Ierland: The Complete Wicklow Way, 23 augustus - 4 september 1990

ReisMagazijn > Ierland - The Complete Wicklow Way

De reis

Vooraf | Naar Dublin en Bunclody
De Wicklow Way van Clonegal naar de Junction for Raheenakitt
De Wicklow Way van de Junction for Raheenakitt naar Ballycumber
De Wicklow Way van Bridgeland naar de Iron Bridge
Naar Arklow
De Wicklow Way van de Iron Bridge naar Drumgoff
De Wicklow Way van Drumgoff naar Glendalough
Glendalough Valley
De Wicklow Way van Glendalough naar Lough Tay
De Wicklow Way van Lough Tay naar Knockree
Een wandeling door Powerscourt | De beklimming van de Great Sugar Loaf | Het strand van Bray
De Wicklow Way van Knockree naar Marlay Park
Naar Dublin

Eerste pagina van deze reis | De foto's
De Wicklow Way van Glendalough naar Lough Tay

Negende dag, vrijdag 31 augustus 1990. Met het busje rijden we naar Laragh, het beginpunt voor vandaag. Er is wat onenigheid over de 'lunchpot' - Marjan vindt dat nu maar eens een ander de inkopen moet doen, maar niemand stelt zich beschikbaar. Het probleem wordt uiteindelijk opgelost door Roland die de klus op zich neemt.

Vanuit Laragh voert de tocht omhoog, eerst het dorp uit, dan over de noordoostelijke helling van de Glendalough Vallei omhoog. Langs boerderijen, door bossen, de Glenmacnass River passerend, bereiken we over een eeuwenoud kerkepad de top van Paddock Hill.

Kerkepaden zijn overblijfselen uit oude tijden, toen de katholieken nog onderdrukt werden. In die tijd was het zo dat katholieke kerken op achterafplaatsen werden gebouwd - als ze al gebouwd mochten worden. Deze onderdrukking verminderde na wetswijzigingen in 1829, maar heeft in delen van het land nog tot in de jaren 1870 standgehouden. In de tijd dat alleen een bovenlaag van de maatschappij over andere transportmiddelen beschikte, was lopen voor de meeste Ieren de enige weg om ter kerke te gaan en door het hele land ontstond een net van kerkepaden.

Het hoogste punt van Paddock Hill is bedekt met een cirkelvorming dennenbos, omgeven door een strook met heide aan de zijde waar wij omhoog wandelen. De heide gaat langzaam over in varens aan de noordoostelijke kant van de heuvel. Achterom kijkend werpen we een laatste blik op de Glendalough Vallei.

Het is zwaarbewolkt weer maar gelukkig zal het de hele dag vrijwel droog blijven, ook al doet de vochtige atmosfeer vaak anders vermoeden.

Door het uitgestrekte gebied met varens dat zich voortzet tot de top van Drummin Hill, twee kilometer naar het noorden, loopt geen pad. Met behulp van het kompas en Theo's richtingsgevoel banen we ons een weg door de weelderige begroeiing. Op dat richtingsgevoel van Theo moeten we ook op Drummin Hill weer een beroep doen. De route is hier niet bewegwijzerd.

Over een boreen lopen we langs de flank van de heuvel met uitzicht op uitgestrekte weiden, sommige bezaaid met rotsblokken, andere overgroeid met heide. Het kaartje in The Complete Wicklow Way is niet zo compleet als de titel van het boekje doet vermoeden. De daarop aangegeven bossen moeten al lang geleden zijn gekapt. Er is tenminste geen spoor meer van te bekennen.

Het eerste landschapskenmerk dat we weer aan de hand van het boekje kunnen thuisbrengen, is een oud boerenhek, Brusher Gate. Dit hek, dat zich verder in niets onderscheidt van talloze andere, was de plaats waar de bevolking voedsel achterliet voor Michael Dwyer, een strijder tegen de Engelsen, die zich met zijn mannen in deze afgelegen streken terugtrok na de mislukte opstand van 1798.

Over het hek en over een modderig erf van een verlaten boerderij bereiken we een T-kruising met de asfaltweg van Laragh naar Oldbridge. Op deze plek moet zich een heilige steen bevinden, die volgens de overlevering hielp tegen wratten. Hoe we ook zoeken, de steen is nergens te bekennen.

Op de asfaltweg komt Roland ons achterop rijden. De andere reisgenoten, die kennelijk een andere route genomen hebben, zijn eerder op de asfaltweg uitgekomen en lopen vlak achter ons. Ten oosten van ons strekt zich de Barton Estate uit. Drie kwartier lang volgen we deze weg, langs struiken met overheerlijke bramen en landerijen met bordjes Poisoned Land. Vreemd genoeg grazen er wel talloze schapen op! Zou het een Ierse versie van 'verboden toegang' zijn?

Roland heeft een mooie lunchplek uitgezocht aan de oevers van de Annamoe rivier, onder aan de Oldbridge. Ten westen van ons strekt zich het Lake Park bos uit, het gezicht op Lough Dan verhullend. Roland heeft voor een heerlijke maaltijd gezorgd, met oven-warm stokbrood.

In het begin van de middag lopen we verkeerd, waardoor we in plaats van over paden een stuk dwars door het bos lopen - een prachtig stuk overigens dat ons een fraai uitzicht oplevert op Lough Dan, dat we anders gemist zouden hebben. In dit bosgebied is het wel moeilijk oriënteren en we zijn dan ook blij als we op een gegeven moment reisgenoten ontdekken. Het blijkt, dat de Wicklow Way route slechts een tiental meters van de plek waar wij ons nu bevinden loopt. Ondanks kaarten en kompas hadden we daar geen idee van en ik betwijfel of we zonder deze ontmoeting de juiste route zouden hebben gevonden.

Over een smal pad, verduisterd door donkere dennen, klauteren we omhoog. Heel even begint het te motregenen, lang genoeg om de regenkleding tevoorschijn te halen die we gelukkig een kwartiertje later weer kunnen opbergen. We ontmoeten hier twee Ierse tegenliggers, die de Wicklow Way in twee (!) dagen lopen. Dat is wel even andere koek! Onder de indruk lopen we verder, uitrekenend welk tempo ze daartoe wel niet moeten aanhouden.

Over een slingerende bosweg bereiken we een open plek vanwaar we een schitterend uitzicht hebben op Roundwood en het reusachtige Varty waterreservoir. Men zegt dat het water uit deze twee meren zo helder is dat het bijna als gedistilleerd water kan worden beschouwd. We lopen hier over een scherpe scheiding tussen bossen en een met heide bedekt berglandschap waarin de 534 meter hoge Knocknacloghoge en de 595 meter hoge Luggala, ook wel Fancy genoemd, de aandacht trekken. Een in al zijn verlatenheid toch prachtig landschap.

Het laatste gedeelte van de route van vandaag voert steil omhoog over een asfaltweg. Over de top hebben we een onverwacht uitzicht op Lough Tay, een bijna zwart gekleurd niervorming meer dat zich diep beneden ons aan de voet van de bijna loodrechte kliffen van de Luggala bevindt.

Hier is tevens de parkeerplaats, die we met Roland als eindpunt voor vandaag hebben afgesproken. Het duurt even tot die komt opdagen. In de luwte van enkele bomen doden we de tijd met gezelschapsspelletjes.

Terug naar Woodside's B&B. Om zeven uur eten in The Wicklow Heather Restaurant in Laragh. We zitten in een grote, lege zaal - lang niet zo knus en gezellig als gisteren in de herberg. Het eten is veel en uitstekend maar de bediening is net te snel om goed te zijn. De maaltijd duurt dus niet lang en al om half tien uur zijn we terug in Woodside, waar Marjan en ik ons na een half uurtje napraten met Anton, Mieke, Lieke, Theo, Wies en Anja terugtrekken voor de nacht. Lees verder ...