Lapland: Een wandeltocht door Indre Troms, 21 augustus-7 september 1992

ReisMagazijn > Lapland: Een wandeltocht door Indre Troms

De reis

Vooraf | 1. Treinreis naar het hoge noorden, deel een | 2. Treinreis naar het hoge noorden, deel twee
3. Treinreis naar het hoge noorden, deel drie | 4. Met de bus naar Skibotn
5. Langs het Kilpisjävri en het Galdajävri naar de Galdahytta | 6. Door het Galdajävri-dal naar de Gappohytta
7. Over de Njärrejakka en door het Isdalen naar de Rostahyttene
8. Over de Rostaelva naar de Daertahytta in het Øvre Dividal Nasjonalpark
9. Over het Jerta-gebergte naar het Dividalen
10. Dividalen | 11. Door het Anjavasdalen naar de Vuomahytta | 12. Door onherbergzame streken naar de Gaskashytta
13. Door de berkenbossen van de Lifjellet naar de sledehondenman van Innset
14. Langs het Lappenkamp naar de Lappejordhytta | 15. Rustdag bij het Torneträsk
16. Naar het treinstation van Björkliden | 17. Thuisreis | Nawoord

Eerste pagina van deze reis | De foto's
5. Langs het Kilpisjävri en het Galdajävri naar de Galdahytta

Dinsdag 25 augustus 1992. Gelukkig duurt de nacht maar kort. Al om zes uur staan we op en laten ons in twee groepen door de campingbeheerder naar het Kilpisjävri-meer rijden, een tocht van drie kwartier.

Het weer is vandaag wat minder. Zware bewolking. Of het droog zal blijven? Volgens onze chauffeur wel. Ik heb er een hard hoofd in.

Oncko, Marjan en ik vormen de eerste groep. We worden een kilometer voor Silastupa afgezet en struinen wat rond in de lage berkenbosjes aan de voet van de Pikku-Malla (783 meter). In het zuidoosten doemt de afgeronde top van de Saana, een heilige berg van de Samen, op.

Gisteravond heeft Oncko nog even de keuze tussen een boot- of wandeltocht ter sprake gebracht. Iedereen is er echter op gespitst met de wandeltocht te beginnen, zodat de vaar-optie snel van tafel verdwijnt.

Er staat behoorlijk wat wind en tijdens het wachten op de tweede groep krijg ik het behoorlijk koud. Na aankomst van Gabriëlle, Magteld en Alexander gaan we dan ook direct van start.

Over de smalle landengte tussen Kilpisjävri en het veel kleinere Silasjävri stijgt het pad omhoog langs de noordflank van de Pikku-Malla. Het pad voert door berkenbossen met een ondergroei van bessenstruiken en paars bloeiende wilde geraniums. Grote rotsblokken tussen de bomen zijn met donkergroen mos bekleed. Op een kleine, zompige hoogvlakte hebben we een weids uitzicht op het Silasjävri en een aantal kleinere vennetjes ten noorden van ons pad. Slingerend over deze rotsige vlakte, bedekt met rotsen en prachtig rood en geel verkleurde lage bessenstruiken en dwergberken, bereiken we na ongeveer anderhalf uur een noodhut op het zadel tussen de Pikku- en de nog veel grotere en hogere Iso-Malla (920 meter).

De noodhut is een halfrond hol met een golfplaten zoldering, ingegraven in de heuvel. Een kleine nauwe opening geeft toegang tot de verrassend ruime en hoge hut, waar makkelijk tien mensen in passen. Langs de wanden staan ruwhouten banken. Ik kan me slechtere plaatsen bedenken om bij rotweer te schuilen.

Vanaf de heuvel waarin de noodhut is gebouwd, hebben we een geweldig uitzicht over het Kilpisjävri, dat we eigenlijk vanaf deze plek pas in haar volle omvang kunnen overzien.

Op het zadel is weinig beschutting te vinden. Snel eten we een hap en trekken verder. Het hier en daar modderige pad leidt ons langs de zuidflank van de Iso-Malla naar het westen, de prachtige vallei met de langgerekte uitloper van het Kilpisjävri in. De helling is spaarzaam bebost. Hier en daar begint al een enkele berk te kleuren. Okergeel lichten de bladeren op in de verder nog groene vallei. Roofvogels cirkelen hoog boven ons om de toppen van het gebergte, op dit punt kaal, grijs en afgesleten. Meer naar het westen zijn de spitsere toppen van het Paras-, Malla- en Markus-massief met sneeuw bedekt.

Gaandeweg verandert de uitloper van het meer in een rivier. Wij dalen af, de vallei in. Langs een hek, de scheidslijn tussen Noorwegen en Finland, en tussen een berkenbos en uitgestrekte graslanden door bereiken we Treriksröysa, het drielandenpunt. In de verte graast een kudde rendieren.

Het drielandenpunt is gemarkeerd met een rotsblok, waarachter de rivier uitloopt in het Galdajävri, een smal en langgerekt meer. 't Is wel een aardig idee dat hier de grenzen van drie landen bijeen komen. Verder is er natuurlijk niets bijzonders aan de plek te zien.

Langs de oever van het Galdajävri wandelen we naar de hut, die ergens voor ons op de helling van de Galdabakti (894 meter) in het bos verscholen moet liggen. Vlak voor een moerasgebied, aangekondigd door uitgestrekte velden met de witte bolletjes van het wollegras, trekken we de flank van de berg op en het bos in. Het is nog en hele klim naar de hut over een smal, bochtig bospad. De bekende laatste loodjes ...

Om drie uur bereiken we dan de Galdahytta, die we aanvankelijk geheel voor ons alleen hebben. De grenenhouten hut is schoon, ruim, en van alle gemakken voorzien. Stoelen, tafels, een grote keuken met uitgebreide inventaris, een houtkachel waarmee we het verblijf in een mum van tijd lekker warm stoken - echt een luxe na zo'n tocht! Naast de gemeenschappelijke ruimte zijn er twee slaapvertrekken met stapelbedden en een kleine washoek. In een bijgebouwtje bevindt zich het toilet (een veredelde latrine). Hier is ook de houtvoorraad voor de kachel opgeslagen.

Ook al was de etappe van vandaag eigenlijk slechts bedoeld als een inlooptocht, ik moet bekennen dat het wandelen met de achttien kilo zware rugzak me behoorlijk zwaar is gevallen. Marjan denkt er net zo over. "Maar jullie dragen die rugzakken ook niet goed!", reageren Oncko en Gabriëlle op ons geklaag. "Morgen helpen we jullie wel met het beter afstellen van de banden van de rugzakken." Dat zal ons de komende dagen heel wat schelen in rugpijn en energie. Wat Arnika-zalf neemt de ergste pijn in de schouders (van de verkeerd gedragen rugzak) weg. Van blaren gelukkig geen last, behalve een klein drukplekje. 't Valt nog wel mee allemaal.

Ik kook: boerenkool met worst. Lekker - en het scheelt weer een kilo in de rugzak!

In de avond arriveert een groep van zeventien mannen, Finse werklozen die in het kader van een werkgelegenheidsproject een survivaltraining volgen. 't Is een nogal rumoerig stelletje, dat een groot deel van de ruimte in de hut inneemt om daar het theoretische deel van hun survivalcursus af te wikkelen.

Marjan en ik maken na het eten een korte wandeling. Het is heerlijk rustig zo met z'n tweeën (en zonder rugzakken!). De wind is gaan liggen, de bewolking is iets minder dik. We wandelen een stuk van de route van morgen, tot aan een groot veld met wollegras. Van hier uit genieten we, terwijl de schemering invalt, van het panorama op de verstilde vallei met de wollegrasvelden met op de achtergrond de afgeplatte top van de Malla. Lees verder ...