slikken. Van de rust en ruimte van bossen en duinlandschap naar de biertenten, de drukte, het geronk van honderden motoren en de daarbij horende benzinedampen. Pech voor ons dat ze hun bijeenkomst nu net dit weekend hebben. We hadden de bijeenkomst en de drukte rond Skagen graag gemist. Want er wordt natuurlijk volop getourd. Ach, ieder heeft recht op ruimte - alleen zie je nu wel weer dat niet alles samengaat.
Vakantiedorp Skagen en omgeving worden overstroomd door mannen en vrouwen op hun snelle machines. We rijden langs de haven. Ook daar een drukte van belang; er wordt net ingescheept op een boot naar Zweden. Aan het eind van de havenweg staan mooie karakteristieke geel geschilderde huizen met witte kalkbanden langs de randen van de daken.
We komen nu op de drukke kustweg naar de stranden aan het noordelijkste puntje van Denemarken. Langs de hele weg zitten mensen op klapstoeltjes naast de auto langs de kant. Samen bekijken ze het verkeer. Nooit eerder zag ik zo veel bermtoerisme - berm-massatoerisme, mag je wel zeggen!
Aan het eind van de lange weg stallen we onze fietsen en wandelen het strand op. Een uurtje zonnen in het zicht van het noordelijkste puntje, heerlijk. We beklimmen de vuurtoren bij Grenen, voor een mooi uitzicht op de samenvloeiing van Kattegat en Skagerrak en op de drukke en volle stranden.
Terug in Skagen nemen we een kijkje in het Skagens Museummet schilderijen en tekeningen van negentiende-eeuwse Deense, Zweedse, Noorse, Duitse en Engelse kunstenaars die met elkaar gemeen hebben dat zij alle gefascineerd waren van de speciale lichtval in Toppen af Jylland, het noordelijste puntje van Jutland. Bijzondere indruk maken de 'blauwe' schilderijen van een vooraanstaand lid van de Skagensmalerne, Peder Severin Krøyer. Langs het kunstenaarshotel rijden we naar de auto- en motorenvrije winkelstraat. Even tijd voor een patatje voordat we de cykelroute terug naar Tuen aanvaarden.
Het weer betrekt. Dreigende wolken zetten op, maar de verwachte regen zet niet door. Op een paar druppels na blijft het droog. Door duinen en heidevelden rijden we terug naar onze camping. Om half acht komen we daar aan. "Waar bleven jullie?", roept campinghoudster Joni ons toe. Fijn dat we gemist worden!
Marjan maakt voor het avondeten een lekkere maaltijdsalade. Van de campingboer krijgen we een tafel te leen; dat eet natuurlijk prettiger dan zittend op de grond. Het is weekend, en een stuk drukker op de camping dan voorheen. Na een verfrissende douche brengen we de rest van de avond lezend door in de stille televisiekamer. Tegen elf uur keert op de camping de rust weer. In de nachtelijke stilte zoeken we onze tent op.
Dag 6, zondag 14 juli 2002. Negen uur. Alles is nog lekker rustig op de camping. Wassen, ontbijten en klaarmaken voor de fietstocht van vandaag. We nemen net als gisteren cykelroute 1, maar nu de andere kant op, in de richting van het kustplaatsje Hirtshals. We fietsen door de Tversted-plantage. Door mooie bossen en prachtige lelievijvers leidt het pad naar de kust.
Ook hier volop auto's op het strand. Dat blijft toch maar een gek gezicht. We zonnen en luieren enkele uren in een beschutte duinpan, Marjan met geleende Story's en Privé's; ik met een verhalenbundel van science-fiction schrijver John Wyndham. We nemen het er van, het is tenslotte vakantie.
Over het harde zandstrand fietsen we langs de zee tot aan de Flotbaek, een beekje dat hier in de Noordzee uitmondt. Over soms zeer smalle en bochtige weggetjes zoeken we ons pad terug naar de asfaltweg, waar we de fietsroute weer oppikken. In Tversted stoppen we voor een ijsje. We zwerven nog geruime tijd rond in deze kuststreek met z'n fraaie bossen en duinvalleien.
In de namiddag strijken we neer in de kro van Tversted voor de maaltijd. Daarna rijden we terug via Skiveren, waar we in de grote campingwinkel inkopen doen. Tot slot rijden we nog even naar het strand. Het is nog te vroeg om de zon in de zee te zien zakken. We staan om acht uur op het strand, en het is op deze breedte zeker tot half elf nog licht. We koesteren ons nog even in de warme stralen.
Dan rijden we terug naar onze camping in Tuen, waar het ondertussen - het weekend is voorbij - weer heerlijk rustig is. Lees verder ...
HetMagazijn