
ReisMagazijn > Ierland - The Complete Wicklow Way
De reis
Vooraf | Naar Dublin en Bunclody
De Wicklow Way van Clonegal naar de Junction for Raheenakitt
De Wicklow Way van de Junction for Raheenakitt naar Ballycumber
De Wicklow Way van Bridgeland naar de Iron Bridge
Naar Arklow
De Wicklow Way van de Iron Bridge naar Drumgoff
De Wicklow Way van Drumgoff naar Glendalough
Glendalough Valley
De Wicklow Way van Glendalough naar Lough Tay
De Wicklow Way van Lough Tay naar Knockree
Een wandeling door Powerscourt | De beklimming van de Great Sugar Loaf | Het strand van Bray
De Wicklow Way van Knockree naar Marlay Park
Naar Dublin
Eerste pagina van deze reis | De foto's
De Wicklow Way van Clonegal naar de Junction for Raheenakitt
De Wicklow Way van de Junction for Raheenakitt naar Ballycumber
De Wicklow Way van Bridgeland naar de Iron Bridge
Naar Arklow
De Wicklow Way van de Iron Bridge naar Drumgoff
De Wicklow Way van Drumgoff naar Glendalough
Glendalough Valley
De Wicklow Way van Glendalough naar Lough Tay
De Wicklow Way van Lough Tay naar Knockree
Een wandeling door Powerscourt | De beklimming van de Great Sugar Loaf | Het strand van Bray
De Wicklow Way van Knockree naar Marlay Park
Naar Dublin
Eerste pagina van deze reis | De foto's
De Wicklow Way van de Iron Bridge naar Drumgoff
Zesde dag, dinsdag 28 augustus 1990. Het ziet er niet best uit wanneer we de gordijnen opzij schuiven. De heuvels in de verte zijn geheel verdwenen achter een dichte nevel, een druilerig motregentje laat de daken en straten van Aughrim glimmen. Op dit weer gekleed verschijnen we aan het ontbijt. Onder het eten klaart het weer echter verrassend snel op. Daar hebben we graag een omkleedpartij voor over! En als Roland ons even later afzet bij de Iron Bridge is het zowaar prima wandelweer.
De tocht van vandaag begint met een pad dat steil omhoog voert langs grote stapels gevelde boomstammen. Het pad wordt regelmatig gebruikt als 'glijbaan' voor gekapt hout. Dat bevordert de begaanbaarheid niet echt - zeker niet vandaag nu alles nog nat van de regen is.
Boven aangekomen even een korte rustpauze; zo'n begin valt niet mee! Het bospad slingert verder omhoog en na enige tijd bereiken we de bosrand. Daarvoorbij een mooi uitzicht over een kleine vallei met boerderijen, aan alle kanten door heuvels en bergen omgeven.
In tegenstelling tot gisteren toen ons wandelgroepje vanaf het begin in twee gedeelten uiteen viel, trekken we nu wat langer samen op: Marjan, Anja, Theo en ik vooraan en Mariëlle, Ida, Kees en Rik in de achterhoede.
Voorbij een klein bos waar meer stammen liggen dan staan, raken we het spoor bijster. Het pad wordt smaller en smaller totdat het een honderd meter voor de rand van een dicht dennenbos in het niets verdwijnt tussen grote pollen gras en heide. Overleg - en ook het kompas wordt er bij gehaald - brengt ons niet veel verder dan de constatering dat we 'ergens' omhoog moeten.
Teruglopend zoeken we het pad, dat kennelijk met het omhakken van de bomen op deze helling verdwenen is. Dat is een probleem dat we nog wel eens vaker zullen ontmoeten. Het landschap in deze heuvels wordt bepaald door de bosbouw en is dus veel meer aan verandering onderhevig dan de weide- of akkerlandschappen in de lager gelegen delen van de Wicklow Mountains.
Inmiddels zijn we een halve kilometer teruggewandeld zonder een spoor van een pad omhoog. Dan dus maar gewoon door het struikgewas. Hoe nat de tot ons middel komende begroeiing nog is van de nachtelijke regen merken we al bij de eerste meters. Het brekende zonlicht op waterdruppels aan de lange grassprieten is overigens wel een schitterend gezicht - letterlijk en figuurlijk.
Een vijftig meter boven ons op de helling ligt de weg waarvan we vermoeden dat die ons weer naar de juiste route zal voeren. Ik kom daar als eerste aan en zie beneden mij de anderen achter elkaar, als een trage slang, omhoog klauteren. Inderdaad zien we een stukje verderop de bekende Wicklow Way-paaltjes met de gele pijlen weer verschijnen.
Langs een bosrand wandelen we verder omhoog langs de hellingen van de 505 meter hoge Carrickashane Mountain. We passeren een smalle strook heide, vol met bedauwde spinnewebben, waar het zonlicht over speelt. "Kabouterlakentjes", zegt Ida, terugdenkend aan haar kindertijd. De webben in de zon vormen een prachtig contrast met de dondere dennebomen om ons heen.
We hebben nu zo'n beetje het hoogste punt bereikt en over een breed zandpad gaat het weer omlaag. Al spoedig zien we in de verte Roland opdoemen, die ons een flink eind tegemoet is gelopen. Samen arriveren we al om elf uur op de afgesproken lunchplek, een klein stukje van de route aan de voet van een hoge heuvel, begroeid met heide, gras en bosbessen. Op onze kaarten kunnen we geen naam ontdekken.
Marjan en ik schatten dat we de heuvel makkelijk in een half uur kunnen beklimmen en zo gezegd, zo gedaan. Onder begeleiding van fluittonen en gezang van Rik en Mariëlle, die vandaag hun omvangrijke repertoire volksliedjes ten gehore brengen, gaan we op weg. Veel spijt het concert te missen hebben we niet; in deze mooie omgeving vinden we de stilte van de natuur verre te verkiezen boven mensengeluiden.
Het blijkt toch nog een flinke klim. Keer op keer spelen de door weer, wind en tijd afgesleten ronde vormen van de Wicklow Mountains ons parten bij het schatten van afstanden. Maar eenmaal boven worden we voor onze inspanningen beloond met een weids gezicht op het wat ruigere gedeelte van het gebergte. Lang blijven we niet boven; om de top waait een harde koude wind.
Tijdens de afdaling komen we, in de luwte van de heuvel, snel weer op temperatuur. We zien de anderen opbreken; het wachten duurt hen kennelijk te lang. Dat is geen probleem, want Roland blijft hier nog wel wachten op de tweede groep die wij vanaf onze helling heel in de verte al kunnen zien aankomen.
Terug bij Roland verliezen we geen tijd en wandelen snel de anderen achterna. Op onze route komen we de tweede groep tegen, die we de weg naar de lunchplek wijzen. Ze hebben een afslag te vroeg genomen. Kort daarop komen Anja, Theo, Ida, Mariëlle, Rik en Kees ons tegemoet. Ook zij hebben een verkeerde route gekozen. Niet zo verwonderlijk overigens; het pad waarop we ons nu bevinden is recent met bulldozers gemaakt. Ongetwijfeld is daarbij de bewegwijzering gesneuveld.
Dankzij Theo vinden we uiteindelijk de goede weg, dwars door het bos over een soms nauwelijks als zodanig herkenbaar graspad omhoog.
Het volgende deel van onze route voert door dichte bossen, over smalle paadjes, dan weer over een brede zandweg. Nog een keer lopen we verkeerd, langs een vers gekapte berghelling over een steeds moeilijker begaanbaar pad. Weer is het Theo die uiteindelijk de juiste route terugvindt. Hij heeft behalve een paar scherpe ogen een uitstekend richtingsgevoel.
Via een ruiterpad dalen we af door een troosteloze wildernis van dorre struiken en gekapte bomen naar een bijna sprookjesachtig, overdadig met mos begroeid pad door een oud dennenbos. Zonnestralen dringen slechts op enkele plekken door de dichte begroeiing. In de schemering van het bos verhogen ze nog eens de geheimzinnige sfeer die hier heerst.
Verderop is het bos meer open, maar het pad vergrast en wordt glibberig. Over een verharde bosweg boven langs een gletsjerdal lopen we op ons eindpunt voor vandaag af.
Op dit laatste stuk van de route is het aanzien van de Wicklow Mountains geleidelijk aan veranderd van ronde, afgesleten en beboste heuvels in een veel ruiger landschap. De hoogteverschillen zijn hier groter, de hellingen steiler, steniger, en in de verte verheft zich in plaats van een nieuwe heuvelrug een grillig gevormd gebergte. Vanaf ons hoge pad langs de helling zien we de ruïnes van de legerbarakken van Drumgoff al vanuit de verte liggen.
Met een Ierse wandelaar die ons tegemoet komt hebben we een geanimeerd gesprek. Het valt op hoe weinig gehaast en gemoedelijk het leven hier is. Er is altijd wel even tijd voor een praatje.
Over een slingerende bergweg verlaten we de helling van de Cloghemagh Mountain en dalen af in de Glenmalure Vallei. Bij de brug over de Avonbeg komt Roland ons tegemoet. De brug lijkt ons een prima plaats voor de lunch. Roland haalt het busje, dat even verderop staat op, zodat we alle etenswaren bij de hand hebben.
Terwijl we in de zon zitten te eten en te wachten op de anderen, komt het idee op om nog een top te beklimmen. Hier vlakbij bevindt zich het hoogste punt van het gebergte, de 924 meter hoge Lugnaquillia Mountain. Roland is bereid om Theo en mij met het busje een eind in de goede richting te brengen en ons later weer op te halen.
Over de weg door de Glenmalure Vallei rijden we langs de Carrawaystick waterval naar een grote parkeerplaats, het begin en eindpunt van ons tochtje. Door bossen, over drie snelstromende bergriviertjes, prikkeldraad en ontelbare hekken klauteren we langs een steile bergwand met manshoge rotsblokken naar een punt verderop, waar de wand van het dal een inzinking vertoont - om daar te constateren dat de weg waarop we zojuist reden hier langs komt en we ons dus de klauterpartij hadden kunnen besparen!
Hier loopt een smal maar goed begaanbaar pad recht omhoog langs een zeer steile met gras en heide begroeide helling. We zijn hier ook niet de enige mensen. Voor ons klautert een familie met kinderen omhoog. Zeker drie kwartier hebben we nodig om, soms naar adem happend, boven te komen. We overbruggen een hoogteverschil van zeker 200 meter.
Boven gekomen bevinden we ons op een vrij groot gras- en heideplateau. Het is hier zeer moerassig en Theo en ik moeten goed uitkijken waar we lopen. Voor ons ligt een klein bergmeer waarachter een enorme honderden meters hoge rots, de Fraughan Rock, steil omhoog rijst.
We wandelen naar de oevers van het meer en vandaar oostwaarts naar een rotspartij vanwaar we een mooi uitzicht verwachten over de valleien en bergen in de richting van de kust. Onze moeite wordt inderdaad beloond. Vanaf de rotsen hebben we een schitterend uitzicht. Zelfs de zee is van hier af zichtbaar.
Al op de helling hebben we begrepen dat Lucnaquilla Mountain niet haalbaar is in de korte tijd die ons beschikbaar staat. Vanaf ons uitzichtpunt is de berg in rechte lijn nog zeker vier kilometer van ons verwijderd. De terugtocht vergt nauwelijks eenderde van de tijd die de klim omhoog in beslag nam. Een uur later staan we op de parkeerplaats waar we met Roland afspraken. Snel terug naar Aughrim om te douchen en te eten.
Aan tafel met Ida, Jeanet en Roland blijkt dat Mariëlle, die zich vandaag al niet zo fit voelde, ziek is. Ida en Jeanet ontfermen zich over haar. Na het eten drinken we nog een pilsje ter afscheid aan Aughrim. Morgen verhuizen we weer naar een nieuwe plaats, Roundwood. Lees verder ...
HetMagazijn