Lapland: Een wandeltocht door Indre Troms, 21 augustus-7 september 1992

ReisMagazijn > Lapland: Een wandeltocht door Indre Troms

De reis

Vooraf | 1. Treinreis naar het hoge noorden, deel een | 2. Treinreis naar het hoge noorden, deel twee
3. Treinreis naar het hoge noorden, deel drie | 4. Met de bus naar Skibotn
5. Langs het Kilpisjävri en het Galdajävri naar de Galdahytta | 6. Door het Galdajävri-dal naar de Gappohytta
7. Over de Njärrejakka en door het Isdalen naar de Rostahyttene
8. Over de Rostaelva naar de Daertahytta in het Øvre Dividal Nasjonalpark
9. Over het Jerta-gebergte naar het Dividalen
10. Dividalen | 11. Door het Anjavasdalen naar de Vuomahytta | 12. Door onherbergzame streken naar de Gaskashytta
13. Door de berkenbossen van de Lifjellet naar de sledehondenman van Innset
14. Langs het Lappenkamp naar de Lappejordhytta | 15. Rustdag bij het Torneträsk
16. Naar het treinstation van Björkliden | 17. Thuisreis | Nawoord

Eerste pagina van deze reis | De foto's
1. Treinreis naar het hoge noorden, deel een

Vrijdag 21 augustus 1992. De voorbereidingen voor de tocht vergden veel tijd en moeite. Naast de blaren van de verschillende oefenwandelingen met behulp van oude kastplanken (!) verzwaarde rugzakken zijn de uitgebreide paklijsten daarvan getuige.

Het is nog een geluk dat onze reisbegeleider het samenstellen van de voedselpakketten voor zijn rekening neemt. Uiteraard niet alleen om ons een dienst te bewijzen, maar vooral om ervoor te zorgen dat de pakketten goed op elkaar zijn afgestemd. 't Zou immers niet best zijn midden in de wildernis te ontdekken dat er een maaltijd te weinig is of - net zo erg - dat koffie, zout of suiker op is.

Allemaal zaken die op de kennismakingsbijeenkomst in de restauratie van station Amersfoort uitgebreid aan de orde komen. Daar ontmoeten we ook onze reisgenoten. In de eerste plaats Oncko, onze reisbegeleider. Een veertiger, pezige sportman, met een apart gevoel voor humor dat bij de eerste kennismaking niet altijd even makkelijk te volgen is. Hij is een liefhebber van practical jokes.

De berghutten in Indre Troms hebben maar een beperkt aantal slaapplaatsen; daarom is onze groep klein. Het is in feite het kleinste reisgezelschap waar Marjan en ik ooit mee op pad zijn gegaan. Onze medereizigers: Magteld, een beetje-stug-maar-toch-vriendelijk, sportief type. Gabriëlle, snel van geest en vlot van de tongriem gesneden. Last but not least Alexander, de jongste van ons gezelschap en de enige zonder wandelervaring. Alexander is een twintiger; Magteld en Gabriëlle zijn dertigers, net zoals Marjan en ik. Zo'n eerste ontmoeting met reisgenoten is altijd spannend. Maar de eerste indruk is goed.

Onze voorbereidingen, vooral de vele oefenwandelingen, roepen bij mij gemengde gevoelens op. Hoewel gelijk enthousiast voor deze ongetwijfeld prachtige tocht knaagt in mijn achterhoofd toch de twijfel of het allemaal niet wat te zwaar is. Het is voor het eerst dat ik zulke gevoelens heb over een wandeltocht. Lopen is iets waar ik nooit genoeg van kan (kon!?) krijgen; iets wat me ook, tot nu toe, eigenlijk spelenderwijs is afgegaan. Zou het nu anders gaan?

Het is een drukkende zomerdag. Ruim op tijd vertrekken we met onze zware rugzakken naar het station. Het is een luxe om eens direct in onze eigen stad de reis te kunnen beginnen. We drinken nog wat op het terras van Hotel Suisse. Dan naar de trein. Op het perron ontmoeten we Oncko. Precies op tijd rijdt onze internationale trein station Apeldoorn binnen. Het is even zoeken naar rijtuig nummer 184 met onze gereserveerde plaatsen. Daar aangekomen treffen we Gabriëlle en Alexander aan, die al in Amsterdam en Amersfoort instapten. Magteld zullen we pas in Narvik ontmoeten; zij is al eerder naar Noorwegen vertrokken.

We installeren ons in de ruime zespersoons coupé. Het gesprek vlot als vanzelf. Voor we er erg in hebben zijn we de eerste landsgrens, bij Bad Bentheim, al gepasseerd.

Oncko heeft nog een extra tas bij zich. Hij deelt ons ongevraagd mee, dat daarin nog de nodige kilo's aan bagage zit, die hij tijdens de wandeltocht zal verdelen. Hij schat dat er voor een ieder nog zo'n twee kilo bijkomt. Inwendig schrikken we daar allemaal even van; de rugzak is zo al zwaar genoeg ... Niemand spreekt echter die gedachte uit en wat schijnheilig laten we Oncko weten dat de extra kilo's geen enkel bezwaar zijn ...

Het is een hele trip naar Narvik. Ruim twee dagen in de trein, met een onderbreking in Stockholm.

Bij de kaartkontroles is het iedere keer een geworstel met de vele papieren die Oncko van de spoorwegen heeft meegekregen. Hij zet maar z'n meest onnozele gezicht als hij de documenten weer eens moet oververhandigen. Een vriendelijke conducteur verwijst ons naar het goede overstap-perron in Osnabrück, waar we na ruim twee uur treinen arriveren.

Onze nieuwe trein heet de Westfälische Friede. Daarmee reizen we naar Hamburg, waar we ruim een uur de tijd hebben om over te stappen op de Alfred Nobel, onze doorgaande Eurocity naar Stockholm. Hamburg heeft een mooi, bijna vierkant, station. Er is een grote winkelgalerij - iets waar de NS nog wat van kan leren. Op het perron wordt met letters aangegeven waar welke rijtuigen stoppen; een prachtige uitvinding. Koffie in een Stube op het stationsplein.

Terwijl de schemering valt, rijden we via Lübeck naar Puttgarden in Denemarken. Een aardige conductrice maakt onze slaapplaatsen gereed. Bij haar bestellen we Doppelte Kaffee voor morgenochtend. In Puttgarden wordt onze trein ontkoppeld en rijtuig voor rijtuig op de boot gerangeerd. Helaas is het al donker - het is half tien - dus al te veel kunnen we er niet van zien. Op de boot, die ons over de Fehmarn Belt zet, valt niet veel te beleven. Maar de drukkende warmte is verdreven door een flinke wind en op het dek is het lekker om even uit te waaien.

Tegen elven klimmen we in onze slaapkooien. Ondanks een volgende bootovertocht, over de Sont naar het Zweedse Hälsingborg en twee douane-controles heb ik goed geslapen - dankzij de rustgevende cadans van de rijdende trein. Lees verder ...