
ReisMagazijn > Lapland: Een wandeltocht door Indre Troms
De reis
Vooraf |
1. Treinreis naar het hoge noorden, deel een |
2. Treinreis naar het hoge noorden, deel twee
3. Treinreis naar het hoge noorden, deel drie |
4. Met de bus naar Skibotn
5. Langs het Kilpisjävri en het Galdajävri naar de Galdahytta |
6. Door het Galdajävri-dal naar de Gappohytta
7. Over de Njärrejakka en door het Isdalen naar de Rostahyttene
8. Over de Rostaelva naar de Daertahytta in het Øvre Dividal Nasjonalpark
9. Over het Jerta-gebergte naar het Dividalen
10. Dividalen |
11. Door het Anjavasdalen naar de Vuomahytta |
12. Door onherbergzame streken naar de Gaskashytta
13. Door de berkenbossen van de Lifjellet naar de sledehondenman van Innset
14. Langs het Lappenkamp naar de Lappejordhytta |
15. Rustdag bij het Torneträsk
16. Naar het treinstation van Björkliden |
17. Thuisreis |
Nawoord
Eerste pagina van deze reis | De foto's
3. Treinreis naar het hoge noorden, deel drie | 4. Met de bus naar Skibotn
5. Langs het Kilpisjävri en het Galdajävri naar de Galdahytta | 6. Door het Galdajävri-dal naar de Gappohytta
7. Over de Njärrejakka en door het Isdalen naar de Rostahyttene
8. Over de Rostaelva naar de Daertahytta in het Øvre Dividal Nasjonalpark
9. Over het Jerta-gebergte naar het Dividalen
10. Dividalen | 11. Door het Anjavasdalen naar de Vuomahytta | 12. Door onherbergzame streken naar de Gaskashytta
13. Door de berkenbossen van de Lifjellet naar de sledehondenman van Innset
14. Langs het Lappenkamp naar de Lappejordhytta | 15. Rustdag bij het Torneträsk
16. Naar het treinstation van Björkliden | 17. Thuisreis | Nawoord
Eerste pagina van deze reis | De foto's
3. Treinreis naar het hoge noorden, deel drie
Zondag 23 augustus 1992. Ondanks al het gehobbel prima geslapen. Om zeven uur staan we een uur stil in Boden, een kruispunt van spoorwegen bij de noordpunt van de Botnische Golf. We hebben sinds ons vertrek uit Stockholm zo'n 900 kilometer afgelegd. Het is een immense reis naar het hoge noorden - alles bij elkaar ruim 2500 kilometer.
We kunnen nog lekker blijven liggen. Pas in Kiruna, nog een 150 kilometer sporen noordwaarts, hoeven we over te stappen. Een langdurig ontbijt in het restauratierijtuig. In een gestaag tempo glijdt een landschap van uitgestrekte moerassen, berken- en dennenbossen aan ons voorbij. Op de achtergrond zien we wat heuvels en hier en daar een vennetje. De zon schijnt; slechts een enkel moment worden haar stralen onderbroken door wat schapewolkjes. Een stoot op de hoorn geeft aan dat we de poolcirkel passeren.
Na de overstap in Kiruna wordt het landschap ruwer, interessanter. Bij het vertrek uit het station belemmeren grote zwarte ertsbergen ons uitzicht - deze spoorlijn is eigenlijk aangelegd ten behoeve van de mijnbouw - maar even verder doemen in de verte de besneeuwde toppen van Indre Troms op. Langzaam rijden we nu het berggebied in. Grote, langgerekte meren met dichtbeboste oevers worden afgewisseld met uitgestrekte moerassen. Daarachter bevindt zich een groot gebergte, met grillige, soms kale, soms besneeuwde toppen.
Langs de spoorbaan ontdekken we twee reusachtige elanden. Half verscholen in de bosrand zien we verschillende rendieren. In kalm tempo passeert onze boemeltrein al die stationnetjes waar we in de reisbeschrijving over lazen (en die we soms niet eens op de kaart konden terugvinden): Riksgränsen, Björkliden, Abisko.
Het laatste deel van de reis staan we meer op de gang dan dat we rustig op onze plaatsen zitten om maar niets van de omgeving te missen. Bij Björkliden bereiken we het westelijke uiteinde van het meer Torneträsk. Hier hebben we uitzicht op wat het eindpunt van onze voettocht zal worden: een archipel van kleine met berken beboste eilandjes met op de achtergrond de kale bergpas, van waar onze afdaling naar dit grote meer zal beginnen. Een blik uit het raam aan de andere kant geeft uitzicht op Björkliden, een piepklein plaatsje met een handvol roodbruin geverfde houten huisjes en ditto stationnetje.
Omlaag gaat nu het spoor, door een groot aantal sneeuwtunnels (vanwege het lawinegevaar in de winter) en langs een diepe smalle fjord met prachtig helderblauw water. Om tien voor twee arriveren we in Narvik. Op het perron staat Magteld ons al op te wachten. Gezamelijk wandelen we naar de vandrerhjem Nordkalotten, de jeugdherberg aan de fjord waar we zullen overnachten.
Narvik is een kleine maar ruim opgezette havenstad. Het stadsbeeld wordt bepaald (en vervuild) door een grote ertsoverslag midden in het centrum.
In de jeugherberg hebben we een slaapzaal alleen voor onze groep. Het is heerlijk om het stof van de lange treinreis weg te douchen! We eten aan een lange houten kampeertafel in de tuin. Een steak met aardappelen en salade, pannekoeken met aardbeien en zure slagroom na. Een slappe bak koffie besluit de maaltijd. Het gaat er hier gemoedelijk aan toe. Af en toe moet je wat geduld oefenen bij het bestellen want, zoals Oncko het uitdrukt, het meisje van de jeugdherberg is aardig maar 'administratief wat zwak' ...
Pas nu vertelt Oncko ons dat de zware zwarte tas - de extra kilo's bagage waar hij ons in het begin van de treinreis mee liet schrikken - hier in Narvik wordt ogehaald door Björn Klauer, de sledehondenman van Innset. De tas bevat extra proviand voor de laatste etappes. Dit is nu zo'n typische practical joke waar Oncko sterk in is.
De avond brengen we door met Gabriëlle en Magteld en een dobbelspelletje. Bijna verschrikkelijk gewonnen. Deze stop in Narvik is tevens een mooie gelegenheid om kaarten naar het thuisfront te versturen.
Als slot van de dag maak ik nog een ommetje naar de haven, waar ik in m'n eentje in alle rust getuige ben van een prachtige zonsondergang. Lees verder ...
HetMagazijn