
ReisMagazijn > Lapland: Een wandeltocht door Indre Troms
De reis
Vooraf |
1. Treinreis naar het hoge noorden, deel een |
2. Treinreis naar het hoge noorden, deel twee
3. Treinreis naar het hoge noorden, deel drie |
4. Met de bus naar Skibotn
5. Langs het Kilpisjävri en het Galdajävri naar de Galdahytta |
6. Door het Galdajävri-dal naar de Gappohytta
7. Over de Njärrejakka en door het Isdalen naar de Rostahyttene
8. Over de Rostaelva naar de Daertahytta in het Øvre Dividal Nasjonalpark
9. Over het Jerta-gebergte naar het Dividalen
10. Dividalen |
11. Door het Anjavasdalen naar de Vuomahytta |
12. Door onherbergzame streken naar de Gaskashytta
13. Door de berkenbossen van de Lifjellet naar de sledehondenman van Innset
14. Langs het Lappenkamp naar de Lappejordhytta |
15. Rustdag bij het Torneträsk
16. Naar het treinstation van Björkliden |
17. Thuisreis |
Nawoord
Eerste pagina van deze reis | De foto's
3. Treinreis naar het hoge noorden, deel drie | 4. Met de bus naar Skibotn
5. Langs het Kilpisjävri en het Galdajävri naar de Galdahytta | 6. Door het Galdajävri-dal naar de Gappohytta
7. Over de Njärrejakka en door het Isdalen naar de Rostahyttene
8. Over de Rostaelva naar de Daertahytta in het Øvre Dividal Nasjonalpark
9. Over het Jerta-gebergte naar het Dividalen
10. Dividalen | 11. Door het Anjavasdalen naar de Vuomahytta | 12. Door onherbergzame streken naar de Gaskashytta
13. Door de berkenbossen van de Lifjellet naar de sledehondenman van Innset
14. Langs het Lappenkamp naar de Lappejordhytta | 15. Rustdag bij het Torneträsk
16. Naar het treinstation van Björkliden | 17. Thuisreis | Nawoord
Eerste pagina van deze reis | De foto's
7. Over de Njärrejakka en door het Isdalen naar de Rostahyttene
Donderdag 27 augustus 1992. Regenkleding aan vandaag. Achter de hut is het even zoeken voordat we het juiste spoor oppikken, in de richting van de rivier de Njärrejakka. Over een goed pad lopen we door een vlakke vallei. Aanvankelijk tegen wind en regen in; wat later wordt het gelukkig droog. Zo snel mogelijk gaat de plakkerige regenkleding weer uit.
De Njärrejakka is, op de plaats waar wij de rivier kruisen, een brede stroom. Het is nog een hele kunst om met droge voeten aan de overkant te komen. Het gespring van rots tot rots en het zoeken naar de beste en veiligste weg duren wel meer dan een kwartier. Oncko geeft ons de makkelijkste route aan. Er zijn, in het midden van de rivier, toch nog wel enkele lastige stukken. Het water is er wat dieper en stroomt nog wat sneller; de stenen liggen wat verder uit elkaar en zijn soms door algengroei spekglad. Het valt niet altijd mee om goed in evenwicht te blijven met die zware rugzak. Met knikkende knieën komen we op de andere oever aan. Alleen Magteld heeft natte voeten door een misstap op het laatste stukje. Een mooi moment voor haar om droge sokken aan te trekken en voor ons om even te pauzeren.
Na de oversteek wordt de vallei smaller en het pad rotsachtiger. Geleidelijk stijgen we tot een hoogte van 900 meter. We bevinden ons nu in een grijze rotswoestenij met smalle snelstromende rivieren, kleine heldere bergmeertjes en sneeuwvelden. De sneeuwgrens in deze streek ligt op ongeveer 1000 meter; daar zijn we dus niet zo ver van af. Tussen de rotsen is slechts hier en daar enige karige begroeing zichtbaar. Een korte rustpauze in de luwte van een rotsrichel, even uit de wind. Het is een pittige klim over een kronkelend rotspad, dat af en toe vrij steil omhoog of omlaag gaat.
Met enige moeite steken we, vlak na een kleine waterval, nogmaals de nu heel wat smallere Njärrejakka over. De ene helft van de groep waagt de sprong van gladde rots naar gladde rots over de kolkende stroom die met luid geraas omlaag stort. Marjan, Magteld en ik proberen wat verder stroomafwaarts, waar de rivier wat rustiger is, ons geluk.
We houden lunchpauze aan de voet van de waterval. We bevinden ons nu in het Isdalen, op ongeveer twee-derde van onze dagtocht. Het wandelen gaat me goed af, al heb ik nu en dan wel wat last van m'n schouders door het gewicht van de rugzak. Door die af en toe 'op de heupband' te dragen probeer ik mijn rug wat te ontlasten. Het plezier in de prachtige tocht wordt er zeker niet door bedorven.
De rest van de wandeling bestaat uit een geleidelijke afdaling door het Isdalen, een vallei die voornamelijk uit graslanden, de Isdalsfjella, bestaat. Hier en daar komen watervallen van de bergen omlaag die de rivier Iselva voedden. Dat betekent dus dat de nodige stromen moeten worden overgestoken, hetgeen zonder problemen lukt. We passeren het 1420 meter hoge Maskanvarri-massief, een markante bergrug, prachtig roodbruin met aan haar voet een reusachtige 'jurk' van grijsgekleurd puin.
Na de Maskanvarri komen we op een driesprong van dalen. Vanaf onze hoogte - het Isdalen is het hoogstgelegen van de drie - hebben we een prachtig gezicht op de weidse fjella, die zich met name naar het oosten kilometers ver uitstrekt. Op de kaart zie ik dat de graslanden daar overgaan in een uitgestrekt moeras, waar de grote rivier Rostaelva doorheen stroomt. Addjatvardo is de naam van dit gebied.
In een rustig tempo dalen we verder het dal in, naar de Rostahytta. Die zien we al van verre liggen aan de oever van de snelstromende Rostaelva, op een ydillisch plekje te midden van enkele nog frisgroene berkenbosjes. Vanaf de andere stenige oever verheft zich verderop een steile berg, de Ligavarri, waarvan de hoogste delen met sneeuw bedekt zijn.
Ons pad loopt evenwijdig aan de Iselva die kort voor de Rostahytta samenstroomt met de Rostaelva, die het dal waar we ons nu bevinden haar naam geeft: het Rostadalen. Onze omgeving ziet er, nu we weer enkele honderden meters lager zijn, een stuk lieflijker uit. Bloeiende geraniums, prachtig verkleurde heide, gras en dwergberken bedekken de grijze steenmassa's. En niet alleen het landschap maar ook het weer wordt wat vriendelijker. Terwijl we de hut naderen breekt zowaar de zon, die we de hele dag nog niet zagen, door.
Er zijn al mensen in de hut, die wat kleiner is dan de vorige en ook een andere indeling heeft. Er zijn nog maar vijf slaapplaatsen over, tellen we. We maken de boel eerst maar eens een beetje schoon, want ook hier is het een rommel - alhoewel niet zo erg als gisteren. Dan eerst thee.
Er wordt gekookt. Macaroni met prei, worst en een prutje. Die synthetische poeders en gedroogde groenten van Oncko smaken prima! Een kopje koffie of chokola besluit de maaltijd.
De andere bewoners van de hut, Noorse sportvissers, arriveren. Ze hebben een flink maal forellen bij zich. Omdat zij hier al enkele dagen zijn en de richtlijnen van de Noorse bergsportvereniging voorschrijven dat na één overnachting nieuwkomers voorrang krijgen, worden voor ons slaapplaatsen vrijgemaakt. Het gaat allemaal gemoedelijk genoeg. Als de vis is schoongemaakt en de hut zich vult met een heerlijke vislucht worden we zelfs nog uitgenodigd om een klein hapje mee te eten.
Later op de avond maken Marjan en ik een kleine wandeling naar de even verderop gelegen brug over de rivier. De zware bewolking is grotendeels weggetrokken en we koesteren ons in de stralen van de avondzon. De spaarzame berkebomen werpen lange schaduwen en de enkele reeds verkleurde bladeren lichten prachtig op in de warme gloed. Het is gewoonweg heerlijk in deze schitterende, vrijwel ongerepte wildernis, met geen andere geluiden dan de wind door de bomen, het geruis van de rivier en het gekrijs van de vogels, hoog in de lucht.
Marjan leest nog wat buiten bij de hut. Ik lig wat op bed te soezen. De slaapruimtes in deze hut zijn slechts van de gemeenschappelijke ruimte gescheiden door gordijnen. Het is dus wat warmer en benauwder dan in de vorige hutten.
's Nachts word ik af en toe wakker van gejank. Wolven? Wie weet, in deze onherbergzame streken, ver van de bewoonde wereld ... De volgende ochtend blijkt echter dat mijn fantasie met me op de loop is gegaan. Laat op de avond, toen ik al sliep, arriveerden nog twee kampeerders met nogal onrustige huskies, de veroorzakers van het lawaai. Lees verder ...
HetMagazijn